Ziektes waar je beter niet voor thuisblijft

Hét medicijn voor werkziektes als rsi en burn-out? Werken. ‘Een snelle terugkeer helpt juist bij herstel.’ Maar dan moeten wel álle partijen van goede wil zijn....

Trillend en zwetend stond Kees de Wit voor teammanager Silvia van der Berg. ‘Het gaat helemaal niet goed met mij’, zei de medewerker van een grote verzekeraar in het zuiden des lands er nog maar eens bij. Van der Berg stuurde hem naar huis, om een paar dagen bij te komen. Ze meldde hem echter niet ziek. Een bewuste keuze. Na vier dagen ‘rust’ nodigde zij hem uit voor een gesprek, de week erop was hij weer 36 uur per week aan het werk.

Wie nu denkt dat Van der Berg (44) als een heuse Stalin haar afdeling in het gareel houdt, heeft het mis. Silvia van der Berg is eerder het prototype sensitieve manager. ‘Als mensen niet lekker in hun vel zitten, dan heeft dat ook zijn weerslag op het functioneren op het werk. Ik praat veel met hen, tijdens de lunch, koffie en een-op-eengesprekken.’

Daardoor was haar al langer duidelijk dat de 35-jarige De Wit niet lekker in zijn vel zat. Hij was teruggeplaatst van een andere afdeling, waar het niet goed ging. En hij was teleurgesteld in zichzelf en in zijn werkgever. Toen hij zich in duidelijk gespannen staat bij zijn leidinggevende meldde, wilde Van der Berg hem dan ook niet zomaar ziek melden. ‘Ik wilde voorkomen dat hij in het medische circuit zou belanden.’

Klachten niet bagatelliseren, maar de oorzaak evenmin buiten de persoon in kwestie plaatsen. Het is psychiater Bram Bakker uit het hart gegrepen. In 2003 kreeg Bakker half Nederland over zich heen omdat hij burn-out een modeziekte noemde, waarover we binnen een paar jaar niet veel meer zouden horen.

In het in 2005 verschenen boek Te zot voor Woorden zet hij nog eens uiteen waarom: een burn-out is niets anders dan een depressie. Maar door het burn-out te noemen, leggen mensen de oorzaak bij het werk. Zij kijken daardoor niet naar hun eigen aandeel in hun ziekte, maar leggen de oorzaken van klachten of van falen buiten zichzelf. Bakker nu: ‘We kruipen in Nederland veel te snel in een slachtofferrol. Mensen zijn geneigd tot externaliseren, oftewel: de boze buitenwereld is verantwoordelijk voor hun klachten. Een slachtofferrol maakt iemand hulpeloos, waardoor genezen moeilijker is. Veel onderzoeken hebben duidelijk gemaakt dat goed naar jezelf kijken sneller genezing biedt.’ Het gaat Bakker aan het hart: ‘Ik wil het in een therapie hebben over jóúw aandeel in de situatie, niet over de redenen buiten jou.’

Maar belangrijker nog vindt Bakker dat die oorzaak volgens hem helemaal niet bij het werk of bij de werkgever ligt. ‘Iemand heeft toch echt zélf te veel hooi op de vork genomen.

‘Zonder dat werk zou diegene ook op een gegeven moment vastlopen. Natuurlijk krijg ik ook mensen langs die zeggen: ja, maar ik word op mijn werk echt al jaren afgebeuld; mijn leidinggevende eist van mij dat ik doorga, op straffe van ontslag. Ik vraag mij af waarom je dan geen ander werk zoekt.’

Bij mensen met psychische gezondheidsklachten moet er wel degelijk aandacht zijn voor de relatie met hun werk, stelt Roland Blonk. Hij geeft leiding aan het onderzoek naar burn-out bij TNO Kwaliteit van Leven, het vroegere TNO Arbeid. Werk is heel belangrijk in het leven van mensen, zegt Blonk, het biedt structuur en houvast. Werk speelt volgens hem zelfs een essentiële rol in het herstel van de burn-outpatiënt.

Maar dat wil niet zeggen dat werk de oorzaak is van burn-out, dat is Blonk met Bakker eens. ‘Het gaat bij burn-out om de interactie van een persoon met zijn omgeving. De meeste mensen vinden een verziekte werksfeer vervelend, maar niet iedereen wordt er ziek van.’

Pas sinds vorig jaar hebben de GGZ-instellingen (geestelijke gezondheidszorg) een richtlijn om bij psychische klachten óók het werk onder de loep te nemen. Tot die tijd was werk een onderbelichte factor, zegt Blonk. ‘We doen de laatste tien jaar veel onderzoek naar vroege interventie. Wat daaruit blijkt is dat snelle terugkeer op de werkvloer juist helpt bij het herstel. Ook op de langere termijn blijkt dat niet tot grotere uitval te leiden. Maar daarin is het wel heel belangrijk dat de werknemer controle ervaart over dat werk. Dus niet pushen, maar wel snel terugkeren. Al is het maar voor twee uur per dag.’

Het nieuwe beleid is een radicale breuk met tien jaar geleden. ‘Toen gold bij overspannenheid: eerst helemaal beter worden, dan pas weer überhaupt aan werk dénken.’

Dat gaat niet alleen op voor burn-out, maar ook voor andere werkgerelateerde ziektes als rsi. De overeenkomst tussen oplossingen bij rsi en bij burn-out is frappant, aldus Paulien Bongers, die bij TNO repetitive strain injuries onderzoekt. Volgens haar blijkt ook bij vroege interventie uiterst belangrijk om uitval voor langere tijd te voorkomen. ‘Alle betrokkenen dienen om de tafel te gaan zitten om te bekijken welke rol zij kunnen vervullen in dat herstel. Leidinggevende, arbomedewerker, personeelsmanager en de werknemer dienen datgene te doen dat binnen hun vermogen ligt om het genezingsproces te bevorderen. De werkgever of leidinggevende moet daarbij betrokken zijn, zodat de werknemer zich gehoord voelt.’

Net als Blonk zegt Bongers evenmin dat de werkgever verantwoordelijk zou zijn voor de ziekte van de werknemer, maar ook niet dat de werkgever geen rol moet hebben. Noch dat de werknemer zijn verantwoordelijkheid op hem of haar zou kunnen afschuiven. ‘De aanpak voor een snelle terugkeer naar werk is gebaseerd op het gedachtengoed van mediation: álle partijen dienen gehoord te worden en hun verantwoordelijkheid binnen dit proces te nemen. Als zij een vast protocol doorlopen, dan is de werknemer gemiddeld dertig dagen eerder terug op de werkplek.’

Bij een burn-out kan een vroege interventie de totale ziektetijd gemiddeld zelfs wel met vijf maanden verkorten, stelt haar collega Roland Blonk.

Complicerende factor bij veel aandoeningen die we werkgerelateerd noemen, is dat de onderliggende medische problematiek moeilijk grijpbaar is. Neem rsi. Dat stelt de wetenschap al tijden voor een raadsel, aldus Jaap van Dieën, bewegingswetenschapper aan de Vrije Universiteit. ‘We gaan ervan uit dat bij rsi sprake is van overbelaste spieren. De gangbare theorie is dat overbelaste spieren juist ontspanning nodig hebben. Maar recent wees een Deens onderzoek uit dat krachttraining een groot positief effect kan hebben bij rsi. Dat gooit al onze ideeën overhoop.’

Ook op de Vrije Universiteit is veel aandacht voor onderzoek in de preventieve sfeer. ‘Het blijkt belangrijk te zijn om beginnende klachten in een vroegtijdig stadium te onderkennen en te inventariseren.’ Als je snel ingrijpt, kan uitval door rsi nog worden voorkomen, veronderstelt Dieën.

Er zijn weinig aandoeningen die slechts één heel duidelijke oorzaak kennen, zoals roken op de werkplek of asbest, legt Paulien Bongers van TNO uit. Veel zogeheten werkgerelateerde ziektes zijn het gevolg van verschillende factoren en hangen óók samen met degene die eraan leidt, of dat nou op lichamelijk of psychisch vlak, of een combinatie daarvan, moet worden gezocht.

Bongers verwacht dan ook niet dat we in Nederland de kant opgaan waarbij de werkgever steeds vaker voor de rechter gesleept zal worden. ‘Alle partijen hebben er baat bij om met elkaar uit te zoeken hoe de werknemer met klachten het beste geholpen is en weer naar tevredenheid aan de slag kan gaan. Een rechtszaak bevordert dit proces niet. Al zijn er natuurlijk ook situaties waarin de werkomstandigheden extreem ongunstig zijn, dan is het een ander verhaal.’

Ook de FNV ziet noch verwacht een toename van dergelijke rechtszaken.

Jan Warning, directeur van het Bureau Beroepsziektes van de FNV ziet vooral een waarschuwende rol voor zijn bureau weggelegd. ‘Een prikkel om de werkgever tot het uiterste te dwingen zijn verantwoordelijkheid te nemen in het beschermen van de werknemer, zoals in de wet is vastgelegd.’

Warning verwijst naar zowel de arbowet als het Burgerlijk Wetboek, waarin die verantwoordelijkheid van de werkgever expliciet is vastgelegd. Hoewel in die wetten aan de werknemer geen verantwoordelijkheden zijn toegewezen, zijn die er wel degelijk, zegt hij. ‘Voordat wij zover gaan om een zaak aanhangig te maken, moeten wij absoluut overtuigd zijn dat de werknemer zichzelf niet nodeloos in gevaar heeft gebracht. Oók privé. In een rechtszaak wordt zijn of haar hele doopceel gelicht. Je kunt bij wijze van spreken maar beter niet roken of drinken en je moet wel een goed huwelijk hebben. In een rsi-zaak moet je bijvoorbeeld kunnen aantonen dat je niet thuis ook nog eens een paar uur per dag achter de computer zit.’

Van de 350 tot 400 zaken die per jaar bij de FNV worden aangemeld, belanden er ongeveer 50 bij de rechter. Het gaat dan om zaken van uiteenlopende aard. De overige zaken acht de FNV kansloos of worden al eerder in den minne geschikt.

Psychiater Bram Bakker noemt de gang naar de rechter in psychisch gerelateerde aandoeningen de ‘trieste uitwas van het slachtofferdenken’.

Maar heeft volgens Bakker de werkgever dan geen verantwoordelijkheid in het welzijn van zijn mensen? ‘Zeker wel. Vraag werkgevers om zich uit te spreken over wie van hun mensen potentieel een burn-outkandidaat is. Zij kunnen dat volgens mij prima voorspellen. Van mij mag de werkgever veel eerder de indruk overbrengen dat iemand niet op de goede plek zit.’

Ondertussen werkt Kees de Wit nog steeds 36 uur per week bij een grote verzekeraar. Sinds hij zich met overspannen klachten bij zijn leidinggevende meldde, zijn er vier maanden verstreken. Is er dan niets meer aan de hand? Teamleider Silvia van der Berg: ‘Iedere week zitten we met elkaar om de tafel om te bespreken hoe het met hem gaat. We hebben intensief contact, ik acht het noodzakelijk om mijn betrokkenheid bij zijn welzijn te tonen.

‘Ik spreek tegelijkertijd heel duidelijk mijn verwachtingen uit over wat ik van hem verwacht. Ik benader hem niet met een fluwelen handschoen, maar heb altijd een luisterend oor.’

Toch wil De Wit niet blijven. Hij heeft aangegeven dat hij zijn toekomst buiten het verzekeringsbedrijf ziet. Van der Berg: ‘Het lijkt mij een wijs besluit. Ik zal hem daarbij ondersteunen, zolang dat nodig is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden