Onze gids deze week

'Zigeunermuziek voelt als spelen in een warm bad'

Armando (85), violist, schrijver, dichter, televisiemaker en heel erg schilder, zou niet zozeer van inspiratiebronnen willen spreken, maar heeft in de loop der jaren veel gezien waar hij behoorlijk van onder de indruk was.

Armando.Beeld Els Zweerink

De schilder, de dichter en de violist Armando (85) houdt niet van oud worden. 'Berlijn, waar ik lang heb gewoond, vond ik interessanter vóór 1989, voor De Muur viel.' De gedeelde stad inspireerde hem meer dan het Berlijn van na de hereniging. 'Dat heeft een banale reden: ik was gezonder, jonger, ik kon alles.' Vandaag, in zijn tweede huis in Amstelveen, een hoge flat grenzend aan eindeloze weilanden, is hij beperkt in zijn fysiek. Je kunt aan alles merken dat hij dat maar niets vindt.

Maar hij weet alles nog.

'Andere kunstenaars, andere schrijvers, zijn weleens bang dat het opeens stopt: die ideeën. Ik heb daar geen last van. Niet meer. Er is altijd een idee dat eruit moet, altijd een schilderij dat geschilderd wil worden.'

Dat geldt ook voor zijn gedichten:

Terwijl het licht zich probeert te

ontvouwen, is de stad opstandig,

de verschrikking heeft zichzelf overleefd,

het einde nadert de onderdanen,

nadert de onontkoombaarheid.

'Tegen jonge kunstenaars die bang zijn dat hun ideeën opdrogen, zeg ik wel eens: 'Heb vertrouwen'. Het bijvoeglijke naamwoord dat je zoekt bij een gezicht, die zin in dat gedicht: het komt altijd. Het komt over een paar uur of een paar dagen. Maar het zal komen. Als je er maar aan blijft denken.'

In Armando's hoofd wordt zo veel nagedacht dat hij moet oppassen 'dat ik het idee niet al 's nachts in mijn droom schilder. Want dan is het schilderij weg, het avontuur voorbij, voor ik eraan begin.' Dat avontuur is cruciaal tijdens het schilderen. 'Ik schilder om te weten hoe het afloopt.'

CV

Armando (Amsterdam, 1929) verhuisde op zijn 6de naar Amersfoort, waar hij opgroeide nabij Kamp Amersfoort, dat in veel van zijn werk terugkomt. Na de oorlog speelde hij viool in jazz- en zigeunerorkesten en begon hij met tekenen. In 1954 debuteerde hij als schilder en als dichter. Eind jaren vijftig richtte hij mede de Nederlandse Informele Groep op, een groep schilders die bekend werd als de Nul-beweging.

Waar Armando's schilder- en dichtwerk altijd zeer serieus is, liet de tv-serie Herenleed vanaf 1971 een andere kant zien. Met Cherry Duyns en Johnny van Doorn maakte hij 25 jaar lang absurdistische tv.

In 1979 vertrok Armando naar West-Berlijn. Zijn onheilspellende schilderijen met als thema 'schuldig landschap' kregen steeds meer bekendheid. Het werk was te zien op de Biënnale van Venetië in 1984.

In 2011 kreeg hij voor zijn gedichten de VSB Poëzieprijs.

Beeld Els Zweerink

1. Schilderkunst: Jan Schoonhoven

Hoewel lopen en lang staan lastiger is geworden, heeft hij de laatste maanden hard gewerkt aan een beeld. Der Bogen wordt vandaag op het Stadsplein van Amstelveen onthuld. Een groot brons, tien meter lang, vijf meter hoog. En volgende week opent in het Stedelijk Museum de tentoonstelling Zero, over de conceptuele Nul-beweging, waarvan Armando een van de oprichters was eind jaren vijftig.

'Maar Nul had ik al na een jaar gezien. Ik voelde me een geraamte. Het werk is zo conceptueel, dat ik dacht dat het net zo goed door iemand anders gemaakt kan worden. Het is kunst van het hoofd. Ik moet ook mijn handen gebruiken.'

Nul ligt ver achter hem. Maar terugkijkend kan hij de hang naar het basale en simpele dat zo typerend was voor de Nul-beweging, nog altijd waarderen. Werk van Jan Schoonhoven (1914-1994) bijvoorbeeld, ijle, witte en doordachte stukken: 'Simpel werk maken is niet makkelijk. Das Einfache das schwer zu machen ist, zeggen de Duitsers. Dat klopt.'

2. Schilderkunst: CoBrA

Als je Armando (ooit zijn kunstenaarsnaam, inmiddels zijn enige naam) vraagt naar de inspiratiebronnen in zijn lange kunstenaarscarrière, fronst hij zijn wenkbrauwen: 'Heb ik die dan, inspiratiebronnen?' Hij schildert, zegt hij, uit zijn herinnering. Zonder voorbeeld, behalve dan zijn ontelbare schetsboeken. Waarin tussen de tekeningen ook gedichten staan, in ferm schuinschrift, met doorhalingen.


'Drie keer per dag kijk ik naar die stomme schetsen.' Het zijn beelden die meestal gaan over de oorlog. Niet dat hij zo dol op die oorlog is. Maar het zit constant in zijn hoofd. 'In de oorlog balt alles samen, alles wordt scherp. Het is jij of ik, leven of dood, er zijn geen nuances.'


Eigenlijk 'haat ik mijn eigen thematiek', zegt hij, maar het is wat het is. 'Het leven is geen lolletje.' De mens is een raadselachtig wezen. 'En dat zie je het best in oorlogstijd.' Hij herinnert zich dat hij na de bevrijding krantenfoto's zag hangen bij de sigarenboer. Stapels lijken in een concentratiekamp. Er stond een kopje bij: 'Onmenselijk'. 'Toen dacht ik, nee, dat is fout. Het is menselijk. Dat moorden, dat is mensenwerk.'


Toen de Duitsers zich overgaven in 1945 was Armando 15, geboren in Amsterdam en opgegroeid nabij Kamp Amersfoort. Hij speelde viool in de jazzorkesten die door de geallieerde bevrijders populair waren geworden in Europa. 'Elke avond volle danszalen. Mensen hadden iets te vieren, dachten ze. Gek eigenlijk, er waren miljoenen doden gevallen. Nou ja, het is wel begrijpelijk.'


Hij wilde schilderen en liep de zolen van zijn schoenen stuk op zoek naar kunst. Eind jaren veertig zag hij in kunstenaarsdorp Bergen werk dat hem sterk aangreep. Schilderijen van Nederlandse CoBrA-kunstenaars: Karel Appel, Corneille en Constant. 'Zoiets had ik nog nooit gezien. Ik snapte er geen bal van. Maar ik vond het machtig interessant.'


De experimentele schilderkunst werd zijn eerste thuis. Armando kreeg begin jaren vijftig een eigen show in de avant-garde galerie Le Canard, in Amsterdam. 'Die avant-garde in Nederland was piepklein. Er was één galerie, een handvol kunstenaars. Voor de meeste mensen was Picasso het modernste dat ze ooit hadden gezien.'


In de jaren dat hij zijn eerste abstracte schilderijen maakte - 'met lak, want olieverf kon ik niet betalen' - liep hij alle galeries af. 'Ik was heel gulzig.' Hij begrijpt kunstenaars niet die binnen blijven en alleen naar hun eigen werk kijken. 'Om te weten wat je wilt maken, moet je ook weten wat je lelijk vindt.'

Schilderkunst: CoBrA(Hier de schilder Constant.'Zoiets had ik nog nooit gezien.'Beeld Pim Ras / Hollandse Hoogte

3. Poëzie: Lucebert

Het was een mooie tijd. 'Er gebeurde veel en je verkocht niets.' Het dichten kwam gelijk met het schilderen. Hij bewondert de Vijftiger Lucebert (1924-1994), een dubbeltalent net als hij zelf: schilder en dichter. 'Lucebert stond voor mij voor ongebondenheid.' In 1954 liftte hij van Nederland naar Venetië . 'Mooie tocht, naar de Biënnale. Via Joegoslavië, Triëst naar Venetië. Ik had maar een boek in mijn reistas: gedichten van Lucebert. Dat was het ultieme gevoel van vrijheid.'

Lucebert.'Ik had maar een boek in mijn reistas: gedichten van Lucebert. Dat was het ultieme gevoel van vrijheid.'Beeld Hollandse Hoogte

4. Schilderkunst: Willem de Kooning

Van die kunstbiënnale in de Italiaanse stad herinnert hij zich maar één schilder, verder niets. Niet het Nederlands paviljoen van Gerrit Rietveld dat in 1954 voor het eerst open was, niet de CoBrA-kunstenaars die er ook hingen. 'Ik kwam terug met maar één boekje: van Willem de Kooning. Daar was ik zwaar van onder de indruk.' De Nederlandse abstract-expressionist (1904-1997), met zijn kleurrijke schilderwerk, was vanuit New York begonnen met een zegetocht over de wereld.

Schilder: Willem de Kooning. Untitled V, 1982, Museum of Modern Art, New York. 'Onder de indruk.'Beeld Hollandse Hoogte

5. Film: Fietsendieven van Vittorio de Sica

Na 1954, zegt hij, was Armando grotendeels wie hij was. Hij tekende, schilderde, dichtte, bokste en ging drie keer per week naar de bioscoop op de Nieuwendijk in Amsterdam. 'Ik was niet zo van de nouvelle vague, van de Fransen. Wel van de Italianen, Vittorio de Sica, Fietsendieven. Geweldige film, zo eenvoudig gemaakt. Je had toen fantastische regisseurs die met een B-filmbudget prachtige dingen maakten.'

6. Literatuur: De zangen van Maldoror van Comte de Lautréamont

Armando ging eind jaren zestig over kunst schrijven voor het weekblad De Haagse Post. Hij las zich een slag in de rondte, Dostojevski, Kafka. Maar hij was vooral onder de indruk van De zangen van Maldoror, een geheimzinnig en opzwepend proza dat vooral in kringen van het surrealisme werd gekoesterd. 'Ik vond het zo goed, dat ik het om de paar bladzijden moest wegleggen.' Koortsige zinnen, van de mystieke Comte de Lautréamont, een schrijver die op zijn 24ste stierf. 'Ik vond het prachtig, maar ik heb het nooit uitgelezen.'

Nederland gaf Armando weinig Mut, om een goed Duits woord te gebruiken, om grote kunst te maken. 'Hier moet alles uit de klei worden getrokken, moeizaam. Het is al gauw te mal, doe maar gewoon.' Eind jaren zeventig vertrok hij naar Duitsland, waar hij nog steeds woont. In Potsdam tegenwoordig, afgewisseld met Amstelveen. 'In Nederland was ik nooit geworden wat ik nu ben. Wereldberoemd zijn in Amsterdam, dat is niet iets voor mij.'

Beeld .

7. Stad: Berlijn

Het succes als schilder van onheilspellende landschappen - waarin de Tweede Wereldoorlog en Kamp Amersfoort zo'n grote rol spelen - kwam pas in Berlijn, waar hij in 1979 een jaar een atelier kreeg aangeboden. 'Ik ging er niet meer weg.' Zijn ster als schilder steeg. Zijn werk kwam op de prestigieuze Documenta in Kassel en hij schreef twee keer per maand een column voor NRC Handelsblad: 'Ik wilde de verhalen van de vijand zelf horen, de Duitsers.'

Hij herinnert zich een scène in Amersfoort. De oorlog was koud voorbij. Er stopte een open vrachtwagen met gevangen Nederlandse SS'ers. Een jongen, niet ouder dan 17, riep tegen ze: 'Ze moesten jullie aan de hoogste boom opknopen.' Een van de SS'ers zei: 'Ja, maar niettegenstaande dat...' En toen reed de vrachtwagen weg. 15 was ik, ik dacht: Hé, ze hebben woorden.'

In Berlijn heeft hij de Duitsers zelf woorden gegeven. 'Ik schreef talloze conversaties op. Die ik hoorde in de bus, de taxi, op straat, of ik tekende het op tijdens interviews.' Alles kwam voorbij: schuld, onbegrip, ontkenning, heimelijke trots ook. 'Je wilt antwoorden krijgen, maar je vindt alleen maar meer vragen.' Het eerste dat hij deed, was een psychiater opzoeken. Armando wilde weten of er veel Duitsers rondliepen met een oorlogstrauma. 'Weet je hoeveel patiënten hij had: nul. Dat is interessant, iedereen had last van die Scheisskrieg. Maar als je met zijn allen bent, heb je geen psychiater nodig.'

De NRC-hoofdredacteur had gezegd: oké, een column over Duitsland, maar je mag niet over de oorlog schrijven. 'Ik zei: ik schrijf alleen maar over de oorlog. Dan is het goed, zei hij.' Die columns hebben hem veel geleerd over hoe verschillend mensen de oorlog verwerken. 'De Duitsers praten er tenminste over. De Italianen hebben het er nooit meer over.'

Stad: Berlijn. 'Berlijn vond ik interessanter vóór 1989, voor De Muur viel.'Beeld Getty Images
Beeld Els Zweerink

8. Sport: boksen

Naast zijn stoel liggen twee oefengewichten voor zijn handen. En in de boekenkast hangen zijn oude bokshandschoenen. 'Lopen gaat niet makkelijk, maar ik ben nog wel sterk.' Hij is altijd een fysiek persoon geweest. 'Veel gesport. Anders liep ik over van de energie.'

Boksen is een levenslange liefde van hem. 'Mijn vader bokste.' Ze spraken samen over Joe Dempsey, Joe Louis, grote Amerikaanse zwaargewichtkampioenen. 'Misschien is Rocky Marciano wel mijn favoriet. Hij heeft nooit een gevecht verloren. Die man bleef maar slaan. Probeer dat maar eens. Twee minuten lang met je armen maaien. Dat is al zwaar. En dat twaalf rondes lang. Marciano was een knokker. In bijna elk gevecht ging hij neer. En dan toch winnen.'

Boksen is mooi, vindt Armando, omdat het een symbool van het leven is. 'De ene is beter dan de ander. Het is man tegen man.' Voor hij ging boksen, deed hij aan waterpolo. 'In de kleedkamer vroegen een paar beroepsboksers wat ik hiervoor had gedaan. Toen ik antwoordde: waterpolo, zeiden ze: waterpolo, dat is pas een vuile sport. En dat is waar. Sommige jongens kwamen zonder één tand het zwembad uit. Boksen is een gevaarlijke sport, maar er zijn wel regels.'

Bokser Rocky Marciano.'Hij heeft nooit een gevecht verloren. Die man bleef maar slaan. Probeer dat maar eens.'Beeld Corbis / Hollandse Hoogte

9. Muziek: zigeunerorkest van Tata Mirando

De muziek was lang afwezig in zijn leven. Sinds zijn 19de had hij de viool niet meer aangeraakt. Maar toen hij 60 werd, speelde het zigeunerorkest van Tata Mirando voor hem. 'Ik pakte die viool. Het was er meteen weer.' In de jaren negentig toerde hij eerst met de Mirando's, later met zijn eigen kwartet door het land. 'Pani un Maro, is een geweldig traditioneel nummer. Zigeunermuziek voelt als spelen in een warm bad.'

zigeunerorkest van Tata Mirando.'Zigeunermuziek voelt als spelen in een warm bad.'Beeld Hollandse Hoogte

10. Installatiekunst: Joseph Beuys

Van de hedendaagse kunst wordt hij niet opgewonden. 'Op de Biënnale van Venetië hangt dit jaar geen enkel schilderij. Hoorde ik. Ik ben er niet geweest.' Hij haalt de schouders op: 'Het schilderen is in de jaren vijftig ook al eens dood verklaard. Het mag van mij, maar die andere kunst interesseert me niet zo.'

Er zijn uitzonderingen. Als er een kunstenaar is op wie hij jaloers was, is het Joseph Beuys (1921-1986). 'Dat heb ik nooit, maar toen ik een installatie van hem zag in Darmstadt, begin jaren tachtig, dacht ik: dat had ik moeten maken.' Alledaagse voorwerpen, op een subtiele manier gerelateerd aan Beuys' oorlogsverleden, meesterlijk gerangschikt. 'Zo precies, zo veelzeggend, die man is een tovenaar.'

Een paar jaar na de dood van Beuys zag hij nog een tentoonstelling. 'Daar was niets aan. De magie was weg. Alles stond in vitrines, niet neergezet met zijn hand. Zoiets moet precies gebeuren. Dit deed me helemaal niets.'

En wat is het thema van Beuys, die als vlieger in 1943 werd neergeschoten? De oorlog, ja. Weer die oorlog. 'Maar mijn thema is niet de oorlog, mijn thema is de mens met al zijn tragiek. En die oorlog werkt als een vergrootglas. Die brengt al die tragiek naar het oppervlak.'

Beetje eigenaardig misschien, zegt hij: 'Maar toen de oorlog voorbij was, had ik zo'n gevoel dat de vakantie was aangebroken. Dat heb ik nog steeds.'

Zero, Let Us Explore the Stars, Stedelijk Museum Amsterdam, met werk van onder anderen Armando. 4 juli t/m 8 november.

Kunstenaar: Joseph Beuys. 'Die man is een tovenaar.'Beeld Hellgoth, Brigitte / Hollandse Hoogte
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden