Zeventig imams komen bijeen in strijd tegen radicalisering

Imams wordt vaak verweten weg te kijken bij de dreiging die de samenleving voelt van Syriëgangers. Maar de zeventig imams die maandag bijeenkwamen, willen hun verantwoordelijkheid nemen.

Zeventig imams die maandag bijeenkomen, willen hun verantwoordelijkheid nemen. Beeld Guus Dubbelman

In het Utrechtse congrescentrum Het Vechthuis waren zo'n zeventig imams, voornamelijk van Marokkaanse komaf, bijeen om te praten over hun rol in de strijd tegen radicalisering. De ene na de andere kwam met een voorbeeld van geslaagde interventie.

Op een jongere die wilde strijden in Irak is urenlang ingepraat om hem van zijn verkeerde denkbeelden over de jihad af te helpen. Een andere islamitische geestelijke stond een vader en dochter bij. Het meisje, dat droomde van een paradijselijk bestaan in het kalifaat, was teruggehaald uit Turkije. Ze was via skype met een jihadstrijder getrouwd.

'Ze was het slachtoffer van een ronselaar', verduidelijkt de imam in een zwart-grijs gestreepte djellaba (een lang loshangend gewaad met capuchon). 'Die wilde haar voor andere doeleinden gebruiken.' Vermoedelijk voor het baren van een nieuwe generatie jihadi's. Door zijn stevige theologisch weerwoord is het meisje op andere gedachten gebracht, en de vader gerustgesteld.

De bijeenkomst is een initiatief van de Vereniging Imams Nederland (VIN), die in 1995 is opgericht en honderd leden telt. Beeld Guus Dubbelman

Dan staat een imam op die is gehuld in een beige kameez (een lang shirt dat valt tot op de knie), bruine sjaal om de hals. Twee keer is hij telefonisch bedreigd, zegt hij, omdat hij vurig predikte tegen de terreurbeweging Islamitische Staat. Hij komt uit een dorp waaruit vijftien jongeren naar Syrië zijn afgereisd. Hij maakt zich minder zorgen over de jongens en meisjes die openlijk radicale denkbeelden uitdragen. Die kun je in een vroeg stadium nog wel bewerken, zoals zijn vakbroeders net hebben betuigd. 'Maar wat doen we met de jongeren die, veel sluwer, in het geheim opereren, zoals in mijn dorp is gebeurd?'

De bijeenkomst maandag was een initiatief van de Vereniging Imams Nederland (VIN), die in 1995 is opgericht en honderd leden telt. Een broodnodige stap, merkt een van de sprekers op, voorzitter Rasit Bal van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO). In Nederland krijgen moslims veel kritiek. Ze zouden wegkijken van radicalisering, de kop in het zand steken, vooral in de slachtofferrol kruipen.

Volgens Bal wijst onderzoek uit dat moslims inderdaad die neiging hebben. 'Vooral door Turkse organisaties wordt gezegd: onze jongeren radicaliseren niet, die schieten niet door.'

Grote belangstelling

Het is tijd voor de hand in eigen boezem, zegt Bal. 'Want als de hele samenleving het heeft over terreurdreigingen, over aanslagen en radicaliserende jeugd en wij houden onze mond, dan groeit de kloof tussen moslims en niet-moslims alleen maar. Bovendien gaat het over onze zonen en dochters. Kennelijk zijn we onvoldoende in staat geweest hen op het juiste spoor te houden.'

Radicalisering is wereldwijd een belangrijk maatschappelijk thema, licht VIN-voorzitter sjeik El Bakkali Al-Khammar het initiatief toe. 'Door de aanslagen is er veel angst in de samenleving. Dat is begrijpelijk. Die moeten we gezamenlijk te lijf gaan. Daarin is de imam onmisbaar.'

De urgentie is groot, blijkt uit de grote belangstelling. De imams hebben het moeilijk. Ze moeten opereren in een maatschappelijk klimaat van groeiende polarisatie, waarin het wij-zijdenken door activisten aan beide kanten van de kloof (moslims tegenover niet-moslims) eropuit zijn de boel te laten escaleren. Geregeld worden ze overvallen door negatief nieuws over haatpredikers en moskeebesturen die geld aannemen van dubieuze sjeiks uit het Midden-Oosten.

Radicale jongeren

In het kort krijgen de geestelijken het Nederlandse anti-radicaliseringsbeleid uitgelegd. Gesproken wordt over de Hulplijn Radicalisering van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN), over het Familie Steunpunt, over wijkagenten en over het dreigingsniveau dat sinds maart 2013, toen de eerste golf Nederlandse jihadi's naar Syrië vertrok, op 'substantieel' staat. Dat betekent: 'Een aanslag is voorstelbaar, niet voorspelbaar.'

Kort worden ook andere vormen van radicalisering aangestipt: rechts- en links-extremisme, dierenactivisme. De imams moeten aan hun achterban kunnen uitleggen dat in Nederland niet uitsluitend jacht wordt gemaakt op radicale moslims.

Nogal wat imams blijken ervaringen te hebben gehad met radicale jongeren, blijkt uit de verhalen die worden uitgewisseld. Weet je hoe je de positie kunt ondermijnen van jongens die parmantig strooien met termen als taghut (die zich naast God stelt, een verboden vorm van afgoderij) of murtad (afvallige)? Vraag ze die woorden in het Arabisch op te schrijven en veel meelopers zullen in verlegenheid worden gebracht. Daar moeten de geestelijken smakelijk om lachen.

Ondergronds

Een imam zegt dat bellen moeten gaan rinkelen als jongeren hun 'broeders' en 'zusters' voortdurend voor de voeten werpen dat alles wat ze doen haram is (niet toegestaan volgens de islam). Dan wordt het hoog tijd die wijsneusjes theologisch de les te lezen. Veel is mogelijk binnen de islam.

Een imam begint te vertellen over een megaklus die hij heeft geklaard: het bewerken van een ideologisch gedrevene. Uren heeft hij doorgebracht met een 16-jarige gymnasiast, die goed onderlegd was en heel radicaal. Het is hem gelukt tot hem door te dringen.

Verderop in de rij voor een pan vegetarische couscous staat tijdens de lunch een jonge bestuurder van een Utrechtse moskee. Hij sluit zich aan bij de constatering van een van de sprekers dat radicalisering onder moslimjongeren nog altijd groeit, maar een nieuwe fase is ingegaan. Het gebeurt nu ondergronds. Er wordt niet meer met IS-vlaggen gezwaaid en nauwelijks nog openlijk geprovoceerd op sociale media.

'We staan voor een enorme uitdaging', verzucht hij, verwijzend naar recente berichten over salafistische jongeren die Amsterdamse moskeeën proberen binnen te dringen en over te nemen.

Hij hoopt dat er meer imambijeenkomsten worden georganiseerd zoals deze. 'Eén dagje is niet genoeg. Radicalisering is een doorlopend proces, waarin steeds weer nieuwe afslagen worden genomen. We moeten elkaar scherp houden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden