Zierikzee 2

De avond duurt lang, in Zierikzee. In café-restaurant Concordia, hoek Appelmarkt en Havenplein, zitten Kees en Fokke bij het raam....

Kees is een klein, bleek kereltje met grote oren en een Feyenoord-petje op, Fokke een beer van een gozer met een roodaangelopen hoofd. Ze zijn al een tijd bezig contact te leggen met ene Sandra die vroeger met Kees was, maar nu met Rinus die als Kees opbelt de telefoon natuurlijk niet aan Sandra geeft.

Tsja.

Kees wordt er gek van. Hij trilt als een riet en zit met zijn ogen dicht. 'Als ik het nou maar een beetje take it easy kan houden Fokke', zegt hij. 'Die Rinus, die is aan mij. Maar ik moet rustig blijven. Laat ik mezelf niet gek maken.'

'Waarom gaan we d'r niet heen?'

'Je luistert niet Fokke.'

'Je hebt de sleutel toch nog?'

'Die heb ik ingeleverd. Echt waar. Die heb ik aan Sandra teruggeven. Zo ben ik. Kolere. Geef me de telefoon eens.'

Fokke schuift de telefoon over tafel. Kees begint een nummer in te toetsen. 'Hé, met mij', zegt hij na een tijdje. Fokke staat op en waggelt naar de wc. Kees opent even een oog en kijkt hem na.

'Je loopt te fucken Rinus', blurpt hij in de telefoon, 'je loopt met fucking alles te fucken. Dat gaat echt niet goedkomen. Ik weet je te wonen hoor. Hé, hij drukt me weg.' Kees opent verontwaardigd zijn ogen. Fokke is nog niet terug. Kees probeert op te staan, maar valt halverwege weer in zijn stoel.

Fokke komt terug. Zijn gulp staat open. 'Wat gaan we doen?' vraagt hij. 'Bestellen we nog wat?'

'We gaan erheen', zegt Kees. Opnieuw doet hij een poging op te staan. Deze keer lukt het. 'Waar staat de auto?'

Fokke wurmt met grote moeite een paar verfrommelde bankbiljetten uit zijn spijkerbroek. De ober heeft hun bonnetje al klaarliggen. Even later staan de mannen buiten, waar de regen gezelschap heeft gekregen van een koude wind. Kees moet zijn pet vasthouden.

Ze slaan een smalle straat in die naar de haven gaat. Aan weerszijden staan lage, oude huisjes. Het is doodstil. De straat heeft een licht stijgingspercentage. Zeker op de rug gezien lijkt het alsof Kees en Fokke een berg beklimmen. Ze komen nauwelijks vooruit, maar na een eeuwigheid komen ze toch bij de haven. Grote vissersboten liggen langs de kade. Een café is nog open, maar leeg. De wind giert.

Kees en Fokke zwalken langs de geparkeerde auto's. Ze hoesten, rochelen en vloeken, ze zijn al lang vergeten wat ze van plan waren. Pas in de buurt van de Zuidhavenpoort vinden ze hun auto, een oude Toyota Starlet. Kees gaat op zoek naar de sleutels, maar Fokke blijkt ze te hebben.

Ze stappen in, en de oude auto doet het meteen. De binnenverlichting is aan. Kees vist een fles bier van de achterbank. Dan slaat de motor reutelend af, en kort daarop floept ook de verlichting uit. Ergens in de haven schuurt een schip langs de kade, of langs een paal - het geeft een knarsend, wanhopig geluid. De mannen in de auto zijn nauwelijks zichtbare schimmen in de nacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.