Zesjescultuur onder Nederlandse studenten

Twee op de drie Nederlandse studenten doet geen moeite hogere cijfers te halen dan nodig is voor hun tentamens....

Van onze verslaggever Michael Persson

Dat is een van de conclusies uit een grootschalig Europees onderzoek, gecoördineerd door het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht. De resultaten worden vandaag gepubliceerd in de WO-Monitor, een rapport van de Vereniging van Nederlandse Universiteiten VSNU waarin de kwaliteit van Nederlandse academici wordt geanalyseerd.

Van de bijna duizend ondervraagde Nederlandse afgestudeerden gaf slechts 34 procent aan zo hoog mogelijke cijfers te willen halen, veruit het laagste percentage van de tien deelnemende landen. Het gemiddelde lag op 59 procent. Onder Spaanse studenten bevinden zich de meeste strebers (71 procent, nog voor Duitsland).

Eerder deze week presenteerde het Centraal Planbureau al een studie waaruit zou blijken dat Nederlandse hoogopgeleiden minder weten dan die in andere landen.

Nederlandse studenten besteden ook relatief weinig tijd aan hun studie, blijkt uit het Europese onderzoek. Met 33 uur per week laten ze alleen de Britten (32 uur) achter zich. Het Europese gemiddelde ligt op 39 uur. De Fransen zijn koploper met 42 uur.

Negen op de tien Nederlandse studenten heeft tijdens de studie een bijbaantje. Dat is volgens de onderzoekers echter geen verklaring voor het lage aantal studie-uren. Ook studenten zonder bijbaan zouden slechts 32 uur per week aan hun studie besteden.

Voorzitter Bastiaan Verweij van studentenorganisatie ISO wijt de zesjescultuur niet alleen aan de studenten zelf. ‘Natuurlijk is het in de eerste plaats hun verantwoordelijkheid, maar er zijn ook opleidingen die gewoon onder-de-maat-prestaties vragen. Die krijgen ze dan ook.’ Hij pleit voor meer contacturen, en meer speciale trajecten voor getalenteerde studenten.

De studie-inspanningen lijken overigens verband te houden met de situatie op de arbeidsmarkt. In landen met een hoge werkloosheid, zoals Frankrijk en Spanje, werken studenten harder.

De WO-Monitor vestigt ook aandacht op allochtone academici in Nederland. Het aandeel niet-westerse allochtone studenten, met name met een Surinaamse, Turkse of Marokkaanse achtergrond, is tussen 2002 en 2005 gestegen van 4 tot 6 procent. Volgens de onderzoekers is dat echter nog steeds ‘veel minder dan op basis van hun aandeel in de bevolking zou worden verwacht’.

Daarnaast bleken deze academici in 2004 en 2005 twee keer zo vaak werkloos als hun autochtone studiegenoten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden