Zevenkampster Visser net hordenspecialiste

Wat Dafne Schippers al heeft bewezen bij de sprint, toont Nadine Visser nu aan op de horden: ook Nederlandse zevenkampsters kunnen uitblinken op een los onderdeel.

AMSTERDAM - Nadine Visser ziet zichzelf als zevenkampster, maar hordenlopen kan ze als weinig andere vrouwen. Bij de WK junioren in het Amerikaanse Eugene dook ze zondag als vierde Nederlandse atlete onder de 13 seconden: 12,99. De 19-jarige vwo-scholiere uit Arnhem veroverde de bronzen medaille en plaatste zich voor de EK atletiek.


In Zurich, over twee weken, mag ze meedoen aan de zevenkamp. Zij zou de plaats in kunnen nemen van haar drie jaar oudere trainingspartner Dafne Schippers, die de voorkeur geeft aan de 100 en 200 meter. Maar dat acht haar trainer Bart Bennema een te zware belasting. Het is te kort op de zevenkamp van Eugene, het onderdeel waarop ze vorige week ook brons pakte.


Visser lijkt de komende jaren in staat te wisselen tussen de zevenkamp en het hordenlopen, zoals Schippers doet met de zevenkamp en de sprint. Ze is al bijna even snel als Rosina Hodde en Sharona Bakker, de twee specialistes die eerder deze zomer voor het eerst onder de 13 seconden doken. Beide vrouwen hebben een beste seizoenstijd van 12,94. Het Nederlandse record is sinds 1989 in handen van Marjan Olyslager, met 12,77.


Bennema noemt het combineren van disciplines een 'voor de hand liggende gedachte' voor Visser. Ze zou bijvoorbeeld bij de EK's en WK's indoor kunnen hordenlopen en outdoor aan de zevenkamp kunnen meedoen. En ze kan de EK outdoor in Zurich kunnen gebruiken om toernooi-ervaring op te doen voor de WK-zevenkamp van volgend jaar.


Schippers heeft de afgelopen jaren hetzelfde gedaan. Hoewel ze pas 22 jaar is, heeft ze daardoor in korte tijd veel wedstrijdervaring opgedaan. Vorig jaar pakte ze op de zevenkamp brons bij de WK atletiek. Over twee weken is ze op de 100 en 200 meter favoriet voor de Europese titel.


Dat hoge niveau heeft Visser nog niet. Bij de EK zou het bereiken van de halve finale al een goede prestatie zijn. Volgens Bennema moet ze 12,8 lopen om volgend jaar als hordenloopster mee te mogen doen aan de WK atletiek. Die tijd ligt vermoedelijk binnen haar bereik. Ze is de afgelopen vier jaar gestaag sneller over de hekjes gevlogen. Elk jaar ging ze twee- tot drietiende seconde vooruit.


'Vergeleken bij de andere Nederlandse hordenloopsters is ze op jonge leeftijd al veel sneller', meent Bennema. 'Ze is altijd sneller geweest. Ze heeft een natuurlijk gevoel voor horden. Toen ik haar voor het eerst zag lopen, zag ik een onverschrokken meisje. Ze durfde over de hekjes. Dat heb je of dat heb je niet.'


Visser woont nabij sportcentrum Papendal, in hetzelfde complex als Schippers. Ze is voltijds atlete. Ze heeft een andere lichaamsbouw dan Schippers, die veel power heeft in haar krachtige, lange lichaam (1.79). De hordenloopster is tenger en minder lang (1.73). Voor de horden is dat een voordeel. Ze kan voluit over de hekken sprinten en hoeft niet bang te zijn dat ze tussen de hindernissen te weinig ruimte heeft voor haar passen, zoals Schippers. De sprintster heeft een beste tijd van 13,13 op horden.


Volgens Bennema heeft Visser meer weg van de frêle Britse olympisch kampioene Jessica Ennis, die ook uitblonk bij het hordenlopen, dan van Schippers.


Visser heeft zich de afgelopen twee jaar onder Bennema vooral toegelegd op de zevenkamp. Dat betekent dat hordenlopen nauwelijks meer aandacht krijgt dan speerwerpen, kogelstoten, ver- en hoogspringen, de 200 en 800 meter. Haar persoonlijke record staat sinds Götzis, afgelopen mei, op 6.110 punten. Schippers kwam drie jaar geleden tot 6.172, het nationale juniorenrecord en bracht drie maanden geleden het nationale record op 6.545 punten.


Visser en Schippers zijn niet de enige zevenkampsters die een specialisme hebben. Grote kampioenes als Jackie Joyner-Kersee, Carolina Klüft en Jessica Ennis konden zich meten met de wereldtop: Joyner-Kersee en Klüft in het verspringen en Ennis in het hordenlopen.


Ook in de huidige generatie zevenkampsters zijn de Nederlandse vrouwen niet uniek. De Europese ranglijstaanvoerder op de zevenkamp, de Britse Katarina Johnson-Thompson, veroverde bij de WK indoor zilver bij het verspringen. De Britse Morgan Lake, die Visser bij de WK junioren versloeg op de zevenkamp, werd afgelopen week ook wereldkampioene hoogspringen.


Uitblinken op een individueel onderdeel is volgens Bennema geen voorwaarde om als zevenkampster tot de wereldtop door te dringen. Het kan ook zonder uitschieters, door stabiel te presteren in elke discipline. Maar de wereldtoppers hebben doorgaans meer in hun mars. 'De echt goede zevenkampsters hebben allemaal wel een onderdeel waarop ze zich kunnen plaatsen voor de WK atletiek.'


Schippers heeft dat al bewezen, Visser is op weg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.