Zie, ik heb spijt, ik ken de mensen die dit treft, ik ben empathisch

Sheila Sitalsing
Staatssecretaris Martin van Rijn. Beeld anp
Staatssecretaris Martin van Rijn.Beeld anp

Op de radio ging het over tennis. Of over politiek, dat zou ook kunnen. De toon was hetzelfde, net als de overzichtelijkheid van de vraag. Het was spannend, iemand zou verliezen, eruit gezet worden, of juist niet. Misschien zou hij winnen en blijven en doorgaan, het was de vraag van de dag. De rest was ruis.

De mannen met draaiende camera's waren uitgerukt om tussenstanden en emoties vast te leggen. Het publiek was toegestroomd. Het hongerde naar een offer, naar genoegdoening voor het hun aangedane ongemak, leed en chagrijn. Maar Martin van Rijn was niet van plan zich te laten offeren.

Hij wilde graag deemoed tentoonspreiden, dat wel. Een deemoedigere staatssecretaris zien we niet vaak in de Tweede Kamer. Het doet hem 'pijn', zei hij, dat de mensen hun persoonsgebonden budget maar niet krijgen uitbetaald. Hij bezwoer 'geen getallen' te zien, maar de echte mensen daarachter; hij noemde er zelfs eentje bij de naam. Zie, ik heb spijt, ik ken de mensen die dit treft, ik ben empathisch.

Met eenzelfde ootmoed dankte hij na afloop van het debat de parlementariërs die hem in het zadel hielden: ja, er ligt een tamelijk breed gesteunde motie van wantrouwen, maar 'gelukkig geeft tweederde me nog een kans'.

Eigenlijk deed Martin van Rijn in het grote pgb-debat, dat een volle dag duurde, alles wat een bewindspersoon die aan het wankelen is geslagen moet doen om niet te vallen. Fouten toegeven, incasseren, uitleggen, beterschap beloven. En niet te veel wijzen naar het falen door en/of de boter op het hoofd van anderen.

Dat laatste, zo blijkt uit een onderzoek naar afgetreden ministers door de Universiteit Utrecht, is een verleidelijke verdedigingsstrategie, maar zelden een goed idee. Boemerang-risico. Zaken trachten af te schuiven op voorgangers, ambtenaren, collega-ministers, Kamerleden die dit zelf gewild hadden of ander toevallig langslopend volk: wie herinnert zich Frans Weekers nog, die met ijzingwekkend gemak zijn ambtenaren van de Belastingdienst afviel?

De mensen die waren komen kijken in de hoop bloed te zien vloeien waren teleurgesteld. Ze hadden zijn hoofd willen zien rollen door het stof. Aftreden als wraak.

Of ze daar veel mee zouden zijn opgeschoten, valt te betwijfelen. Dat de uitbetaling van de pgb's op zo'n chaos zijn uitgelopen, heeft veel te maken met de haast en kippendrift in Den Haag - niet alleen bij het kabinet, ook bij de Tweede Kamer - om grote delen van de zorg, de sociale zekerheid en het arbeidsmarktbeleid bij de gemeenten over de heg te gooien. Snel, snel, snel, want nu is er 'momentum', en voor je het weet valt het plakbandkabinet van Mark Rutte en moet iedereen terug naar af. Bovendien is de bijbehorende bezuiniging al ingeboekt.

In de haast wordt licht over het hoofd gezien dat 'de systemen' niet op orde zijn - wanneer zijn al die 'systemen' die de koortsdromen van bestuurders moeten uitvoeren eigenlijk wél op orde - en tegen de tijd dat de klachten de Kamer bereiken, is iedereen het zicht kwijt op de werkelijkheid. Die is onvindbaar, uitgesmeerd over 393 gemeenten, weggesijpeld in de plooien van de decentralisatie.

Daarom was de grote vraag die de hele dag door de vergaderzaal van de Tweede Kamer echode: hoeveel mensen zitten nog in grote problemen?

Een exact antwoord bleef uit.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden