InterviewMaurice van den Bosch

Ziekenhuisbaas: de coronacrisis vraagt veel meer creativiteit

Hij bestuurt een Amsterdams ziekenhuis, maar laat ook daarbuiten van zich horen. Al vroeg zag Maurice van den Bosch dat de coronacrisis veel meer is dan alleen een medische crisis. Hij pleit voor maatwerk en durf.

Maurice van den Bosch Beeld Jiri Buller
Maurice van den BoschBeeld Jiri Buller

Als bestuursvoorzitter Maurice van den Bosch vanuit zijn kamer op de tweede etage van het Amsterdamse OLVG-ziekenhuis naar beneden kijkt, ziet hij halflege trams, verveelde jongeren die in het park hangen en de gesloten deuren van bar Bukowski op de hoek van de straat. De maatschappelijke en economische gevolgen van de coronacrisis zijn pijnlijk zichtbaar, en ze dringen door binnen de muren van het stadsziekenhuis. Het verklaart waarom Van den Bosch als bestuurder opvallend veel oog heeft voor de wereld buiten het ziekenhuis.

Zo was hij een half jaar geleden een van de eersten die erop wees dat de pandemie zoveel meer is dan een medische crisis. Nog voordat de overheid zich om het lot van de jongeren bekommerde, zette hij zich in voor die groep, die zo sterk lijdt onder het isolement. De avondklok? Laat de onderbouwing van die maatregel eens zien, schreef hij in een post op LinkedIn.

Wat meespeelt: Van den Bosch (46) is niet alleen bestuurder maar ook (meewerkend) arts – een combinatie die op zijn niveau niet erg gebruikelijk is. Tot vlak voor de coronapandemie stond hij nog gewoon niertumoren weg te vriezen, hij glundert als hij erover vertelt. Door mee te werken, vertelt hij, hoort hij meer en leert hij meer over wat zich in zijn ziekenhuis afspeelt dan in een halve week vergaderen.

Wat hij nu vooral ziet, zijn de gevolgen van de crisis, voor de patiënten en het personeel. Op de afdeling kindergeneeskunde: meer gevallen van kindermishandeling. Op de afdeling psychologie: meer jongeren met een depressie of een eetstoornis. De artsen en verpleegkundigen: uitgeput door het harde werken en al het leed dat ze hebben gezien – sommigen kampen zelfs met klachten van een posttraumatische stressstoornis.

Hij is voorstander van het coronabeleid, laat hij dat gezegd hebben, hij ziet hoe belangrijk de maatregelen zijn. Deze week heeft zijn ziekenhuis een derde ic geopend, de stroom patiënten groeit, er wordt, zegt hij, zó hard gewerkt. Maar bij de uitvoering van de maatregelen kan wat meer creativiteit en maatwerk geen kwaad, vindt hij. En de discussie daarover gaat hij niet uit de weg. ‘Inspraak en tegenspraak zijn altijd van belang, het helpt om je mening te vormen. Dat is ook de cultuur van dit ziekenhuis. Er kan hier zo een verpleegkundige binnenlopen, die iets kwijt wil over wat wij hebben bepaald en afgesproken. Gelukkig maar, zo hoort het te gaan.’

Hoe ver reikt uw invloed?

‘De focus was lange tijd louter medisch. Maar we willen met elkaar door de crisis komen, met alle groepen in de samenleving. Dat werd hier in Amsterdam pijnlijk duidelijk door de dood van Pepijn, een jongen die op het gymnasium zat. Zijn verhaal maakte ons duidelijk hoe groot de mentale stress onder jongeren kan zijn.

‘Ik heb toen contact gezocht met burgemeester Halsema en met Jet Bussemaker, de voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. We zijn om de tafel gaan zitten met de vraag: wat kunnen we verder voor jongeren betekenen? Doen wij wel genoeg? Met dat bericht zijn we naar buiten gekomen. Tijdens de volgende persconferentie werd vervolgens het buitensporten voor jongeren verruimd. Op die manier probeer je invloed uit te oefenen.’

De maatschappelijke gezondheid wordt door de lockdown flink op de proef gesteld.

‘Dat de slijterij en de snoepwinkel open zijn, dat sigaretten vrij verkrijgbaar zijn terwijl de sportscholen dicht zijn, ja dat is verwonderlijk. Ik kan op zaterdag gewoon naar Albert Heijn, waar het afgeladen vol is, terwijl ik niet naar een sportschool mag. Dat valt niet uit te leggen, dat is krom.’

Is het de taak van een ziekenhuisdirecteur om zich daar druk over te maken?

‘Voor mij is een patiënt niet alleen iemand in een ziekenhuis. Als je goed onderwijs krijgt, kunt sporten, een baan hebt en een dak boven je hoofd, dan betekent dat heel veel voor je gezondheid op lange termijn. Het is niet meer van deze tijd om je alleen maar stil te bewegen binnen de eigen ziekenhuismuren.

‘Daarom zijn we nu bijvoorbeeld ook in gesprek met moskeeleiders. We zien dat er bij mensen met een migratieachtergrond op een andere manier met het levenseinde wordt omgegaan. Nederlandse artsen leggen het medische perspectief van een behandeling op tafel om samen met de patiënt en de familie een beslissing te nemen. Als een behandeling uitzichtloos wordt, dan stellen zij voor om daarmee te stoppen. Dat is voor mensen met een migratieachtergrond een moeilijker onderwerp, zij hebben vaker de gedachte dat je hoe dan ook tot het einde moet doorgaan. Een gesprek daarover is niet altijd makkelijk.

‘We hebben ook te maken gehad met geweld in het ziekenhuis, we proberen te begrijpen waar dat vandaan komt in plaats van het alleen maar te veroordelen. Dat werkt overigens twee kanten op, iedereen moet met respect met ons personeel omgaan. Agressie komt vaak voort uit onmacht en verdriet, soms is het frustratie over bijvoorbeeld een bezoekersregeling. Ondanks alle mogelijke zorg kunnen patiënten ineens heel snel verslechteren en overlijden. Dan kunnen de emoties hoog oplopen.’

Wat vindt u ervan dat de avondklok steeds opnieuw achteloos wordt verlengd?

‘Ik snap dat er strenge maatregelen nodig zijn om het virus te beteugelen, maar ook daar is meer maatwerk nodig. Kijk wat we hebben gedaan op onze ic. In het begin van de pandemie overleden covid-patiënten daar zonder hun dierbaren. Onze artsen vonden dat vreselijk, niet menswaardig, daarom hebben we heel snel een palliatieve unit gemaakt waar meer bezoek mogelijk was. Terwijl dat volgens de richtlijnen eigenlijk niet mocht.’

Diplomatiek: ‘Je zou willen, naarmate we dieper in de crisis komen, dat ze op meer plekken buiten het ziekenhuis zo creatief durven te zijn.’

Waarom bent u zo kritisch over de avondklok?

‘De avondklok is een sterk vrijheidsbeperkende maatregel, je moet je elke keer realiseren dat het geen vanzelfsprekendheid is. Die avondklok is nu al vier keer verlengd met de mededeling ‘het is logisch’, maar het is niet logisch. In een noodsituatie kan het soms niet anders, maar we moeten niet van een eerdere noodsituatie een status quo maken.

‘Vorige week dinsdagavond was ik, vlak voor de persconferentie, aan het hardlopen met mijn vrouw. Mijn jongste zoon was op de voetbaltraining, hij belde me op. Klopt het dat de avondklok een uur wordt verlengd, vroeg hij. Dat heb je goed gehoord, antwoordde ik. Op de achtergrond hoorde ik gejuich van zijn vrienden. Wij denken: ach wat maakt dat uur extra uit, maar voor jongeren die al zo lang binnen zitten, betekent het dat ze vanaf deze week een uur langer kunnen chillen. Daar moeten we ons echt meer bewust van zijn.’

Het is makkelijk om kritiek te leveren, wat is het alternatief?

‘In het begin van een crisis moet je radicale beslissingen nemen, en heb je grote hamers nodig, maar als de crisis langer duurt, heb je vijfhonderd kleine pikhouweeltjes nodig. En ruimte voor experimenten.

‘Neem de sneltesten. Kijk of sportscholen daarmee veilig open kunnen. Doe dat voor mijn part eerst alleen in een stad of provincie en als het werkt, schaal je het op. We weten dat de gemiddelde Nederlander inmiddels een paar kilo is aangekomen.’ Lachend: ‘Ja, ik ook.’

‘Hadden we met die sneltesten niet ook eerder een universiteitscampus kunnen openen? Ik durf te beweren van wel. Eenderde van de studenten geeft het leven nu een 5 of minder. Dan horen de luiken toch open te gaan? Hier gebeurt iets in de samenleving.’

Van den Bosch is opgeleid als interventieradioloog, zijn vak komt neer op ‘opereren zonder snijden’: behandelingen uitvoeren door apparatuur of medicijnen via kleine gaatjes in het lichaam naar binnen te brengen waarbij de radioloog meekijkt op bijvoorbeeld een MRI of een echo. Na zijn opleiding specialiseerde hij zich onder andere in het Amerikaanse Stanford Medical Center, waarna hij in 2011 hoogleraar werd aan het UMC Utrecht.

‘Een interventieradioloog is handig met de handen’, legt hij uit, ‘maar daar moet je wel veel vlieguren voor maken.’ Daarvoor ontbreekt hem nu de tijd, maar het ‘gewone kijkwerk’ doet hij nog wel. Elke donderdag probeert hij in het OLVG mee te werken. Vorige week stond hij in de ok toen bij een patiënt een nieuwe buisprothese werd geplaatst in een slagader in de buik. ‘Dat gebeurt minimaal invasief, via de lies en dan helemaal naar boven, door een team van vaatchirurgen en interventieradiologen. Dat is mijn specialisme, daar ben ik hoogleraar in.’

Stralend: ‘Dus ja, dan ben ik erbij. Dan gaat de prothese van de buik tot de aortaboog, en bij al die zijtakjes moet je gaatjes in de prothese knippen. Dat moet allemaal precies passen, dat vind ik supermooi.’

Niet eerder heeft hij de zorg zo snel zien veranderen in zo’n korte tijd. ‘Covid heeft ons geleerd dat zorgverlening veel vaker op afstand kan. We zijn de helft van onze consulten digitaal gaan doen en we hebben consulten geschrapt.’ De kans dat die ontwikkeling na afloop van de pandemie terugveert is groot, maar niet in zijn ziekenhuis, zegt hij stellig. ‘Dan komt het aan op leiderschap.’

Er zijn meer veranderingen: het afgelopen jaar werd voor het eerst goed duidelijk wat het effect is van minder registratiedruk. ‘In de zorg meten we continu, en dat betekent een enorme registratielast. Natuurlijk moeten we vastleggen wat we doen en transparant zijn over de uitkomsten. Maar we hebben nu geleerd dat we minder zouden mogen toetsen en meer mogen vertrouwen op het oordeel van de mensen op de werkvloer.’

Hij geeft een voorbeeld: ‘Verpleegkundigen meten drie keer per dag pijnscores omdat we dat ooit zo hebben afgesproken. Maar ook zonder die score weet een verpleegkunde echt wel wie pijn heeft of wie ze ernaar moet vragen. Omdat we in een crisis zaten die we nooit eerder hebben meegemaakt, hadden we minder verantwoording af te leggen. Er waren immers nog geen richtlijnen voor corona. Het personeel heeft nog nooit zo hard gewerkt, hun bijdrage is nooit zo zichtbaar geweest.

‘Het is superbelangrijk om die bezieling bij de professionals te behouden. Ik denk dat we daarmee straks het ziekteverzuim weer kunnen terugdringen. Mensen kunnen een hoge mate van spanning aan, als ze er zelf over gaan.’

Beneden in de hal lijkt het die donderdagmorgen de Kalverstraat wel. Een gestage stroom patiënten trekt langs twee gastvrouwen die in razend tempo een coronascreening uitvoeren. De gewone zorg gaat door, zoveel is duidelijk, terwijl ook in het OLVG op de intensive care de drukte toeneemt – een probleem waar elk Nederlands ziekenhuis mee worstelt.

Het verklaart zijn jongste kritiekpunt: waar blijven de vaccinaties voor de rest van het zorgpersoneel? Deze week werd duidelijk dat er dagelijks vaccins op de plank blijven liggen omdat er bij de GGD’s onvoldoende afspraken worden gemaakt. Waarom wordt dat overschot aan het einde van de week niet gedeeld met de ziekenhuizen?, vroeg hij zich op Linkedin af. ‘Wij prikken het de week erop zelf weg.’ En: ‘We verliezen nu kostbare weken.’

Stellig: ‘Nu het aantal besmettingen zo oploopt, en het ziekteverzuim toeneemt, moet er snel iets gebeuren. In december hebben we zelf moeten lobbyen om het personeel in de acute zorg gevaccineerd te krijgen, dat ging in ons ziekenhuis om zeshonderd van de zesduizend medewerkers. Nu is het hoog tijd voor de rest. ‘We begrijpen de afwegingen rond het vaccinatiebeleid, de vaccins hebben het meeste effect bij 60-plussers, dat zijn de mensen die het ziekst kunnen worden. Maar volgende maand hoef je ons niet meer te vaccineren want het virus kent een seizoenspatroon, ik kan je voorspellen dat het aantal besmettingen dan is gezakt. Je ziet het effect in de verpleeghuizen, waar iedereen nu is gevaccineerd: nagenoeg geen besmettingen meer. Dat is zo belangrijk, alleen zo houden we de zorg overeind.’

Het aantal covidpatiënten in de ziekenhuizen is al maanden hoog, dat moet voor het personeel erg zwaar zijn.

‘Inderdaad, het is alsof je met elkaar een marathon loopt en elke keer in het zicht van de finish de finishlijn een paar kilometer naar achteren wordt verschoven. Tijdens de eerste golf hebben de zorgmedewerkers alles gegeven met het idee: daarna is het overwonnen. In de zomer moesten ze de reguliere zorg inhalen, heel veel patiënten hadden immers lang moeten wachten. Met het idee: die tweede golf komt pas in november. Maar die tweede golf kwam al half september. Met Kerst hebben we ons personeel moeten vragen om hun verlof niet als vanzelfsprekend te zien.’

Wat kun je doen als ziekenhuis om te zorgen dat ze het volhouden?

‘In ons crisisbeleidsteam, dat de dagelijkse beslissingen neemt, zijn alle sectoren van het ziekenhuis vertegenwoordigd. Dus naast de raad van bestuur ook de artsen, de verpleegkundigen, de facilitaire dienst. Iedereen kan meebeslissen. Klinkt heel logisch, maar dat is lang niet in elk ziekenhuis zo.

‘Als een afdeling het moeilijk heeft, gaat een van de bestuursleden samen met de leiding met het personeel in gesprek, of we lopen mee zodat we snappen wat er speelt.

‘Een paar maanden geleden heb ik een ochtend meegelopen op de longafdeling nadat de verpleegkundigen daar hadden aangegeven dat ze moe waren. Ze vertelden me dat ze zich zorgen maakten omdat ze zich ook verantwoordelijk voelden voor de niet-covidpatiënten, die ze nauwelijks konden helpen. Pas als je meeloopt, merk je hoe zwaar het is om de hele dag voor covidpatiënten te zorgen. Toen hebben we besloten om de afdeling op te splitsen en het personeel bewust regelmatig op de gewone longafdeling in te zetten. Zodat ze weer energie krijgen.’

Bent u zo ook op het idee gekomen van een virtualrealitybril voor verpleegkundigen?

‘Nee, dat was een idee van de verpleegkundigen zelf. In december gaven de verpleegkundigen in ons crisisbeleidsteam aan dat de spanningen opliepen, dat het personeel moe was en het bijna niet meer volhield. De vraag was: hoe konden we ze met kleine initiatieven een steuntje in de rug geven? We zorgen nu bijvoorbeeld in de nachtdienst voor goede, vitaminerijke voeding. In het restaurant, dat toch niet wordt gebruikt, staan massagestoelen.

‘We werkten al met virtualrealitybrillen, bijvoorbeeld bij kinderen die geopereerd moeten worden. We hebben goed contact met het bedrijf dat de brillen maakt en het bleek mogelijk om een programma op de vr-bril te zetten waarmee je op een onbewoond eiland zit of op de skipiste.

‘Zo ondersteunen we de verpleegkundigen week na week. Het zijn die pikhouweeltjes waarover ik het had. Er is geen masterplan. We kunnen niet zeggen: dán is er niemand meer moe. Uiteindelijk kom je door de crisis heen met kleine stapjes.’

En dat is genoeg?

‘We zullen naar een landelijk herstelplan voor het zorgpersoneel moeten. Het zou goed zijn als niet elk ziekenhuis dat voor zichzelf gaat verzinnen, laten we samen nadenken hoe we onze mensen, die zo lang zo hard hebben gewerkt, kunnen helpen.

‘Ze hebben een oorlogssituatie meegemaakt, laten we de impact daarvan niet onderschatten. Ze hebben veel patiënten zien sterven, veel leed gezien, veel meer dan ze gewend zijn. Ze hebben klachten die duiden op zware spanning of zelfs een posttraumatische stressstoornis.

‘Ik weet zeker: na de crisis is de wereld buiten de zorg alles snel weer vergeten. Tijdens de eerste golf stonden Amsterdammers hier op hijskranen aria’s voor ons te zingen, nu hangt er aan de overkant nog één spandoek. Het geheugen is kort, dat is nu eenmaal zo. Maar wij moeten wel door, en het herstel van de crisis zal minstens net zo lang duren als de crisis zelf.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden