Zieke Rode Khmer heeft het altijd aan de blindedarm

Sinds Pol Pot eind augustus in de steek is gelaten door zijn eigen zwager en voormalige minister van Buitenlandse Zaken Ieng Sary, krijgt de 'harde kern' van de Rode Khmers de ene klap na de andere....

Van onze buitenlandredactie

AMSTERDAM

Deze week was het al zover dat minstens vijf divisies Rode Khmers zonder bedenken overliepen naar de regering. De dissidenten, die nu meevechten aan de kant van het regeringsleger, hebben maandag twee van Pol Pots naaste medewerkers verdreven uit hun basis Samlaut: Son Sen (66), de militaire leider van het guerrillaleger, en Nuon Chea de tweede man in de partij.

Pol Pot en zijn 'harde kern' zijn nu ook verstoken van inkomsten. Want de edelgesteenten en het hardhout waarmee de Rode Khmers hun kas plachten te spekken bevinden zich in de omgeving van Pailin, het gebied dat in handen is van de overgelopen Ieng Sary.

Maar voor de veertigduizend Cambodjanen in de pas ontsloten delen van Cambodja, achter de Phnom Malai, gaat het leven voorlopig door alsof er niets is veranderd. De Nederlander Maurits van Pelt, coördinator van Artsen zonder Grenzen in Cambodja, behoorde onlangs tot het eerste groepje buitenlanders dat dit Rode-Khmerreservaat mocht bezoeken. Een snelle rondvraag leerde hem dat een gezin van vijf personen er gemiddeld moet rondkomen van 30 gulden per maand.

Met dat geld kunnen ze natuurlijk terecht in de plaatselijke winkel, die voor de helft eigendom is van 'de staat' (lees: de Rode Khmers) en voor de helft is 'verdeeld' (lees: onder de vrienden van de Rode Khmers). Wat Van Pelt, werkzaam in een deel van Cambodja waar prostitutie en aids het voornaamste probleem van de gezondheidszorg vormen, vooral opvalt is wat er in deze winkel niet te koop is: 'Geen condooms en geen kranten, wel radio's en fotorolletjes.'

Omdat hun enige verbinding met de rest van Cambodja - de weg naar Sisophon - vrijwel onbegaanbaar is door de modderpoelen en levensgevaarlijk vanwege de struikrovers, zijn de bewoners van het Rode-Khmerreservaat voor hun eerste levensbehoeften aangewezen op de winkeliers aan de andere kant van de grens, in Thailand. Reizen buiten hun dorp mogen ze echter alleen met vergunning van de plaatselijke commandant.

Ook de gezondheidszorg is er nog op z'n Pol Pots. 'Het plaatselijke ziekenhuis heeft nauwelijks voorzieningen en niet één van de medewerkers is gekwalificeerd. Amputaties en blindedarmoperaties worden onder de meest primitieve omstandigheden verricht', vertelt Van Pelt. 'Er zijn nauwelijks instrumenten, de meeste medicijnen stammen nog uit 1981 en verbandgaas wordt onder de pomp gewassen om opnieuw te worden gebruikt. Toch zetten ze gewoon het mes in de patiënt, want er hangt een soort appendicitis-mythe: als iemand ziek is, heeft die altijd blindedarmontsteking en dan wordt die dus geopereerd.'

Phnom Malai draagt de sporen van negentien jaar 'volksgezondheid' onder de Rode Khmers. 'Er heerst veel malaria. Er is nog nooit iemand gevaccineerd - zonder vaccinatie raken de mensen volgens de Rode Khmers vanzelf immuun', aldus Van Pelt. Volgens de Rode Khmers is ziekte trouwens toch alleen maar inbeelding.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden