Zes stijlregels van de schoolmeester in goede smaak

Als schoolmeester in de goede smaak geeft Esquire-hoofdredacteur Arno Kantelberg wekelijks stijladvies aan mannen. Hier zes kleedregels om níet te overtreden plus een paar reacties op zijn ongevraagde bemoeienis.

Hoofdredacteur van Esquire Arno KantelbergBeeld anp

Je kunt het je bijna niet meer voorstellen, maar ooit gingen mannen allemaal hetzelfde gekleed. Jonge jongens droegen een korte broek en een pet, en zodra de volwassenheid zich aandiende, kwam daar het uniform van pak, stropdas en hoed voor in de plaats. Dat waren overzichtelijke afspraken waaraan iedereen zich hield. Totdat ineens de jaren zestig en zeventig zich aandienden en alle regels in onze samenleving omvielen als dominostenen op SBS6.

Die jaren zeventig waren ontzettend opwindende jaren - kijk er de foto's maar op na. Mannen gingen niet meer in pak en stropdas de straat op, maar in spijkerbroek en in, ja, in krek waar ze zelf zin in hadden. Er hoefde niet meer binnen de lijntjes te worden gekleurd. Hartstikke leuk, een enorm gevoel van vrijheid moet dat gegeven hebben. Het creëerde echter ook een vacuüm.

Onzeker

De vader als mentor op het terrein van de kleding viel weg. De Nederlandse jongen werd als een lichtmatroos die uitvaart zonder stuurman. En dan ging diezelfde bevrijdingsbeweging ook nog gepaard met twee emancipatiegolven die van vrouwen mondige dames maakten, die het ineens allemaal beter wisten. In plaats van dat je vader jou leerde hoe je een das moet stroppen (met een mooi gleufje voor de gelaagdheid), had je ineens een vriendin die jou bezwoer dat witte sokken écht niet meer kunnen omdat ze dat in de Marie Claire had gelezen. Er is niks mis met witte sokken (John F. Kennedy droeg niet anders), zomin als met een witte broek. Je moet daar niet ook nog witte schoenen bij dragen (je bent geen verpleger), maar dat is weer een ander verhaal.

De Nederlandse man werd door dit alles een zoekende man, en misschien ook wel een beetje een onzekere man. Want ondertussen bleef dat weerbarstige taboe op mannelijke ijdelheid natuurlijk wel gewoon bestaan. 's Ochtends in de trein zitten vrouwen hun wimpers te krullen dat het een aard heeft. Maar hoe vaak zie je een man in de spiegel van de lift kijken, anders dan besmuikt?

Dankbare slachtoffers

Meer dan tweehonderd cursiefjes vol ongevraagd stijladvies verschenen er van mijn hand op de - bijna - achterste pagina van dit magazine, een aantal waarvan ik, toen ik er op werd gewezen, ook nogal opkeek. Waar haal je het vandaan, hoorde ik mijn engelbewaarder - met de stem van Kees Brusse - vragen. Tja, soms uit het buitenland (Jeremy Corbyn, Donald Trump; politici zijn sowieso dankbare slachtoffers omdat ze hun kleding zien als onderdeel van De Boodschap - goh Emile, een rode stropdas?), maar meestal gewoon uit de bak met BN'ers die bij de Volkskrant links achter het koffiezetapparaat staat. Sommige heren (Giel Beelen, Art Rooijakkers) heb ik vaker dan een keer behandeld, in de hoop dat ze daardoor uit zichzelf vooraan in de klas zouden gaan zitten. Anderen zou ik wel vaker willen recenseren (Jules Deelder, Benjamin Herman, Wilfried de Jong), maar ik durf het niet zo goed, omdat ik bang ben de lat te hoog te leggen voor de lezers in het land - de fanfare moet nog wel zien welke afslag de dirigent neemt.

Geheel in de geest van de oude socialisten geloof ik namelijk in volksopvoeding. Moderne progressieven vinden dat aanmatigend, maar moderne progressieven moeten eerst maar eens wat vaker hun overhemd strijken. Mijn stijlrubriekje achterin is er tot Nut van het Algemeen, een uiting van solidariteit met de man die zijn garderobe nog te vaak ervaart als corvee.

Zoals we weten van Cruijff ga je het pas zien als je het doorhebt. En dat is waar ik om de hoek kom kijken, met een uitgestoken hand om je over de drempel te trekken. Mijn ervaring is dat je er vervolgens vanzelf aardigheid in krijgt, maar dan moet je er dus wel eerst een beetje moeite voor doen.

Beeld Paul Faassen

De samenstelling van jouw garderobe is gebaseerd op regels, en het mooie is dat je die regels ook weer volledig met voeten mag treden (als je maar wel weet dat ze er zijn). Zo bouw je aan het hoogst haalbare: een eigen stijl. Je hebt niet dezelfde vingerafdruk als je buurman, waarom zou je er dan wel hetzelfde uitzien als je buurman, en al die andere buurmannen?

Van de Nederlandse man wordt verwacht dat hij authentiek is, volkomen zichzelf. Prima; maak daar dan wel de beste versie van jezelf van. Zoals George Clooney al zei: If you look like an asshole, you probably are one. Waarom zou je je levensdagen slijten als een slons? Waarom zou je geen indruk willen maken op de mensen om je heen? Om te beginnen op je vrouw, die moet er tenslotte de godhemelse dag naar kijken. Zie het als jouw manier om de mannelijke waardigheid terug te veroveren die Cisca Dresselhuys van je heeft afgepikt.

Beeld Paul Faassen

Zes stijlregels voor de man

1: Alles is proportie

Proportie is belangrijker dan de nieuwste trend op de catwalk of de kleur van het seizoen. De vorm van je hoofd, de lengte van je benen, de breedte van je schouders, de omvang van je pens - als je daar een beetje de gebruiksaanwijzing bij weet, ben je al een eind op weg.

Behoor je bijvoorbeeld tot de categorie verticaal uitgedaagde mannen, dan kies je beter niet voor een al te lang jasje. In zo'n jasje ogen je benen nog korter, precies het effect dat je niet wilt bereiken. Een hoed daarentegen, ja, dat is andere koek: zo'n hoed geeft je juist weer een paar centimeters extra.

Deze proportieleer kun je tot op alle niveaus van je garderobe doorvoeren. Ben jij in het bezit van een bips die zich kan meten met die van je Antilliaanse buurvrouw, neem dan geen jasje met twee splitten - dat leidt alle aandacht naar het zitvlak. Heb je een kokkerd waarop Willem Holleeder jaloers zou zijn, zet de (zonne-)bril dan halverwege de neus, dan wordt de forse gok er optisch door verkleind. Enzovoort, en zo verder.

2: Een goed jasje lost niet alles op

Investeer in een knap jasje, daar kun je je geen buil aan vallen. Maar maak niet de denkfout dat een knap jasje alle andere malheur verbloemt. Zie het zo: als je kozijn houtrot heeft, heeft het niet zoveel zin er alleen met de kwast overheen te gaan. Dat probleem moet je bij de wortels aanpakken. Je heet geen malle pietje, dus poets je schoenen, kam je haren en strijk je overhemd. En koop geen spijkerbroek met wassingen, dan lijkt het net alsof je in je broek hebt geplast.

3: Comfort en wansmaak zijn geen familie van elkaar

Misschien wel het grootste misverstand onder Nederlandse heren is het idee dat comfortabel hetzelfde is als veel te groot. Ik denk dat het de schuld is van Matthijs van Nieuwkerk. Die draagt zijn jasjes zo strak, je vraagt je af waar hij de lucht voor al die volzinnen vandaan haalt. Van de weeromstuit (mannen willen wel Matthijs zijn, maar zich niet als een leverworst in de folie proppen), dragen mannen jasjes steevast een of twee maten te groot. Dat genereert waaiende jaspanden en leidt tot de grootste doorn in mijn oog: de mouw van het overhemd komt niet meer onder de mouw van je jasje uit. Daar kun je nonchalant over doen, mij raakt het midscheeps.

4: Hou het simpel

Ik wil zo min mogelijk 's mans enthousiasme indammen, integendeel zelfs, maar ik zou toch willen vragen het simpel te houden. Zoals Stendhal al schreef: 'Alleen een grote geest durft een eenvoudige stijl te hebben.' Pas als er echt een gat in je mouw zit, bedek je je ellebogen met suède slijtagestukken. En leren knopen horen op de zitbank in de woonkamer, niet op je blazer. Een overhemd heeft één boord, niet meerdere over elkaar (tenzij je een tompouce bent). Je knoopsgat heeft geen felgekleurde draad. De enige bloemen op jouw lichaam zijn de sanseveria's die je voor moeder de vrouw meeneemt - ontken zo veel mogelijk de Frénk van der Linden in jezelf. In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.

5: Respecteer de zak

Vroeger, heel vroeger droegen mannen hun zakken los, bijvoorbeeld aan een riem. Omdat het gevoelig was voor zakkenrollers, werden die zakken vervolgens op de kleding genaaid. Tegenwoordig worden die zakken bij aankoop dichtgenaaid. Je kunt die draadjes lospeuteren, maar mijn advies luidt: doe het niet. Laat je zakken dicht. Wil je ze toch per se open hebben, bewaar dan hooguit een creditcard of een papieren zakdoekje erin. Tenzij je Bob de Bouwer bent, stop je die zakken niet vol, noch met een klauwhamer, noch met een volle portemonnee. Het jasje wordt erdoor uit zijn vorm getrokken, je silhouet gaat ervan naar de filistijnen.

6: Bij twijfel: overdress

Van Arno Kantelberg verschijnt op 10 november Man op z'n best - kledingadvies van sneaker tot maatpak, uitgeverij Podium, euro 19,99.

En wat vinden de heren zelf? Drie BN'ers reageren op het advies van 'de stijlpastoor des vaderlands.'

'Kluun' (Raymond van de Klundert, 52) schrijver

'Kantelberg omschreef mij als 'middelbare man', maar dat is geen term. Het is 'een man van middelbare leeftijd'. Maar goed, ieder zijn vak, hè. Om het stijladvies heb ik hard gelachen. Ik dacht eigenlijk dat ik er wel aardig uitzag, maar ik moet toegeven dat hij wel op een paar punten gelijk had. Misschien stonden de puntschoenen onder de glimmende broek toch niet zoals ik van tevoren dacht en ik houd inderdaad wel van een kroketje. Hoewel mijn overgewicht zich tot slechts enkele kilo's beperkt, liggen de strakke jaren wel achter me. Met dat kleine buikje en die puntschoenen erbij kreeg het inderdaad wel een hoog Kabouter Wesley karakter. Maar ik ben een schrijver, geen acteur. Het is al heel wat dat ik weet hoe ik een stropdas moet knopen, of dat er geen vlek op mijn boord zit. Kantelberg associeerde mijn schoenen met Sindala, de fakir. Maar ik heb nog nooit zoveel complimentjes gekregen als op die schoenen. Dit is echt de eerste keer dat ik erom werd uitgelachen.'

Raymond 'Kluun' van der KlundertBeeld anp

Jan Roos (39), VNL-lijsttrekker

'Interessant dat iemand intensief naar een foto van mij zit te kijken en daar een mening over vormt. Mijn hobby is het niet. Misschien heeft hij wel helemaal gelijk, hij zal meer over mode weten dan ik. Het interesseert me geen reet wat meneer Kantelberg vindt van mijn jas en hoed, ik kende hem hiervoor niet eens. Bovendien ben ik meer met de toekomst van mijn land bezig dan met de inhoud van mijn kledingkast. Ik heb een hekel aan winkelen. Ik ga gewoon naar de winkel, wijs wat kleren aan en zeg dat ik die in mijn maat wil. Ik pas ze niet eens. Dat zal wel anders zijn dan bij Arno en z'n vriendjes. Ik ga het liefst alleen naar de winkel. Anders bestaat de kans dat mijn vriendin een shirt met hangertje onder mijn gezicht houdt. Dat is zo'n vertoning.'

Jan RoosBeeld anp

Ton Elias (61), VVD-Kamerlid

'Dat stijladvies is natuurlijk hartstikke leuk. Ik heb het naar mijn kleermaker gestuurd, die was er ook blij mee. Het is goed dat Kantelberg tegenwoordig over mode schrijft, want als echte journalist was hij niet veel soeps. Natuurlijk let ik op wat ik draag. Ik poets mijn schoenen, zoek bijpassende sokken en manchetknopen en ik knoop een das. Een mannelijk Tweede Kamerlid moet wel een das dragen. We hadden hier ook iemand als Hans Spekman rondlopen, in een soort schaapskledij. Ik kan dat als liberaal niet verbieden, maar ik kan er wel wat van vinden. Ik vind dat niet horen. Kantelberg schrijft over mijn vrouw dat ze een 'looker' aan mijn arm is. Dat vind ik seksistisch. Mijn vrouw heeft een eigen bedrijf, ze zorgt voor zichzelf. Het is buitengewoon onbeschoft om te doen alsof ze een soort handtasje is.'

Zien hoe deze drie mannen hun eigen Stijladvies van destijds voorlezen en becommentariëren? Zie volkskrant.nl/kijkverder

Ton EliasBeeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden