Column

'Zij die voor langere werkweek pleiten, zijn niet klaar voor 21ste eeuw'

Nu de economie aantrekt, raken captains of industry en politici bevangen door het idee van meer groei en dus meer werken, schrijft Rens van Tilburg. 'We missen zo een historische kans. Weinigen hebben op hun sterfbed spijt van het geringe werk dat is verzet.'

Beeld thinkstock

Onlangs gaf OESO-topman Yves Leterme een voorproefje van het binnenkort te verschijnen rapport van zijn organisatie over Nederland.

Er blijkt veel om trots op te zijn: geen land exporteert meer, onze kinderen lezen en rekenen als de besten van de wereld en hun ouders behoren tot de rijksten en gelukkigsten van de planeet.

Maar Leterme had ook huiswerk. Als het gaat om het 'gemiddeld aantal gewerkte uren' zijn wij met nog geen 1.400 uur per jaar wereldwijd de hekkensluiter. We blijven daarmee ver achter bij de VS (1.800), om van de ijverige Grieken (2.000!), Koreanen (2.100) en Mexicanen (2.200) nog maar te zwijgen. Vrije tijd is voor Leterme 'een rem op de groei'. Zijn advies: zoek uit waar het door komt en doe er wat aan.

Minder werken
Dat Nederlanders vrijwillig minder werken, net als de Duitsers, Noren en Fransen die ons net voorblijven, wil er bij Leterme niet in. Toch is de regel dat hoe hoger de productiviteit per uur in een land, hoe lager het aantal gewerkte uren.

Dit is geheel in lijn met de voorspelling die de Britse econoom Keynes in 1930 deed. In zijn essay Economische mogelijkheden voor onze kleinkinderen voorspelde hij dat de westerse mens de eerstvolgende honderd jaar zo rijk zou worden dat de 60-urige werkweek, gangbaar in 1930, zou worden ingeruild voor één van 15 uur.

De voorspelde overvloedige rijkdom is er inderdaad gekomen. De arbeidsduurverkorting ook, zij het in mindere mate. Zelfs bij ons duurt de gemiddelde werkweek nog altijd 27 uur.

Waarom moeten we dan toch een voorbeeld nemen aan de ploeteraars in Mexico, Korea en Griekenland?

Slimmere Aziaten
Volgens Leterme en de zijnen dreigen zij ons anders te overvleugelen. De smartphone van Samsung heeft Leterme geleerd dat Aziaten veel slimmer zijn dan hij altijd dacht. Niks: wij het dure denkwerk en zij onze helpende handjes. Nee, ze gaan gewoon hetzelfde doen als wij, misschien wel beter.

Dat klopt, en gelukkig maar. In de eerste plaats voor de mensen daar, die niet tot het eind der tijden hoeven te sloven in slecht betaalde fabrieksbaantjes. Maar ook voor ons. Niet alleen krijgen wij zo betere producten van hen, wij kunnen vanwege hun toegenomen koopkracht onze producten ook beter aan hen slijten.

Van economische ontwikkeling wordt iedereen beter. Net zo heeft eerder het Duitse Wirtschaftswunder ons ook geen windeieren opgeleverd. De vrees dat wij de opkomende landen niets te bieden zullen hebben, is economische paranoia.

Geen raad met vrije tijd
Een tweede, veel minder uitgesproken, argument voor de 'cult van de lange werkweek' is de vrees dat de mens zich geen raad zal weten met deze vrijheid, die bijgevolg in lethargie en drankmisbruik zal ontaarden. Dit is de 'angst voor ledigheid' zoals vader en zoon Skidelsky het noemen in hun boek Hoeveel is genoeg?.

Zij wijzen er echter op dat vrije tijd niet gelijkstaat aan passieve consumptie. Het onder de knie krijgen van een sport, muziekinstrument of andere hobby's vergt discipline en inspanning. Het onderscheidende kenmerk is dat deze activiteiten worden ondernomen als doel op zich, 'vrij' van het geldoogmerk.

Keynes zag de moeilijkheid om de mens een beetje verstandig met zijn nieuwe vrijheid om te laten gaan. Hij begon daartoe een kunstvereniging.

Leterme wil een 'groeiagenda'. Nu de economie aantrekt, raken captains of industry en politici bevangen door een 'en nu vooruit'-gevoel.

Meer groei
Een enkeling brandt daarbij kaarsjes voor de sociale en ecologische kant van de economie, maar het gaat toch vooral om 'meer' groei. De burger moet daartoe oude zekerheden loslaten, durven veranderen en ja, langer werken. Dat eist de 21ste eeuw.

We missen zo een historische kans. Weinigen hebben op hun sterfbed spijt van het geringe werk dat is verzet. Wel is er teleurstelling over het contact met geliefden dat verloren is gegaan, een huwelijk dat op de klippen is gelopen, verwaarloosde vriendschappen, kindertijden die zijn vervlogen. Teleurstelling over talenten die niet zijn ontplooid, landen die niet zijn bezocht.

Laat daarom de beleidsmakers die gaan studeren op ons geringe aantal werkuren beginnen met Keynes' essay uit 1930. Laat het hun wereld op z'n kop zetten en hen doen inzien dat zij het zelf zijn die niet durven veranderen en blijkbaar nog niet klaar zijn voor de 21ste eeuw.

Rens van Tilburg is econoom.

Beeld thinkstock
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden