vijf jaar na mh17

Zij leidden Taskforce MH17: ‘Het was mijn taak om bij minister Lavrov onder de huid te kruipen’

Robert Dresen (l) en Michael Pistecky (r) op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Beeld Raymond Rutting

Na de ramp volgde het complexe werk van Taskforce MH17. De drie achtereenvolgende coördinatoren balanceerden op een dun koord. ‘Het gaat onder je huid zitten.’

Robert Dresen hoort het door de telefoon. Hij geeft een afscheidsfeest in Pakistan, waar hij twee jaar heeft gewoond. Direct na het schokkende nieuws werkt hij zijn gasten de deur uit.

Karin Mössenlechner spreekt met een collega over een personeelsaangelegenheid als een medewerker met een verhit gezicht haar werkkamer op het ministerie van Buitenlandse Zaken binnen stormt. Vast een ongeluk, denkt ze dan nog.

Een paar verdiepingen hoger krijgt Michael Pistecky een mobiele telefoon onder zijn neus gedrukt. Daar leest hij het: vliegtuig neergestort in Oekraïne. Het land waarvoor hij binnen het ministerie verantwoordelijk is.

Die momenten, de daaropvolgende dagen en weken - ze kunnen ze nog precies uittekenen. De crisisorganisatie die direct na de ramp met vlucht MH17 werd opgetuigd. De nachtelijke overleggen. De gesprekken met collega’s in het rampgebied. De druk om de lichamen terug te krijgen. Het risico dat Nederland zelf in een oorlog verzeild zou raken.

Voor het oog van de camera’s vechten Frans Timmermans, Bert Koenders, Stef Blok, Mark Rutte, Sergej Lavrov en Vladimir Poetin de afgelopen jaren een politieke strijd uit. Achter de schermen zijn Dresen, Mössenlechner en Pistecky bepalend in het diplomatieke schaakspel. Sinds 2014 voeren zij achtereenvolgens de Taskforce MH17 van Buitenlandse Zaken aan, een club van diplomaten en juristen die zich bezighoudt met waarheidsvinding en aansprakelijkheid.

Het werk gaat onder je huid zitten, zeggen ze. Je slaapt slechter. Maar iedereen wil iets bijdragen aan de bestrijding van dit onrecht. Iedereen voelt zich verplicht om te vechten voor de Nederlandse belangen. Zo’n sterk teamgevoel hebben ze nog nooit meegemaakt.

Nu, vijf jaar later, spreken Dresen (42), Mössenlechner (48) en Pistecky (46) over de momenten die vanuit hun positie bepalend waren bij de afwikkeling van de ramp.

‘Ja’, bekent Pistecky, die sinds een jaar als diplomaat in Parijs werkt. ‘Ik mis het.’

Gotham City without Batman

Karin Mössenlechner: ‘Waar precies? Dat was het eerste wat ik vroeg toen ik hoorde dat een vliegtuig was neergestort in Oekraïne. Het bleek bij Donetsk te zijn. Mijn eerste reactie was dat dit had niet in ongelukkiger gebied kunnen gebeuren. Een medewerker zei het zo: Gotham City without Batman.

‘De OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, red.) had een monitoringsmissie in Oost-Oekraïne vanwege de crisis met Rusland. In de weken daarvoor waren twee Nederlandse deelnemers aan die missie gegijzeld. Wij waren er intensief mee bezig geweest om ze weer op vrije voeten te krijgen. Daardoor wist ik hoe complex en gevaarlijk het daar was. Er werd flink gevochten.

Karin Mössenlechner (midden) met minister Blok. Beeld Ministerie Buitenlandse Zaken

‘Bij Buitenlandse Zaken hebben we meteen na de ramp een crisisorganisatie opgezet. We wilden achterhalen wat er was gebeurd en wie er in dat vliegtuig zaten. Mijn rol: iedereen bijpraten over de veiligheidssituatie in de regio. Ik vertelde dat we er niet zomaar heen konden gaan. Het was rebellengebied. Gelukkig had de OVSE er al contacten.’

Het komt dichtbij

Karin Mössenlechner: ‘In die eerste dagen circuleerden onofficiële passagierslijsten van het vliegtuig. Een medewerker wees me erop dat de naam van een oud-stagiair van ons erop stond. Ik kende haar niet, maar veel collega’s wel. Dan komt het extra hard binnen. We moesten de crisis beheersen en tegelijkertijd ruimte houden voor emoties van medewerkers.

‘Ook voor medewerkers die terugkwamen uit Charkov, waar de lichamen heen waren gevoerd, was het belangrijk dat ze hun verhalen kwijt konden. De stoffelijke overschotten zijn op een waardige manier in Nederland aangekomen, maar ze kwamen in Charkov op een andere manier uit die trein. Daar kun je mensen niet op voorbereiden.

‘We hebben bij Buitenlandse Zaken wel bedrijfshulpverlening. Die kunnen doorverwijzen naar traumadeskundigen. Maar daar moeten mensen wel gebruik van willen maken. Er wordt niet altijd meteen gedacht aan professionele hulpverlening.

‘Zelf heb ik er geen psychische klachten aan overgehouden. Maar die eerste dagen staan nog wel op mijn netvlies. Ik kan de momenten precies dromen.’

Wachten op de trein

Robert Dresen: ‘Ik arriveerde die eerste weken vaak in het donker op kantoor en vertrok ook weer in het donker. En dat midden in de zomer. Adrenaline hield me op de been. Om het vol te houden hadden we wel de afspraak dat je na zes dagen werken één dag thuis bleef.

‘We werkten vanuit de crisisruimte op de begane grond van het oude gebouw van Buitenlandse Zaken. Daar was een gang vrijgemaakt waar iedereen van ons ministerie die iets met MH17 deed bij elkaar zat.

‘Om te voorkomen dat iedereen continu het nieuws zou gaan volgen, was er een clubje collega’s dat de berichtgeving in de media en informatie die we via onze contacten binnenkregen bijhield. Daar maakten ze updates van. Zo kon de rest zich op andere dingen concentreren.

‘Maar toen de lichamen in de trein lagen en het onduidelijk was of de trein wel kon vertrekken, zaten we toch bij elkaar in het kamertje waar het nieuws binnenkwam. Onze mensen ter plaatse hielden ons op de hoogte. Zij belden het nieuws door. Niet naar mij, maar vermoedelijk eerst naar de betrokken ministers. Wij kregen daarna bericht. Om het kwartier een update. Het was voor ons allemaal een enorme opluchting toen de trein naar veilig gebied vertrok.’

In gesprek met Lavrov

Robert Dresen: ‘Het was mijn taak om bij minister Lavrov onder de huid te kruipen. Ik moest bedenken wat voor vragen hij zou kunnen stellen en hoe minister Koenders daar vervolgens op zou kunnen reageren.

‘Het was een beladen bezoek, op 5 juni 2015. We hadden nog niet substantieel met de Russen over MH17 gesproken. Eerder hadden we een stuk gemaakt met voors en tegens om te gaan. We concludeerden dat een dialoog noodzakelijk was. Ons plan was een VN-tribunaal op te richten om de daders van MH17 te kunnen vervolgen. We wilden Rusland ervan overtuigen dat dat een goed idee was.

Robert Dresen (links achter) aan tafel bij Koenders en Lavrov. Beeld Ministerie Buitenlandse Zaken

‘We hadden een dossier met scenario’s en spreeklijnen. Koenders las het in het vliegtuig grondig door. Halverwege de vlucht werd ik bij hem geroepen. Ik moest hem preppen.

‘De Russen ontvingen ons in een barokke zaal, zoals ze vaker doen als ze buitenlands bezoek een beetje willen imponeren. Wij zaten met acht man aan tafel, onder wie de minister, de ambassadeur en ik. Zij spiegelden dat - zo werkt dat in de diplomatie.

‘Lavrov is een uiterst bedreven en door de wol geverfde diplomaat. Hij luisterde, maar liet ook blijken dat hij niet overtuigd was van een speciaal tribunaal.

‘Voor woede is op zo’n moment geen ruimte. Je moet puur professioneel te werk gaan. Dit was het eerste gesprek met de Russen over MH17. Iedereen wist dat we nog veel vaker met elkaar in gesprek zouden moeten. Grof geschut is dan zinloos.’

Het verdrag van Tallinn

Michael Pistecky: ‘We wilden de daders in Nederland vervolgen. En niet alleen namens de Nederlandse nabestaanden, maar namens alle nabestaanden. Daarvoor was een verdrag met Oekraïne nodig.

‘We hadden na vijf of zes keer onderhandelen met Oekraïne een akkoord bereikt en wilden het verdrag ondertekenen. En zo stapte ik op een dag in het vliegtuig naar Tallinn, met twee verdragsmappen in mijn bagage. Daarmee gingen we naar de residentie van onze ambassadeur in Estland, die het bijzonder vond een bijdrage te leveren. Er stond een tafel klaar met een paar stoelen. Ik heb de pennen aangegeven, de verdragen gewisseld en een foto gemaakt. Het was een kleine delegatie.

Michael Pistecky (links) bij de ondertekening van het verdrag. Beeld Ministerie van Buitenlandse Zaken

‘De berichten over dit verdrag stonden misschien weggestopt in de kranten, maar inmiddels is duidelijk hoe belangrijk dat verdrag was. Het zorgt ervoor dat alle 298 nabestaanden hun recht kunnen halen.’

Botresten

Michael Pistecky: ‘Niet iedereen wil waarheidsvinding en gerechtigheid. Om het onderzoek te frustreren, om mensen tegen ons op te zetten, wordt desinformatie verspreid. Er wordt twijfel gezaaid, en daar gaan sommige mensen in mee.

‘Neem die Amerikaan, Patrick Lancaster. Die doet zich voor als journalist en werkt samen met de... ik noem ze geen separatisten, geen rebellen, maar liever bandieten, want we weten nu dat ze betrokken zijn geweest bij het neerhalen van MH17. Goed, die Lancaster beweert dus in 2017 nog botresten op de rampplek te hebben gevonden en zegt vervolgens dat de forensisch experts uit Nederland slecht werk hebben gedaan. Zo wordt op een vervelende manier ingespeeld op de gevoelens van de nabestaanden. Alsof wij niet tot het uiterste zijn gegaan om de lichamen terug te halen.

‘Elke keer dat ik geconfronteerd werd met onware informatie raakte dat me persoonlijk. Maar steeds dacht ik: nee, het is verstandiger niet te reageren. Nederland heeft namens vier landen de leiding over het onafhankelijke strafrechtelijke onderzoek. Er mocht geen twijfel bestaan over onze onafhankelijkheid. Later zijn we wel assertiever geworden. Omdat we toen al voldoende internationale steun hadden.’

Herdenking in Vijfhuizen

Michael Pistecky: ‘Het was een warme zomerdag in 2018. Ik herinner me dat overal zonnebloemen stonden. We luisterden naar verhalen van de nabestaanden. Het was bijzonder dat ik aanwezig mocht zijn bij de herdenking. De nabestaanden hebben me op persoonlijke titel uitgenodigd. Het was een van de laatste dingen die ik deed als MH17-coördinator.

‘Ik heb de afgelopen jaren regelmatig contact gehad met de stichting waarin de nabestaanden zich verenigd hebben. Ze wisten dat er op de ministeries een heleboel mensen dag in dag uit hard hebben gewerkt om te bereiken wat zij ook wilden bereiken. Dat schept toch een band.

‘Sindsdien ben ik niet meer bij het monument geweest. Binnenkort wil ik er weer naartoe.’

De speech van Blok

Robert Dresen: ‘Ik zat een paar stoeltjes achter minister Blok, die in mei 2018 de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties toesprak. Hij kwam in New York toelichten waarom Nederland en Australië een paar dagen eerder besloten hadden Rusland aansprakelijk te stellen voor het neerhalen van MH17.

‘Pas nadat de minister zich had uitgesproken werd het spannend. Andere landen mochten reageren en de Russische ambassadeur begon de bekende Russische punten uit te dragen dat het JIT niet onafhankelijk was en slecht werk had geleverd. Rusland droeg geen verantwoordelijkheid voor de ramp.

‘We hadden verschillende scenario’s voorbereid. Als die Rus er hard in ging, hadden we een paar opties. Daar had ik aan meegeschreven. Ik zat op het puntje van mijn stoel. Zou Blok voor de meest ferme repliek gaan? Ik las mee in het dossier op mijn schoot. Ja hoor, dat deed hij. Het was harde taal op een belangrijk moment. Daar zat het Nederlandse publiek ook op te wachten. We moeten af en toe van ons afbijten.’

Naar de rampplek

Michael Pistecky: ‘De afgelopen jaren kwam er weleens een telefoontje binnen van bewoners uit het rampgebied. Die hadden dan bijvoorbeeld een sieraad gevonden en vroegen zich af of die misschien van een van de slachtoffers was. We zijn die mensen dankbaar, ook zij hebben verschrikkelijke dingen gezien. Eerder hebben we ze al een keer een pakket gegeven met voedingsmiddelen en verzorgingsproducten en een dankboodschap van de Nederlandse staat.

‘Voor veel nabestaanden is het belangrijk dat ze er op een dag naartoe kunnen. De rampplek is heel belangrijk voor de rouwverwerking. Lokale bewoners hebben wel een klein monumentje, maar als internationale gemeenschap zou je eigenlijk meer willen.

‘Helaas kunnen we de veiligheid daar op dit moment niet garanderen. Er zijn bermbommen, beschietingen over en weer. We kunnen en willen geen afspraken maken met de machthebbers in het gebied. Mensen die toch willen afreizen moeten zich afvragen wie hun gastheren zijn: degenen die betrokken waren bij het neerhalen van de vlucht. Je loopt het risico onderdeel te worden van hun propaganda.

‘Toch blijven we met de nabestaanden in gesprek en zoeken we naar manieren om het uiteindelijk toch mogelijk te maken. Maar het belangrijkst is dat we als Nederland al 196 burgers zijn verloren. We willen niet dat het er 197 worden.’

Zij gaven leiding aan Taskforce MH17

Karin Mössenlechner
Voor MH17: plaatsvervangend directeur veiligheidsbeleid
Coördinator Taskforce: oktober 2015 tot augustus 2016
Nu: ambassadeur in Maleisië
Binnenkort: directeur Azië en Oceanië in Den Haag

Michael Pistecky
Voor MH17: coördinerend beleidsmedewerker Oekraïne
Coördinator Taskforce: augustus 2016 tot september 2018
Nu: hoofd economisch beleid en ondernemen, ambassade in Parijs

Robert Dresen
Voor MH17: cluster-coördinator Oost-Europa en Centraal-Azië
Coördinator Taskforce: augustus 2018 tot heden
Binnenkort: strategisch adviseur van de secretaris-generaal van de Navo in Brussel

‘IK WIL UITLEGGEN WIE WE ZIJN VERLOREN; HUN NAMEN MOETEN GENOEMD WORDEN’

Op 9 maart 2020 begint het MH17-proces: een zaak met 298 slachtoffers uit tien landen, die vermoedelijk wordt gevoerd zonder verdachten en zonder verdediging. Een zaak waarop alle ogen van de wereld zullen zijn gericht. Wat betekent dat voor de nabestaanden? ‘Ik hoef die verdachten niet in de ogen te kijken.’

Klinisch psycholoog Jos de Keijser onderzocht het rouwproces van MH17-nabestaanden. ‘Bij een aanslag duurt het rouwen vaak veel langer.’

Familierechercheurs zijn gewoonlijk bij moord- en zedenzaken de schakel tussen het rechercheteam en de familie van het slachtoffer. Maar de MH17-ramp is zo uniek: hiervoor gingen in heel Nederland in één klap 106 familierechercheurs aan het werk voor de nabestaanden. Wat zijn hun ervaringen? En hoe wordt hun inzet gewaardeerd?

De Belgische forensisch tandarts Eddy De Valck is een van de mensen die van nummers weer namen wist te maken: hij hielp mee bij de identificatie van de 298 slachtoffers van de MH17-ramp in de Korporaal Van Oudheusdenkazerne in Hilversum. ‘Dit is het laatste wat we voor hen kunnen doen.’

Alom bewondering oogstte de repatriëring van de slachtoffers van de ramp met de MH17 in Oekraïne. Wie waren de verantwoordelijken en hoe gingen ze te werk? Reconstructie van bijna een jaar risicovol, secuur en empathisch mensenwerk.

Het onderzoek naar de toedracht van de MH17-ramp was allesbehalve regulier politiewerk. De Volkskrant sprak met drie hoofdrolspelers. Zij geven een bijzondere inkijk.

Toenmalig Volkskrant-correspondent Olaf Koens was een dag na het neerstorten van MH17 op de rampplek. Hij bracht er de nacht door met de reddingswerkers, tussen wrakstukken en lichamen. ‘Je moet alleen aan je werk denken’, zeggen de mannen van de reddingsdienst. ‘Niet aan de doden. Die liggen hier gewoon. Hier, drink nog wat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden