Zig-zag, zig-zag, zo mooi, zo vloeiend

Zelf heeft Krisztina de Châtel nog nooit op skates of skeelers gestaan. Maar ze zag ze bezig in het Vondelpark en werd op slag verliefd op hun beweging....

ZEVENTIEN was ze, toen Krisztina de Châtel voor het eerst de sensatie van moderne dans voelde, al heette dat toen nog ritmische gymnastiek ('zoals gebruikelijk in het Oostblok'). Voor een vrije oefening in haar geboorteplaats Boedapest flexte ze haar handen in Egyptische hiëroglyfen, op muziek van de Hongaarse componist Béla Bartók - een eenvoudige beweging die ze in een drive herhaalde.

In deze pose haalde De Châtel de cover van een sporttijdschrift. 'Sport, dans of mime?' stond er met een vraagteken onder. Hongarije hoopte dat de rijzige tienerdochter van een Hongaarse vader en een Nederlandse moeder voor het eerste zou kiezen. Het werd het tweede. Zeker na haar volgende vrije oefening in die ritmische gymnastiek: een continue zwaai met haar rechterarm, op elektronische muziek van de Nederlandse componist Henk Badings. Door en door en door, was haar enige gedachte. Sneller, sneller, sneller. Een molenwiek, nee een centrifuge. Het bloed gonsde in haar vingertoppen.

Dit is dans, dacht De Châtel, tot dan een hobbyiste in een te groot lijf voor klassiek ballet. Met de centrifugerende arm deed ze auditie in Duitsland, bij Kurt Jooss van de Folkwang Schule in Essen. Die was sprakeloos. Ze werd aangenomen. Nu, precies veertig jaar later, is ze nog steeds in de ban van de herhaling van een eenvoudige, herkenbare beweging. Maaiende armen, stampende voeten, knikkende koppen, snijdende ellebogen. En dat urenlang, tot de uitputting volgt. In Nederland heerst De Châtel al jaren als koningin van de minimal dance.

Twee jaar geleden werd ze verliefd op de beweging van skaters. Iedere dag reed ze op haar omafiets door het Vondelpark in Amsterdam, van haar huis naar de studio van Dansgroep Krisztina de Châtel. En iedere dag werd ze ingehaald door skaters. ('Verdomme.')

Maar die beweging, die ruimtelijke patronen, die snelheid! Zig-zag-zig-zag. 'Zo mooi als ze met een klein groepje zijn. Zo vloeiend hoe ze me passeren.' Ze zag het concept direct voor zich. Haar dansers op het toneel tegenover de skaters van de straat. Linearecta tegen elkaar in. Pendelende ellebogen van skaters in gevecht met roterende armen van dansers. 'De krankzinnige snelheid van de skate in contrast met de menselijke maat van de dans.'

Op 8 december gaat Dynamix in première, een voorstelling voor twee skaters (timmerman Chris Franken en streetdancekid Marco Gerris), zes of zeven dansers en sample-componist Dirk Haubrich. Met waarschijnlijk een decor van half pipes. Al gaat het De Châtel niet om spectaculaire stunts. 'Die skaters hou ik kort. Bij mij geen gefreak. Ik ben geen trukenmens.'

Zelf heeft de 56-jarige choreografe nog nooit op skeelers of inline-skates gestaan. 'Te zwakke enkels.' Bovendien verwrong ze deze zomer haar knie, tijdens de voorbereidingen van LinkAge, een locatieproject. 'Ik kroop onder roterende schermen door, een ruimte van hooguit dertig centimeter. Dat moet ik niet meer doen op mijn leeftijd.' Ze hinkt nog steeds.

Op het terras van het Filmmuseum in het Vondelpark kijkt ze jaloers naar de vrolijk hippende duiven. Totdat ze ook daar een mankepoot tussen ondekt. 'Hé beest, ook een lamme knie?', krast haar scherpe stem en ze strooit een suikerzakje over de stenen leeg.

Ze voelt de kritiek al aankomen. Dat ze als oude rot in het vak wel erg trendy bezig is. Twee jaar geleden liet ze zich inspireren door cyberbabe Lara Croft. Een seizoen later koos ze voor interactiviteit door Lara-dansers te hullen in een pak vol sensoren. Afgelopen zomer haalde ze in LinkAge de modernste multimedia binnen. En nu weer een flirt met de bewegingsrage rond het skaten?

De Raad voor Cultuur drukte het in zijn advies dit voorjaar nog krasser uit: 'De artistieke noodzaak is onvoldoende voelbaar. (. . .) De Raad ziet in beide Lara-producties meer een publicitair doeltreffende activiteit dan een toonbeeld van artistieke innovatie.' Schoenmaker blijf bij je leest, luidt het advies aan de choreografe die faam maakte door samen met beeldend kunstenaars te zoeken naar de strijd tussen de dynamiek van de dans en de weerbarstigheid van een object. De Raad adviseerde wel de subsidie van twee miljoen te continueren, maar de groep had twee ton meer gevraagd.

Ondanks de veiligstelling van de subsidie voor wederom vier jaar is ze woest: 'Natuurlijk kan ik zo weer een repetitief choreografietje bedenken. Muziekje erop. Een mooi object van een beeldend kunstenaar en klaar. Maar ook ik zie wat er om me heen gebeurt. Hoe videogames de beeldcultuur van jongeren bepalen. Hoe alles steeds sneller gaat. Ik zoek naar een concept om dat in mijn stijl te verwerken.'

De schoonheid van het computerspel Tomb Raider was de reden waarom zij dit spel koos als bewegend decor voor haar voorstelling Lara. 'De driedimensionale ruimte waarin Lara haar avonturen beleeft is fantastisch.' Het spel, live gespeeld door whizzkid Jimmy, werd in Lara levensgroot geprojecteerd op een videoscherm. De dansers incorporeerden Lara's hoekige motoriek. Via real time-camera-opnames mengden hun bewegingen zich met de dappere stappen van Lara Croft. Een voorstelling die inderdaad grote groepen jongeren trok.

Zij werden vervolgens wel gewaarschuwd voor de tweede helft van de avond: een uur lang minimale verschuivingen in een computergestuurd lichtbeeld (ontwerp: Peter Struycken). Sommige jongeren bleven na het half uur met Lara Croft schielijk weg. 'Natuurlijk vind ik het leuk', zegt ze. 'Dat ik nu ook het meisje achter de kassa bij Albert Heijn kan uitnodigen voor mijn voorstelling. Wie lust nog mijn dingen, vraag ik me wel eens af. Hoe hermetisch is mijn wereld?'

De Châtel verwijt de nieuwe generatie oppervlakkigheid en arrogantie. 'Alles moet steeds sneller en perfecter. Waar blijft de mens?' Ze ziet het ook op het podium. Jonge mensen die 'even een beeldje maken dat flikkert' maar 'geen concept bedenken'. En een concept daar draait het om bij De Châtel. 'We worden voortdurend gemanipuleerd. We moeten terug-manipuleren!'

In Lara and Friends (1999) waren de dansers 'gemutst' met sensoren, die via een computer het toneelbeeld konden beïnvloeden. Dansers die hun eigen omgeving schiepen. Haar jongste voorstelling LinkAge kwam qua toneelbeeld voor De Châtel het dichtst bij haar ideaal van ruimtelijke turbulentie. Een stroom van stadsbeelden, lichtkleuren en moderne kalligrafie vulde drie roterende beeldschermen. De ruimte die overbleef voor de zes dansers dijde uit en kromp in. 'Zo orden ik chaos in driedimensionaal perspectief.' Ze was teleurgesteld toen in Amsterdam de schermen met de hand gedraaid moesten worden omdat de computer uitviel. 'Zo'n bibberende hand mist perfectie'.

Zowel Lara als de opvolger Lara and Friends en LinkAge werden door de kritiek wisselend ontvangen. Waar de Hongaarse choreografe in haar bijna vijfentwintigjarige carrière haast altijd de hoogste lof kreeg toegezwaaid, zagen critici nu 'de dans weggedrukt door het beeld' of 'een verstandshuwelijk met multimedia'.

Ze realiseert zich dat ze de ultieme vorm nog niet heeft gevonden. 'Moet ik verder met interactiviteit, met Lara en haar digitale wereld of met skaters?' Ze begrijpt dat haar keuzes een springerige indruk wekken. 'En toch', zegt ze, 'blijft mijn drijfveer dezelfde. Ik voel een innerlijke drukte die erom vraagt geordend te worden in een ruimtelijke wereld.' Ze kijkt sardonisch. 'Ik moet mezelf vastnagelen en uitputten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden