Ziener van het uitzendwerk

In een tijd dat iedereen nog een vaste baan had, zag Frits Goldschmeding dat uitzendwerk de toekomst had. De geschiedenis geeft hem gelijk.

Vraag je Frits Goldschmeding naar de tijd? Dan kijkt hij niet op zijn horloge, maar krijg je een verhandeling over het zonnestelsel.


Al decennialang gaat dit grapje rond bij Randstad om te waarschuwen voor de breedsprakige oprichter die zijn filosofieën graag met je deelt. 'Tijdens kersttoespraken begon hij vaak over Hegel en Kant. We begrepen er niets van', zegt Joost Schriever. Meer dan dertig jaar geleden begon Schriever als intercedent, een woord dat Goldschmeding zelf heeft bedacht. Inmiddels is Schriever opgeklommen tot manager Internationale Marketing. Ondanks het iets te hoge niveau van de toespraken is hij nog altijd onder de indruk van de bevlogenheid van zijn voormalige baas.


Sinds vandaag is de waarschuwing voor Goldschmedings hoorcolleges niet meer nodig. Vanaf nu zal de inmiddels 77-jarige godfather van het uitzendwezen afstand nemen van het concern dat hij eigenhandig opbouwde. In 1998 nam hij al afscheid als topman. En donderdag zwaaide de grootaandeelhouder, met een lichte trilling in zijn rokersstem, af als commissaris, omdat hij volgens de reglementen niet langer mag blijven. Voortaan is hij 'slechts' grootaandeelhouder. Nog één wijze les gaf hij de achterblijvers mee. 'Hoe moeten we verder? We moeten blijven volhouden tot we er bijna bij neervallen. Niet de sterkste bokster wint, maar degene die de meeste klappen in zijn onderbuik kan incasseren.'


Voortdurend strijd

Hoewel de naam Goldschmeding minder bekend klinkt dan Philips of Heineken, hoort de oprichter van de uitzendreus wel in dit rijtje thuis. Randstad is actief in veertig landen, heeft 26 duizend mensen op de loonlijst en zendt per dag ruim een half miljoen flexkrachten uit. Goldschmeding heeft niet alleen eigenhandig een multinational uit de grond gestampt, hij was ook een van de belangrijkste krachten achter de flexibilisering van de Nederlandse arbeidsmarkt. 'Hij heeft de uitzendformule uitgevonden, en vervolgens uitgebouwd', zegt Niek-Jan van Kesteren, directeur van werkgeversorganisatie VNO-NCW.


Het verhaal van Randstad begint in 1959. Professor Van Muiswinkel vraagt economiestudent Goldschmeding te onderzoeken wat de toekomst is van tijdelijk werk. Hij wil wel eens wat meer weten over dit Amerikaanse verschijnsel. In Nederland werkt iedereen dan nog in vaste dienst. De conclusie van zijn student? Het zou goed zijn voor een bedrijf als zo'n 4 procent van het personeel flexibel inzetbaar is. Dan kan een bedrijf makkelijker inspelen op de veranderende markt. 'Vrienden zeiden: erg leuk Frits, maar de praktijk klopt niet met je theorie. Waarop ik zei: dan moet de praktijk zich maar aanpassen', aldus Goldschmeding jaren geleden in een interview in Het Parool. Kortom, Goldschmeding is een overtuigd aanhanger van zijn uitzendtheorie.


Samen met zijn studievriend Gerard Daleboudt begint hij in 1960 Uitzendbureau Amstelveen. Het is een tijd waarin ondernemen en winst te boek staan als 'vieze woorden' en waarin uitzendwerk wordt geassocieerd met koppelbazen die 'zwart handelen in mensen'.


Uit de Gouden Gids halen de studievrienden potentiële klanten, en met hun zelfgemaakte folder proberen ze die vervolgens over te halen. Het eerste jaar maken ze een winst van 9 gulden en 8 cent. In 1964 dopen ze hun naam om tot Randstad. Ondanks de maatschappelijke impopulariteit van uitzendwerk groeit het bedrijf gestaag. Eind jaren zeventig opent Goldschmeding zijn honderdste vestiging, inmiddels is hij ook actief in Duitsland, Groot-Brittannië, België en Frankrijk. Alleen, want studievriend Daleboudt heeft het concern verlaten.


Omdat uitzendwerk een schemergebied blijft, moet Goldschmeding constant strijd leveren met het ministerie van Sociale Zaken over wat wel en niet mag. Met name ambtenaar Raven, 'die de voorkeur gaf aan een leven lang in dienst bij één baas', is een geduchte tegenstander. 'Frits is ervan overtuigd dat de branche sterker is geworden dankzij Raven. We moesten ons goed organiseren om tegen hem op te boksen', zegt Fred van Haasteren, directeur Sociale Zaken van Randstad.


'We gedroegen ons roomser dan de Paus', herinnert Schriever zich. 'Uitzendkrachten mochten destijds maximaal drie maanden werken. Sjoemelde je daarmee, dan kon je de doodstraf verwachten. Deze mentaliteit zit er nog in bij Randstad: alles moet eerbaar en oorbaar zijn.'


Pas in de jaren negentig wordt uitzendwerk bon ton, mede dankzij het Flexakkoord dat de sociale partners in 1996 sluiten. Voorstanders van flexibilisering zien het akkoord als de eerste stap naar modernisering van de arbeidsmarkt. Inmiddels is het percentage uitzendkrachten gestegen tot zo'n 4 procent, en werken er ook veel mensen op basis van een tijdelijk contract of als freelancer. Critici menen dat hierdoor juist een steeds groter verschil is ontstaan tussen vast en tijdelijk personeel.


VNO-NCW en FNV sloten het Flexakkoord, maar op de achtergrond had Goldschmeding een dikke vinger in de pap. Zonder Randstad was dit akkoord er niet geweest, aldus Van Kesteren. Zo zat Fred van Haasteren namens de branchevereniging ABU én Randstad aan de keukentafel waar FNV'er Lodewijk de Waal en Van Kesteren van VNO-NCW het akkoord sloten. 'Tot die tijd was het onduidelijk of een uitzendrelatie nu wel of niet een arbeidsovereenkomst is', vertelt Van Haasteren. De branche zat niet te wachten op een arbeidsovereenkomst, dan zouden ze zich moeten houden aan het ontslagrecht. 'De Hoge Raad had even daarvoor in een Manpower-zaak geoordeeld dat er wel sprake was van een arbeidsovereenkomst.' Om te voorkomen dat alle uitzendkrachten in dienst zouden komen van Randstad werd afgesproken dat er sprake was van een arbeidsrelatie, maar wel een waarbij een uitzendkracht pas na twee jaar in dienst kwam.


Het geheim achter Goldschmedings succes? 'Hij was 24 uur per dag met zijn werk bezig', zegt Hielkje Beeksma. Zij was 27 jaar zijn secretaresse en 'heeft hem zien groeien als ondernemer'.. 'Het is een ontzettend gezellige en aardige man. En het maakte niet uit met wie hij sprak, een intercedent of een regiodirecteur, hij wist precies hoe ze nog beter konden presteren.'


Altijd functioneel

'Goldschmeding bemoeide zich, net als Freddie Heineken, overal mee', voegt Schriever toe. Van het nieuw te bouwen kantoor tot de reclames. Zo vertelde Goldschmeding eens in een interview dat hij had gedubd over welke lift hij moest kopen. 'De motoren van de snelle lift kostten 250 duizend gulden extra. Ik had een rekensommetje gemaakt hoeveel het kost als medewerkers lang op de lift moeten wachten. Ze staan in die tijd immers geen rapporten te lezen, dus het is verloren tijd. Ik kwam op jaarbasis uit op een verliespost van vier jaarsalarissen.'


Typisch Goldschmeding, vindt Schriever. 'Hij is aardig, maar ook altijd functioneel.' Zo was lange tijd de lunch bij Randstad gratis. 'De tafels waren gedekt, en stonden vol met brood, beleg en melk. Hij gunde zijn werknemers een lunch zoals ze ook bij hun moeder zouden krijgen. Maar er zat ook een functionele gedachte achter. In principe hadden we een uur lunchpauze. Maar als je zorgt dat iedereen binnen blijft tijdens de lunch, is men na een half uur wel uitgegeten en gaat men weer gewoon aan het werk.'


Toen Goldschmeding in 1998 afscheid nam van Randstad zei hij aanvankelijk dat hij zijn opvolger niet voor de voeten wilde lopen en dat hij geen commissaris zou worden. Een jaar later was hij van gedachten veranderd. Zijn opvolger Hans Zwarts groeide te agressief in het buitenland, oordeelde de grootaandeelhouder die in rap tempo miljoenen guldens van zijn aandelenkapitaal op de beurs zag verdampen. Toen hij in 2001 publiekelijk liet weten dat Zwarts 'te veel tegelijk heeft gewild', was het definitief met hem gedaan. Enkele maanden later verdween Zwarts van het toneel, formeel omdat zijn contract afliep.


Zal het Goldschmeding lukken om zich nu echt, na 51 jaar, terug te trekken bij Randstad? Schriever: 'Ja, wij zijn een ander bedrijf geworden, er zit een nieuwe generatie die het uitstekend doet.' Maar helemaal loslaten zal 'mister Randstad' zijn bedrijf nooit, denkt deze voormalige collega die twee jaar geleden het derde huwelijk van Goldschmeding organiseerde. 'Frits heeft nog steeds eenderde van de aandelen. Zolang hij die houdt, is Randstad niet over te nemen en wordt de continuïteit van het bedrijf gewaarborgd.' De kans dat de grootaandeelhouder ze van de hand doet, is nihil, zegt Schriever. Immers: Goldschmeding heeft altijd gezegd dat winst niet zijn voornaamste doel was. Winst moet een bedrijf dienen, is zijn motto. 'Ik heb ze zien komen en gaan, al die collega's in de branche die zomerhuizen in Frankrijk lieten bouwen en daardoor te weinig in hun bedrijf investeerden', liet Goldschmeding enkele jaren geleden optekenen. Zulk gedrag is niet aan hem besteed, wilde hij maar zeggen. Schriever: 'Zijn leven staat in het teken van Randstad.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden