Zes jongens, drie branden en een duister motief

Het is nog steeds onduidelijk welk motief er steekt achter de Haagse brandbom-aanslagen van eind maart, op verdenking waarvan nu zes jonge Turkse Koerden vastzitten....

STIEVEN RAMDHARIE

IN KOFFIEHUIS Zozan en eethuis Dört Yol aan de Haagse Van der Vennestraat staat de Koerd B. U. bekend als 'een hardwerkende jongen'. ''s Ochtends vroeg stond hij al op straat, zijn pakje brood in zijn handen en klaar om naar de kassen te gaan', zegt een van de trouwe bezoekers. 'In de avond kwam hij hier, om te eten of om te praten. Maar ik heb nooit iets bijzonders aan hem gemerkt. Hij was eigenlijk een heel gewone jongen.'

De 26-jarige U., afkomstig uit het stadje Karakocan in de Turkse provincie Elazig, was een klein jaar vaste klant van het koffie- en het eethuis, gelegen in het hart van de Schilderswijk. Elke dag is het er druk. Turken, Koerden en groepjes Surinamers drinken er thee, leggen een kaartje of kijken televisie.

In de twee Turkse gelegenheden, nota bene vlak om de hoek van het politiebureau aan de Heemstraat, spreken hoofdverdachte U. en zijn maten in maart hun mond voorbij.

Het is slechts één van de kapitale blunders die de Haagse politie uiteindelijk op het spoor brengen van de jonge Turks-Koerdische groep. Dankzij zeker twee getuigen, die na lang aarzelen naar de politie stappen. De openbare telefoons van koffiehuis Zozan en eethuis Dört Yol worden door het dertig man tellende rechercheteam voortdurend afgeluisterd.

In de avond van dinsdag 25 en de nacht van 26 maart, als in anderhalf uur drie aanslagen met molotov-cocktails worden gepleegd op Turkse panden en het huis van de familie Kösedag, praten de groepsleden in het koffiehuis opvallend vrijuit over hun daden. Het clubje is een samenraapsel van goede vrienden en vage kennissen. Tijdens hun verhoor zullen enkelen later tegenover het onderzoeksteam verklaren dat zij sommige groepsleden niet of nauwelijks kennen.

Een getuige, die anoniem wil blijven en in het vertrouwelijke politiedossier voortdurend wordt aangeduid als 'meneer N.N.', vertelt dat hij U. en vier andere Koerdische jongens indertijd opgewonden zag binnenkomen. Hij meldt ook dat hij de jongens die avond zag weggaan. Later, als de groep terug is, hoort hij ze vertellen dat ze een huis en twee andere panden in brand hebben gestoken.

Terwijl heel Nederland weken giste naar de achtergrond van de drie aanslagen, wist een Turkse bezoeker van beide etablissementen dus vanaf het begin wie de mogelijke daders waren. Pas in april zou hij zich melden bij de politie.

Wat heeft de 'groep-U.' aangezet tot de brandstichtingen? Ruim twee weken na de arrestatie van de zes verdachten is nog altijd onduidelijk waarom op 26 maart, om half één 's nachts, in de Frans Halsstraat de fatale brand werd gesticht die aan Mahi Kösedag (41) en haar vijf jonge kinderen het leven zou kosten.

Zelfs de advocaten van het zestal, die over slechts een deel van het justitieel dossier kunnen beschikken, tasten volledig in het duister. Vooropgesteld dat de verdachten ook de daders zijn. Want nog altijd ontkennen de Koerdische jongens dat ze de aanslag op hun geweten hebben. Sinds ze op 17 mei werden gearresteerd en in verzekering zijn gesteld, hebben namelijk alleen de twee hoofdverdachten bekentenissen afgelegd.

U. heeft tijdens het politieverhoor toegegeven dat hij betrokken was bij de aanslag met molotov-cocktails op het Turks Islamitisch Centrum aan de Koningsstraat, naar verluidt een trefpunt van de Grijze Wolven. De 19-jarige G. P., die zich ook wel eens bedient van de schuilnaam 'Erture', heeft daarnaast ook de brandstichting bij het Azerbeidzjaanse cultureel centrum aan de Kaapstraat bekend.

Hun loslippigheid was echter niet de eerste blunder van de groep Koerden. De eerste grote fout, zo blijkt uit het voorlopig dossier van justitie, begaan de jongens namelijk eerder op die vijfentwintigste maart. U. en P. worden door een camera van het benzinestation aan het Kaapseplein gefilmd wanneer ze samen met een nog onbekende man een jerrycan benzine kopen. Uren later vinden de eerste aanslagen plaats. En vlakbij het huis van de Kösedags wordt die nacht een soortgelijke jerrycan op straat aangetroffen.

P. heeft de rechercheurs van het speciale onderzoeksteam inmiddels uit de doeken gedaan hoe die avond in een huis de molotov-cocktails werden gemaakt. 'Hij is dus niet zo onschuldig als hij eerst zei dat hij was', verzucht zijn raadsman mr. M. Dankelman. De brandbommen zouden volgens P. door twee man uit het groepje zijn vervaardigd. Tijdens die werkzaamheden wordt de derde blunder begaan: de vingerafdruk op een recyclebare frisdrankfles, die bij de aanslag in de Koningsstraat werd gebruikt.

De vingerafdruk blijkt van de jongste verdachte te zijn, de 16-jarige Y. D. Hij blijft evenwel nog steeds hardnekkig ontkennen. 'Maar dat zal niet lang meer duren', verwacht een van de advocaten.

Nadat de molotov-cocktails zijn gemaakt, zegt P., zou het zestal zich hebben opgesplitst: één groep ging naar de Koningsstraat, de andere naar de Kaapstraat. Ze vertrokken echter niet tegelijkertijd. U. zou, zo zegt hij zelf, alleen op de uitkijk hebben gestaan. Hij was slechts een meeloper, beweert hij in de verhoren.

Hoewel in het politiedossier veelvuldig de Koerdische afscheidingsbeweging PKK wordt genoemd - die verwikkeld is in een strijd met de Grijze Wolven - blijft de achtergrond van beide aanslagen niet duidelijk. Anonieme getuigen omschrijven U. bij de politie als de leider van een groep van twintig Koerdische jongeren die mogelijk betrokken zijn geweest bij eerdere aanslagen in Den Haag.

0 E ILLEGALE radijsplukker M. Y. (25), lid van het zestal en al acht jaar woonachtig in Nederland, ziet zichzelf als 'PKK-sympathisant'. 'Maar hij is geen actief lid', zegt zijn advocaat mr. A. Baumgarten. 'Dat is tóch heel wat anders. Het dossier duidt erop dat deze brandstichtingen vanwege politieke doeleinden zijn gepleegd. Dat is wel duidelijk. Maar ik haal er niet uit dat de PKK er toestemming voor heeft gegeven of ze heeft afgewezen.'

Ook de 20-jarige O. Y. zegt de politie dat hij de PKK-zaak 'een warm hart' toedraagt. 'Hij heeft echter ook kritiek op de PKK', zegt zijn advocaat mr. E. Prakken. U. heeft overigens verklaard dat Y. niets met de branden te maken heeft.

Hoofdverdachte P., naar verluidt ooit actief voor de jongerenbeweging van de PKK in Duitsland, wordt in het huis van bewaring woedend als zijn mogelijke betrokkenheid bij de PKK ter sprake komt. 'Hij wordt heel boos als ik er naar vraag', zegt Dankelman. 'Gelul was het, vond hij. Ik moest ermee kappen. Hij is erg achterdochtig en op z'n hoede.'

P., die zich van drie schuilnamen bedient, ontkent ook met grote stelligheid dat hij de aanslagen, ook die op de Kösedags, op touw zou hebben gezet uit wraak. Verhalen als zou een nicht van hem in Turkije vorig jaar zijn vermoord door een lid van de grote Kösedag-familie, verwijst hij volgens Dankelman naar het rijk der fabelen. Geen enkele nicht van hem zou zijn vermoord.

Toch prijkt het bloedwraak-verhaal uitvoerig in een rapport van de Binnenlandse Veiligheidsdient (BVD), die P. nauwgezet zou hebben geschaduwd. Een maand voor de aanslagen in Den Haag, zo wordt uit het rapportje duidelijk, meldt P. zich bij een PKK-afdeling om toestemming te vragen voor de wraakactie.

Het verzoek wordt afgewezen, maar uitgerekend op de dag van de aanslagen raakt de BVD de Koerd kwijt. Pas op 14 mei, als hij op het punt staat in de trein naar Brussel te stappen, wordt hij op station Hollands Spoor in Den Haag door een man vastgehouden. Door iemand van de Turkse geheime dienst of de BVD, beweren sommige bronnen. Door zijn broer, zegt P.

Omdat hij op het station niet over de vereiste papieren beschikt, moet P. mee naar het politiebureau. Vervolgens wordt hij vastgezet in het huis van bewaring in Alphen aan den Rijn. Op 17 mei, de dag van de arrestaties in Den Haag, wordt P. in Alphen opgehaald door Haagse rechercheurs.

Resteert ten slotte de zaak van het verloren mapje, de vierde grote fout van de groep verdachten. Op 22 april, als de Haagse recherche al beschikt over een lijst van mogelijke verdachten, meldt een bewoner van de Frans Halsstraat zich bij de politie. Met een mapje met daarin papieren en een ponskaart, behorend aan niemand minder dan hoofdverdachte U.

De bewoner zegt in het politiedossier het mapje na de aanslag 'op het trottoir ter hoogte van het gemetselde muurtje' te hebben gevonden. Vlakbij het geblakerde huis van de Kösedags. Had U. het mapje gewoon verloren toen hij als belangstellende naar de brand was gaan kijken? Net als honderden anderen die nacht?

Als dat niet het geval is, dan is het mapje het meest concrete bewijs dat U. ook betrokken was bij de aanslag op de familie Kösedag. Ooggetuigen zijn er namelijk niet.

Nog niet tenminste. 'Behalve de video en de vingerafdruk', benadrukt advocaat Baumgarten, 'beschikt justitie verder over bitter weinig technisch bewijs. Men moet het verder hebben van anonieme getuigen uit de koffiehuis-cultuur. Personen die een en ander gehoord hebben. Misschien dat ze zo de twee eerste aanslagen rond kunnen krijgen, maar niet die in de Frans Halsstraat.'

Het geringe bewijs dat de groep-U. verbindt met de brandstichting bij de Kösedags, duidt er volgens sommige advocaten op dat er diezelfde nacht mogelijk nóg een groep daders actief was. In dit geval zou het Haagse recherche-team de zaak wellicht nog niet rond hebben en zijn er de komende weken meer arrestaties te verwachten. Want met de beste wil van de wereld is het nog altijd niet mogelijk bij de huidige verdachten een aannemelijk motief te vinden voor de Kösedag-aanslag.

Vader Zeki Kösedag zegt nog altijd niet te weten wat de brandstichters tegen zijn gezin kunnen hebben. Hij bestrijdt nog altijd fel dat hij werd afgeperst door de PKK. Toch zou er inmiddels een Turkse getuige zijn die beweert met Kösedag een aantal jaren geleden een restaurant te hebben gehad en die kan vertellen hoeveel geld indertijd aan de PKK betaald werd.

En was er inderdaad een enorme ruzie, zoals in het dossier staat, tussen vijf Turkse mannen in de Frans Halsstraat ten tijde van de aanslag? 'Ik weet zeker dat er personen zijn in de Turkse gemeenschap die precies weten wie voor deze brandstichting verantwoordelijk is', zegt advocaat Dankelman. 'Maar ze moeten wel naar voren durven komen'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden