Ziekenhuizen en zorgverzekeraars trekken samen op om prijzen dure medicijnen naar beneden te krijgen

Een novum in de gezondheidszorg: voor het eerst binden Nederlandse ziekenhuizen en zorgverzekeraars samen de strijd aan tegen dure medicijnen. Om de prijs van geneesmiddelen omlaag te krijgen kopen ze geneesmiddelen voortaan gezamenlijk in bij fabrikanten, te beginnen met pillen voor bloedkanker.

Beeld anp

Dit hebben de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) vrijdag bekendgemaakt.

De uitgaven aan dure medicijnen geneesmiddelen die per patiënt gemiddeld meer dan 10duizend euro per jaar kosten rijzen al jaren de pan uit. Farmaciebedrijven introduceren het ene veelbelovende medicijn na het andere, maar daaraan hangt wel een stevig prijskaartje. In 2015 kwam de rekening uit op 1,84miljard euro, een stijging van meer dan 6procent ten opzichte van een jaar eerder, blijkt uit cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit.

Tot nu toe kopen ziekenhuizen vaak in hun eentje medicijnen in bij de machtige pillenfabrikanten, waardoor ze nauwelijks een onderhandelingspositie hebben. Minister Edith Schippers van Volksgezondheid dringt er al langer bij ziekenhuizen en verzekeraars op aan samen een vuist te maken tegen de farmaceutische industrie. De vrees dat een dergelijk bondgenootschap de concurrentieregels zou overtreden nam kartelwaakhond ACM vorig jaar al weg door een aantal vuistregels te publiceren voor het samen inkopen van pillen.

Ruim een jaar later is de samenwerking een feit. Ziekenhuizen en verzekeraars hopen daarmee 'dat er gezamenlijk beter onderhandeld kan worden met de farmaceutische industrie, zodat dure geneesmiddelen nu en ook op de lange termijn beschikbaar blijven voor patiënten die hierop zijn aangewezen', aldus VUmc-bestuursvoorzitter Wouter Bos. Alle zorgverzekeraars doen mee, evenals naar verwachting enkele tientallen (veelal grote) ziekenhuizen, waaronder de universitaire medische centra.

Europese samenwerking

Als proef gaan de ziekenhuizen en zorgverzekeraars volgend jaar eerst samen medicijnen inkopen tegen chronische myeloïde leukemie, oftewel bloedkanker. De pillen voor de 1.300Nederlandse patiënten met deze ziekte kosten jaarlijks 30miljoen euro. Het gaat om de medicijnen bosutinib van de Amerikaanse fabrikant Pfizer, nilotinib van het Zwitserse Novartis en dasatinib van het Amerikaanse Bristol-Meyers Squibb. Alleen al het gebruik van bosutinib kost per patiënt 141euro per dag, ruim 51duizend euro per jaar. Als de proef met bloedkankermedicijnen goed uitpakt, dan willen de ziekenhuizen en zorgverzekeraars de samenwerking uitbreiden naar andere medicijnen. 'We hebben onderling afgesproken: als we tevreden zijn over de resultaten dan gaan we snel verder kijken naar andere geneesmiddelen', aldus Thomas Bakker van Zorgverzekeraars Nederland.

Een volgende stap is niet alleen op Nederlands, maar ook op Europees niveau samen te werken om tegenwicht te kunnen bieden aan de farmaceutische industrie. Dit constateert ook minister Schippers in reactie op de samenwerking, die ze 'een belangrijke eerste stap' noemt. 'De tweede stap is dat we in Europa veel meer moeten samenwerken om te kijken hoe we deze heel dure, maar heel belangrijke medicijnen betaalbaar houden voor iedereen die ze nodig heeft.'

Europese samenwerking heeft echter nogal wat voeten in de aarde, constateert Bakker. 'Sommige landen hebben er economisch belang bij hun medicijnfabrikanten te beschermen, waardoor samenwerking niet zomaar van de grond komt.'

Tot nu toe sloegen alleen Nederland, België, Luxemburg en Oostenrijk de handen ineen om gezamenlijk met de farmaceutische industrie te onderhandelen over de prijzen van medicijnen. Daarbij gaat het om geneesmiddelen waarop fabrikanten een monopolie hebben. De samenwerking tussen de ziekenhuizen en zorgverzekeraars richt zich op het inkopen van medicijnen in het 'oligopolistische segment', geneesmiddelen waarvan meerdere, met elkaar concurrerende varianten bestaan.

De makers van zulke medicijnen zijn eerder geneigd te onderhandelen met ziekenhuizen en verzekeraars dan monopolisten, omdat er concurrenten zijn aan wie ze de klandizie kunnen verliezen.

'Een monopolist weet dat mensen zijn medicijnen toch wel nodig hebben, dus hoeft hij de prijs niet aantrekkelijker te maken', zegt Bakker. Voor fabrikanten is het bovendien extra aantrekkelijk in zee te gaan met een groot blok van ziekenhuizen en verzekeraars, omdat ze dan de garantie hebben dat ze in een keer veel medicijnen kunnen verkopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.