‘Zhongyun, vijand van de revolutie’

De Chinese top is nog altijd bang voor openheid over de Culturele Revolutie. Het pijnlijke verhaal van Bian Zhongyun mocht niet worden getoond....

Het Chinese filmfestival Yunfest zou de afgelopen week worden gehouden, maar eind maart berichtten de organisatoren dat de editie 2007 was ‘uitgesteld’ hangende overleg met de autoriteiten. Nadere uitleg werd officieel niet gegeven, maar al snel werd via het internet bekend dat de documentaire over schooldirectrice Bian Zhongyun de aanleiding was.

De regering onderdrukt nog steeds de openbare nagedachtenis van de Culturele Revolutie, deze zwarte bladzijde in China’s recente geschiedenis. Hoeveel mensen het leven lieten is nog steeds onduidelijk. Alleen in Peking werden in augustus 1966 al 1770 mensen vermoord, nog los van het grote aantal zelfmoorden van opgejaagde ‘bourgeoiskapitalisten’.

Aan de chaos kwam pas in 1976 een eind, na de dood van Mao, maar nog altijd is de leiding bang dat het openen van de beerput de Communistische Partij zal schaden. Slechts weinige schuldigen zijn na 1976 gestraft. Vandaar dat Peking niet graag ziet dat pijnlijke verhalen als die van Bian en Wang Zhongyun naar buiten komen.

Wang was niet zomaar een slachtoffer. Hij was in 1966 werkzaam aan het Onderzoeksinstituut voor Moderne Geschiedenis van de Chinese Academie van Wetenschappen, de topinstelling op dit terrein in China. Daags na de moord op zijn vrouw besloot hij ‘zijn dure plicht te doen’ en ‘het verslag van de ware geschiedenis bij te houden’, zegt hij in de film.

Zijn woorden geven even inzicht in het trauma dat miljoenen Chinezen nog altijd meedragen. ‘Ik heb veertig jaar een kruis gedragen. Als ik het ware verhaal niet zou vertellen, zou ik me schamen omdat ik mijn plicht verzaakte. Dan zou mijn leven zinloos aflopen’, zegt de historicus, een breekbaar ogende bejaarde met het uiterlijk van de archetypische Chinese geleerde – tenger postuur, grote bril met daarachter bedeesde, maar onderzoekende ogen.

Wang was zo overmand door verdriet toen hij hoorde dat zijn vrouw was doodgeslagen door haar eigen leerlingen dat hij zich thuis op de grond wierp en de bamboemat kapot beet. Daarna kocht hij een camera.

De documentaire laat hem aan het woord in zijn kleine flat in de academische wijk van Peking, dezelfde woning waar de Rode Gardisten in juni 1966 binnendrongen om overal ‘strijd’-posters op te hangen. Het was de intimidatie die bijna iedere leraar en wetenschapper in die dagen moest ondergaan: vernederd worden door je eigen tot massahysterie opgezweepte studenten.

Wang legde de tekenen van de terreur allemaal minutieus vast. Het levenloze lichaam van zijn vrouw, met alle kneuzingen en gaten, zoals hij het aantrof in het ziekenhuis. De rook uit het crematorium toen het lijk verbrand werd. Maar vooral de stille getuigen van wat er aan vooraf ging. Zoals de gevolgen van herhaalde huiszoekingen, plundering van kostbaarheden en verbranding van boeken. De beledigende en bedreigende pamfletten die de leerlingen van de Middelbare Meisjesschool hadden opgehangen op zijn slaapkamerdeur, op de toilet, op de gang.

Wang noemt ook met naam en toenaam wie het voortouw had genomen. Wie als eerste op het podium van de schoolaula sprong om zijn vrouw te mishandelen. Hij toont de ‘veroordeling’ die over haar werd uitgesproken, een bladzij uit een simpel schoolschriftje. Bian Zhongyun, 48 jaar, moeder van vier kinderen, vijand van de proletarische revolutie.

De documentaire legt daarbij een direct verband met de leiding van de Communistische Partij, door officiële beelden en radio-uitzendingen te gebruiken waarin Mao oproept: ‘Wees gewelddadig!’.

Het verklaart waarom de documentaire onlangs door een ban van Peking werd getroffen en zelfs heeft geleid tot de afgelasting van China’s meest vooraanstaande documentairefestival Yunfest. Die meisjes die op 5 augustus 1966 hun schoolhoofd doodsloegen waren de familieleden van China’s rode elite: de Middelbare Meisjesschool van de Algemene Universiteit van Peking was dé school voor de kleindochters en nichtjes van de hoogste partijleiders en de top van het Volksbevrijdingsleger.

Wang en zijn vrouw waren overigens geen ‘bourgeoiskapitalisten’, vertelt de historicus. Als student die aan de Fudan-universiteit in Shanghai journalistiek deed – voordat Mao aan de macht kwam – was hij een ‘radicale democraat’, die eigenlijk ‘beroepsrevolutionair’ wilde worden. Ook zijn vrouw was de communistische omwenteling toegedaan: ze werd partijsecretaris op haar school. Beiden hielpen Mao zelfs in de bergen van Yannan bij de voorbereiding van de revolutie.

In 1980 probeerde hij nog een aanklacht in te dienen tegen degenen die bij de moord op zijn vrouw betrokken waren. De Chinese justitie wees de aanklacht of omdat deze ‘te laat’ was. ‘De officials beschermen elkaar’, noteerde Wang in de kantlijn van de schriftelijke afwijzing.

De gepensioneerde historicus heeft behalve vele foto’s en documenten ook de koffer met de spullen van zijn vrouw zorgvuldig bewaard. In de documentaire laat hij de bebloede kleren zien, haar horloge dat stuk werd getrokken. De wijzers staan stil op twintig voor vier. Wang: ‘Deze koffer zou in een toekomstig Museum van de Culturele Revolutie moeten komen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden