ZIEK VAN HET WERK

'Knijp je keel eens dicht, dan weet je hoe het voelt. Als ik twintig meter loop moet ik naar lucht happen....

Marinus Walhof (77). Mijnwerker. Stoflongen.

''Nou Walhof'', zei de mijndokter, ''je hebt longen als blaasbalgen.'' Maar was ik eenmaal beneden, dan moest ik eruit. Stof hè, steenstof. Ik ging naar de specialist, in Heerlen, en die zei dat m'n longen niet zoveel meer waren. Hij beloofde me licht werk, boven de grond. Maar dat was voor mij te zwaar. Het ging niet. En ik kreeg geen geld, toen ik weg moest bij de Julia, in '71. De mijn ging toch dicht en ze dachten: ''dan kunnen we Walhof mooi wegduwen''. De smeerlappen.

Twintig jaar in de mijn. Het was werk hè, in Limburg. Rotwerk, nat en koud. Je had een gang van zestig centimeter om doorheen te kruipen. We werden niet gewaarschuwd voor het stof, ben je belazerd. ''Kom, kom, we moeten geld verdienen'', riepen ze. Kolen, kolen, kolen! Werken, werken, werken! Wat hadden we anders? Er was geen industrie in Limburg, niks. En Holland wilde na de oorlog kolen hebben. Dus hebben we Holland kolen gestuurd.'

Monique van de Wetering (22). Kapster. Kapperseczeem.

'Het begon met een klein plekje op mijn hand. Je wilt het niet weten. Het is niets, zeg je, het zal wel iets anders zijn. En dan groeit het, er komen meer plekjes bij. Kloofjes. Het gaat pijn doen, ik stond te huilen als ik een klant moest wassen. Je gaat naar de dokter, naar de dermatoloog, krijgt allerlei zalfjes en opeens, vijf maanden later, moet je toegeven dat het waar is. Op 15 april ben ik ontslagen.

Die handen beheersen mijn leven. Ik verberg ze zoveel mogelijk. Het is niet besmettelijk, maar ik geef niemand een hand. Dat is vies. 's Nachts wikkel ik ze in verband, want het gaat jeuken en ik mag er niet aan krabben.

Het komt van de chemische reacties. Je werkt met verf, peroxide, permanentvloeistof, fixatiemiddel. Dat bijt in je huid. Als je er gevoelig voor bent, krijg je dit.

Als klein kind al wilde ik kapster worden. Die droom kwam zes jaar geleden uit. Knippen geeft een kick. Je maakt mensen mooi. Ze komen chagrijnig binnen en gaan vrolijk weg. Met de vaste klanten krijg je een vertrouwensband.

Nu sta ik in een groentezaak. Een uitkering wil ik niet, maar sinaasappels verkopen doet me niets. Daar heb ik niet voor geleerd. Het is ook niet goed voor mijn handen; langzaam komt het eczeem terug.'

Martin Poot (61). Schilder. Organo Psycho Syndroom (OPS).

'We schilderden met twee laddertjes en een ladderbrug ertussen, en opeens viel ik naar beneden. Als een robotje stond ik in die verfdampen te werken en bam, daar viel ik weer. Niemand zag het, want we werkten alleen. Ik was toen 45.

Langzaam werd ik een soort zombie. Slapeloosheid. Ik zat niet goed in mekaar. Mijn geheugen was niks meer. Die chemische troep werkt in op het centraal zenuwstelsel, dat is, zeg maar, de computer waar je lichaam op werkt. Ik ben een grote kerel van twee meter en zie er gezond uit, dus ze geloofden het niet van die verf. Ze donderden me zo de Ziektewet uit, achttien jaar geleden.

Vroeger was het allemaal stand- en lijnolieverf waar we mee werkten. Maar synthetische verf droogt sneller, ontdekten ze in de jaren zestig. Wisten wij veel dat er troep in zat, zoals die oplosmiddelen. Of pesticiden om houtrot tegen te gaan. Dat is altijd een fabrieksgeheim geweest.

Je geeft het ook door aan je kinderen, via de genen. Dat is erg. Mijn jongste van dertien heeft problemen bij het leven. Gedragsproblemen, ze weten niet wat ze met hem moeten. Dat maakt me kwaad.

Alles wat ik vroeger graag deed, tekenen, het lukt me niet. Agressief word ik ervan. Als ik een paar tegels door de tuin sjouw, ben ik drie weken van de kaart. Dat weet ik, maar ik doe het toch. Ik kan me er niet bij neerleggen.'

Jessie Burger (30). Administratief medewerker. Repetitive Strain Injury (RSI).

'Mijn relatie is uitgegaan. Na een half jaar vond ie me een grote zeur. Toen ben ik goed gezakt. Ook mijn vrienden hebben me laten zitten. Ze vinden je eng en het is vast besmettelijk. De buitenwereld accepteert het zes weken, daarna vinden ze je een zakkenvuller. ''Gaat het lekker, leven van de overheidscenten?''

Het gebeurde in een week. Er moesten adressen ingetypt worden, stapels. Ik ben nogal perfectionistisch en begon als een gek te tikken. Dag en nacht. Toen kreeg ik die blessure aan mijn polsen. Van het werk. Ontslagen per 1 mei, 100 procent WAO.

Ze wilden me parkeerwacht maken. Grapjurken! Ik heb grafische MTS en kan bovendien niet eens bonnen uitschrijven. Bij mij werd RSI erkend als beroepsziekte, ik was de eerste in Nederland. Maar dat hebben ze later weer ingetrokken. Anders moeten ze het ook bij die 150 duizend anderen erkennen.

Boos? Ik ben boos op mezelf, maar ook op mijn baas. Hij snapt nog steeds niet dat het door dat typen kwam. Hij zag me werken, 's avonds laat, met plakband en karton om mijn polsen tegen de pijn. Maar hij deed niks. Het werk moest klaar.

Als de spalken eraf zijn zie je weinig aan me. Maar ik kan haast niks. Tien minuten schrijven. Een half uur autorijden. Afwassen alleen 's ochtends. Niet fietsen. Ik ben te trots om hulp te vragen, dat deed ik pas na twee jaar. Je wordt er creatief van. Ik doe olie in bad, dan hoef ik me niet af te drogen.'

Werk/Work, fototentoonstelling. Nationaal Vakbondsmuseum, Henri Polaklaan 9 Amsterdam. Van 28 juni tot en met 1 september.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden