Zie je wel? Sint Willebrord

De Willebrorders hebben hun tanden in de vooruitgang gezet en nooit meer losgelaten. Hun criminele imago raken ze er niet van kwijt....

Ton Gabriëls ging eens nuchter meubels kijken en kwam dronken weer terug. Bijna thuis, vlakbij Sint Willebrord dus eigenlijk al, moest Ton even uit de auto. Z'n vrouw zette de wagen op een oprit, Ton plaste in een tuin en stapte weer in. Wat er tijdens het achteruit rijden verkeerd is gegaan, weet niemand meer precies. Ze kwamen ondersteboven in een sloot terecht.

Daarna gingen de dingen snel. Iemand, waarschijnlijk een kennis uit het café, sleurde Ton uit de auto en bracht hem zo snel mogelijk weg van de plek van het ongeluk. Mevrouw Gabriëls kroop op eigen kracht uit de sloot. In de ambulance moet ze gezegd hebben: 'Ton is alvast naar huis.'

'Ik zeg het zoals het is', zei Ton later tegen de rechter. 'Ik was stikzat, maar ik zat niet achter het stuur.' Niemand wilde hem geloven, ook niet met de bevestiging van zijn vrouw erbij. Daarom kreeg Ton twee weken gevangenisstraf en een paar duizend gulden boete. Voor de meineed moest zijn vrouw twee weken met bejaarden werken.

Voor dit incident was Ton Gabriëls een doodgewone grondwerker: sterk, rustig en gezellig. Nu is hij overspannen, depressief en arbeidsongeschikt. Door de medicijnen mag hij nauwelijks nog drinken en ook is hij al twee keer een politiebusje aangevlogen.

'Het is onrecht', zegt Ton tussen de biljarts van het dorpshuis, 'de politie speelde een vies spelletje.'

Een vriend kijkt op van z'n jenever. 'Het is ook geen geloofwaardig verhaal.'

'Precies. En omdat ik een Willebrorder ben.'

Willebrorders hebben het niet gemakkelijk. De inwoners van het West -Brabantse kerkdorp worden achtervolgd door hun imago. Het zouden criminelen zijn van geboorte, smokkelaars, zwartwerkers en wao-sjoemelaars. Ze vechten met elkaar en de politie, doen aan inteelt, zuipen als gekken en worden bestuurd door een kleine kliek dorpspotentaten, die de macht vierjaarlijks bij elkaar ronselt, door blanco volmachten te ruilen tegen diensten en horloges.

Dus als er eens iets gebeurt in het dorp, een schietpartij in een café bijvoorbeeld, zetten kranten dat groot op de voorpagina. In december zag je hetzelfde gebeuren. Drie Willebrorders, leiders van een grote amfetamine- en xtc-bende, kregen tot negen jaar gevangenisstraf. Dan zeggen de mensen weer: 'Zie je wel? Sint Willebrord.'

De meeste dorpelingen hebben daar genoeg van. Tot december vorig jaar was meneer Du Chatinier burgemeester. Nu zegt hij: 'Ik ben ambteloos burger. Ik zeg nooit meer iets over Sint Willebrord.' De voorzitter van de heemkundekring, meneer Liberton uit de Vijver straat, kijkt een beetje treurig als hij de bovenste helft van zijn voordeur heeft opengekregen. 'Ik werk nergens meer aan mee', zegt hij. En, vlak voordat hij de deur weer dichtslaat: 'Wij worden altijd afgekraakt.'

Het imago is dan ook allang niet meer terecht. Onderwijs achterstanden zijn ingehaald, criminaliteitscijfers gelijkgetrokken, de Willebrorders hebben allemaal een drukke baan en ze neuken ook allang niet meer in de Mariagrot. En bendes als die van John H. heb je overal. Net als mishandeling en drankmisbruik.

'Op dit dorp kun je niets meer afdoen', zegt de beroemde wielerkampioen Rini Wagtmans dan ook. En brigadier Rien Augustijn: 'Wij zijn al vijftien jaar normaal.'

Nu zijn de huizen mooi en groot en gemaakt van de duurste materialen. De dakpannen en garagedeuren glimmen, de fonteinen stromen in de vijvers, overal zie je romantische erkers, priëlen en koepels. Alles is perfect, schoon en aangeharkt. En de huizen zijn zelf gebouwd, met vrienden, bekenden en gesloten beurzen. De Willebrorders hebben zich aan hun verleden ontworsteld - ze hebben hun tanden in de vooruitgang gezet en daarna nooit meer losgelaten.

Het is ook een rustig dorp geworden. Iedereen werkt, meestal in de bouw en soms met dubbele banen. Wie dat niet doet, zit verstopt achter rolluiken en dichte vitrages. Tussen de middag is het een uurtje druk in de cafetaria's - op bijna tienduizend inwoners heeft het dorp er daarvan elf. Alleen in de Dorpsstraat is veel verkeer. Vrouwen fietsen met bloemen en schoonmaakmiddelen naar de begraafplaats, grote auto's rijden naar Sprundel of Rucphen: Mercedessen, bmw's, Audi's en bestelbussen van gevelrestaurateurs en alle soorten bouwbedrijven.

Je ziet het aan niets meer, maar tot vijftig jaar geleden schijnt het hier een rotzooi te zijn geweest. In het archief van de gemeente Ruc phen, waartoe behalve Sint Willebrord, ook de kerkdorpen Zegge, Schijf en Sprundel behoren, bewaren ze daarover veel boeken. Het liefst geven ze dunne boekjes mee waarin wordt uitgelegd hoe bijzonder dorp en voorgangers zijn. Als je vraagt naar het boek van A. Schreurs, de criminoloog die in 1947 promoveerde op het dorp, doet de assistent-archivaris snel zijn handen op de rug: 'Wat gaan we daarmee doen?'

Lezen?

'Ah', begrijpt hij, 'we zijn met een vooropgezet plan van start gegaan.'

Het boek van Schreurs wordt in het dorp gezien als het begin van alle negatieve berichten. Dat is maar een beetje waar. Hij beschrijft de Willebrorder als een antropologische uitzondering, die, als zijn sociaal-economische aanbevelingen zouden worden opgevolgd en iedereen zijn schouders eronder zou zetten, 'wel op te voeden is tot een bruikbaar mens'. Maar voordat zijn boek verscheen hadden de Wil le bror ders ook al geen goede naam. Aan het einde van de achttiende eeuw is er twee keer een plan geweest om het gehucht op te heffen en de bevolking dan maar naar de koloniën te brengen. Het is aan de Franse inval te danken dat die plannen niet zijn uitgevoerd.

Er woonden maar een paar kleine boeren op 't Heike, een stuk heide tussen de baronie van Breda en het markizaat van Bergen op Zoom. Het gehucht was vooral interessant voor 'onmaatschappelijke elementen' uit de omgeving. Als je werd gezocht door de dienders van de baron, rende je snel naar het land van de markies. Van de heidegrond viel niets te verwachten. En dus gingen ze volgens de boekjes van het gemeentearchief manden maken, bezems binden en zand wassen om aan de kost te komen. Volgens Schreurs deden de Heikes men sen dat vooral met bedelen, stropen en stelen.

Dat het tegenwoordig zo netjes is in Sint Willebrord is te danken aan de gezamenlijke inzet van de bewoners. En aan de katholieke kerk. Die stichtte er in 1841 een parochie, bouwde een kerk, schooltjes en een rozenkransfabriek. Dankzij het goede werk van pastoor Basti aan se kan de huidige kapelaan zich helemaal concentreren op het welzijn van de mensen.

Kapelaan De Bok kwam 33 jaar geleden aan in Sint Willebrord. Dat was precies twee maanden na de opstand van april 1968. Toen bestormden boze dorpelingen het politiebureau en raakten 34 agenten gewond. Volgens de kapelaan kwam dat door het warme weer, de drank en vooral de grote werkloosheid. Een socioloog gaf in kranten de politie de schuld. Volgens hem zijn er drie plaatsten in Nederland waar de politie niet zonder gevolgen een puber kan slaan: IJsselstein, Zwaagwesteinde en Sint Willebrord.

De kapelaan heeft alleen maar goede ervaringen met zijn parochianen. In zijn werkkamer kun je dat zien: overal staan planten met kaartjes eraan. Die zijn van mensen die ziek zijn geweest, van families die iemand hebben verloren en dankbaar zijn voor de zorgen van de kapelaan. Het is prachtig werken in Sint Willebrord, het wordt alleen een beetje zwaar. De bevolking hier vergrijst sneller dan in de rest van Nederland, de kapelaan doet twee begrafenissen per week, en het onderhoud van de enorme Sint Willibrorduskerk vergt veel van een kapelaan van 58.

Eigenlijk is Sint Willebrord een bedevaartsoord. Maria is nooit langs geweest, maar pastoor Bastiaanse heeft evengoed flink uitgepakt. Een groot deel van Lourdes heeft die pastoor hier nagebouwd. Een kerk met een hoge en vier kleinere torens, zodat het lijkt dat hij op een heuvel staat, een grote processietuin waarvan de veertien staties intussen verrot en opgeruimd zijn, en een Mariagrot van minstens 15 meter hoog. Erin verwerkt is een stukje rots van de echte Massabiële van Lourdes, waar Bernadette Soubirous vanaf 1858 achttien Maria-verschijningen zag. In 1926 waren kerk, tuin en Mariagrot klaar. Voor het eerst kwamen er mensen van buiten naar het dorp. Dat was goed voor het zelfrespect van de Willebrorders.

Het is 20 meter van de pastorie naar de kerk. Kapelaan De Bok wijst naar de plek waar Bastiaanse in 1944, onderweg naar de bijen, werd geraakt door een Duitse granaat. Dan gaat het via de sacristie de kerk in. Omdat de kerk zo groot is en de bezoekersaantallen tegenvallen, hebben ze het altaar in het midden gezet. In de nissen heeft de kapelaan beelden gezet en schilderijen opgehangen. Voor de geplande mozaïeken is al 75 jaar geen geld.

Maar het allermooiste van de kerk bevindt zich helemaal bovenin. 'Kijk', zegt De Bok, 'kijk maar naar de ramen.' Ze zijn kortgeleden bij elkaar gespaard door de Willebrorders zelf. Met benefietvoorstellingen en het verkopen van cd's, certificaten en worstenbroodjes. Ook John en de andere leden van de York-bende hebben daaraan meebetaald. 'Gewoon', zegt De Bok. 'Niet meer dan de andere mensen.'

Op bezoek in de gevangenis is hij nog niet geweest, de groeten hebben de bendeleden al wel van hem gehad. Zijn aandacht ging vanaf het begin vooral naar de ouders. De kapelaan kreunt als hij denkt aan wat die mensen hebben doorstaan. Hij schudt het hoofd en sluit de kerkdeuren. Het is twaalf uur, genoeg gepraat. Tien minuten geleden stond de huishoudster al te zuchten bij het gasfornuis. Onderweg terug naar de pastorie, kijkt hij nog even achterom: 'Die John en die andere jongens, dat waren godverdomme aardige kerels.'

In Sint Willebrord wonen veel meer criminelen dan in de andere dorpen van de grensstreek. Ze doen waarschijnlijk in drugs, wapens en vrouwen. Details kennen de dorpsagenten niet, onderzoek naar dergelijke criminaliteit is meer iets voor bovenregionale teams. Maar ze komen er weleens thuis, voor een huiszoeking bijvoorbeeld. Eerst vloeken de criminelen twee keer binnensmonds. Dan vragen ze brigadier Augustijn: 'Koffie?'

Dat is nu typisch voor de Willebrorder mentaliteit. Het is een apart volkje en ze doen vrij, maar dat heeft als voordeel dat je ook vrij tegen hen kunt zijn. Toen de Rabobank een jaar of tien geleden werd beroofd door een man met een pistool, ging Rien Augustijn er gewoon naartoe. De overvaller liep op straat en Rien zei: 'Geef op dat pistool.'

'Niet op straat, Rien', zei hij, 'dat lijkt zo raar voor de mensen.'

Van zulke voorbeelden heeft Rien Augustijn er wel tien. Hij werkt dan ook al dertig jaar in het dorp. Veel recherchewerk gedaan, ook veel op straat rondgekeken. Vroeger was het een bende. Mannen liepen dronken op straat en er werd gevochten in ontzettend veel cafés. Nu is het een gewoon dorp voor gewone mensen. Zelfs smokkelen heeft geen zin meer.

Augustijn rijdt de politiewagen zo snel mogelijk de grens met België over - in het dorp is toch niets meer te zien. Nog een klein stukje over het fietspad door de Rucphense bossen, en daar staat ie: de grenspaal met de initialen van Klaveren Vrouwke, de beroemdste smokkelaar uit de geschiedenis van Willebrord. Er staat ook een kruisje boven. 'Op deze plek is hij door zijn kop geschoten', zegt Rien. 'Tegen de douanier moet hij nog gezegd hebben: "Ik sta in België. Mij kun je niets maken".'

De smokkel is sportief begonnen. Met 'pungelaars', mannen die

's nachts op de fiets tabak, groene zeep of boter van en naar België brachten. Omdat boter tot aan het einde van de jaren vijftig in België een paar gulden per kilo duurder was, reden 'werkschuwe handlangers' na de oorlog per rit zo'n 1000 kilo boter in legertrucks de grens over. Die trucks hadden kogelvrij glas en massieve banden. Aan de bumper waren 'vernuftige veegconstructies' gemonteerd, tegen de betonnen obstructies van de Belgische douane, en scherpe messen tegen laag over de weg gespannen staalkabels. Aan de achterkant zat een gepantserd bakje, met nog een werkschuwe handlanger erin, die tijdens achtervolgingen kraaienpoten, rookbommen en molotovcocktails op straat kon gooien.

Nu is de wereld veranderd. Zelfs in Sint Willebrord gebeuren op straat geen spannende dingen meer. Vroeger ging je vrij en leuk met de criminelen om. Tegenwoordig kun je een sterke persoonlijkheid niet meer kwijt in het politiewerk. Alles is geregeld en verzakelijkt. Kijk maar hoe de teamchef zich af en toe komt afvragen of het in de werkkamer van Rien allemaal wel integer toegaat en er dus geen gekleurd beeld ontstaat. Nog twee jaar en dan gaat Rien gelukkig met pensioen.

Het is zeven uur. De raadsleden hebben gewerkt, gegeten en de haren gekamd. Eerst bidden ze met zijn allen, daarna gaan de leden weer zitten en mogen ze partij voor partij hun mening geven. Er moet een nieuwe boiler komen in de sporthal, maar veel belangrijker is de verkoop van de aandelen Intergas. Minister Jorritsma weet nog niet of het een goed idee is dat overheden hun belangen in energiebedrijven gaan verkopen, maar de Rucphense gemeenteraad is alvast begonnen met het verdelen van de winst.

Het raadslid van de pvda is in zijn eentje de sociaal-democratische fractie. Steeds als hij begint te praten, moeten de anderen lachen. Hij vraagt bijvoorbeeld: 'Wat betekent deze transactie voor de energieprijs van onze kleinkinderen en achterkleinkinderen?'

Willebrorders stemmen op personen, niet op partijen. Die personen zitten vooral in het cda en de Rucphense Volkspartij (rvp). Omdat in Willebrord 30 procent van de stemmen per volmacht werd uitgebracht en in de rest van Nederland maar 7 of 8, deden de leiders van GroenLinks en de pvda in het begin van de jaren negentig aangifte van verkiezingsfraude. Oud-burgemeester Du Chatinier moest door de rechter gedwongen worden de stembiljetten te laten zien. Daarna zei hij in een regionale krant: 'Het zijn altijd de verliezers die aangifte doen.'

Dat ronselen deden ze niet voor niets. Ze zouden bang zijn dat er eens iemand anders wethouder zou worden, zodat bekend zou worden hoe de grote mannen van het dorp elkaar al die jaren hadden bevoordeeld. Een wethouder veranderde bijvoorbeeld het bestemmingsplan om een stichting de kans te geven een berghut in de Rucphense bossen te bouwen. Die is er niet gekomen. Wel een mooie horecaonderneming trouwens, van de echtgenote van de wethouder.

Jos Schijven ging niet langs de deur om volmachten aan bejaarden te vragen. De mensen kwamen ze gewoon brengen, bij de rvp-wethouder thuis in de Dorpsstraat, naast het assurantiekantoor van hem en zijn twee zonen. Daarom is hij niet veroordeeld. 'Alleen de kleintjes zijn gestraft', zegt hij. Wel is een maatregel getroffen: tegenwoordig mag je per persoon maar met twee volmachten naar de stembus. Voor de verhoudingen in raad en college heeft dat niets uitgemaakt. Het raadslid van de pvda wordt niet serieus genomen en GroenLinks is helemaal uit de gemeentegids verdwenen.

Het is nog drie dagen voor carnaval, toch heeft de wethouder al glazige ogen. Hij speelt trompet in een orkest, en gisteravond hebben ze het Moerdekesbal opgeluisterd. De collega's in de carnavalsverenigingen zijn niet alleen vrienden, maar ook kiezers en klanten. Pro blemen geeft dat nooit. 'Ik heb ze afgeleerd om mij in het café op politiek aan te spreken.'

Toen wethouder Verpaalen de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt, werd zijn zoon de nieuwe wethouder. Nu Jos Schijven de 60 is gepasseerd, gaan zijn zonen in de politiek. Ervaring hebben ze niet, maar dat is nog niet erg. Schijven plakt er nog één ambtsperiode aan vast. 'Kunnen de jongens een beetje warmlopen.'

Vroeger was dorpshuis De Lanteern een kerk. Nu wordt het zaaltje gebruikt om er carnaval te vieren, heeft de heemkundekring er een kamer met oude spullen en zit de sociaal-cultureel werker met een strakke spencer achter een computer op de eerste verdieping. Bene den, ergens achterin, is een grote, rokerige ruimte. Op weekdagen komen hier vanaf kwart over twaalf bijna honderd mannen samen. Het zijn de ouderen en arbeidsongeschikten van het dorp. Koffie kost 1 gulden, toch drinken sommigen uit de kraan. Vier biljarts, vier tafels om aan te kaarten en in de vensterbanken staan de lege flesjes bier.

Hier hebben ze een hekel aan de hoge heren. 'Als ik zo veel ziekten als prins Bernhard had gehad', zegt een gepensioneerde stratenmaker, terwijl hij een geldgebaar in zijn vingers wrijft, 'was ik allang dood geweest.' En als beroemde zanger blijk je in Nederland met je dronken kop gewoon iemand dood te kunnen rijden, zonder dat je daarvoor al te veel straf krijgt opgelegd. 'Dat hoeft een gewone man dus niet te proberen.'

Meer respect verdienen de mannen van de York-bende. Of 'de man van zes miljoen', ook niet gek. Die heeft een kasteel van een huis. Met twee zwembaden, eentje binnen en eentje buiten, een biljartkamer, een lekkere vrouw, alles in kristal en een gouden ring om iedere vinger. Alles bij elkaar gelogen, als koppelbaas zonder loonwerkers, en nooit een slag werk verricht. 'Het is sterk', zegt een parochiebestuurder van 80, 'als je rijk kunt worden zonder je te bewegen.'

Ton Gabriëls is er ook. Vanwege de medicijnen mag hij niet veel drinken, maar over snelheid heeft de dokter nog nooit iets gezegd. Als hij een flesje bier krijgt, laat hij het in een paar seconden in zijn keelsgat leeglopen. 'John H. was een machtige kerel', zegt hij daarna met rode ogen. En Ton kan het weten: totdat John een paar jaar geleden werd opgepakt, waren ze buren. Met alles wat daarbij hoort: praatjes maken, op elkaars huizen letten en pokeren met een plastic c & a-tas duizendjes onder de tafel.

John bezat veel huizen en minstens zeven auto's, maar hij bleef daar heel gewoon onder. En zorgzaam, dat was hij ook. Toen een jongen uit het dorp na een auto-ongeluk een rolstoel nodig had, gingen ze in het dorpshuis met de pet rond. 'Dan deed John daar 30.000 gulden in', zegt Ton. 'En hoe denk je dat ze in een paar maanden aan 300.000 gulden voor de restauratie van de kerkramen zijn gekomen?', vraagt hij. 'Precies. Zo is John.'

Zelf heeft Ton dus ook twee weken in de gevangenis gezeten. En dat heeft hem op een negatieve manier veranderd. Maar John wist dat ie een keer gepakt zou worden. Die komt straks lachend terug bij zijn vrienden in het dorpshuis. 'Dus ja', zegt Ton, 'niks aan de hand.' Hij slaat zijn laatste biertje achterover en loopt naar zijn auto. Tijd voor de medicijnen.

Dat is dat Brabantse. Als je aan het einde van de middag bij iemand langskomt, mag je altijd mee-eten. Daarop wordt nogal aangedrongen. Bij de familie Wagtmans in de Pastoor Palsstraat is er geen ontkomen aan grote borden spaghetti.

Willebrorders kunnen heel hard fietsen. Dat komt: als er geen werk was in het dorp, gingen ze dat zoeken op de fiets. Desnoods reden ze naar de Haarlemmermeer op en neer. Zo kreeg je voor de oorlog al een kampioen als Marijn Valentijn in het dorp. En tijdens de oorlog, toen ze Wim van Est vroegen of hij niet met smokkelen wat wilde bijverdienen, bleek hij een 'schitterende renner'.

Ook Rini Wagtmans is een kampioen. Eén dag van zijn leven droeg hij de gele trui in de Tour de France. Een paar jaar later viel hij bewusteloos van de fiets en was zijn loopbaan voorbij. Het kwam door een hartafwijking en hij zag een tunnel, dat wel, maar verder wordt over sterven veel te moeilijk gedaan.

Als je iets positiefs over het dorp wilt vertellen, moet je de sportiviteit niet overslaan. Behalve wielerkampioenen, hebben ze ook de beste biljarters van de wereld. Voetbalvereniging Rood Wit speelde tot in de jaren tachtig in de hoofdklasse. Ze hadden de ploeg bij elkaar gekocht, werd er gezegd, met allemaal spelers van buiten. Maar dat doen ze overal. En de postduiven, die vliegen ook al harder dan de andere postduiven van het land. Verhalen over doping zijn overdreven.

'Willebrord is net als Volendam', zegt Rini aan de keukentafel. 'Dat hechte, sportieve, religieuze en muzikale van de mensen. Dat hebben wij hier ook.' Want wat niemand weet, en Rini dus wel, is dat behalve Corry Konings, ook de verspreiders van de Vogeltjesdans, de Elec tronica's, uit Sint Willebrord komen. Rini zegt: 'Wij hebben ook klasse.'

Twee van Rini's neven hebben naam gemaakt. Wout als wielrenner, Jack als administrateur van de York-bende. Jack was beleidsmedewerker op het gemeentehuis van Rucphen. Niemand begrijpt daarom wat hij in de criminaliteit te zoeken had. Het maakt ook niet uit. Eerst een paar jaar zitten, daarna gaan we weer normaal doen. 'Willebrord is een van de weinige gemeenschappen waar men begrijpt dat je in de fout kunt gaan', zegt Rini. 'De mens is geboren om zondig te zijn. Waar heb je anders de biecht voor nodig?'

Veel erger is dat iedereen aanneemt dat de mannen van de York-bende de nieuwe kerkramen hebben betaald. De motor achter die reddingsactie was namelijk de familie Wagtmans. Heel het dorp hebben ze afgebeld. En iedereen gaf vanzelfsprekend. Er is ook een cd'tje gemaakt en dat is, zo blijkt uit de administratie van Rini, inderdaad door John betaald. Die kostte 3000 gulden en bracht 21.000 gulden op. 'Wie heeft er dan betaald?', vraagt Rini. 'Juist, schrijf maar op: de hechte gemeenschap van Sint Willebrord.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden