Ziet eruit als een tuba, klinkt totaal anders

HEERLEN - 'Een tuba blijft een tuba. Een muzikant blaast, en er komt een bepaalde toon uit. De mogelijkheden zijn beperkt. Bij elektronische instrumenten is er keuze uit een snoepwinkel vol met klanken. Ik kan alles maken wat in mijn fantasie ligt', legt componiste Anne Parlevliet uit.


Ze reageerde dus meteen enthousiast toen het Maastrichtse productiehuis Intro in Situ haar vroeg om met hypermoderne muziekinstrumenten een voorstelling te maken over de fanfare. Op theaterfestival Cultura Nova in Heerlen zal De fanfare en alles wat verandert voor het eerst ten gehore worden gebracht. Zeven amateurmuzikanten spelen in dit stuk op gewone instrumenten en drie professionele muzikanten op hightechinstrumenten. De instrumenten lijken op hun traditionele equivalent. De Youtuba op een tuba, de DrumUs op een trommel en de Merimba op een lyra - een soort xylofoon. Maar het geluid dat eruit komt is totaal anders dan verwacht. Deze instrumenten kunnen knarsen, brommen, rinkelen of schuren. De muzikant hanteert het instrument als gewoon: op de Youtuba blaast hij, en op de DrumUs en Merimba slaat hij. Daarna neemt de techniek het over. De luchtdruk of slag prikkelt een sensor en een ingebouwde computer produceert een voorgeprogrammeerd geluid. De muzikant kiest bij de Youtuba het type geluid of de hoogte met de knoppen, bij de slaginstrumenten door de drumstok op een andere klankplaat te laten landen.


'Ik kreeg de elektronische muziekinstrumenten tot mijn beschikking', zegt initiatiefnemer Bart van Dongen, artistiek leider van Intro in Situ. Instrumentenontwikkelaar Steim ontwierp de instrumenten in opdracht van BV Limburg, die de economie en cultuur van Limburg stimuleert. 'Met dit project wil ik twee werelden combineren: de eeuwenoude Limburgse fanfaretraditie, en de snel ontwikkelende technologie van nu', zegt Van Dongen. 'Deze voorstelling plaatst het cultureel erfgoed van Limburg in het heden.'


Als onderdeel van de compositie vertelt en zingt acteur Matthias Quadekker de tekst van een episch gedicht van Frans Budé. Het gaat over twee personen, die in een andere tijd, in dezelfde streek in Zuid-Limburg wonen. 'Wat hen bindt is de liefde voor de regio - eerst een mijnstreek, later de Parkstad genoemd - en hun passie voor muziek', zegt Budé.


Een belangrijk thema is het verdwijnen van de mijnbouw. 'In de 19de eeuw bezorgden de mijnen de provincie gouden tijden', zegt de Limburgse Budé, 'vanaf 1960 nam de vraag naar steenkool af, en werden de mijnen en daarmee het erfgoed geborgen. De poes is dood, snel begraven en een nieuwe kopen', vergelijkt hij. 'Ik heb in die fragmenten een metaalklank als basis gekozen: hard en ruw, als staal op staal', vertelt Parlevliet. Zo roept ze met haar muziek een associatie op. 'Soms zet de muziek zich af tegen de tekst van Frans Budé, dan voegt het zich juist. Qua karakteristiek, structuur of textuur', vertelt ze.


Parlevliet koos voor haar compositie gangbare fanfare-instrumenten met een zachte koperklank, zoals de tuba, hoorn en bugel. De elektronische instrumenten moesten juist rauwe klanken produceren. 'Ik kijk naar mijn klankenpallet en vul aan wat mist.' Ze maakt gebruik van de verschillende karakteristieken van de instrumenten. 'De herkenbare melodieën van de akoestische fanfare brengen luisteraars in vervoering. Maar elektronica is minder toegankelijk, het is abstracter.' Ze laat een duet van het slaginstrument de lyra en de elektronische versie, de Merimba horen. De lyra speelt een lieflijke melodie, de Merimba een ritme met een knarsend, zinderend, snerpend geluid. 'Je wordt door de muziek meegenomen en raakt vervreemd tegelijkertijd.'


Youtuba-speler Leon Van Egmond oefent de onwennige vingerzettingen op een bugel zonder mondstuk: 'Mijn vingers willen doen wat ze twintig jaar lang deden, maar dat kan niet. Muziekstukken zijn in de regel zo opgebouwd, dat je de knoppen van een tuba altijd in eenzelfde volgorde gebruikt. Nu er geen normale tonen uit komen, is de logica van de knoppen verdwenen. Wat betreft speeltechniek is het niet vergelijkbaar. Het is écht een nieuw instrument.'


De fanfare en alles wat verandert van Anne Parlevliet en Intro in Situ.


3 en 4 september op Cultura Nova in Heerlen, 10 september Genk, 11 september Maastricht.


De Tilburgse componiste Anne Parlevliet (1978) begon jaren geleden na een studie muziektechnologie als singer/songwriter. Nu maakt ze vooral elektronische composities voor podiumkunsten. Ze werkt sinds 2007 samen met choreograaf Stephen Shropshire, componeerde muziek voor de Bosch Parade en schreef de elektronische musical Kus van je zus.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.