Zeven standaardlessen achter elkaar is dodelijk

Een plattelandsschool zal andere keuzes maken dan een school in de grote stad. Maar hoe de scholen het onderwijs aan 12- tot 14-jarigen gaan vernieuwen, mogen ze zelf weten....

Wie moet bepalen wat kinderen op school leren? De minister van Onderwijs of de leraren? Heim Meijerink, voorzitter van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming, aarzelt geen moment. 'De leraar natuurlijk. Dat is zijn vak. Alleen hij weet wat zijn leerlingen aankunnen. Niet de minister.'

Vroeger waren scholen baas in eigen huis. De invloed van de overheid op de inhoud van het onderwijs beperkte zich tot de vaststelling van de eindexamenstof en de vakken die gegeven moesten worden. Dat veranderde begin jaren negentig toen de kerndoelen werden ingevoerd. Daarin staat nauw omschreven welke lesstof kinderen van 12 tot 14 jaar voorgeschoteld moeten krijgen. Het is de dood in de pot, vindt Meijerink.

'Daarmee hebben we de leraar gedegradeerd tot uitvoerder. Hij volgt het lesboek. En het lesboek volgt de kerndoelen. Als je in Vlaanderen, Duitsland, Scandinavië of Canada gaat kijken zie je hele andere leraren. Die leggen veel meer accenten op wat zíj belangrijk vinden. Hun lessen zijn ook veel gevarieerder.'

Meijerink hekelt de standaardlessen waar scholieren op getrakteerd worden. 'Een standaardles in Nederland gaat zo: De klas opent het boek. De leraar overhoort het huiswerk. Dan mag de klas het volgende hoofdstuk gaan lezen. In het gunstigste geval is er enige toelichting. Tot slot krijgen ze het huiswerk op en dat mogen ze de laatste tien minuten van de les vast gaan maken.'

Met af en toe een standaardles is niets mis, benadrukt Meijerink. 'Maar zeven van dit soort lessen achter elkaar is dodelijk. De kinderen gaan naar buiten staren. De helft hoort niet wat er gezegd wordt. De leraar ziet dat niet - wil het misschien ook niet zien. Als de kinderen maar braaf en rustig in hun busopstelling blijven zitten, dan is het goed.'

Ongeveer 15 procent van de scholen experimenteert met nieuwe onderwijsvormen. Ze geven thematisch les, organiseren projecten, ze schrijven zelf nieuw, gevarieerder lesmateriaal of ze laten leerlingen vrij om zichzelf de lesstof eigen te maken, bijvoorbeeld met behulp van de computer.

'Er zijn inmiddels heel wat uitdagende scholen. En het niveau dat kinderen daar bereiken, ligt even hoog als op de doorsnee, saaie scholen.' Hoe de scholen het onderwijs aan 12 tot 14 -jarigen gaan vernieuwen mogen ze van Meijerink zelf weten. Hij denkt dat 'een plattelandsschool andere keuzes zal maken dan een school in de grote stad'. 'Scholen moeten onderwijs gaan geven op een manier die bij het team past en die bij de kinderen past. Wij willen geen onderwijsvernieuwing die door het ministerie van Onderwijsover heel Nederland wordt uitgerold.'

Het niveau van de Nederlandse middelbare scholier is overigens lang niet slecht. Dat blijkt uit internationale onderzoeken. 'De kinderen die de eindstreep halen, scoren heel verdienstelijk. Maar Nederland kan méér kinderen de eindstreep laten halen. En Nederland kan ook meer dan behoorlijk presteren. We zouden topklasse moeten leveren. En dat moet in de Nederlandse situatie kunnen.'

De minister van Onderwijs, Van der Hoeven, is wel bereid 'het onderwijs aan de scholen terug te geven', zoals ze het zelf noemt. Daar zal de Tweede Kamer meer moeite mee hebben. 'De overheid zal een stapje terug moeten doen. Maar we gaan echt te ver als de overheid voorschrijft dat alle 14-jarigen bij gymnastiek moeten leren speerwerpen, kogelstoten en discuswerpen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden