Zenuwenoorlog om het tv-debat

De tv-debatten tussen de Amerikaanse presidentskandidaten Bush en Gore worden met spanning tegemoetgezien. Ze kunnen van grote betekenis zijn. 'Er kan nog van alles veranderen.'..

ZIT er een mol in het kamp van presidentskandidaat Bush, of hebben de Republikeinen zelf een duivelse dirty trick bedacht om te proberen vice-president Gore in verlegenheid te brengen? Een van Gores medewerkers kreeg afgelopen week een video band van een proefdebat van Bush toegestuurd, en nu zoekt politiek Washington naarstig naar de schuldige.

De Democraten stuurden de band, waarop de Republikein Gregg Judd de rol van Gore speelt, door naar de FBI. Maar meteen kwam bij hen de vraag op wie hun de band had toegespeeld. Ging het misschien om een doortrapte truc van de Republikeinen, waarmee ze Gore aan de schandpaal wilden nagelen? De Republikeinen ontkennen het bij hoog en laag, en maken in het campagne-hoofdkwartier in Austin nog steeds jacht op de mol.

Het incident laat zien dat de zenuwenoorlog rond de televisiedebatten al in volle gang is.

'De televisiedebatten worden dit jaar nog belangrijker dan in voorgaande jaren, omdat er geen zittende president aan meedoet', voorspelt Paul Taylor, ex-journalist van de Washington Post en nu hoofd van de organisatie Alliance for a Better Campaign.

Volgens hem kennen de meeste kiezers Gore en Bush nog steeds maar oppervlakkig. 'De een heeft een bekende naam - Bush - en de ander is vice-president, maar wie ze echt zijn en waarvoor ze staan, weten veel kiezers nog nauwelijks.' Het belang van de debatten wordt nog versterkt doordat Gore en Bush nek aan nek liggen. 'Als een van de twee het slecht doet in de debatten, zou dat weleens beslissend kunnen zijn.'

De televisiedebatten worden door een reusachtig publiek bekeken. Het hoogtepunt was het debat tussen president Carter en Ronald Reagan in 1980, toen ruim 80 miljoen kijkers voor het scherm zaten. Maar zelfs in slappe jaren zijn er nog 40 miljoen kijkers.

Zo'n driekwart van de Amerikanen zegt dat ze zich niet zullen laten beïnvloeden door de debatten, maar volgens Taylor is dat 'waar en niet waar'. 'Veel mensen hebben hun keuze al gemaakt, maar uit de schommelingen in de opiniepeilingen blijkt dat die voorkeur niet erg diep gaat. Er kan nog van alles veranderen door de debatten.'

Waar de kandidaten natuurlijk op hopen, is dat hun tegenstander een uitglijder maakt, zoals president Ford, die in een debat met Jimmy Carter de indruk wekte dat hij niet wist dat Polen destijds onder de duim van de Sovjet-Unie zat. In feite zei hij iets anders, maar het versterkte wel de indruk dat hij politiek een klungel was.

De Democraat Michael Dukakis maakte de fout dat hij heel afstandelijk en beredeneerd antwoord gaf op de vraag of hij tegen de doodstraf zou blijven als zijn vrouw zou worden verkracht en vermoord. Dukakis is een kouwe kikker, was de conclusie van de kijkers.

De laatste keer dat een debat werkelijk een doorslaggevende rol speelde, was in 1980. Ronald Reagan zette president Carter daarin op zijn nummer met de verzuchting: 'Daar gaan we weer', toen deze hel en verdoemenis voorspelde als de Republikeinse gouverneur aan de macht zou komen. Reagans kalme optreden overtuigde de kijkers ervan dat hij niet de mad bomber was waarvoor de Democraten hem uitmaakten.

Het lijkt erop dat George Bush in ieder geval de eerste ronde heeft verloren: het debat over de debatten, dat zo langzamerhand vaste prik begint te worden in de campagnes. Bush weigerde eerst mee te doen aan het voorstel van een tweepartijencommissie die de tv-debatten sinds 1988 organiseert, om drie officiële debatten te houden. Bush wilde maar één lang debat en twee kortere in het CNN-praatprogramma van Larry King en op CNBC. Maar Gore wees dat af, omdat deze kabelstations veel minder kijkers trekken.

Zelfs de Republikeinen erkennen dat Bush zich daarmee in de vingers heeft gesneden. 'Hij wekte de indruk dat hij bang was om met Gore in debat te gaan', zei een Republikeinse verkiezingsdeskundige. Maar sommigen redeneren dat dat weleens voordelig voor Bush kan zijn, omdat het publiek nu al bij voorbaat denkt dat hij de slechtere debater is. Het kan dan alleen nog maar meevallen. Bush stemde uiteindelijk toch in met drie debatten met Gore, onder leiding van Jim Lehrer, de bedaarde anchorman van de publieke televisiezender PBS.

De linkse kandidaat Ralph Nader en de ultra-conservatieve ex-televisiepresentator Pat Buchanan zullen waarschijnlijk uit de boot vallen. Volgens de commissie moet een kandidaat meer dan 15 procent halen in de polls vóór hij mag meedoen. Grondwet-specialist prof. Raskin noemt dat discriminatie. Hij wijst erop dat de commissie wordt voorgezeten door een Democraat en een Republikein. 'Zij vinden het niet nodig om een kandidaat van een derde partij een steuntje in de rug te geven. Zij zien het juist als hun taak hem uit te schakelen', aldus Raskin.

In plaats van bij de grote tv-stations zullen Nader en Buchanan hun heil moeten zoeken bij de kleinere zenders en internet. De internet-organisatie Web, White & Blue heeft alle kandidaten uitgenodigd voor een cyberdebat. Volgens de initiatiefnemers is internet objectiever dan tv, omdat het zonder beeld alleen om inhoud gaat en niet om presentatie.

Maar Gore en Bush hebben tot nog toe niet toegezegd. Volgens Taylor hebben ze daarvoor ook weinig reden, omdat het internetpubliek nog vrij beperkt is. Bovendien gaat het over het algemeen om mensen die toch al goed geïnformeerd zijn.

De gedachte dat een internetdebat een beter beeld geeft van waar de kandidaat voor staat, vindt hij onzin. 'Natuurlijk zijn het programma en de filosofie van een kandidaat heel belangrijk, maar het telt ook mee of hij zijn boodschap goed kan overbrengen. Communiceren is een onderdeel van politiek leiderschap.'

Volgens Taylor is 'televisie nog altijd het beste medium om een kandidaat te beoordelen'. Maar hij stelt wel vast dat de aandacht van de televisie voor de campagne steeds meer afneemt. 'In vergelijking met 1988 zenden ze 40 procent minder uit over de verkiezingsstrijd. De soundbites worden steeds korter'.

De ironie is dat de televisie dit jaar een recordbedrag aan inkomsten uit verkiezingsspotjes binnenhaalt. In een verkiezingsjaar vormen politieke spotjes de voornaamste bron van inkomsten, na reclame voor auto's en warenhuizen. Taylor schat dat de totale opbrengst dit jaar één miljard dollar zal bedragen. 'De democratie is een van de grootste inkomstenbronnen voor de televisie geworden.'

Alleen al uit dankbaarheid daarvoor zou de televisie volgens hem meer tijd moeten inruimen voor politieke programma's. Zei Reagan niet ooit toen de presentator van het debat hem de mond wilde snoeren: 'Maar ik heb voor die microfoon betaald'?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden