Zij die bekeren, worden geëxecuteerd

De islam beroept zich erop een tolerante godsdienst te zijn. Maar in Iran worden aanhangers van het bahai-geloof fanatiek vervolgd....

Van onze buitenlandredacteur

Fred de Vries

AMSTERDAM

Van de frisse wind onder de 'gematigde' president Khatami hebben de Iraanse bahai niets gemerkt. Integendeel. Dieptepunt van het jaar was de executie van Ruhollah Rowhani in de stad Mashhad. De aanklacht tegen deze 52-jarige verkoper van medische waar luidde dat hij een moslimvrouw had bekeerd tot het bahai-geloof.

Die executie, schrijft de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in haar jaarrapport, is illustratief voor de verslechterde situatie van deze toch al zwaar vervolgde religieuze minderheid. Tientallen bahai zijn het afgelopen jaar opgepakt en tegen zeven van hen is het doodvonnis uitgesproken. Reden: hun geloof.

Bahai mogen sinds begin jaren tachtig al geen onderwijs meer volgen aan Iraanse universiteiten en hogescholen. Hun eigen Bahai Open Universiteit werd begin oktober binnengevallen. Ruim dertig onderwijzers werden gearresteerd. Boeken, meubilair en computers werden vernield.

'Onder de sjah was het beter. Toen trok de regering zich meer aan van buitenlandse kritiek', zegt M. Mazgani, een in Nederland verblijvende Iraanse bahai. 'Kort na de revolutie van Khomeini is de afrekening met de bahai begonnen. We werden gearresteerd en geëxecuteerd. Onze eigendommen werden geconfisqueerd, kerkhoven en heilige plaatsen werden vernield, mensen werden uit hun ambt gezet. Mijn vader, die veertig jaar lang in overheidsdienst had gezeten, kreeg plotseling geen uitkering meer.'

Het Iraanse regime ontkent dat het de bahai vervolgt. De executie in juli van verkoper Rowhani werd eerst afgedaan als 'een verzinsel'. Later werd gezegd dat hij de doodstraf had gekregen vanwege misdaden tegen de nationale veiligheid.

De Iraanse machthebbers beschuldigen de bahai ervan dat zij het verdreven regime van de sjah steunden. Ze noemen de godsdienst een politieke organisatie die gekant is tegen de Iraanse regering. Verschillende bahai zouden lid geweest zijn van Savak, de geheime dienst onder de sjah. Ook zouden bahai 'agenten van het zionisme' zijn, en betrokken zijn bij prostitutie, overspel en immorele daden.

Het hoofdzakelijk shi'itische Iran telt naar schatting 300 duizend bahai, waarmee zij de grootste religieuze minderheid vormen. Het op het flegmatieke af pacifistische geloof, dat wereldwijd ruim vijf miljoen aanhangers heeft, werd midden vorige eeuw in het toenmalige Perzië gesticht door Baha'ullah (1817-1892).

De bahai geloven dat Baha'ullah de laatste was in een serie goddelijke openbaringen, waartoe ook Jezus, Mohammed en Boeddha behoren. De verhouding van bahai tot de islam is vergelijkbaar met die van het christendom tot het judaïsme. Wat de fundamentalistische moslims vooral krenkt, is dat de bahai Mohammed niet als laatste profeet erkennen en de islam zoals die in Iran wordt beleden als verouderd bestempelen.

Bahaïsme wordt in Iran niet als officiële godsdienst erkend en de aanhangers hebben geen rechten. Zelfs hun huwelijken zijn onwettig. Bahai-vrouwen die weigeren een hoofddoek te dragen, worden gebrandmerkt als hoer.

Basis van het bahai-geloof is de eenheid van godsdienst en de eenheid van de mensheid. Alle grote religies zijn een continuüm, gebaseerd op dezelfde waarheid en één God, vinden de bahai, en alle mensen zijn gelijk, ongeacht ras, geslacht, klasse of religie. Ooit komt er een wereldregering, denken zij. Tot die tijd gehoorzamen ze de nationale regering, de sjah net zo goed als de ayatollahs.

'Bahaïsme kent geen beroepsgeestelijken', vertelt Mazgani. 'Baha'ullah heeft in zijn geschriften gewezen op het gevaar van de rol van de geestelijken. Zij hebben mensen ervan weerhouden vooruit te komen. Wij geloven in de moderne wetenschap. Dat valt niet goed bij de mullahs.'

Dat er in Iran officieel een anti-bahai-beleid wordt gevoerd, blijkt uit een door geestelijk leider ayatollah Khamenei ondertekend document van 25 februari 1991, dat door de VN-mensenrechtencommissie werd onderschept. Hierin zet het Iraanse regime de richtlijnen uiteen die 'de vooruitgang en ontwikkeling van de bahai moeten verhinderen'.

Sinds de val van de sjah zijn er in Iran zo'n tweehonderd bahai in het geheim geëxecuteerd, voornamelijk gemeenschapsleiders. Naar schatting tienduizend bahai-ambtenaren en universitaire docenten zijn ontslagen. Alle gekozen bahai-raden zijn ontbonden.

Naast religie is er ook een economische reden voor de repressie. De bahai hechten grote waarde aan onderwijs. Daardoor behoren zij tot de beter opgeleide Iraniërs en boerden zij uitstekend onder de sjah tijdens de door hem gepropageerde modernisering.

Na de val van de sjah in 1979 kwam er een nieuwe klasse op, de bazaari, de laag opgeleiden die Khomeini's revolutie steunden en ervan profiteerden. Hun bestaan was nauw verbonden met de bazar, de kleinhandel, en zijn islamitische cultuur. De Amerikaanse auteur Robert D. Kaplan noemt hen in zijn artikel A Bazaari's World 'een nieuwe islamitische petite-bourgeoisie'. In Iran hebben de bazaari nauwe banden met de geestelijken. Vaak behoren ze tot dezelfde families. Tezamen hebben ze in de twintig jaar sinds Khomeini een machtig politiek en economisch imperium gecreëerd.

Sinds de verkiezing in mei van de gematigde Khatami vreest deze klasse voor haar macht en verworvenheden. De afgelopen maanden zijn dissidente schrijvers en politici vermoord en is de onderdrukking van de religieuze minderheden (ook christenen en soennitische-moslims) toegenomen. Religie is een prima excuus. 'Haat en liefde kunnen mensen verbinden', zegt Mazgani. 'Dit regime moet het van haat hebben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden