In Krimpen aan den IJssel werken studenten criminologie en gedetineerden samen aan een studieproject.

reportage speciaal project

Zet studenten criminologie en gedetineerden bij elkaar in de klas en zie de vooroordelen verdwijnen

In Krimpen aan den IJssel werken studenten criminologie en gedetineerden samen aan een studieproject. Beeld Marcel van den Bergh

Voor een nieuw keuzevak werken studenten criminologie samen met gedetineerden. Beiden hebben daar baat bij. ‘Mijn vooroordelen zijn weggenomen.’

‘Gevangenissen moeten werkgevers naar binnen halen’, leest student Janna van haar lijstje. ‘Om kennis te komen maken met de gedetineerden.’

‘In Sittard kunnen ze in de laatste fase van hun detentie al buiten de gevangenis werken’, zegt Issam, die een jarenlange straf uitzit.

‘Er is onderzoek’, zegt student Ienke, ‘waaruit blijkt dat gedetineerden die onderwijs volgen, eerder aan werk komen.’

De vijf twintigers aan deze tafel discussiëren over manieren om gedetineerden na een celstraf goed te laten landen in de samenleving. Volgende week moeten ze er samen een presentatie over geven. Het lijkt een groep reguliere studenten. Alleen zitten er tralies voor het raam. Er staat een bewaker buiten het lokaal. En twee van de vijf deelnemers aan dit gesprek zitten hier gevangen.

Dit is dan ook geen gewone werkgroep. Hier werken studenten ‘van buiten’ en ‘van binnen’ met elkaar samen. Negen volgen de studie criminologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. De overige elf wonen hier, in de Penitentiaire Inrichting (PI) in Krimpen aan den IJssel.

Al zeven weken lang komen ze hier elke dinsdagochtend bij elkaar in een ruimte met tafels, stoelen, een keukentje en een whiteboard. Voor de studenten van buiten is dit een keuzevak. Die van binnen noemen het een project. Het is voor het eerst dat gedetineerden en studenten in Nederland zo met elkaar samenwerken.

Eye-opener

Het idee is dat beide groepen er beter van worden, zeggen Elanie Rodermond en Anne-Marie Slotboom, de universitair docenten die het vak in Nederland introduceerden. De studenten praten nu eens niet alleen óver gedetineerden maar ook mét hen. En de gedetineerden krijgen de kans om gesprekken te voeren met mensen van buiten de gevangenis. Dat lijkt een succesvolle formule, afgaande op de reacties van de deelnemers.

‘Tijdens de opleiding beschouwen we criminelen vooral als studieobject’, zegt Lisa na afloop. ‘Dan is het heel bijzonder om nu eens met ze samen te kunnen werken. Dit is echt een eye-opener, ik zal het nooit vergeten.’

‘Ik heb vier jaar lang gelezen’, zegt Daniel. ‘Nu kan ik zien hoe het er in het echt aan toegaat. En beoordelen of dat overeenkomt.’

Het idee om studenten en gevangenen te laten samenwerken ontstond twintig jaar geleden aan Temple University in Philadelphia. Inmiddels doen meer dan honderd hogeronderwijsinstellingen mee aan het Inside-Out Prison Exchange Program. In zeker negen andere landen worden eveneens gevangeniscolleges georganiseerd.

Veel wetenschappelijk bewijs dat het programma positieve effecten heeft is er nog niet, erkent Rodermond. Ze verwijst naar een Amerikaanse studie waaruit blijkt dat het geloof in eigen kunnen van de gedetineerden toenam na de bijeenkomsten met studenten. De rest van het bewijs is voornamelijk anekdotisch, zegt ze. ‘Meer onderzoek staat op mijn wensenlijst.’

Aapjes kijken

De deelnemers aan de bijeenkomsten in Krimpen aan den IJssel zijn zorgvuldig geselecteerd, zegt Rodermond. Het is niet de bedoeling dat die van buiten alleen komen om ‘aapjes te kijken’ en die van binnen zich vooral verheugen op ‘de meisjes’. Daarom moest iedereen van tevoren een motivatiebrief schrijven en op gesprek komen.

Ook liggen er strakke afspraken. De studenten van binnen en van buiten mogen tussen de sessies door bijvoorbeeld niet met elkaar bellen. Ook na afloop van de cursus is het niet de bedoeling dat ze contact onderhouden. ‘We zijn geen hulpverleners’, zegt Rodermond. ‘In de VS is het wel gebeurd dat een student iemand na zijn detentie probeerde te helpen. Dat pakte verkeerd uit.’

Tijdens de bijeenkomsten discussiëren de deelnemers over misdaad en straf, over re-integratie en recidive. De VU-studenten brengen wetenschappelijke kennis in, de gedetineerden stellen daar hun ervaringen tegenover. Zo vullen ze elkaar aan.

Neem Issam, die tijdens de groepsdiscussie vertelt wat hij weet over gedetineerden die aan het einde van hun detentie een baantje buiten de gevangenis hebben. Voor sommige gaat het niet om het werk, zegt hij. ‘Die nemen een baantje om veel te kunnen skypen, met familie af te spreken en lekker te eten.’

Issam is enthousiast over de samenwerking met de studenten, vertelt hij na afloop van de bijeenkomst. Niet alleen omdat hij het idee heeft dat hij het beeld  dat sommige studenten hadden van gevangenissen – ‘onleefbaar, veel geweld, beesten’ – heeft kunnen corrigeren, maar ook omdat hij er zelf veel van opgestoken heeft.

De deelnemers spraken tijdens een van de bijeenkomsten bijvoorbeeld over slachtoffers van misdrijven. Daarbij moesten ze terugdenken aan een moment dat ze zelf ergens slachtoffer van waren. ‘Dat heeft me de ogen geopend’, zegt Issam.

Studenten criminologie en gedetineerden werken samen aan een studieproject. Beeld Marcel van den Bergh

Re-integratie

Juist vanwege dat soort ervaringen hoopt Elanie Rodermond van de VU dat ze dit programma in de toekomst ook kan blijven aanbieden. Er zou al interesse zijn van andere inrichtingen. ‘En hopelijk mogen we ook volgend jaar weer hier komen’, zegt ze.

Hans Brugmans, plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de PI in Krimpen aan den IJssel, heeft daar wel oren naar. ‘Bij ons zijn jullie van harte welkom’, zegt hij. Volgens Brugmans draagt het programma bij aan de reïntegratie van gedetineerden. ‘We sluiten hier mensen op, maar hebben ook de opdracht om herstelgericht te werken. Er komt een moment dat ze weer in de maatschappij komen. Daarom ben ik blij om uitsluitend positieve reacties te zien.’

Brugmans doelt daarbij op de laatste minuten van de bijeenkomst die ochtend. Brugmans zag hoe de studenten de tafels aan de kant schoven en in een kring gingen zitten. Om de beurt vertelden ze hoe ze terugkeken op de samenwerking.

Gedetineerde Bram sprak over het ‘wederzijdse respect’ dat hij tijdens de bijeenkomsten ervoer. ‘Iedereen liet elkaar uitpraten.’

Ruben, student: ‘De vooroordelen waarmee ik hier binnenkwam zijn weggenomen.’

Een gedetineerde: ‘In de wetenschappelijke papers las ik dingen die bij mij ook speelden.’

Lisa, student: ‘Ik verwachtte een grens tussen de twee groepen. Maar die is bijna helemaal weggevallen.’

Een andere gedetineerde: ‘Het is fijn om er bij te horen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.