Column

Zij hebben iets wat wij niet hebben: identiteit

Tony Blair belegde vaak seminars waarvoor hij sociaal-democraten uit allerlei landen uitnodigde, onder de titel Progressive Governance. Het waren de tijden dat er over De Derde Weg werd gepraat en we Wim Kok terugzagen tussen Bill Clinton, Gerhard Schröder en Thabo Mbeki. Die Progressive Governanceclub was eigenlijk helemaal niet de officiële internationale verzamelplaats van sociaaldemocraten. In Europa hadden we de Partij van de Europese Socialisten (PES), als zodanig ook in het Europees Parlement vertegenwoordigd en op wereldschaal hadden we de Internationale.

Blair vond dat allemaal niet progressief genoeg. En gelijk had hij. Uit de PES en De Internationale kwam nul vernieuwing voort. Dat was bij Progressive Governance anders. Daar wemelde het bijvoorbeeld van de gerenommeerde wetenschappers. Anthony Giddens liep er rond van de London School of Economics. Robert Putnam was er, de wereldberoemde auteur van Bowling Alone. John Kay kon er zijn leidende ideeën over economische politiek kwijt. Het was kortom alles wat de PES en De Internationale niet waren: vernieuwend, provocerend, eclectisch en spannend. En laten we niet vergeten, voor heel veel sociaal-democraten in die tijd was het ook: succesvol.

Populisme

René Cuperus, mede-columnist in de Volkskrant, was een van de eerste Nederlanders die betrokken werden bij Progressive Governance. Hij sprak over en waarschuwde voor de opkomst van het populisme. Hoe we dat niet weg moesten zetten als een rechts verschijnsel, maar dat er grondtonen in te onderkennen waren die ons met de neus drukten op ons eigen linkse falen: onvoldoende oog voor grotestadsproblemen, onvoldoende oog voor de democratische tekortkomingen van de gesloten kaste van de bestuurlijke elite, onvoldoende oog voor het feit dat niet alle burgers alleen maar kansen zien in wereldwijde migratie of in globalisering van de economie.

Een paar jaar later kwam ik, en later ook Lilianne Ploumen als partijvoorzitter, René versterken. We waren graag geziene gasten, altijd goed om de zaal te provoceren, maar ons verhaal landde niet altijd. Dat had denk ik met drie aspecten te maken.

Ten eerste was Nederland ontegenzeggelijk voorhoede in hoe wij met populisme te maken hadden gekregen - met de bijbehorende anti-Europese, anti-elite- en antiislamsentimenten. Populisme was in veel andere landen nog nauwelijks zichtbaar; dat kwam mede doordat het voor nieuwe bewegingen in bijvoorbeeld het Duitse of Engelse kiesstelsel veel moeilijker is om een plek in het parlement te verwerven dan in het Nederlandse.

Dan was er de ontkenning. Traditionele sociaal-democraten, de Fransen voorop, weigerden bijvoorbeeld de rellen in hun eigen banlieues - nota bene - (mede) te analyseren in termen van etniciteit, religie of moraal. Als er al populisme was, dan was het rechts en dus niet veel analyse waard.

Vloeken in de kerk

Maar er was nog een reden waarom onze verhalen niet altijd welkom waren. Eigenlijk vroegen we met onze aandacht voor het populisme ook aandacht voor de vraag of de sociaal-democratie niet te ver van haar wortels was afgedwaald en of dat ook niet een reden voor de opkomst van het populisme was. In een verhaal dat ik in 2007 onder de titel Back to the future in Londen hield, bepleitte ik bijvoorbeeld dat sociaal-democraten weer meer aandacht aan het bestrijden van (inkomens-)ongelijkheid moesten geven. Het was bijna vloeken in de kerk; onder Blair bestreed je ongelijkheid door de economie te laten groeien, veel moeilijker dan dat moesten we het niet maken.

Ondertussen hebben steeds meer landen met populisme te maken gekregen, inclusief bijbehorende anti-Europese en anti-migratie- of anti-islamsentimenten. De kranten staan dezer dagen vol van de enorme (potentiële) politieke aardverschuivingen in Griekenland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en wie weet zelfs Duitsland. De interessante vraag is natuurlijk of Nederland niet alleen een van de eersten was die er mee te maken kreeg maar ook of we daardoor meer en eerder dan anderen hebben geleerd hoe ermee om te gaan.

Dat lijkt me helaas veel minder zeker. Weten we nu eigenlijk hoe met populisten om te gaan? Moeten we ze isoleren (België met Vlaams Blok) of medeverantwoordelijk maken (Wilders onder Rutte-1)? Moeten we ze als rechts en racistisch weg zetten (Merkel en Hollande) of aandacht vragen voor het eigen falen als oorzaak van opkomend populisme (Cuperus)? Moeten we standpunten aanpassen of daar ver van weg blijven?

Ik denk dat met name Duitsland en misschien ook Frankrijk het toneel wordt waar deze vragen de komende jaren beantwoord gaan worden. En zij hebben iets wat wij niet hebben: identiteit. Daarover een volgende keer meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden