Zes vragen over 'premier' Tsipras en de EU

Nieuwe Griekse verkiezingen, nieuwe financiële onrust, zelfde speculatie: verlaat Griekenland de euro-zone en daarmee de EU, de even gevreesde als gehoopte Grexit?

Alexis Tsipras. Beeld getty
Alexis Tsipras.Beeld getty

Hoe ziet de nieuwe Griekse regering eruit na de verkiezingen op 25 januari?

Een coalitie met het links-populistische Syriza lijkt de waarschijnlijkste. Syriza werd en wordt gevreesd door de Europese en internationale (IMF) geldschieters die sinds 2010 Griekenland met ruim 240 miljard euro aan leningen voor een bankroet behoeden (zie kader). Syriza-leider Alexis Tsipras beloofde de Grieken in 2012 het boekwerk met de harde saneringsvoorwaarden van de crediteuren te verbranden, de gehate Trojka de Egeïsche zee in te drijven en ontslagen ambtenaren weer aan te nemen. Als de eurolanden daar niet meer akkoord gingen, zou Griekenland desnoods uit de euro en de EU te stappen. Paniek in de Europese hoofdsteden en op de financiële markten was het resultaat. Maar dat was 3 jaar geleden. De toon van Syriza is inmiddels gematigder. Tsipras dringt nu aan op gedeeltelijke kwijtschelding van de enorme Griekse schuldberg (ruim 170 procent) en zijn economische adviseur George Stathakis wil de corruptie bij het verlenen van staatsopdrachten hard aanpakken, iets waar de EU al jaren vergeefs op aandringt.

Welk probleem moet een regering-Tsipras onmiddellijk aanpakken?

Dat zijn er vele maar in tijd steekt er één bovenuit: er moet heel snel een akkoord komen over de afronding van het huidige hulpprogramma voor Griekenland. Dat lijkt techniek en onderhandelingsgeneuzel maar zonder akkoord trekt de ECB vanaf 1 maart haar handen af van Griekenland en komt de kredietvoorziening van de Griekse banken en de Griekse economie in zwaar weer.

Het Europese deel (196,5 miljard) van het huidige hulpprogramma liep eind vorig jaar af maar werd - omdat Athene zoals steeds de toegezegde hervormingen niet had uitgevoerd - 'technisch verlengd' met twee maanden. Een tweede verlenging zou Athene lucht geven, maar stuit op verzet van Finland dat zelf dit voorjaar verkiezingen heeft en het getalm van de Grieken niet langer wenst te belonen.

De nieuw te vormen regering heeft dus enkele weken om de laatste beloften in te lossen. In dat geval krijgt ze niet alleen de resterende 1,8 miljard euro uit het hulpprogramma overgemaakt, het opent de weg naar een nieuwe (derde) kredietlijn van de EU. Zonder dat noodkrediet - betrokkenen spreken over 10- tot 20 miljard - gaat Griekenland kopje-onder op de markten. Investeerders zijn niet bereid Athene geld te lenen tegen betaalbare rente zonder Europese garanties.

De nieuwe Griekse regering moet dus buigen en de (lichtere) voorwaarden die gepaard gaan met het nieuwe noodkrediet accepteren. Zo niet, dan valt op 1 maart het doek voor Griekenland. De ECB mag zonder nieuw programma Griekse obligaties niet langer als onderpand accepteren. Dat betekent dat Griekse banken zijn aangewezen op de Griekse nationale bank die minder geld heeft en dat tegen hogere rente uitleent. De Griekse regering ziet zich genoodzaakt op de markt tegen woekerrente te lenen om aflopende schulden af te lossen. 'Dan zitten we in een situatie waarin we absoluut niet moeten belanden', zegt een ervaren EU-ambtenaar.

244,6 miljard aan internationale hulp.

2010, eerste pakket:
Leningen EU-landen: 52,9 miljard (volledig uitgekeerd)

Lening IMF: 20,1 miljard (volledig uitgekeerd)

2012, tweede pakket:
Lening Europees noodfonds: 143,6 miljard (resteert 1,8 miljard)

Lening IMF: 28 miljard (resteert 16,3 miljard)

Totaal: 244,6 miljard (resteert 18,1 miljard)

Bron: ministerie van Financiën/EFSF

Is schuldsanering zoals Syriza wil een reële optie?

Veel economen juichen kwijtschelding van de Griekse schulden toe omdat het Athene ruimte biedt te investeren in groei in plaats van af te lossen. Politiek gezien is het volgens betrokkenen uitgesloten. Ten eerste zou het oneerlijk zijn tegenover Portugal, Ierland en Spanje, die eveneens geld moesten lenen van de EU en het IMF, wel saneerden en hervormden en daardoor weer op eigen benen staan. Daarnaast is het onverkoopbaar aan de Nederlandse, Duitse en Finse burgers. Kwijtschelding betekent dat hun aan Griekenland geleende belastingmiljarden niet meer terugkomen. Premier Rutte en bondskanselier Merkel weten dat ze de anti-EU-partijen geen beter verkiezingscadeau kunnen geven. De ECB, die voor 25 miljard euro aan Griekse staatsobligaties bezit, mag statutair daar niet met de spons overheen gaan.

En verlaging van de rente op de Griekse leningen, dat is toch eerder gebeurd?

Afgelopen jaren is de rente op de leningen een paar keer verlaagd en de looptijd verlengd, feitelijk een verborgen schuldsanering omdat de opbrengst voor de geldschieters wordt afgeroomd. De rente kan misschien nog een fractie lager en de looptijd iets langer, maar veel rek zit er niet meer in. De Griekse leningen uit het Europees noodfonds hebben een looptijd van gemiddeld 32 jaar, de rente bedraagt zo'n 1,5 procent, rente die Athene sowieso tot 2023 niet hoeft te betalen. Bij nog soepeler voorwaarden dreigt het noodfonds verlies te lijden.

In november 2012 hebben de eurolanden Griekenland niettemin beloofd een extraatje 'in overweging te nemen' als het land al zijn afspraken is nagekomen. Athene zal deze kaart zeker uitspelen.

Wat nu als Syriza besluit tot een ramkoers en alle schuldverplichtingen aan de wilgen hangt?

Op papier is niet veel geregeld tegen zo'n politieke middelvinger. In de praktijk zou Griekenland in mum van tijd geen financiers meer hebben, Griekse burgers zouden hun bankrekeningen leeghalen waarmee het land feitelijk failliet is, met sociale en politieke chaos tot gevolg. Brusselse diplomaten wijzen op het recente Griekse politieke verleden waar van 1967 tot 1974 een militaire junta de touwtjes in handen had.

Niemand stuurt aan op zo'n oorlogsscenario. Griekenland niet omdat het land een soort Zimbabwe zou worden. En dat na vijf crisisjaren die een zware tol van de Grieken hebben geëist: het nationaal inkomen is met 25 procent gedaald en beland op het niveau van 2005. De eurolanden zitten evenmin te wachten op een nieuwe portie onrust. De kans dat paniek om Griekenland overslaat naar andere zwakkere eurolanden is overigens afgenomen: tekorten zijn overal gedaald, er is Europees toezicht op alle grote banken, er is een noodfonds en de ECB is bereid alles te doen wat nodig is om de eurozone bij elkaar te houden.

En Griekenland tijdelijk en gecontroleerd uit de eurozone, om daar met een eigen munt economisch op adem te komen?

Ook dat zou vergaande economische gevolgen hebben voor burgers en bedrijven in Griekenland. Hun spaartegoeden, hypotheken en pensioenfondsen moeten worden omgezet in de nieuwe drachme die allesbehalve verzekerd is van een sterke koers. Bovendien is er een praktisch bezwaar: volgens de Europese Commissie is het eurolidmaatschap 'onomkeerbaar'. In deze interpretatie van het Europees Verdrag kan Griekenland de euro alleen opgeven als het uit de EU stapt. Daarmee verliest het zijn aanspraak op de miljarden euro's EU-subsidie die onontbeerlijk zijn voor economisch herstel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden