Reportage

Ziekenhuis in oorlogstijd: er zit een helm in Sasja's hoofd

Het stadsziekenhuis van Dnjepropetrovsk in Oekraïne is tegen wil en dank gespecialiseerd geraakt in granaat- en schotwonden. En met succes. 'Alleen de Israëliërs doen het beter.'

Chirurg Joeri Skrebets toont Sasja Gristisjenko een röntgenfoto van diens schedel. Een deel daarvan is vervangen door plastic en titanium.Beeld Yuri Kozyrev/ Noor

Neurochirurg Joeri Skrebets stelt zich voor. Hij heeft de dagelijkse leiding over de chirurgische afdeling van het Metsjnikov, het stadsziekenhuis van Dnjepropetrovsk. 'Joeri Joerevitsj, aangenaam. Wil je mijn partijkaart zien?' Uit het vestzak van de dokter komt een lidmaatschapskaart van de Pravy Sektor, de rechts-radicale Oekraïense organisatie die in de voorste rijen vecht.

Het is een kliniek vol contrasten. Langs de trappen loopt een bejaarde vrouw met stoffer en blik, in de gang staat een MRI-scanner. Op de eerste verdieping zamelen vrijwilligers boeken, kindertekeningen en geld voor medicijnen in, drie verdiepingen hoger liggen zwaargewonde soldaten aan de beademingsapparatuur. De vloeren zijn van versleten Sovjet-linoleum, maar de medische zorg is top-notch.

'90 procent van de gewonden komt hier met granaatscherven binnen. Dit is geen eerlijke oorlog waarbij van man-tot-man wordt gevochten, het is een artillerieoorlog', vertelt Skrebets. 'Op sommige dagen krijgen we maar twee of drie gewonden binnen, op andere tientallen. Vorige week nog 80 jongens op een dag.' Meestal worden ze getransporteerd vanuit veldhospitalen, soms komen ze aan in busjes. De overledenen op de grond, de zwaargewonden bovenop - als kussens. 'Het bijzondere is: 99 procent overleeft het.'

Een gewonde Oekraïense soldaat.Beeld reuters

Skrebets: 'Alleen de Israëliërs doen het beter - maar die hebben dan ook meer ervaring, die vechten al hun hele bestaan. De Russen zijn ook niet slecht, maar ik kan gerust zeggen dat wij hier meer ervaring in huis hebben dan een gemiddeld West-Europees land. Oorlogswonden moet je anders behandelen. Soms kan letsel hetzelfde zijn, maar moet de behandeling juist tegenovergesteld.' In een tijdspanne van amper tien minuten komen en drie artsen, twee zusters, een rechercheur van het openbaar ministerie en twee medewerkers van de veiligheidsdienst langs. Iedereen moet een handtekening van Skrebets hebben.

Door de gangen van het complex strompelt Aleksander Timosjenko (32), een oorlogsvrijwilliger. Een jaar geleden werkte hij nog als sjouwer bij een bouwmarkt, een paar maanden geleden ontplofte een granaat vlak naast hem na een routinecontrole in de havenstad Marioepol. Hoofdarts Sergej Rizjenko geeft hem een schouderklopje. 'Je bent een held jongen, bij de gratie Gods blijf je de rest van je leven kerngezond.'

'Kijk maar eens goed', zegt Skrebets wanneer de jongen met gestrekt been op een stoel ploft. '40 granaatscherven dwalen er door zijn lichaam. Twee benen en een hand hadden we eigenlijk afgeschreven. Volgens de NAVO-standaard hadden we moeten amputeren, zonde.' Aleksander kan zich alleen herinneren dat hij vloog. 'Er zat een arts naast me, die zei dat ik sterk moest zijn.' Op zijn kamer liggen nog vier mannen, burgers en een soldaat. Net als Aleksander wil ook de soldaat zo snel mogelijk terug naar het front. De oorlog is nog lang niet voorbij, denken ze. Op de vloer liggen borden met etensresten. Iedereen rookt sigaretten. Het linkerbeen van de soldaat hangt in een constructie met ijzeren pennen.

'Hoedje'

Het ziekenhuis heeft tot op heden iets meer dan 1.100 zwaargewonde soldaten opgelapt. 'Het is zwaar, maar we hebben hier ruim 30 duizend patiënten op jaarbasis, dus het valt wel mee', legt de hoofdarts uit. Geld is geen probleem. In Dnjepropetrovsk is de vaderlandsliefde opgelaaid, de stad ligt ruim tweehonderd kilometer van het front - je merkt overal dat het oorlog is. Vrijwilligers vragen om donaties, in cafés en restaurants gaan delen van de rekening naar het leger en de steenrijke gouverneur van de regio investeert miljoenen, ook in het Metsjnikov.

Op een ziekenbed in een andere gang zit Inna Gristisjenko. Naast haar ligt Sasja, haar 20-jarige zoon. 'Ik wist twee weken niet waar hij was', legt ze uit. Anderhalf jaar geleden liet hij zich inschrijven bij het leger, toen een oorlog met Rusland nog een waanidee leek. 'Een Russische officier heeft hem zien liggen tussen een stapel lijken. Hij heeft tegen iemand van het Rode Kruis gezegd dat Sasja misschien nog leefde.'

Volgens de artsen is Sasja 20,5 uur lang geopereerd. Op röntgenfoto's is te zien hoe de helft van zijn schedel is weggeblazen en vervangen door een constructie van plastic en titanium. 'We zijn belazerd', legt Sasja uit. 'We werden vorige zomer omsingeld, er zou een uitweg komen, maar toen zijn we beschoten.' Van de elf vrienden uit de 93ste brigade hebben er maar twee de aanval overleefd. 'Hij kan nu weer praten, maar dat was wel anders.' Sasja's moeder slikt haar tranen in. De artsen praten grappend over het 'hoedje' dat Sasja nu permanent draagt. 'Een soort helm, maar er groeit haar op. Ik geef je de röntgenfoto mee wanneer we je uit het Metsjnikov ontslaan', zegt Skrebets in zijn werkkamer. 'Dan kun je op vliegvelden heel makkelijk smokkelen!' Sasja glimlacht, voorzichtig. 'Ik wil alleen maar rust', zegt hij later. 'En dan naar huis.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden