Ziek van de verdeeldheid

Hij is de rijkste man in de Palestijnse gebieden. Op een berg boven Nablus liet Munib Masri een villa verrijzen in de stijl van Palladio....

Ineens flitst het voorbij, als een dwarsstraat uitzicht biedt op de heuvelrug. Hoog boven het zweterige stadshart van Nablus torent een oogverblindend okerkleurig landhuis uit. Statig, maar van een elegante Italiaanse snit. Het koepeldak met terracotta pannen steekt scherp af tegen het blauw van de hemel. Het is als een kroon op de kruin van de berg.

De eerste gedachte: het is een luchtspiegeling.

Immers, het overbevolkte Nablus is allesbehalve een Palestijns lustoord. Het is sinds jaar en dag het bolwerk van milities, van verzet, van terreur – het was het decor van de speelfilm Paradise Now (2005), die beklemmende karakterschets van twee Palestijnse zelfmoordcommando’s. Langs alle uitvalswegen zijn zwaar bewaakte Israëlische controleposten, zodat de jongemannen van Nablus zelden of nooit de stad nog uitkomen.

De tweede gedachte: allemachtig!

Van grote afstand laten zich de trekken van een villa van de Renaissance-bouwmeester Andrea Palladio herkennen. De pilaren, de tympanen, de symmetrie, de koepel. De Britten, de Amerikanen, dát waren fervente Palladio-imitators - Thomas Jefferson heeft Palladio’s tractaat I Quattro Libri dell’Architettura (1570) zelfs ooit gelijk gesteld aan de Bijbel. Maar de Palestijnen?

Het straatbeeld van het moderne Nablus bestaat uit fantasieloze appartementengebouwen van vier of vijf verdiepingen hoog, zoals die ook Ramallah, Bethlehem, Jenin en Gaza-Stad domineren. Het oude stadshart is een Arabische kashba: een nauw doolhof van opeengepakte huizen, vol geheimzinnige stegen en kieren. Het is er rommelig, uitgeleefd.

De derde gedachte: wie woont daar boven dan in hemelsnaam?

Het antwoord komt op een woensdagochtend. ‘De heer Masri kan u vandaag om elf uur ontvangen.’

* * *

Het leven van Munib R. Masri speelt zich af tussen vloek en zegening – oftewel, tussen de bergen Ebal en Gerizim.

Zijn wandelstok priemt in de verte. ‘Zie je dat witte huis?’ Daar, aan de overkant van het dal waarin Nablus ligt uitgespreid, daar is hij in 1934 geboren, op de rotsige hellingen van Ebal.

Het elfde kind was hij. Zoon van de mukhtar, het dorpshoofd, van Nablus. Telg uit het legendarische geslacht van Masri. Zijn voorvaderen vertrokken ‘omstreeks het jaar 1050’ vanuit de woestijn van het Arabisch schiereiland naar de heuvels op de westelijke oever van de Jordaan.

‘Mijn vader was een verstokte roker. Hij ging dood toen ik anderhalf jaar oud was. Ik was zijn laatste kind. Binnen hangt een foto van hem. Hij had net zo’n dikke snor als Emiliano Zapata, de Mexicaanse revolutionair.’

Behoedzaam buigt de 73-jarige Palestijnse miljardair zich voorover. Hij is afgeleid door een plastic zak, die vlak voor hem tussen de goudvissen in de vijver drijft. Met de wandelstok dregt Munib Masri het viezige afval naar de kant en pikt het op. Het staat zo slordig, hier op zijn lommerrijke landgoed Beit Falastin, op de top van Gerizim.

‘Mijn moeder was 14 of 15 jaar oud toen ze trouwden. Ze was analfabeet. Ik was haar oogappel. Ze gaf me speciaal in Damascus gemaakte leren koffers mee, toen ik in 1952 naar de Verenigde Staten vertrok. Volgestopt met zeep en sokken. Ik heb haar later nog eens geïntroduceerd bij Gemal Abdel Nasser, de president van Egypte, mijn held. ‘Zijn ogen schitterden zo dat ik zijn gezicht niet kon zien’, vertelde ze me over hun ontmoeting. Ze hangt binnen, naast mijn vader.’

Met zijn 900 meter behoort de berg Ebal tot de hoogste toppen van de Westelijke Jordaanoever. De berg Gerizim doet daar nauwelijks voor onder. De grimmige natuur van Ebal en de vriendelijke natuur van Gerizim hebben de verbeelding sinds mensenheugenis geprikkeld als symbolen voor het kwade en het goede, voor vloek en zegening – zie ook het bijbelboek Deuteronium, hoofdstuk 27.

Het is voor Munib Masri, in de Amerikaanse oliestaat Texas opgeleid tot geoloog, geen geheim waarom Gerizim over zulke gezegende hellingen beschikt. ‘In de bodem zit water.’ Zijn magnifieke olijfgaard vaart er wel bij.

Beit Falastin – ‘Huis van Palestina’ - is zijn nalatenschap aan de toekomstige Palestijnse staat. Het landgoed is voorbestemd als ‘centrum voor wetenschappelijke kennis, dat ons Palestijnen bij onze onafhankelijke staat moet helpen’. De opbrengst van de olijvenoogst geeft, als het goed is, de komende generaties geen omkijken naar de gas-, water- en lichtrekeningen.

De voltooiing is nabij. Maar het is de vraag of Munib Masri de viering van die Palestijnse onafhankelijkheid nog zal meemaken. Hij zegt het zonder omhaal. ‘Mijn generatie is een verloren generatie.’ Vooralsnog is aan de overkant, op de top van Ebal, immers een Israëlisch legerkamp gevestigd.

* * *

Het felle zonlicht van het Midden-Oosten heeft zijn blauwe pet gebleekt. In kleine letters staat er ‘Camco Petroleum’ op, een in Libië gevestigde firma. Het is zomaar een van de 24 bedrijven van EDGO, de Engineering and Development Group, die Masri in de jaren vijftig heeft opgericht. Het bedrijvenconglomeraat is gespecialiseerd in het speuren naar bodemschatten en het assisteren bij de exploitatie van oliebronnen. Van Rusland tot Nigeria, en van Jemen tot Irak.

Het heeft hem miljardair gemaakt. De precieze omvang van zijn vermogen is geheim, maar iedereen kent Munib Masri als de rijkste man van de Palestijnse gebieden.

De belofte van de Oslo-akkoorden dreven de geoloog-zakenman in 1993 terug naar de gebieden. Nu er iets van maken!, was zijn streven. Met PLO-leider Yasser Arafat vloog hij in een helikopter over de Westoever om plannen te maken. ‘Met 300 of 400 miljoen dollar konden we naar mijn idee in tien jaar een land opbouwen.’

De vrede was in zicht, toen. De vrede waar hij als stille kracht decennialang aan de zijlijn van de Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO) voor had geijverd.

‘Ik heb Arafat in 1963 voor het eerst ontmoet, toen was hij alleen nog leider van de Fatah-beweging, de PLO bestond nog niet eens. Het was in Algiers. Hij sprak raar: Arabisch met een Egyptisch accent. Maar hij was energiek en ik was snel voor hem gewonnen.

‘Veertig jaar, zijn we bevriend geweest, overal ben ik hem gevolgd. Ik heb nog de woorden ‘Ik verwerp het terrorisme’ met hem geoefend, toen de PLO in 1988 Israël erkende en de weg naar Oslo zich opende. Zijn laatste weken, belegerd in zijn hoofdkwartier in Ramallah in 2004, bezocht ik hem vrijwel dagelijks. Ik hielp hem met zijn medicijnen.’

Slenterend over het landgoed houdt Munib Masri onafgebroken zijn mobiele telefoon in de hand. Afwisselend is hij raadgever van president Mahmoud Abbas, voorzitter van raden van bestuur, betrokken filantroop en landheer. Hij praat rustig, in korte zinnen veelal. Maar met een intonatie die slechts een klein beetje ruimte laat voor tegenspraak.

Drie keer heeft Yasser Arafat hem gevraagd premier van de Palestijnse regering te worden – drie keer heeft Munib Masri het aanbod afgeslagen. ‘Ik ben geen politicus. Daar heb ik het geduld niet voor. Ik ben een bouwer.’

Zijn trots is de investeringsmaatschappij Padico, die hij kort na de Oslo-akkoorden oprichtte om een slinger te geven aan de Palestijnse economie. Geld is gestoken in de kippen- en toeristenindustrie, plastics- en wat electronicafabrieken, het mobiele netwerk Jawwal, én de kleine aandelenbeurs van Nablus. Tesamen verschaffen die bedrijven ruim 45 duizend Palestijnen een baan.

Met het Hulpverleningscomité en de Welzijnvereniging steunt Munib Masri gezinnen die in de intifada’s familieleden of hun huizen hebben verloren. Voor de Najah-universiteit van Nablus heeft hij een faculteit voor werktuigbouwkunde en geologie bekostigd.

Het heeft hem geliefd gemaakt – de Vader van Nablus heet hij wel. Zijn landhuis heeft geen bewakers, geen lijfwacht beschermt hem.

* * *

En toch rommelt het voor de poort. Met de strijdkreet ‘Islam is de oplossing’ heeft de islamitische Hamas-beweging de oude orde in de Palestijnse gebieden stap voor stap afgebroken. De Palestijnse nationalisten, socialisten, communisten en, vooruit, kapitalisten stonden met hun mond vol tanden. Want wat hebben Yasser Arafat en zijn Fatah-coterie eigenlijk voor elkaar gekregen? De weg van de grote Palestijnse leider is in de ogen van velen doodgelopen.

Munib Masri ziet het aan met een mengeling van melancholie en berekening .

‘De opkomst van Hamas is eenvoudig verklaarbaar. Het leven in onrechtvaardigheid drijft mensen naar God, want God is immers altijd rechtvaardig. De steun voor Hamas wordt gedreven door woede – tegen Israël, tegen het Westen, en tegen de Palestijnse leiders van weleer. Geen leider, geen onderhandelaar is er tot nog toe in geslaagd het Israëlisch-Palestijnse conflict tot een einde te brengen. Daar keert de woede zich tegen.

‘Ik was een aanhanger van het Arabisch nationalisme, zoals Gemal Abdel Nasser dat in de jaren vijftig en zestig verkondigde. Ik was een nasserist in hart en nieren. Heel romantisch allemaal.

‘Ik geloofde erin dat alleen door de Arabische eenheid te bewaren we ons teweer konden stellen tegen de buitenlandse inmenging in het Midden-Oosten. Het was nog maar zo kort geleden eigenlijk dat het Turkse rijk was gevallen, in 1917, en het Westen speelde het spel van verdeel en heers. Hier Algerije zelfstandig, daar Egypte – vooruit maar, verpest het maar voor jezelf. De tijd was nog helemaal niet rijp voor eigen staten na al die eeuwen van het Ottomaanse Rijk. We moesten ons verenigen.

‘Mijn overtuiging was geboren uit woede. Wij waren kwaad op de Amerikanen, kwaad op de imperialisten. Maar het heeft tot weinig geleid. De Arabische leiders waren te zwak. Ze hebben zich tegen elkaar laten uitspelen. Ze handelden steeds naar hun eigen belangen en vergaten onderwijl hun eigen bevolking. Aan onderwijs en sociale voorzieningen deden ze niets. Zo hebben ze zichzelf uitgehold.

‘Toen Nasser stierf, in 1970, was ik in Parijs. Ik heb me drie dagen opgesloten in mijn kamer. Ik correspondeerde jarenlang per brief met hem. Ik heb hem nooit ontmoet. Ik denk dat ik dat nooit heb aangedurfd. Mijn moeder bad altijd eerst voor zijn welzijn en dan voor dat van ons, kinderen.’

Mitrailleurschoten en bomexplosies klinken zo af en toe op uit het dal. Het Israëlische leger kamt de kashba van Nablus uit op bomlaboratoria en leiders van de Al Aqsa-martelarenbrigade. Munib Masri tuurt in de diepte. ‘De legerinvallen maken me triest. Maar ik heb mijn woede verloren.’

Hij gaat voor naar het glazen tuinhuis, voor wat beschutting tegen de wind. Het is er warm. Geen wonder ook: het is tweehonderd jaar geleden door keizerin Josephine, de vrouw van Napoleon Bonaparte, gebruikt is als broeikas voor haar beroemde bloemenkwekerij bij het Château de Malmaison. Gekocht op een veiling.

‘Arafat is vaak verkeerd begrepen, door Israël en door het Westen. Hij was een revolutionair, hij had de mentaliteit van een vrijheidsstrijder – ook nog toen hij inmiddels president van de Palestijnse Autoriteit was geworden. Hij gaf 2000 dollar om zeg maar Ahmed in Londen te laten studeren, hij gaf 1000 dollar om de bruiloft van Mohammed te betalen. Hij handelde als een clanleider, terwijl hij een fatsoenlijk openbaar bestuur moest leiden. Dat botste. Hij heeft de Palestijnse bestuur op die manier gecorrumpeerd.

‘Hij was een held, maar dat maakte hem nog niet geschikt om Palestijns president te zijn. Ik heb er met hem over gesproken. Hij gruwde van woorden als transparantie en boekhouden.

‘De laatste tijd hoor je Palestijnen terugverlangen naar Arafat. De halve burgeroorlog tussen Fatah en Hamas in de Gazastrook was niet uitgebroken als hij er nog was geweest. Misschien had hij Hamas wel afgekocht, ja. Jullie in het Westen noemen dat zo. Hier, waar de clan-mentaliteit nog heerst, noem je dat een geschenk.

‘Natuurlijk heb ik Arafat en de PLO geld toegeschoven als dat nodig was – ik bedoel: ik heb ook 27 jaar lang donaties aan het Zuid-Afrikaanse bevrijdingsbeweging ANC gegeven.’

* * *

Met 400 dollar op zak, en met de leren koffers uit Damascus, vertrok de 18-jarige Munib Masri in 1952 naar Amerika, per boot. Met de Greyhoundbus trok hij naar het zuiden, naar de Universiteit van Texas in Austin. Geologie, met als specialisme petrologie - een uitgekiende keuze gezien de oliejacht die na de Tweede Wereldoorlog in volle gang was.

Het was een duizelingwekkend verblijf. Niet alleen ontmoette hij in de VS zijn vrouw - een Texaanse - ook zag hij op een trip naar Chicago voor het eerst een villa in de stijl van Andrea Palladio. Als hij toch eens, insj Allah, in zo’n huis kon wonen.

Uiteindelijk, pas vijftig jaar later, hebben vijfhonderd werklieden aan Beit Falastin gebouwd. Het was een onwerkelijke onderneming temidden van de destijds voortrazende tweede intifada. ‘Het was om te voorkomen dat Joodse kolonisten de heuveltop zouden kraken voor de bouw van een nederzetting. Toen het casco van het pand af was, hebben Israëlische soldaten er nog een tijd hun intrek in genomen om vanaf een bovenverdieping Nablus onder vuur te nemen.’

Het is een kopie van de Villa Rotonda, die Palladio aan het eind van de 16de eeuw op een heuvel buiten Venetië heeft gebouwd. Alleen heeft hij het nooit voor elkaar gekregen er het bolvormige dak op te zetten dat hij in I Quattro Libri dell’Architettura had uitgetekend. De koepel was geïnspireerd op die van het Pantheon in Rome – maar hier in Nablus herinnert het eerder aan het gouden dak van de Rotskoepel in Jeruzalem.

‘Ik zeg altijd: Italianen, dat zijn Arabieren met een broek aan. De eenvoud van het dorpse leven, de keuken, het klimaat – ach, ze zijn gewoon net als wij.’

Op de binnenwand van de koepel heeft Masri de namen van vier profeten uit de Koran laten calligraferen: Abraham, Mozes, Jezus en Mohammed – daar recht onder hangen Lente, Zomer, Herfst en Winter, zoals verbeeld door de Italiaanse Renaissance-schilder Fiorentino Rosso.

In het midden van de hal staat een Frans beeld van de Griekse god Hercules, pontificaal op een handgeknoopt tapijt (12 x 12 meter) uit de Iraanse stad Qum.

Uit onzichtbare geluidsboxen klinken ineens walsen van Johan Strauss. Heeft de huishoudster opgezet. ‘Zij weet dat u uit Europa komt en denkt dat u dit mooi vindt.’

De kamers zijn ingericht met Europese curiosa. Van 17de eeuwse marmeren badkuipen, tot hemelbedden van Franse prinsen en servieskasten uit Middeleeuwse kloosters – in de studeerkamer staat een van de oudste fototoestellen ter wereld, een 19e eeuws bakbeest uit Duitsland.

Trouwens, onder het huis ligt een Byzantijns klooster, uit de 3de of 4de eeuw. Het betekent dat in het souterrain naast de tafeltennistafel een archeologische opgraving schittert. Het roept de gedachte aan de luchtspiegeling in herinnering. Dit kan niet waar zijn! Dit is Nablus, dit is het hart van de Westelijke Jordaanoever, dit is een strijdtoneel*

‘* en dit is waar ik ben geboren. Ik moet hier iets achterlaten. Ik investeer in opleidingen, opleidingen, opleidingen. We hebben een jonge generatie nodig die stevig staat, dat is mijn grote zorg. Ik ben er ziek van dat de verdeeldheid ons verscheurt. Het eet mijn lichaam op – ik heb last van mijn hart.

‘Op de Westoever en in de Gazastrook lopen misschien wel 100 duizend geschikte kandidaten rond voor het ministerschap van Buitenlandse Zaken – dat idee stemt me optimistisch. Maar we moeten ze sterk maken, voorbereiden.

‘Het zit namelijk zo. Als bij vredesbesprekingen één Palestijn onderhandelt met één Israëli, dan komen we er goed uit. Onze zaak is rechtvaardig, daar kunnen ze linksom of rechtsom niet omheen. Maar als we met drie Palestijnen tegenover drie Israëli’s zitten, verliezen we. Dan gaan we ten onder aan onze eigen onenigheid.

‘Dat kan zo niet langer doorgaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden