Zieke prostaat soms liever onopgemerkt

Tenminste één op de drie overleden mannen blijkt bij sectie kwaadaardig weefsel in de prostaat te hebben. Vroege diagnose vermindert mogelijk de sterfte aan prostaatkanker, maar zadelt anderen met een zware ingreep op....

SUZANNE BAART

MANNEN DIE met prostaatklachten bij de dokter komen, blijken soms al enige jaren met kanker rond te lopen zonder dat ze dat wisten. Sterker nog: bij sectie op overleden mannen wordt in minimaal 35 procent kwaadaardige weefsel in de prostaat gevonden.

Er sterven dan ook meer mannen mét dan áán prostaatkanker, zegt dr. John Rietbergen. Afgelopen week promoveerde hij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op onderzoek naar methoden om prostaatkanker vroeg op te sporen. Die methoden zouden mogelijk gebruikt kunnen worden als het nut van bevolkingsonderzoek bewezen wordt.

Het Rotterdamse onderzoek maakt deel uit van een groot Europees project waaraan ook ziekenhuizen in Antwerpen, Helsinki, Milaan, Lissabon, Madrid en Gotenburg meedoen. Het project, dat in 1994 begon, zal tien tot vijftien jaar duren.

In Rotterdam werden alle mannen tussen de 55 en 74 jaar aangeschreven. Van hen wilde 46 procent meedoen, ondanks de waarschuwing in de uitnodigingsbrief, die luidde: 'Het kan zijn dat er bij u kanker wordt gevonden en behandeld, maar dat u daar nooit aan zou zijn overleden.'

En dat is precies het probleem met vroege opsporing. Worden mannen er beter van als ze weten dat ze prostaatkanker hebben en daarvoor in een vroeg stadium worden behandeld, met alle narigheid van dien? De operatie waarbij de prostaat wordt verwijderd, is ingrijpend, gezien het risico op impotentie en incontinentie.

Uit de cijfers van Rietbergen blijkt dat bij vroege opsporing slechts bij 2 procent van de mannen uitzaaiingen worden gezien. In dit stadium is de kanker nog te genezen. Toch kan een patiënt geen absolute zekerheid worden geboden.

Rietbergen: 'Het kan zijn dat wij nog geen uitzaaiingen vinden, maar dat die er wel zijn. En dan heb je een patiënt bij wie de prostaat is weggehaald en die bovendien langer weet dat hij kanker heeft. We moeten dus voorzichtig zijn voor een al te groot optimisme.'

Uit nieuwe cijfers van de kankerregistratie blijkt dat in 1995 bij 6367 mannen prostaatkanker werd gevonden. Op het moment van de diagnose was er bij één op de vier mannen sprake van uitzaaiingen, vooral in de botten en de lymfeklieren. In hetzelfde jaar overleden 2425 mannen aan de gevolgen van prostaatkanker: na longkanker de meest voorkomende kanker bij mannen. Eén op de tien mannen zal in zijn leven uiteindelijk de diagnose prostaatkanker krijgen. Van hen zal 40 procent daaraan overlijden. Van de patiënten die met klachten en uitzaaiingen bij de uroloog komen, gaat 80 procent dood aan prostaatkanker.

Of vroege opsporing zal leiden tot een lager sterftecijfer, is op dit moment nog niet te zeggen. 'Het klinkt cru, maar eigenlijk kunnen we dat pas vaststellen als alle mannen die nu aan ons onderzoek meedoen, zijn overleden.'

En er zijn nog meer problemen die moeten worden opgelost, voordat in Nederland kan worden besloten tot vroege opsporing met een bevolkinsonderzoek. Om te weten of iemand wellicht aan prostaatkanker lijdt, werden in het Rotterdamse onderzoek van Rietbergen vier methoden getest.

Allereerst het relatief nieuwe bloedonderzoek. Daarbij wordt de zogeheten PSA-waarde vastgesteld. PSA staat voor 'prostaat specifiek antigen'. Hoe hoger de PSA-waarde, hoe groter de kans op kanker.

Met rectaal onderzoek, de tweede mogelijkheid, wordt de prostaat onderzocht op harde plekken of asymmetrie. Dat wordt eveneens als afwijkend beschouwd. Met de derde techniek, echografisch onderzoek via de anus, wordt gezocht naar donkere plekken aan de buitenste rand van de prostaat op de echo. Ook dat is verdacht.

Slaat de weegschaal door naar gevaarlijk, dan wordt ten slotte door middel van een biopsie, een weefselpunctie, door een patholoog onderzocht of er sprake is van een kwaadaardig gezwel. De behandeling kan bestaan uit afwachten, bestralen of verwijdering van de prostaat.

Helaas zitten er nog wat haken en ogen aan de methoden die nu nog ter beschikking staan, zegt Rietbergen. Allereerst het bloedonderzoek, overigens de beste voorspeller. 'Het volume van de prostaat speelt een rol bij de hoeveelheid PSA. Hoe groter de prostaat, hoe meer PSA wordt gemeten. Het volume, dat overigens nauwkeurig is te meten met echo, varieert enigszins per indivudu, maar ook per leeftijd: bij eenderde van de mannen boven de 60 jaar wordt een vergrote prostaat gevonden en dus meer PSA gemeten dan bij iemand van 40.'

R IETBERGEN TESTTE daarom een wiskundige formule: deel de PSA-waarde door het echografisch gemeten prostaatvolume en stel een grenswaarde vast. Je voorkomt dan dat bij te veel mannen een biopsie wordt verricht. Dus bij een prostaatvolume van 40 kubieke centimer en een PSA van 4 is de PSAD 0,10.

Als je de grenswaarde op 0,12 stelt, moet er worden ingegrepen bij gelijkblijvende of hogere waarden. Dat klinkt duidelijk. Helaas, zegt Rietbergen. 'Je bespaart zo weliswaar 29 procent van alle biopsieën, maar je mist helaas ook 8,6 procent van de prostaatkankers.'

De promovendus noemt nog meer problemen waarvoor middels onderzoek in Rotterdam oplossingen worden gezocht. Zo zijn er de intervalkankers. Soms wordt iemand onderzocht, er wordt een biopsie verricht en er wordt niets gevonden. En dan krijgt iemand toch nog kanker.

Foutje? Rietbergen: 'In de studie proberen we dat risico te ondervangen door de deelnemers opnieuw te onderzoeken. Maar de kans bestaat. Bij een grote prostaat kan het zijn dat je geen kanker aanprikt, maar dat die er wel al zit. Of de kanker kan een snelle groeier zijn. En die laatste wil je natuurlijk graag vinden, want dat zijn de gevaarlijke.'

Toch is Rietbergen nog steeds opgewekt over de mogelijkheid prostaatkanker vroeg op te sporen. 'Ons doel is vooral de agressieve kankers eruit te pikken. We hopen dat in de hoek van de moleculaire biologie andere markers worden gevonden om de agressiviteit van tumoren vast te stellen. Dan weet je of je de patiënt moet behandelen of dat de kans dat hij overlijdt aan iets anders misschien wel groter is.'

Suzanne Baart

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden