Zien we ze nog op tijd, de moordplanetoïden?

In november zal een gigantisch kosmisch rotsblok rakelings lang de aarde vliegen. Dat loopt dus goed af. Maar er zullen er meer volgen. En al zijn ze relatief klein, in het enorme heelal, ze kunnen makkelijk een gebied zo groot als Nederland verwoesten. Van zulke objecten vliegen er zo'n vijftigduizend rond. Gelukkig houdt men in Arizona een oogje in het zeil, in het Spacewatchproject.

Komend najaar gaat het weer nét goed. In de nacht van 8 op 9 november vliegt een kosmisch rotsblok van 400 meter groot rakelings langs de aarde, op een afstand van 325 duizend kilometer - dichterbij dan de maan. 'Dit werk gaat nooit vervelen,' zegt Bob McMillan, die planetoïde 2005 YU55 vijfenhalf jaar geleden ontdekte. Samen met een handjevol andere astronomen over de hele wereld speurt McMillan naar zogeheten aardscheerders: kleine hemellichamen die de baan van de aarde kruisen en in sommige gevallen een serieuze bedreiging vormen. Killer asteroids.


Op de rustiek gelegen Kitt Peak-sterrenwacht in het zuiden van Arizona zwaait McMillan sinds veertien jaar de scepter over het Spacewatch-project. Eenderde van zijn tijd woont hij op de 2.100 meter hoge bergtop. Een paar uur slaap in de ochtenduren, en dan van één uur 's middags tot de volgende ochtend zes uur aan het werk. Grotendeels in de controlekamer van de twee Spacewatch-telescopen, die eruitziet als de cockpit van een ruimteschip in een slechte sciencefictionfilm, met korrelige zwart-witfoto's en onbegrijpelijke cijfercodes op de computermonitoren.


Dat sommige planetoïden de aarde ongemakkelijk dicht kunnen naderen, was in de jaren dertig van de vorige eeuw al bekend. Maar pas eind jaren zeventig ontstond het idee om er gericht jacht op te maken. Kort daarna ontdekten geologen dat de aarde 65 miljoen jaar geleden geraakt moet zijn door een killer asteroid, met het uitsterven van de dinosaurussen als gevolg. Misschien zou Homo sapiens zo'n ramp kunnen zien aankomen en - wie weet - afwenden. Maar dan moet het probleem wel eerst duidelijk in kaart zijn gebracht.


De 1,8-meter Spacewatch-telescoop oogt als een zwarte oorlogsmachine uit een Star Wars-film. De kleinere donkerblauwe 90 cm-telescoop, met gradencirkels en handwielen van messing, lijkt weggelopen te zijn uit een negentiende-eeuws museum. Hij staat al sinds 1963 op Kitt Peak, en werd begin jaren tachtig als een van de allereerste sterrenkijkers ter wereld uitgerust met een primitieve elektronische ccd-camera. Door de Nederlandse astronoom Tom Gehrels, die het Spacewatch-project in 1980, samen met McMillan, had opgestart.


De camera's zijn in de afgelopen dertig jaar gevoeliger geworden, en de computers sneller, maar aan de werkwijze is op zich niet veel veranderd. Volautomatisch worden er foto's van de sterrenhemel gemaakt. Geavanceerde software zoekt naar zwakke, bewegende lichtstipjes. Maar, zegt McMillan, 'er komt nog steeds heel veel menselijke vaardigheid bij kijken om te beoordelen of het echt om een nieuwe planetoide gaat.' Die wordt dan met andere telescopen gevolgd, zodat de baan berekend kan worden.


Overigens richt Spacewatch zich de laatste jaren steeds meer op dat follow up-werk. Foto's maken van aardscheerders die met andere instrumenten zijn gevonden. Dat gebeurde bijvoorbeeld eind 2004, toen Apophis werd ontdekt - een rotsblok van ruim 300 meter groot dat op vrijdag 13 april 2029 verontrustend dicht langs de aarde zal vliegen, dichterbij dan de meeste communicatiesatellieten. Maar ook dan zal het net goed aflopen - de aarde is per slot van rekening maar een piepklein doelwit in een erg groot heelal.


Het kan ook anders. Enkele tientallen kilometers ten noordoosten van Kitt Peak, in de Catalina Mountains, werd op 6 oktober 2008 een kosmisch rotsblok ontdekt dat recht op de aarde af bewoog. Gelukkig ging het om een steenklomp van slechts een paar meter groot. Toen 2008 TC3 twintig uur na de ontdekking met een snelheid van bijna 13 kilometer per seconde boven Soedan de aardse dampkring binnendrong, explodeerde hij op een kleine veertig kilometer hoogte, en regende het meteorieten in de Nubische woestijn.


Zoiets drukt iedereen wel weer met de neus op de feiten, aldus onderzoeksleider Ed Beshore van de Catalina Sky Survey, een van de belangrijkste 'concurrenten' van het Spacewatch-project. 'Ik zeg niet dat het goed zou zijn als er weer eens een echt zware inslag zou plaatsvinden, zoals in 1908 in Siberië,' zegt Beshore, 'maar een concrete ervaring heeft wel meer effect dan een abstracte waarschuwing. Aan de westkust van de Verenigde Staten neemt de bevolking het gevaar van tsunami's ook veel serieuzer sinds het zien van de gruwelijke beelden uit Japan.'


Jacht

De Catalina Sky Survey, met telescopen op Mt. Bigelow en Mt. Lemmon, een derde in Australië en een vierde in aanbouw, is een van de succesvolste programma's voor de jacht op killer asteroids. 'Tweederde van alle ontdekkingen is door ons gedaan,' zegt Beshore. Van de naar schatting ruim duizend aardscheerders die groter zijn dan een kilometer is het overgrote deel inmiddels opgespoord en zijn de banen bekend. De aandacht richt zich nu op kleinere objecten, van 140 meter of meer, die bij een inslag een gebied zo groot als Nederland kunnen verwoesten. Daarvan vliegen er een slordige vijftigduizend rond.


Naast Spacewatch en de Catalina Sky Survey zijn er nog een paar kleinere zoekprogramma's actief. Veel geld gaat er niet in om: de speurtochten worden voor het grootste deel door de Amerikaanse NASA gefinancierd, en die steekt er ongeveer één miljoen dollar per jaar in. Beshore hoopt en verwacht dat dat bedrag de komende jaren omhoog gaat. 'NASA wil eind jaren twintig een bemande ruimtevlucht naar een kleine planetoïde; dat moet wel een aardscheerder zijn. Onze surveys leveren potentiële reisdoelen op.'


Dat de ambitieuze plannen voor een veel groter instrument ook met overheidsgeld gefinancierd kunnen worden, lijkt echter onwaarschijnlijk. Samen met collega's Tim Spahr en Steve Larson ontwierp Beshore de Catalina Sky Survey II - letterlijk op een servetje in een restaurant. Drie telescopen met spiegels van 1,8 meter, uitgerust met gevoelige camera's, die in nauwe samenwerking de hele sterrenhemel afspeuren. Daar hangt een prijskaartje van 30 miljoen dollar aan, weet Beshore inmiddels. 'Als daar namen en logo's van Domino's Pizza of Google op zouden moeten om het rond te krijgen, heb ik daar geen enkele moeite mee.'


Overigens is op de Haleakala-vulkaan op Maui, Hawaii, sinds kort al een 1,8-meter telescoop actief die is uitgerust met een reusachtige digitale camera van 1,4 miljard pixels en een beeldveld dat zes keer zo breed is als de volle maan. Met deze Pan-STARRS telescoop zijn in het afgelopen jaar al tientallen aardscheerders waargenomen, en projectleider Nick Kaiser van de Universiteit van Hawaii verwacht dat er later veertig per maand worden gezien. Maar met Pan-STARRS worden ook allerlei andere onderzoeksprogramma's uitgevoerd, waardoor de jacht op planetoïden minder efficiënt verloopt dan je zou willen.


Toch zullen Spacewatch en de Catalina Sky Survey over niet al te lange tijd volledig overschaduwd worden door grote, nieuwe projecten, zoals de Large Synoptic Survey Telescope (LSST) die rond 2020 in Chili in gebruik wordt genomen. LSST kan binnen tien jaar vijftigduizend aardscheerders opsporen, en zal ook veel kleine objecten ontdekken, vergelijkbaar met de steenklomp die in 2008 boven Soedan uiteenspatte. En voor de speurtocht naar projectielen die zich het grootste deel van de tijd binnen de aardbaan bevinden, en die daardoor moeilijker te vinden zijn met aardse telescopen, liggen al plannen klaar voor speciale ruimtemissies.


Voorlopig hebben Bob McMillan en Ed Beshore het echter nog druk genoeg. Eerder dit voorjaar ontdekte McMillan nog een nieuwe potentially hazardous asteroid: 2011 HF, 245 meter groot, die in 2030 gevaarlijk dicht bij de aarde komt. Vannacht kan het opnieuw raak zijn - je moet continu alert blijven. 'Kosmische inslagen zijn de enige grote natuurrampen die je in principe lang van tevoren kunt zien aankomen en waar je misschien iets tegen kunt ondernemen, door het projectiel uit zijn baan te brengen,' zegt Beshore. 'We kunnen niet doen alsof er niets aan de hand is.'


Het Spacewatch-project is in 1980 opgezet door de Nederlandse astronoom Tom Gehrels (1925), die na zijn sterrenkundestudie in Leiden naar de Verenigde Staten emigreerde en sinds 1961 verbonden is aan de Universiteit van Arizona. Hij maakte naam met de ontwikkeling van de fotopolarimeters van de Pioneer-ruimtesondes voor onderzoek aan de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus, en met de ontdekking van duizenden planetoïden.


In zijn werkkamer in het Lunar and Planetary Laboratory in Tucson, Arizona - armen rond opgetrokken knieën geslagen, voeten gestoken in geitenwollen sokken - vertelt Gehrels over zijn gereformeerde jeugd, zijn activiteiten in het verzet (als tiener), en zijn niet aflatende speurtocht naar de waarheid achter de werkelijkheid. Maar ook over zijn leermeester Subrahmanyan Chandrasekhar en het idee dat er nooit een oerknal is geweest.


De racefiets van de 86-jarige astronoom - 'Ik word steeds gezonder' - leunt tegen Oosterse wandtapijten met boeddhistische motieven; Gehrels doceert nog steeds elk jaar een aantal weken in Ahmedabad, India. Terwijl hij een onnavolgbaar verhaal afsteekt over een formule die kwantumfysica en zwaartekracht verenigt, over het interuniversale medium en over een oplossing van alle kosmologische raadsels, bewegen zijn handen in grote cirkels door de lucht, en verschijnen er kinderlijke pretlichtjes in zijn heldere ogen.


Nee, niemand neemt hem serieus. In 2005, na een congres in Amsterdam, werd hij door een Nederlandse geleerde ('Ik noem geen namen') uitgemaakt voor een crackpot. 'Ik snap het wel,' zegt Gehrels. 'Al die lui zijn getraind in dat oude oerknalmodel. Ik ben een buitenstaander, met een hele nieuwe kijk op de kwestie. En ik ben het wel gewend, hoor. Toen ik in 1980 met Spacewatch begon, geloofde ook niemand dat het ooit wat zou worden.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden