Officieren Lars Stempher en Sabine Tammes.

Interview Officieren Lars Stempher en Sabine Tammes

Zij kregen Holleeder veroordeeld: ‘Ik had uitzinnige euforie verwacht, maar dat is niet zo’

Officieren Lars Stempher en Sabine Tammes. Beeld Jitske Schols

Ruim vier jaar werkten officieren Lars Stempher en Sabine Tammes intensief samen om Holleeder veroordeeld te krijgen. Nu is het volbracht. Hoe kregen ze dat voor elkaar?

Met felle blik draait Willem Holleeder zich om. Meteen nadat de rechtbankvoorzitter het woord ‘levenslang’ heeft uitgesproken, klinkt applaus van nabestaanden in de zittingszaal. Sommigen steken hun armen juichend in de lucht.

‘Ik kan dat wel begrijpen’, zegt aanklager Lars Stempher kort na het vonnis in het Holleeder-proces. ‘Het is een ontlading. Daaronder ligt dertien jaar ellende en verdriet.’

Het is donderdag 4 juli. Enkele uren eerder zaten aanklagers Sabine Tammes (60) en Lars Stempher (44) nog in de zwaarbeveiligde Bunker in Osdorp om het vonnis van de rechtbank te horen. Gehuld in toga’s, neutrale blik. Ook de verdachte toont – tot het moment dat de nabestaanden beginnen te juichen – geen emotie. Hij draait alleen zijn leesbril ongedurig rond aan een van de pootjes.

Nu zitten de aanklagers op het dakterras van het Amsterdamse Openbaar Ministerie (OM) – met uitzicht op de Westertoren en rondvarende boten op het IJ. Stemphers mailbox is volgestroomd met meer dan honderd berichten. Ook die van Sabine Tammes is ‘ontploft’. Zelfs mensen die ze sinds de middelbare school niet meer hebben gezien, feliciteren hen. ‘Mijn zoon belde meteen na de uitspraak vanuit zijn studiestad. Hij zei: mam, ik ben trots op je. Zó schattig, zo lief.’

Tammes werd vanmorgen wakker met een onbestemd gevoel, Stempher met ‘klamme handjes’. Nu zijn ze opgelucht dat de rechtbank hun betoog op alle aanklachten heeft gevolgd. Het is opvallend, zegt Stempher, dat de rechtbank ‘juist die duistere kant waarvan Holleeder wilde wegblijven, zo benadrukte’.

Tammes: ‘Ik had uitzinnige euforie verwacht, maar dat is niet zo.’

Vanuit een werkkamer in dit gebouw aan het Amsterdamse IJdok bereidden de aanklagers afgelopen jaren het proces tegen Willem Holleeder voor. Maar hun kamer van nog geen 3 bij 4 meter – die ze deelden met twee parketsecretarissen en stapels dossierdozen – is inmiddels leeggehaald. Het A4’tje met daarop ‘projectkamer Vandros, s.v.p. vrijlaten’ is verdwenen. Het flexkantoor wordt alweer gebruikt voor andere strafzaken, door andere aanklagers.

In de afgelopen anderhalf jaar sprak de Volkskrant zesmaal met de officieren van de strafzaak tegen Willem Holleeder. Het eerste gesprek was op dinsdag 23 januari 2018 – een kleine twee weken voor aanvang van de meest in het oog springende strafzaak in jaren. De laatste keer was enkele uren na het vonnis. De afspraak: het interview mag pas na de uitspraak worden gepubliceerd.

Sabine Tammes Beeld Jitske Schols

Tijdens de gesprekken vertellen de aanklagers hoe ze van de ene op de andere dag intensief met elkaar moesten samenwerken. ‘We hadden elkaar nog nooit gezien.’

Hoe ze zich hebben voorbereid. ‘Een psycholoog kijkt mee.’

En waarom ze Holleeder niet vervolgden voor alle moorden waarvan ze hem verdenken. ‘Wij denken dat hij medeverantwoordelijk is voor meer.’

Lars Stempher Beeld Jitske Schols

Nooit uitgelezen

‘Ik móét koffie hebben’, zegt Sabine Tammes. ‘Ik zit midden in een verbouwing en mijn keuken staat nog ergens in Polen.’ Voorafgaand aan het eerste interview parkeert de aanklager – kort bruin haar, hartelijke lach – haar stadsfiets voor de nabijgelegen Bagels & Beans en beent snel de koffietent in.

Het is januari 2018. Zo’n drie jaar is ze samen met haar collega Lars Stempher bezig met de voorbereiding van de strafzaak waarvan het dossier ruim 950 ordners beslaat, zo’n half miljoen pagina’s – en dat dan nóg niet uitputtend is.

Stempher: ‘De naam Holleeder valt in meer dan honderd politieonderzoeken van de afgelopen twintig, dertig jaar. Die kun je er niet allemaal bij betrekken. We moeten reëel blijven.’

Tammes: ‘Je kunt in deze zaak blijven lezen totdat je in je kist gaat liggen, en dan nog heb je niet alles gezien.’

Stempher: ‘Dit is hopelijk de enige zaak in mijn leven waarbij ik zeker weet dat ik niet het hele dossier heb gelezen.’

Toch zitten ze er ontspannen bij. Ze zijn blij dat het binnenkort echt gaat beginnen. Tammes: ‘Al denk ik soms: fuck, waarom hebben we dit nog niet gedaan, of waarom denken hier nu pas over na.’

Stempher: ‘Maar we zijn goed voorbereid. De verdachte zal straks zeker nog een konijn uit de hoge hoed toveren. Ook daar maak ik me niet druk om. We vertrouwen erop dat we een gepaste reactie zullen hebben op dat konijn.’

Tammes: ‘We weten ook zeker dat Holleeder en zijn advocaten er tijdens het proces alles aan zullen doen om de getuigen Astrid en Sonja Holleeder volledig af te branden. Dat worden akelige sessies. Maar ook daarop zijn we voorbereid.’

Hoe? Daverende lach: ‘Met oordoppen.’

Het proces begint

Twee weken later. ‘Allemaal leugens’, klinkt het door de rechtszaal. Het is maandag 5 februari 2018, het proces tegen Willem Holleeder is begonnen. De officieren en advocaten schetsen die dag in een inleidend verhaal een profiel van de verdachte. Daarna zien rechters, journalisten en publiek voor het eerst hoe Willem Holleeder zich verdedigt tegen de beschuldiging dat hij opdracht gaf tot een reeks liquidaties.

Verzinsels van zijn zus Astrid, foetert hij, ‘die een spin in haar kop heeft’. Hij is wel een crimineel, erkent hij, maar niet eentje die samen met Dino S. en wijlen Stanley Hillis een moordcommando aanstuurde. Het door zijn zus geschetste beeld dat hij een moordzuchtige psychopaat is die zijn hele familie in angst laat leven, herkent hij al helemaal niet. ‘Ik ben juist een familieman.’

Stempher: ‘Hij waande zichzelf onaantastbaar. De koning van de onderwereld.’

De aanklagers hebben op dat moment al dagen met hem doorgebracht. Tijdens verhoren bij de rechter-commissaris zaten ze dagenlang met hem in een kamer, in de Bunker, zonder daglicht. Bij die gelegenheden stelde Willem Holleeder zich op als ‘de joviale man’ – het gedrag waarmee hij uitgroeide tot een bekende Nederlander en een knuffelcrimineel. ‘Een gezellig praatje pot’, zegt Tammes, ‘een gebbetje. Dat probeerde hij bij de rechter-commissaris, maar ook bij ons.’

Volgens Astrid Holleeder is haar broer een psychopaat die iedereen weet in te palmen en iedereen kan laten geloven in zijn zelf gecreëerde werkelijkheid.

Tammes: ‘Dat hij een psychopaat is, heb ik ook gehoord van mensen die er verstand van hebben. Maar zij hebben hem nooit gesproken, dus dat is een gemankeerde diagnose.’

Stempher: ‘Holleeder probeert altijd een wig tussen mensen te drijven, ook tussen ons. Daar is hij continu mee bezig. Dan zegt hij bijvoorbeeld: mevrouw Tammes en hoe-heet-hij-ook-alweer. Heel denigrerend. Of Sabine stelt een vraag en daarop weigert hij te antwoorden. Als ik dezelfde vraag een paar minuten later een tikkeltje anders formuleer, zegt hij: ‘Dát is nou een goeie vraag.’

Tammes: ‘Holleeder vindt mij sowieso een irritant wicht.’

Stempher: ‘We kregen het advies nul contact met hem op te bouwen.’

Tammes: ‘De rechter-commissaris wilde het gezellig houden. Ze had eens een mandarijntje en vroeg: meneer Holleeder, wilt u een mandarijntje? Nou, dat wilde hij wel. Dus zij gooide het mandarijntje naar hem. Hij pelde het en vroeg mij: mevrouw Tammes, wilt u de helft van mijn mandarijntje? Ik antwoordde: nee, meneer Holleeder.’

Stempher: ‘Het is heel onnatuurlijk. Iemand doet aardig en wij reageren bot. We zorgen dat we onbereikbaar voor hem blijven.’

Tammes: ‘Dat vindt hij heel vervelend.’

Stempher: ‘Maar we hebben geleerd dat als je kijkt naar Holleeders karaktereigenschappen, het verstandig is hem zo te benaderen.’

Kunnen we hieruit concluderen dat jullie professioneel worden begeleid?

Beiden: ‘Ja.’

Door iemand die verstand heeft van psychopathie?

Tammes: ‘Ja.’

Stempher: ‘Dat vonden we noodzakelijk bij de voorbereiding van deze zaak.’

Tammes: ‘In het begin hebben we de psycholoog ook wel gebruikt om een beetje tegenaan te praten. Voor ons eigen gemoed. Het gaat er ook om: hoe blijf je overeind in zo’n grote zaak? Maar we hebben hem ook ingezet om Holleeder te duiden. Dat heeft ons geholpen bij het opstellen van ons verhoorplan. We hebben hem gevraagd: wat valt jou op?’

In het pak genaaid

Drie jaar eerder. ‘Moet je hier nog over nadenken?’ Het is april 2015, Lars Stempher is in Bulgarije als hij opeens een telefoontje krijgt.

Sinds 2012 werkt Stempher – spijkerbroek, kaalgeschoren schedel, olijke blik – opnieuw als aanklager bij het Landelijk Parket in Zwolle. De jaren ervoor is hij officier geweest op Aruba. Maar van dat eiland moesten hij en zijn gezin halsoverkop vertrekken: een serieuze dreiging. Uit tapgesprekken bleek dat een zware crimineel een moordopdracht had gegeven. ‘Dan wordt het minder gezellig. Dan is het een klein eiland.’

En dus is Stempher inmiddels een mensenhandelofficier, op dienstreis in Oost-Europa. Aan de andere kant van de telefoon hoort hij de stem van zijn teamleider: ‘Lars, het managementteam wil jou naar voren schuiven als officier in de zaak tegen Willem Holleeder.’ Hij antwoordt meteen ‘ja’, niet gehinderd door enige kennis. ‘Ik had de naam Mieremet weleens gehoord. Maar verder...’

Ook zijn collega Sabine Tammes van het Amsterdamse parket kent hij niet.

Stempher: ‘Ik ben kort daarna haar kamer binnengelopen en heb me voorgesteld.’

Tammes: ‘Ik had die man nog nooit gezien.’

Stempher: ‘Je zou denken: stuur mensen die zo lang en zo intensief met elkaar moeten samenwerken eens uit eten. Kijk of er een klik is. Maar het wordt voor je bepaald.’

Op de vraag hoe zij op de zaak-Holleeder is gezet, lacht Tammes: ‘Ik ben gewoon in het pak genaaid.’ In voorgaande jaren hield ze zich al bezig met aanpalende strafzaken, zoals de liquidatie van Willem Endstra. ‘Maar daarnaast heb ik ook talloze Fiod-onderzoeken gedaan. En wat mocro-jongens.’

Na belastende verklaringen over Holleeder van kroongetuige Fred R. vroeg de parketleiding of Tammes samen met een collega wilde onderzoeken of er een strafzaak tegen Willem Holleeder in zat. Ze vonden van wel en lieten hem op 13 december 2014 arresteren. ‘Heel low key. Op een zaterdagochtend, gewoon door de platte pet. Ik vond het te veel eer om een speciaal arrestatieteam op hem af te sturen.’

De zaak tegen Willem Holleeder (61) is op dat moment al omvangrijk, maar dijt steeds verder uit. Plotseling komt dat alles veranderende keerpunt. Een collega-officier, die contact onderhoudt met het Team Criminele Inlichtingen, meldt zich: ‘Ik moet je wat vertellen. Ga er maar even goed voor zitten.’

Tammes: ‘Ik wist niet wat ik hoorde. Ik was totaal stupéfait.’

In het diepste geheim zijn nieuwe belastende verklaringen over Willem Holleeder afgelegd. Door zijn zussen, Astrid en Sonja. En door zijn ex, Sandra den Hartog.

Tammes: ‘My God! Z’n zusters!’

Stempher: ‘De inner circle.’

Tammes: ‘Dat had ik in m’n stoutste dromen nooit kunnen vermoeden.’

Stempher: ‘Ongelofelijk. De bedreiging van Sonja en haar kinderen was voor hen de druppel.’

Tammes: ‘Ik kende Astrid hè, als advocaat. Ik ben best lang rechter-commissaris geweest. We moesten een keer samen op dienstreis, lang geleden, naar Turkije. Ik herinner me dat ze toen zei: ‘Ik kan nooit ver weg, ik moet altijd in de buurt blijven van mijn broer.’ Dus een verklaring van haar leek mij totaal onmogelijk.’

‘Als een malle’ lazen de officieren alle verklaringen.

Tammes: ‘Die sloegen in als een bom. We dachten: nu hebben we hem strak in de hoek.’

Willem Holleeder is aangeklaagd als opdrachtgever van vijf liquidaties waarbij zes doden vielen. Getuigen hebben belastend verklaard over nog meer moorden. Voor hoeveel doden houden jullie Holleeder verantwoordelijk?

In één adem somt Tammes een hele rij Joegoslavische namen op. ‘En Sam Klepper. En de poging op Ronald van Essen.’

Waarom staan deze moorden niet op de tenlastelegging?

Stempher: ‘Het gaat niet om wat wij denken, maar wat wij menen te kunnen bewijzen. We moeten reëel zijn. Al die onderzoeken waarin hij voorkomt, dat is een enorme hoeveelheid werk. Maar met de kennis van nu...’

Tammes: ‘Het is genoeg. Levenslang is levenslang.’

Kun je iemand met zes levensdelicten op zijn tenlastelegging een seriemoordenaar noemen?

Stempher: ‘Bij opdrachtgeverschap gebruiken we die term eigenlijk niet. In de psychologie verstaat men daar iets anders onder: een lustmoordenaar.’

Tammes: ‘Dat is Holleeder niet.’

Stempher: ‘Holleeder is een berekenende man. Dit is zijn businessmodel.’

Met de komst van de zussen verandert het proces in een familiedrama dat volle zalen trekt. Al meteen bij de start van de inhoudelijke behandeling vormen zich lange rijen voor de zwaarbeveiligde Bunker. Sommige dagjesmensen staan er al om drie uur ’s nachts. De ouders van Stempher komen. En ook de zonen van Tammes. ‘Ze vonden het heel cool’, zegt zij. ‘Maar ze moesten zich door die lange rij worstelen. Een beveiligingsbeambte vertelde ons dat een bezoeker een leeg flesje had meegenomen, zodat die niet uit de rij hoefde bij hoge nood. Dat is toch getikt?’

Stempher: ‘Het begint met de Heineken-ontvoering – dertig jaar misdaadhistorie.’

Tammes: ‘En een verdachte die praat.’

Stempher: ‘Het is zijn laatste kans.’

Tammes: ‘Hij kan zijn mond niet houden.’

Stempher: ‘Soms denk ik: als ik zijn advocaat was, gaf ik hem nu een schop onder de tafel.’

Tammes: ‘Dat maakt het attractief voor dagjesmensen.’

Stempher: ‘Zelfs als het rolluik voor de publieke tribune wordt gesloten, zie je mensen achter het kogelwerende glas bukken om een laatste glimp van hem op te vangen. Die adoratie, daar snap ik niks van.’

Die adoratie gaat ver. De officieren krijgen alle post voor Holleeder te lezen, om te controleren of hij die in de extra beveiligde inrichting (EBI) mag ontvangen. Dat is niet veel, zeggen ze. Veel minder dan de ‘zakken vol’ die advocaat Sander Janssen op zitting deed vermoeden: twee, hooguit drie brieven per maand. ‘Laat het op zijn verjaardag of rond Kerstmis ietsje meer zijn’, zegt Stempher, ‘maar dan nog houdt het niet over.’

Van de verafgoding en bewondering die de brievenschrijvers tentoonspreiden, begrijpen de aanklagers niets. Ze zien in Holleeder een kille manipulator: keer op keer drijft hij een wig tussen bevriende criminelen en charmeert hij de machtigste of de rijkste. Steeds verzint hij een dreiging, draagt daarvoor zelf een oplossing aan en zegt: dat gaat je wel geld kosten.

Tammes: ‘Hij speelt constant de vermoorde onschuld.’

Stempher: ‘Hij heeft nooit iets gedaan. Hij probeert alleen maar anderen te helpen.’

Tammes: ‘Liegen is zijn tweede natuur, hij kan niet anders. Het floept er gewoon uit.’

Een sterk voorbeeld daarvan is de wijze waarop Holleeder de schatrijke weduwe van drugsbaron Sam Klepper inpalmt: Sandra den Hartog. Als je het dossier leest, zie je het gebeuren, stellen de aanklagers. Holleeder maakt de weduwe angstig. Joegoslaven zouden haar en haar kinderen willen liquideren. Zogenaamd voor haar veiligheid stuurt hij haar naar Innsbruck. Uiteindelijk krijgen ze een relatie en rijdt Den Hartog naar Liechtenstein om haar bankrekening te plunderen.

Tammes: ‘Hij is heel dwingend. Sandra den Hartog kreeg nul ruimte van hem. Dat mens kon geen kant op. Afschuwelijk.’

Stempher: ‘Holleeder heeft twee gezichten.’

Holleeder-aanklagers Sabine Tammes en Lars Stempher werkten ruim vier jaar intensief samen. Beeld Jitske Schols

Ware aard

Een glimp van zijn ware aard toont Willem Holleeder volgens de officieren op de achtste zittingsdag. Op 22 februari 2018 ondervragen ze hem voor het eerst publiekelijk in de rechtszaal. Ze bouwen hun verhoor geleidelijk op. Bij elke vraag kijken ze hem aan, en hij kijkt terug. Ze weten dat hij niet lang nadenkt: stel je een vraag, dan volgt meteen het antwoord.

‘Als je hem een fatsoenlijke vraag stelt, kan hij niet over de vervolgstappen nadenken’, zegt Stempher. ‘Hij doorziet niet welke vragen er zullen volgen.’

Ze vragen wat geld voor hem betekent. ‘Niks bijzonders.’ Waarom ging hij overvallen doen? ‘Alleen voor het geld.’ De Heineken-ontvoering? ‘Gewoon veel geld binnenhalen.’ Dus geld is in alles uw leidend motief?

Stempher: ‘En zo lulde hij zich vast.’

Ze spelen ook een afgeluisterd telefoongesprek af, waarop is te horen hoe Holleeder tegen een 11-jarig meisje schreeuwt: ‘Jouw vader is een grote pisbak en ik schijt op zijn kale kop. Zeg maar tegen je vader dat Willem heel pissig is!’

Terwijl op zitting de opname wordt afgespeeld – ‘zijn spuug kwam uit de hoorn’ – zien de aanklagers hoe Holleeder hierover lacht met zijn advocaat.

Stempher: ‘Dat lachen vond ik shocking.’

Tammes: ‘Zo’n guppie nog. Ik vroeg Holleeder: vindt u het normaal om zo tekeer te gaan tegen een kind? Daar komt hij dan niet goed uit.’

Toch zijn het die ‘schokkende’ momenten waardoor Tammes en Stempher weten dat het goed gaat. Want, hebben ze geconstateerd, ‘als het in zijn beleving niet loopt zoals het moet, gedraagt hij zich soms anders dan je zou verwachten’.

Stempher: ‘Dan passeert hij ons fluitend: kijk mij eens de relaxte peer zijn. Hij zal nooit zijn zwakte tonen.’

Tammes: ‘We zijn ervan overtuigd dat hij dan doodnerveus is.’

Stempher: ‘Die zenuwen zie je op andere manieren ook wel terug.’

Tammes: ‘Trillende handen.’

Stempher: ‘Of aan zijn leesbril. Die draait hij dan onrustig rond aan een van de pootjes.’

Overheerste tijdens het vorige proces tegen Holleeder – de afpersingszaak-Kolbak in 2007 – nog de joviale grapjas, nu zie je een serieuze verdachte, stellen de aanklagers. Er staat levenslang op het spel.

Dat gevoel is ook in andere opzichten merkbaar. Holleeder, de aanklagers en de rechters worden elke dag in gepantserde auto’s naar de extra beveiligde rechtbank gereden. Het is soms net een film, zegt Tammes. Zo stond ze na een lange werkdag samen met Stempher in de kelder van de Bunker te wachten op hun gepantserde dienstauto. Voor haar ogen zag ze de ‘jongens van het Bot’, het Bijzonder Ondersteuningsteam van de politie, voorbij sjezen. Bivakmutsen op, wapens bungelend aan hun dijbenen. Op weg naar hun pantserwagens om razendsnel met loeiende sirenes Willem Holleeder terug te brengen naar de extra beveiligde gevangenis (EBI) in Vught.

‘Dan sta je daar met je koffertje en denk je: wat is dit voor toneel?’

Maar haar wereld is geen theater, in haar werk draait het om echte kogels. Net als Stempher heeft ze ervaring met bedreiging. In 2009 en 2010 werden zij en haar gezin in veiligheid gebracht – ze was destijds betrokken bij de vervolging van de zogenoemde tattookillers. Criminelen hadden het op haar leven gemunt.

Tammes: ‘It comes with the job.’

Stempher: ‘Zolang het mezelf betreft kan ik er vrij goed mee omgaan. Je doet dingen automatisch. Als ik een afslag neem, kijk ik in mijn spiegel welke auto meegaat. Als ik het niet vertrouw, neem ik een andere route. Maar thuis heeft het natuurlijk ook consequenties.’

Tammes: ‘Mijn hele huis is afgetimmerd met kogelvrij glas. Ik ga niet achter een dun ruitje zitten, dat doe ik gewoon niet. Dat gevoel zal ik houden zolang ik dit werk blijf doen, met dit type verdachten.’

De zussen van Holleeder zijn bang voor wraak. Geldt dat ook voor jullie?

Stempher: ‘Helemaal aan het begin van dit proces kwam er ‘zachte’ dreigingsinformatie binnen. We werden niet meteen een veiligheidstraject in gesleurd, maar kregen wel het verzoek extra alert te zijn. Dan kijk je een tijdje anders om je heen.’

Tammes: ‘We hebben allebei schade opgelopen door bedreigingen uit het verleden.’

Stempher: ‘Je ziet opeens twee gastjes met petjes en capuchons op een scooter uit de tunnel bij de rechtbank komen. Dan zit je hart in je keel. Maar die onrust is nu wel voorbij.’

Astrid Holleeder heeft gezegd: ik ben bang voor de dag dat mijn broer uit de EBI komt en weer contact kan maken met de buitenwereld. Maken jullie je daar zorgen over?

Stempher: ‘Ik beweeg me nu vrij. Maar ik weet zeker dat de stress toeneemt op de dag dat Holleeder uit de EBI tussen allerlei gedetineerden komt.’

Dat betekent dat jullie permanent alert moeten blijven.

Tammes: ‘Dat is absoluut waar. Daar hebben we geen pasklare oplossing voor.’

Is dat het waard?

Tammes: ‘Ja. Het is belangrijk dat dit werk wordt gedaan. Mijn man is ongelofelijk standvastig. Hij zegt altijd: wij wijken niet voor geteisem. Hij staat pal achter me. Dat is wel bijzonder. Want toen ik in 2009, 2010 werd bedreigd, hebben we eerst een tijd in de Verenigde Staten gezeten en daarna eindeloos in safehouses. Hij is arbeidsrechtadvocaat. Dat heeft zijn praktijk een enorme opdonder gegeven.

‘Het trekt ook een ongelooflijke wissel op je relatie. Na jaren van bedreiging en beveiliging hebben we best wat moeten klussen om de relatie weer op peil te krijgen.’

Stempher: ‘Van de gevaren ben ik me niet continu bewust, dat wil ik niet. We moeten vol gas op criminelen die zich onaantastbaar wanen, anders gooi je bij voorbaat de handdoek in de ring. Dat weiger ik.’

De geniale getuige

Het is tien maanden na de start van het proces, eind december 2018, als Lars Stempher even ‘heel gelukkig’ wordt. Hij zit samen met Peter R. de Vries in een kleine afgesloten ruimte, om pottenkijkers te vermijden. De misdaadjournalist had de aanklagers eerder die maand gemaild: hij heeft een opgenomen telefoongesprek met Holleeder teruggevonden.

Stempher ontvangt De Vries in het justitiegebouw op het IJdok – Sabine Tammes is op dat moment in Zuid-Frankrijk op kerstvakantie. ‘We gingen samen luisteren’, zegt Stempher. Zo nu en dan vraagt hij De Vries de opname stop te zetten, om de impact ervan tot zich te laten doordringen. ‘Ik belde meteen Sabine.’

Tammes: ‘Op de tape vertelt Holleeder hoe hij naar een hotel in Londen ging, daar zakenman Jan-Dirk Paarlberg volgde tot in de wc en zei: jij moet meewerken aan de zakelijke problemen van Willem Endstra.’

Stempher: ‘Dat was nieuw voor ons.’

Tammes: ‘Ik dacht: ik ga het even lekker op mijn iPad luisteren, maar ik kreeg het bestand niet geopend. Onwijs irritant. Ik moest wachten tot na mijn vakantie. Thuis ging ik meteen achter mijn computer zitten – het was ongelofelijk mooi.’

Stempher: ‘De afpersing van Endstra blijkt eruit.’

Tammes: ‘En de samenwerking van Holleeder met Stanley Hillis en Dino S.’

Stempher: ‘Holleeder heeft die samenwerking altijd ontkend.’

Al eerder bleek Peter R. de Vries een ‘geniale’ getuige. Zo verklaarde hij in de rechtszaal in april 2018 dat Willem Holleeder geen bezwaar maakte tegen de verfilming van De Vries’ boek over de Heineken-ontvoering in 2012 – daartoe zou hij zelfs een contract hebben ondertekend. ‘Meineed!’, riep Holleeder. ‘Zo’n brief zou ik m’n hele leven niet tekenen. Alleen een gek zou zoiets tekenen!’

Daarop liep Peter R. de Vries met een papier naar de verdachtenbank en hield het Willem Holleeder met beide handen voor. Die erkende dat het zijn handschrift was. ‘Maar ik had geen bril bij me, dus ik heb het niet kunnen lezen.’

‘Wel knap dat je ook Amstelveen en de datum schrijft zonder bril’, reageerde De Vries.

‘Jij hebt mij opgelicht’, riposteerde Holleeder.

De Vries, tegen de rechtbank: ‘Dit is precies de persoon Holleeder: eerst akkoord gaan en dan dwarsliggen.’

Was De Vries uiteindelijk een belangrijker getuige dan de zussen?

Stempher: ‘De verklaringen van de zussen alleen waren nooit genoeg geweest, dat wisten we vanaf het begin. Je moet alles in samenhang zien. Net als de kroongetuigenverklaringen.’

Tammes: ‘De Vries was wel een verrassing. De verdediging had hem opgeroepen. Maar hij bleek een geniale getuige voor ons, zo puntig formulerend en zo goed gedocumenteerd.’

Stempher: ‘En hij durft de rechtstreekse confrontatie met Holleeder aan.’

Tammes: ‘Terwijl hij zelf door hem met de dood is bedreigd.’

Stempher: ‘Holleeder liep vol in zijn val.’

De geheime opnamen van de zussen Holleeder waren minder explosief dan verwacht.

Tammes: ‘Die bandjes zijn slechts ter ondersteuning van hun verklaringen. Het is geen smoking gun.’

Stempher: ‘Die illusie hadden we ook niet.’

Tammes: ‘Af en toe zitten er stukjes tussen waarvan je denkt: wauw. Maar het is niet drie uur lang: Ik heb A, B, C en D laten vermoorden.’

Stempher: ‘Astrid heeft vanaf minuut één gezegd: ik heb de sympathie niet aan m’n kont hangen. Mijn broer wel, die pakt iedereen in. Ze voelde zich gedwongen om de gesprekken, het geschreeuw en gedreig op te nemen. Die opnamen tonen ook een ander patroon: steeds als het gesprek spannend wordt, begint Willem Holleeder te fluisteren.’

Astrid stelde haar verklaringen soms bij en kwam met nieuwe tapes, terwijl ze eerder zei alles te hebben ingeleverd. Hadden jullie wel de regie over deze getuige?

Stempher: ‘Dat is volstrekt illusoir.’

Tammes: ‘Zij heeft haar eigen regie. Je kunt op je kop gaan staan, maar dat gaat echt niet veranderen. Het enige wat je moet doen, is de relatie met haar werkbaar houden en zorgen dat zij zich op haar gemak en veilig voelt. Als je de despoot gaat spelen, kun je het wel vergeten.’

Mondelinge verklaringen vormen het belangrijkste bewijs tegen Willem Holleeder. In dit proces zijn dan ook buitengewoon veel getuigen gehoord: ruim 230. Dat ging niet altijd even makkelijk, mede ‘doordat de angst voor Willem Holleeder groot is’. Zo wilde zijn broer Gerard niet op zitting getuigen – ‘we hebben het wel geprobeerd’ – en kostte het veel moeite Mink K. te horen.

Deze wapen- en drugshandelaar verblijft in Libanon, waar hij zijn laatste celstraf heeft uitgezeten. Hem horen in Nederland bleek lastig omdat de fiscale opsporingsdienst (Fiod) hem zoekt en de Libanezen niet meewerken aan talloze rechtshulpverzoeken. In juni 2018 verricht de rechter-commissaris – nadat ze allerlei diplomatieke wegen heeft bewandeld – een ‘huzarenstukje’: ze regelt een treffen met de getuige in Athene, waar de Griekse autoriteiten en de Nederlandse ambassade ‘ongelofelijk goed meewerken’. Mink K. wordt daar gedurende twee dagen gehoord op de Nederlandse ambassade.

Tammes: ‘Een waanzinnige getuige.’

Stempher: ‘Met een ongelofelijk goed geheugen.’

Tammes: ‘Hij was er niet op uit om de verdachte onderuit te halen...’

Stempher: ‘... maar hij bevestigde van een aantal zaken hoe wij denken dat het zit. Zoals het driemanschap Holleeder-Hillis-Dino S.’

Mink K. is net als Peter R. de Vries opgeroepen door de verdediging. Maar hun verklaringen zijn – grotendeels – in jullie voordeel.

Tammes: ‘Van verhoren met De Vries zullen de advocaten wel spijt hebben.’

Stempher: ‘Je zag de haat in Holleeders ogen.’

Raadslieden Sander Janssen en Robert Malewicz, stellen de officieren, hebben het OM op sommige momenten zelfs geholpen. Er was geen enkele terughoudendheid als het ging om het oproepen van getuigen. ‘Janssen heeft ook gezegd dat zijn doel waarheidsvinding is’, zegt Tammes. ‘Tijdens de getuigenverhoren bij de rechter-commissaris merkte je dat bijvoorbeeld. De advocaten vroegen daar alles, rijp en groen, door elkaar. Ze wilden echt een beeld krijgen van hoe het is gegaan, wie welke rol had.’ En dat, stelt Tammes, ‘pakte niet altijd gunstig uit voor hun cliënt’.

Een advocaat hoort de belangen van zijn cliënt te verdedigen. Waarheidsvinding is jullie taak.

Tammes: ‘Bij Janssen merkte je dat hij oprecht wilde weten wat er in die jaren was gebeurd.’

Stempher: ‘En natuurlijk probeerden ze wel overal een gunstige draai voor hun cliënt aan te geven.’

Tammes: ‘Maar wij vonden het bijzonder.’

Het contact met de advocaten van Holleeder is goed, zeggen de aanklagers. Opmerkelijk goed zelfs. Na de verhoren in Athene aten ze samen. ‘Je hebt weleens dat advocaten je in een hoek proberen te drukken’, zegt Tammes. ‘Maar hier niets van dat alles. Dat was zo’n opluchting.’

Stempher: ‘Ze waren altijd respectvol.’

Tammes: ‘En ze hebben humor. Niet onbelangrijk. We hebben een keer vervoer naar de Bunker voor ze geregeld. Dan krijg je van Janssen een mailtje terug: ‘Whoehoe’, met een smiley erachter. En dan schrijft Malewicz even later: ‘Dit soort uitlatingen laat ik voor mijn confrère, gelet op mijn Groningse achtergrond lukt mij dat niet.’

Walging

Het is donderdag 7 maart 2019, de 55ste zittingsdag, als Sander Janssen voor de officieren staat. In zijn hand heeft hij zijn 350 duizend woorden tellende pleidooi.

In de voorafgaande weken hebben Tammes en Stempher, verspreid over vier dagen, uiteengezet waarom Willem Holleeder nooit meer mag vrijkomen. Nu is de beurt aan de verdediging: de advocaten zullen betogen waarom de officieren het mis hebben. Ze stellen dat hun cliënt onschuldig is, slachtoffer van negatieve beeldvorming. Holleeder zou helemaal geen moordcommando hebben aangestuurd met zware criminelen als Dino S. en Stanley Hillis.

Maar voordat Janssen begint met zijn verhaal, dat vijf dagen zal duren, deelt hij zijn pleitnota uit aan alle procespartijen en knikt hij de officieren vriendelijk toe. Ze waarderen de geste.

Toch bekruipt ze niet veel later een gevoel van ‘walging’.

Volgens advocaat Sander Janssen lijdt getuige Astrid Holleeder aan ptss. Hierdoor is ze in haar eigen werkelijkheid gaan geloven en heeft ze leugens verspreid over haar broer.

Tammes: ‘Die invalshoek hadden we niet verwacht. Ik was echt pissig. Ik ben die dag thuisgekomen en heb een heel nijdig stukje getikt. Dat werd het begin van onze repliek.’

Stempher: ‘Janssen heeft de capaciteiten niet om die diagnose te stellen, hij mág zo’n diagnose niet eens stellen. Maar hij doet het wel en zet haar weg als patiënt die haar broer bewust levenslang in douwt.’

Tammes: ‘Ik vond het pijnlijk dat Janssen hiertoe zijn toevlucht nam. Als je iemand echt wilt diagnosticeren, dan moet je hem laten onderzoeken. En dat verzoek heeft hij tijdens het proces niet gedaan.’

Stempher: ‘Het is geneuzel, niets meer, niets minder. Maar de kracht van Janssen is dat hij heel overtuigend kan vertellen.’

Wat vond Astrid Holleeder van die aanval van Janssen?

Tammes: ‘Het deed ons meer dan haar. Ze wist dat haar broer een strontkar over haar heen zou kieperen.’

Hoe is de verhouding met de verdediging nu?

Stempher: ‘Zulke schermutselingen horen erbij. Dat maakt de waardering voor Holleeders advocaten niet minder.’

Hebben jullie ooit gedacht: de verdediging heeft wel een punt?

Stempher: ‘Nee.’

Tammes: ‘Nee.’

Stempher: ‘Als je het verhaal van de verdediging volgt, moet je ervan uitgaan dat kroongetuige Peter la S. liegt. Dat kroongetuige Fred R. liegt. Dat Astrid liegt. Dat Sonja liegt. Dat Sandra den Hartog liegt. Dat Peter R. de Vries liegt. Dat Van der Bijl liegt. Dat Ariën Kaale liegt. Die stelling gaat er bij ons niet in.’

De officieren zijn er na hun requisitoir dan ook van overtuigd dat de rechtbank meegaat in hun redenering en Holleeder tot levenslang zal veroordelen. In elk geval voor de liquidaties van Houtman en Van der Bijl, zegt Stempher. ‘En ik vind dat we ook genoeg bewijs hebben aangereikt voor de dood van Mieremet, Endstra, Cor van Hout en Robert ter Haak.’

Eindelijk klaar

Om die reden hadden ze verwacht dat ze op 2 april 2019 opgetogen zouden zijn. Euforisch zelfs. Of op z’n minst opgelucht. Maar niets van dit alles. Op de – bijna – laatste dag van het monsterproces pakken aanklagers Tammes en Stempher stilletjes hun tas in. Zojuist heeft Willem Holleeder zijn laatste woord uitgesproken. De verdachte oogt uitgeblust, constateren ze. ‘Mat.’ Hij moet moe zijn. Net als zij.

De aanklagers zeggen de rechters gedag, danken hen voor de efficiënte manier waarop ze de zaak hebben geleid. Ze trekken hun toga’s uit. De rechtbank is na 62 zittingsdagen zo goed als leeg.

Ze lopen zwijgend naar beneden. In de kelder van de Bunker staat hun gepantserde dienstauto al te wachten. De chauffeur weet waar hij ze een paar kilometer verderop moet afzetten: Stempher bij zijn geparkeerde auto, Tammes bij haar fiets.

Stempher rijdt terug naar zijn woonplaats in het oosten van het land om voor het eerst in tijden weer eens thee te drinken met zijn gezin. Tammes fietst naar een bioscoop. Ze koopt een zakje M&M’s en gaat zitten in de donkere zaal van de film Destroyer.

Tammes: ‘Een week eerder ben ik ook om één uur ’s middags alleen naar de bioscoop gegaan. Toen zat ik tussen de bejaarden en dacht ik wel even: ai, mijn voorland. Maar het is heerlijk om alleen naar de film te gaan.’ Luide lach: ‘Ik hou van lekker gewelddadig: veel schieten. En lekkere kerels.’

Voor iets anders is op dat moment geen ruimte. Hun hoofden zitten nog te vol. De maanden ervoor hebben de aanklagers alleen maar gewerkt. ‘Zeven dagen per week’, zegt Stempher. ‘We hebben op de toppen van ons kunnen gefunctioneerd.’

Soms schrok Tammes ’s nachts wakker: ‘Hoe gaan we dit in godsnaam allemaal opschrijven in het requisitoir?’

Stempher: ‘Het is niet zo dat Holleeder op vrijdagmiddag om zes uur uitgaat en op maandagochtend weer aan.’

Tammes: ‘Ik stond ermee op en ging ermee naar bed. Het beheerste echt mijn leven.’

Stempher: ‘Je hebt officieren die zeggen: ik bespreek nooit iets met mijn partner. Daar hoor ik niet bij. Het werkt juist ontnuchterend. Maar als we het erover hadden en mijn kinderen hoorden het, zeiden ze (met een geërgerd piepstemmetje): Holleeder Holleeder Holleeder Holleeder.’

Na het requisitoir gaan ze weer ‘leven’ en verdwijnt Willem Holleeder geleidelijk naar de achtergrond. Al geven ze toe: ‘Je komt er heel moeilijk van los.’

Stempher: ‘Ik ben eindelijk weer eens naar een voetbalwedstijd geweest, en naar de kroeg.’

Tammes: ‘Ik ging weer met vrienden eten. Naar de opera. Lekker op de motor rijden.’

Stempher: ‘Ik voelde het aan mijn lichaam: de spanning moest eruit.’

Tammes: ‘We zijn allebei naar de huisarts gegaan.’

Stempher: ‘We hebben het er samen over gehad.’

Tammes: ‘Een hoge bloeddruk kan een sluipmoordenaar zijn.’

Stempher: ‘Maar volgens de huisarts ben ik een jonge god.’

Tammes: ‘En ik een jonge godin.’

Het intensieve dagelijkse contact is voorbij. Terugkijkend op de samenwerking hebben de officieren eigenlijk weinig gemeen. ‘Al vertelde Lars laatst wel dat hij ’s avonds, voordat hij naar bed gaat, ook de kussentjes op de bank opklopt’, zegt Tammes. Net als zij. ‘Toen dacht ik: oeh.’

Stempher: ‘Licht neurotisch.’

Tammes: ‘Voor de rest zijn onze levens zijn totaal verschillend.’

Stempher: ‘Totaal.’

Tammes: ‘We hebben wel dezelfde humor. Een beetje grof.’

Stempher: ‘Maar ik moet er niet aan denken, de opera.’

Tammes: ‘Ik heb niks met voetbal.’

Stempher: ‘Destroyer zou nog wel lukken.’

Tammes: ‘We zitten elk in een andere levensfase. Ik heb volwassen kinderen, ik kan gaan en staan waar ik wil.’

Stempher: ‘We zijn wel complementair. Als er privé iets is, schroom ik niet dat met Sabine te delen. Ik durf me kwetsbaar tegenover haar op te stellen. Dat is de ideale basis voor een goede samenwerking. Dat moet ook, als je ruim vier jaar zo intensief met elkaar optrekt.’

Het vonnis

Afgelopen woensdag, de dag voor de uitspraak, belden ze nog met elkaar. ‘Hoe zit jij erin?’ vroeg Stempher. Want hoewel ze een veroordeling verwachtten, blijven officieren op de dag des oordeels nerveus. Tammes: ‘Je kunt geen koffiedik kijken. Het blijft een verrassing wat er gaat komen.’

Maar zodra de rechtbankvoorzitter op donderdag 4 juli het vonnis voorleest en zegt: ‘Kleine aanwijzingen kunnen zwaar wegen’, weten ze: het gaat de goede kant op.

Tijdens ons eerste gesprek, anderhalf jaar geleden, zeiden jullie: de Dom Pérignon ligt al koud.

Stempher: ‘O ja, we zullen vast wel zoiets hebben gezegd. Maar de realiteit is altijd weerbarstig.’ Lachend: ‘Nu zitten we hier weer met jullie.’

Tammes: ‘Dat gevoel van uitzinnige blijdschap is er niet. Ik heb eerder het gevoel: we hebben ons werk goed gedaan.’

Stempher: ‘Wel opluchting. Dat gaan we zo meteen delen met het hele politieteam.’

Tammes: ‘Je moet dit zien als een Gesamtkunstwerk. De politie, onze secretarissen en onze stagiair hebben hier net zo veel werk en energie in gestoken als wij.’

Willem Holleeders veroordeling is nog niet definitief – hij gaat in hoger beroep. Lars Stempher gaat dat na de zomer doen. Hij zit goed in de materie, kent alle getuigenverhoren, het heeft hem ‘jaren gekost om op een bepaalde vlieghoogte te komen, en een alternatief is er eigenlijk niet’.

Maar Sabine Tammes stond vorige week alweer bij de politierechter voor een witgewassen Aston Martin. Met Holleeder is ze vierenhalf jaar bezig, daarvoor besteedde ze al vijf jaar aan ‘die gasten uit zijn netwerk. Eerlijk gezegd ben ik er wel klaar mee.’

Voor haar zijn de Holleeder-jaren definitief voorbij. Het was indringend om Holleeder te vervolgen, zegt Tammes.

Stempher: ‘Het eerste woord dat bij me opkomt is: eervol, al is het natuurlijk geen eer om iemand levenslang in de cel te krijgen.’

Tammes: ‘Voor het grote publiek is deze strafzaak verworden tot een gevecht tussen broer en zus.’

Stempher: ‘Maar er zijn levens verwoest. Ik vind het eervol dat we de veroorzaker van al die ellende voor het hekje hebben kunnen brengen.’

Tammes: ‘Ik ben ongelofelijk blij met dit vonnis voor de nabestaanden. Hopelijk kunnen zij nu verder met hun leven.’

Meer over de zaak Holleeder

Willem Holleeder moet levenslang de gevangenis in. Hij werd donderdag door de rechtbank van Amsterdam voor alle aanklachten veroordeeld. De rechtbank oordeelde keihard. Het vonnis ontleed in vijf liquidaties. 

Het proces-Holleeder trok veel aandacht van juristen, publiek en de media, en dat komt niet alleen door de bekendheid van Holleeder zelf. Wat maakt het proces zo uitzonderlijk?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden