Zestien kilometer per uur met 170 roeiers

De trireme, oorlogsschip uit de Griekse oudheid, verdient het te worden nagebouwd, vindt prof. dr F. Meijer. Hij wil proberen of het schip echt zo goed was als de kroniekschrijvers beweren, op het IJsselmeer....

IN DE ZOMER van 1999 zullen de roeiriemen van een Griekse trireme de golven van het IJsselmeer doorklieven. Althans als het aan prof. dr F. Meijer ligt. Honderdzeventig getrainde roeiers zullen dan proberen een replica van het 2500 jaar oude oorlogsschip met zestien kilometer per uur over het water te jagen, de snelheid die ook de oude Grieken gehaald zouden hebben. Meijer zag zijn hobby als sportduiker en zijn studie in de klassieke talen in 1974 samenkomen op de zeebodem voor Ibiza. Daar nam hij deel aan een duikexpeditie naar een Romeins schip uit de 4de eeuw na Christus. Sindsdien heeft hij zijn hart verpand aan schepen uit de Oudheid en hij is inmiddels als bijzonder hoogleraar op dat terrein verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Duiken doet Meijer zelden meer, tenzij er een oorlogsschip uit de Oudheid zou worden gevonden. Nu heeft hij zijn zinnen echter gezet op het nabouwen van de oude Griekse trireme. Dit oorlogsschip, met drie rijen roeiers boven elkaar, maakte van de 6de tot de 4de eeuw voor Christus furore in de Egeïsche Zee.

Het schip speelt de hoofdrol op een kleine tentoonstelling over de scheepvaart in de Oudheid, die tot 10 maart 1996 in het Allard Pierson Museum in Amsterdam is te zien. En op 23 november zal Meijer de plannen presenteren van de stichting die de bouw van de replica ter hand neemt.

Voorafgaand aan de bouw, waarvoor zo'n 2,5 miljoen gulden nodig is, zal een symposium van wetenschappers kritiek kunnen leveren op het scheepsbestek. 'We zullen nooit dè Griekse trireme nabouwen', waarschuwt Meijer, 'maar we zullen wel een stap dichter bij het schip kunnen komen dat Athene voor z'n zeeslagen gebruikte.'

Voor de bouw van een trireme (wat letterlijk 'met drie roeiriemen' betekent) moeten de scheepsbouwers uit de 20ste eeuw veel speurwerk verrichten en hun fantasie gebruiken. Want ondanks dat er op zeker moment misschien wel tweeduizend triremen tegelijk voeren, is er nog nooit een dergelijk oorlogsschip van de zeebodem gehaald.

Resten van oude vrachtschepen zijn er genoeg gevonden, maar slagschepen hebben de tand des tijds blijkbaar niet doorstaan. Wellicht doordat ze te licht waren en na een schipbreuk bleven drijven.

Hoe de trireme eruit heeft gezien en welke bouwtechnieken zijn gebruikt, moeten de bouwers daarom te weten komen uit de zeldzame afbeeldingen van triremen op aardewerk en de verwijzingen naar het vaartuig die Griekse kroniekschrijvers en filosofen in hun geschriften hebben opgetekend.

'Sommigen zullen vinden dat we een hersenschim najagen, dat er onvoldoende aanwijzingen zijn over hoe een trireme eruit heeft gezien', zegt Meijer. 'Het nabouwen van een trireme is echter een onderdeel van de experimentele archeologie. Het gaat ons erom te laten zien of het wel of niet mogelijk is, een roeischip te bouwen met de eigenschappen die het ruim tweeduizend jaar geleden werden toegedicht.'

Meijer zal niet de eerste zijn. Keizer Napoleon III al was hem voor. Deze had een levendige belangstelling voor archeologie. Nadat in 1852 een marmeren reliëf uit 400 voor Christus werd ontdekt met daarop een deel van een boot met drie rijen roeiers, liet hij in 1860 een Griekse trireme bouwen met 130 roeiers. Maar de ontwerper hield zich om praktische redenen noch aan de maten van het schip, noch aan het aantal roeiers.

Eeuwenlang voeren de triremen met 170 roeiers; aan weerskanten twee rijen van elk 27 roeiers boven elkaar en daar weer boven een rij van 31. De roeiers waren geen slaven, maar arme burgers van de stad Athene. Ze hadden geen geld om een wapen te kopen, maar konden wel een roeiriem betalen. Voor een halve drachme per dag verhuurden ze zich acht maanden per jaar aan de oorlogsvloot.

De roeiers zaten dicht opeen gepakt. Slechts twee el (98 centimeter) bedroeg de afstand tussen de dollen, waarin de riemen rustten. En een plaatsje onder in het schip was helemaal geen pretje. De Griekse blijspeldichter Aristophanes beschrijft hoe een roeier uit de onderste rij een wind van zijn maat boven hem in het gezicht krijgt en zelfs diens ontlasting over zich krijgt uitgestort.

Toch hebben de arme burgers in de volksvergadering van Athene altijd gestemd voor uitbreiding van de vloot en de imperialistische avonturen van de stadstaat gesteund. Dat garandeerde een deel van de onderklasse immers acht maanden per jaar een inkomen, ook al was dat nauwelijks voldoende om een gezin te onderhouden.

De tweede poging om een trireme na te bouwen, was heel wat serieuzer dan die van Napoleon III. Al in de jaren veertig van deze eeuw droomde de Britse archeoloog John Morrison ervan een trireme te reconstrueren. Na eindeloos veel literatuurstudies en voorbereidingen liep op 26 augustus 1987 de Olympias van stapel op een Griekse werf.

Het schip was 36,8 meter lang en 5,5 meter breed met 170 roeiriemen van 4,22 meter lengte. Blijkens oude bronnen waren de roeipoorten van de onderste roeiers 'groter dan het hoofd van een man' en afgesloten met leren stroppen om het water buiten te houden. De Olympias was voorzien van hypozomata, kabels van touw die in de lengterichting van het schip werden gespannen om de buiging te compenseren. Er was ook ruimte om een grote en een kleine mast met de bijbehorende zeilen op te bergen.

De romp (van eike-, sparre- en larixhout) was gebouwd volgens een methode waarbij eerst de huidplanken werden aangebracht en pas daarna de spanten. De bouwmethode keek Morrison af van Homerus. Deze beschrijft hoe Odysseus, als hij van Calypso eindelijk naar z'n vrouw Penelope mag vertrekken, haastig een schip bouwt en daarbij gebruikt maakt van pen- en gatverbindingen.

Experimenten met de Olympias toonden aan dat het mogelijk is een 36 meter lang schip voort te bewegen met 170 roeiers. Maar de proeven lieten ook zien dat de snelheid van zestien kilometer per uur die Griekse geschiedschrijvers meldden, onhaalbaar is. Dat is deels te verklaren doordat de opgetrommelde 20ste-eeuwse roeiers wellicht minder gespierd zijn dan hun collega's van 2500 jaar geleden en in elk geval een langdurige training missen.

Maar belangrijker is dat er waarschijnlijk essentiële fouten bij de bouw zijn gemaakt, meent Meijer. 'De maten zijn niet goed. Men is uitgegaan van de Attische el van 44,4 centimeter, maar ik ben ervan overtuigd dat de triremen werden gebouwd met de Solonische el van 49,2 centimeter als maat, die ook in Athene werd gebruikt. Daarmee wordt het schip tien procent groter en de roeiers krijgen ook meer ruimte om voldoende kracht te zetten.'

Verder blijken de kabels in de Olympias niet te voldoen, de pen- en gatverbindingen zijn te los en de vorm van de roeibladen is niet goed. Ook omdat de Olympias inmiddels geveld is door paalworm, heeft Meijer, samen met de inmiddels 82-jarige Morrison, het plan opgevat om een nieuwe trireme te bouwen, die waarschijnlijk Nike (naar de godin van de overwinning) gaat heten.

Is het bouwen van een trireme niet meer het verwezenlijken van een jongensdroom van een voormalig sportduiker dan een wetenschappelijke bijdrage aan de kennis over de Oudheid? Misschien hebben de geschiedschrijvers wel overdreven over bijvoorbeeld de hoge snelheid van de triremen om, zoals bij oorlogen gebruikelijk is, het thuisfront te overtuigen van de kracht en de heldendaden van de soldaten.

'Dat is mogelijk', erkent Meijer. 'Maar de experimentele archeologie wil niet laten zien dat de voorstelling die we nu hebben de juiste is, maar wel of deze mogelijk of onmogelijk is. Net als de bouwers van de eerste triremen hebben geleerd van hun fouten, leren wij ook van eerdere pogingen tot reconstructie.

'Zo'n reconstructie dient wel degelijk een wetenschappelijk doel, maar is natuurlijk ook bedoeld om de zeegeschiedenis en de maritieme archeologie te promoten. Want die spreken toch tot de verbeelding. Toen we bijvoorbeeld nog dachten dat de Olympias naar Sail'95 kon komen, leverde een kleine advertentie voor 170 roeiers binnen de kortste keren ruim 400 aanmeldingen op.'

Maarten Evenblij

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden