Zet Fredje Teeven op de cover van Time in zijn geel-zwarte Connexxion-jas

De gewezen crimefighter is Peter Buwalda's man van het jaar

Status is voor de dommen.

Voormalig staatssecretaris Fred Teeven. Foto anp

De vrouwen van #MeToo, akkoord, al had ik Zwarte Piet met z'n geschminkte rotkop op de cover van Time geestiger gevonden, maar dat lag kennelijk toch te gevoelig. En eigenlijk had ik nog liever Fredje Teeven gezien, in zijn geel-zwarte Connexxion-jas, met z'n grote hoofd dwars door het logo. Maar ja, onder Trump keert de blik zich naar binnen. Het is allemaal America first, natuurlijk.

Over Teeven ben ik serieus. De gewezen crimefighter is mijn man van het jaar. Het gedonder met de deal en de vergeten miljoenen was niet fraai, maar dat Teeven met een kan koffie en een broodtrommel op de streekbus gaat zitten is wel fraai. Zo is de democratie bedoeld. Wij, het volk, bekleden de Fred met macht, en als het volk de Fred niet meer wil, dan levert de Fred zijn macht gewoon weer in en wordt buschauffeur.

Wat een meesterlijke keuze is, natuurlijk. Geen idee of Teeven het zo bedoeld heeft, maar zijn wandel is er iconisch door geworden, erg verfilmbaar ook, een regelrechte parabel voor de Blatters en Mugabes van deze wereld. En het past ook nog eens lekker slecht bij de VVD.

Hopelijk wordt hij niet te vaak herkend. Zelf hou ik er namelijk erg van iemand eerst zwaar te onderschatten om er pas later achter te komen dat je nieuwe huisarts, meteen maar een concreet voorbeeld, de Nobelprijs heeft gewonnen. Ik zat tegenover die man, met slaapklachten. Ik was natuurlijk dr. Arnie gewend, mijn lijfarts en jaarclubg'noot, die me gewoon van die orale zetpillen met temazepam voorschreef, welterusten Buwalda, maar deze man stak een wat zijig betoog af over 'slaaphygiëne', en of ik daar bekend mee was?

'Nee, dokter.'

Nou, zelf deed hij altijd om 10 uur de televisie uit, beluisterde geen drukke discomuziek meer, dronk om half 11 een kopje kruidenthee, eventueel met een wolkje honing erin en wandelde nog een stukje door de buurt. Steevast vóór Barend & Van Dorp kroop hij onder de dekens in een, let wel, ónverwarmde slaapkamer die echt alleen bedoeld was om in te?

'Slapen, dokter.'

'Dus géén televisie, en zeker geen?'

'Soprano's, dokter.'

Al kon een paar uur kalmpjes coïteren zeker geen kwaad, gaf de dokter in andere bewoordingen toe, want dat werkt?

'Ontspannend, dokter.'

Maar ook voor de vleselijke liefde gold dat alles waar 'te' voor staat niet goed is. 'Behalve te...?'

'Temazepam, dokter.'

Ik viel bijna in slaap, weet ik nog. Knikkebollend begon ik me af te vragen uit welk vergrijsd kerkdorp ze deze sympathieke theezetter hadden ingevlogen. Bent u altijd al huisarts geweest, informeerde ik belangstellend.

Nee, zei hij, niet altijd. 'Lang geleden heb ik een organisatie opgericht.'

Laat me raden, dacht ik, de korfbalbond, maar nee, het was een internationale club. Verbond van postduivenmelkers? (Dacht ik, hè. Ik ben een deemoedige patiënt die de Witte Jas hoogacht.)

Nee, ook niet, zei mijn huisarts, nee, het betrof Artsen zonder Grenzen.

Ik knikte. Maar na het knikken veerde ik meteen op, liep op de Nobelprijswinnaar af, drukte hem onder loftuitingen de hand, en zette met geloken ogen een krabsgewijze aftocht in, knikjes gevend, en glimlachjes.

Meer over