Zet open die ramen!

Te navelstaarderig, nauwelijks aansluiting met het publiek; de kunstwereld is zelfgenoegzaam. Tot 2011, het jaar waarin Halbe Zijlstra het mes in de subsidies zette. Tijd voor zelfreflectie.

Relativeringsvermogen is niet de meest voorkomende eigenschap in de kunstwereld. Laat staan zelfrelativering. Toch was 2011 het jaar dat de kunstwereld flink bij zichzelf te rade moest gaan. De zelfgenoegzaamheid die de kunst zo vaak kenmerkt, kreeg de afgelopen maanden een behoorlijke tik.


Aanleiding is natuurlijk de beslissing van staatssecretaris Halbe Zijlstra om de cultuurwereld met 200 miljoen euro te korten. Wat voor de beeldende kunst betekent: minder geld voor de musea, voor de experimentele kunstinstellingen, de gespecialiseerde kunsttijdschriften en de drie topacademies die Nederland (nog) rijk is.


Wat eerdere (sociaal-democratische) staatssecretarissen en ministers nooit is gelukt, is nu een feit: de kunstwereld moet zich meer en beter gaan verhouden tot haar publiek. Daartoe draait Zijlstra eenvoudigweg de geldkraan dicht, etaleert hij zijn desinteresse en dwingt hij de kunstwereld het zelf maar op te lossen. In breder perspectief zijn de voorstellen van Zijlstra een indicatie van hoe een groot deel van Nederland over het belang van cultuur denkt. Niet alleen als een uit de hand gelopen 'linkse hobby', maar ook als een zinloos experiment waar je beter geen (overheids)geld in moet steken. Kunst wordt gepercipieerd als een ongewisse zaak waar onder brede bevolkingslagen nauwelijks nog iemand vertrouwen in heeft.


Je zult het als belanghebbende in de kunstwereld allemaal maar voor de kiezen krijgen. Zoveel minder geld. Maar ook: zoveel meer onbegrip, argwaan en rancune. Het gegeven dat vele buitenstaanders de maatregelen van Zijlstra wel oké vinden. De breed gedragen opvatting dat er altijd al te veel overheidsgeld naar deze kleine wereld van onbegrijpelijke en onbetekenende kunst ging. Elitegedoe. En dat terwijl je zelf denkt dat je het decennialang goed hebt gedaan.


Reden om je af te vragen hoe de kunstwereld deze bezuinigingen zal overleven. En of de kunst in staat is zijn eigen bestaansrecht te rechtvaardigen, ook al is dat zonder al te veel subsidiegeld. Aan de andere kant: is het belang van de kunst inderdaad wel zo groot als de kunstwereld altijd heeft gedacht? En kan de kunst zichzelf zo relativeren dat ze er op een andere manier weer sterker uitkomt?


Waarschuwing

Gitta Luiten, die dit jaar afscheid nam als directeur van de Mondriaan Stichting, een van de grootste subsidiefondsen voor beeldende kunst, vormgeving en cultureel erfgoed, heeft er altijd al voor gewaarschuwd: de kunst is een te navelstarend wereldje. Een commune van ingewijden die te weinig rekenschap aflegt aan de brede maatschappij. De grote musea in Nederland lieten het volgens haar afweten als het gaat om het vinden van aansluiting bij een groot publiek. Om een maatschappelijk belang te dienen en niet alleen de Hoge Kunst.


Het kwam Luiten in 2004, toen ze voor het eerst haar grieven uitte, op veel kritiek te staan. Wat ook bij haar afscheid vorige maand te merken was: onder de gasten bevond zich geen enkele directeur van de belangrijkste musea voor moderne kunst. Toch zou Luiten wel eens gelijk kunnen hebben.


Neem de kritiek die de Eindhovense politiek onlangs uitte op Charles Esche. De Britse directeur van het Van Abbemuseum kreeg van diverse gemeenteraadfracties te horen dat hij te weinig belang hecht aan de plaatselijke bevolking. En een beleid volgt dat dan misschien artistiek gezien interessant is, maar niet bestemd voor de gewone Eindhovenaar.


Denk ook aan Ann Goldstein, die onder vuur ligt bij liefhebbers en kunstcritici omdat ze van het Stedelijk Museum in Amsterdam een bastion maakt van klassiek-moderne kunst en de aansluiting dreigt te missen met wat eigentijds en maatschappelijk urgent is. Een pijnlijke constatering aan de vooravond van de heropening van haar museumgebouw aan het Museumplein. Een gebouw dat door zijn futuristische verschijning iets uitstraalt - de toekomst van de kunst - dat Goldstein in haar beleid maar niet weet uit de dragen.


En denk ook aan de manier waarop Kees van Twist zijn hand overspeelde. De directeur van het Groninger Museum meende in al zijn almacht en geruggesteund door klinkende bezoekersaantallen en spectaculaire openingsfeesten, de financiële zorgen in zijn museum te kunnen negeren. Eigenzinnig optreden en ontoereikende informatie over exploitatietekorten en uit de hand gelopen verbouwingskosten - hij dacht er niet aan om daar verantwoording over af te leggen.


Nee, veel introspectie is Esche, Goldstein en Van Twist niet gegeven. Hun optreden wordt bepaald door arrogantie en een rotsvast geloof in de eigen koers. Uit niets blijkt dat ze hun eigen handelen kritisch onder de loep nemen. Ze vinden dat ze goed doen. Of zoals in het geval Van Twist, dat hij het goed heeft gedaan: teruggefloten door de Groningse gemeenteraad gooide hij vorige week de handdoek in de ring. Kritiek op hun doen en laten laat ze koud. Veranderen? Waarom?


Alleen al in dat opzicht was de afscheidstentoonstelling van de Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattelan in het New Yorkse Guggenheim Museum een verademing. Niet alleen was het overzicht van zijn oeuvre, met maar liefst 128 kunstwerken, een prachtige presentatie. Baanbrekend was de show ook omdat Cattelan blijkbaar tot het inzicht was gekomen dat hij maar beter kan stoppen. Kappen! Hij had er eenvoudigweg genoeg van. Van de immense bedragen die er voor zijn werk werden betaald; van de stuursheid en arrogantie waarmee het kunstwereldje zichzelf in stand houdt. Cattelan zag de grenzen van zijn mogelijkheden als kritisch kunstenaar daar iets aan te doen. Wat hem restte was slechts zijn eigen werk op de meest onbarmhartige wijze op te hangen, letterlijk te liquideren, bungelend als lijken aan het glazen plafond. En dat terwijl zijn kunst nog steeds voor miljoenen over de toonbank gaat. Over zelfrelativering gesproken.


Natuurlijk was de beslissing van de Italiaan een drastische. Neemt niet weg dat het afgelopen jaar ook elders relativerende stemmen klonken. Minder luid, maar wel goed hoorbaar. Zoals van Charles Saatchi. In een ingezonden brief in The Guardian verweet de Britse verzamelaar de grootverdieners onder de verzamelaars een gebrek aan artistieke kennis, en een overdaad aan machtswellust en slechte smaak. Dat hij zelf ook een grootverdiener is die de kunstmarkt jarenlang monopoliseerde, deed aan zijn kritiek niets af. Het is al langer bekend dat de Pinaults en Abramovichen krankzinnige bedragen voor kunst betalen, waarmee ze de prijzen nodeloos opdrijven. Saatchi had dus wel een punt. Hoewel hij een roepende is in de woestijn: niemand zal zich iets van hem aantrekken. Daarvoor zijn de financiële belangen in de kunsthandel te groot.


Van een andere orde, maar net zo verfrissend was de nieuwe opstelling in het Haagse Gemeentemuseum van Neerlands belangrijkste kunststroming uit de vorige eeuw: De Stijl. Gedurfd was vooral de manier waarop het museum zijn paradepaardje, Piet Mondriaans Victory Boogie Woogie, presenteerde. De 'Nachtwacht van de 20ste eeuw' wordt niet langer als een eenzaam topwerk getoond, maar als een bescheiden onderdeeltje van een bredere beweging. Waardoor Mondriaan, ondanks zijn reputatie, de plaats krijgt die hij verdient: niet in de eregalerij, maar tussen het werk van zijn geestverwanten, zoals Gerrit Rietveld, J.J.P. Oud, Piet Zwart en Mart Stam.


Introspectie is dus wel degelijk mogelijk. Net als zelfreflectie en verandering. Wijzigingen zijn beter dan vast te houden aan bestaande stramienen en inzichten. De kunstwereld is gebaat bij zo'n soort zelfreinigend vermogen. Ze moet wel, zeker nu Zijlstra diezelfde kunstwereld de wacht heeft aangezegd. Hoe buitensporig, onzinnig en onrechtvaardig de bezuinigingen ook zijn, het roer moet om. Zelfingenomenheid is niet langer een optie.


De afscheidstentoonstelling van de Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattelan in het New Yorkse Guggenheim Museum was dit jaar een regelrechte verademing. Cattelan heeft het zo gehad met de arrogante kunstwereld dat hij ermee stopt. Kappen! Wat hem restte, was om zijn eigen werk op de meest onbarmhartige wijze op te hangen, letterlijk te liquideren, bungelend als lijken aan het glazen plafond.


Beeldende kunst (Rutger Pontzen)


1 Maurizio Cattelan. Guggenheim Museum, New York. Vroegtijdige afscheidstentoonstelling van de 51-jarige Cattelan. Prachtig overzicht van 128 werken, bungelend als lijken aan het glazen plafond van het karakteristieke Guggenheim.


2 Marijke van Warmerdam. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Stil en geconcentreerd overzicht van Van Warmerdams oeuvre. Met iconische beelden, zoals van het meisje dat een eeuwig herhalende handstand doet, die nu al tot het cultureel erfgoed van Nederland behoren.


3 De Stijl. Gemeentemuseum Den Haag. Semi-permanente opstelling waarin Mondriaan eindelijk eens op zijn plaats wordt gezet: niet langer als theosofische goeroe van het modernisme, maar als onderdeeltje van De Stijl.


Dieptepunt


Nederlands paviljoen. Biënnale van Venetië. Guus Beumers bijdrage namens Nederland aan de Venetiaanse Biënnale was een chaos van onbegrijpelijke kunstuitingen, zwaar leunend op even onbegrijpelijke Franse filosofie.


Fotografie (Merel Bem)


1Topographies de la guerre - Le Bal, Parijs


Indrukwekkende groepstentoonstelling over de sporen die oorlog achterlaat in het landschap of in de stad, in kaart gebracht door fotografen.


2Anoek Steketee & Eefje Blankevoort: Dream City - Nederlands Fotomuseum, Rotterdam


Betoverende fotoserie over pretparken - van Turkmenistan tot Colombia - liet zien dat sprookjeswerelden altijd de werkelijkheid weerspiegelen.


3Norman Parkinson. The Glamour Years - Gallery Vassie, Amsterdam


Deze kennismaking met het voor het eerst in Nederland getoonde werk van de Britse glamourfotograaf Norman Parkinson was bijzonder aangenaam vanwege zijn sprankelende modefotografie buiten de studiomuren.


Dieptepunt


FotoFestival Naarden - Naarden


Uit eigen as herrezen fotofestival voor Nederlands fotografietalent miste een eigen visie en leed aan een zwabberend tentoonstellingsconcept. Getalenteerde fotografen, die er wel waren, kwamen hierdoor niet ten volle uit de verf.


Beeldende kunst (Marina de Vries)


1Iedereen kan alles!? Genie zonder Talent, Kunstcentrum de Appel, Amsterdam.


Originele, prikkelende tentoonstelling over de vragen 'wat is eigenlijk kunst?' en 'kan ieder mens kunst maken?'. Intelligent weerwoord op politiek dédain waarmee kunst in 2011 te maken kreeg.


2There, I Fixed It, tegendraadse oplossingen voor urgente problemen, Centrum voor Beeldende Kunst en Architectuur Stroom, Den Haag.


Poëtische tentoonstelling over de schoonheid van reparatie en alledaagse inventiviteit. Tegelijk ode aan de do-it-yourself-mentaliteit, de positivistische tegenhanger van de protesthouding.


3Thomas Struth: Photographs 1978-2010, Whitechapel Gallery, Oost-Londen.


Zeldzaam overzicht van de Duitse meesterfotograaf, die van musea, ruimtevaartcentra en jungles zulke monumentale en ontzagwekkende heiligdommen weet te maken, dat een mens er nederig van wordt.


Dieptepunt


Welke rol speelt u? Play Van Abbe - Deel 4: De pelgrim, de toerist, de flaneur (en de werker), Van Abbemuseum, Eindhoven.


Niks mis met een museum dat zijn eigen rol in de huidige samenleving onderzoekt, maar het rollenspel waartoe het Van Abbe het publiek uitnodigde (gewapend met koptelefoons en attributen moesten bezoekers zich verplaatsen in de positie van een pelgrim, een toerist, een flaneur of een werker) was zo dominant en gekunsteld, dat het de kunst totaal overschaduwde en geen nieuw inzicht bood.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden