Zes jaar te laat in Srebrenica

Zes jaar na de val van Srebrenica bezoekt een Nederlandse delegatie de Bosnische hoofdstad.

Sarajevo, 3 juli 2001

We hebben geen tijd om te douchen, want we zijn al te laat voor onze eerste ontmoeting, met een achttal vrouwen van organisatie 'Moeders van de enclaves Srebrenica en Zepa'. Vooraf vertelde Dion (van den Berg, programmaleider IKV Pax Christi, red.) dat dit de straatvechters onder de nabestaanden zijn. Deze vrouwen hebben alles verloren en zijn dus voor niemand bang. Ze houden kantoor in een zweterig hok aan een doodlopend gangetje in een leegstaand voormalig communistisch winkelcentrum op tien minuten rijden van ons hotel.

Het begin van onze ontmoeting is niet prettig. Munira, de voorzitster, begint van stonde af te schelden op Dutchbat en Nederland. Op haar T-shirt staat: 'Nestali nisu zaboracjeni, missing are not forgotten.' Er zijn tweeëntwintig van haar familieleden vermoord door de Bosnisch-Serviërs. De woede staat in haar gezicht gekerfd.

'Jullie zijn zes jaar te laat', zegt ze verbitterd, terwijl wij er karremanzerig bijzitten. 'Nederland is een laf land dat de waarheid niet onder ogen wil zien. Nederlandse soldaten gedroegen zich als cowboys, niet als beschermers. De Nederlandse legerleiding en de ministers moeten naar het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag.'

Hoewel wij strikt genomen geen vertegenwoordigers van Nederland zijn, veegt ze ons de mantel uit. Ook de andere vrouwen kijken ons kwaadsappig aan.

Ronald Giphart (1965). Ingekort fragment uit Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid. De Arbeiderspers; 2002.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden