Zenmeester

Een nieuwe studie naar zijn elektrische periode, een compleet gereviseerde biografie, een dubbel-cd en een cd-box: tien jaar na de dood van Miles Davis is hij onderwerp van nieuw onderzoek dat een paar bijzondere ontdekkingen opleverde....

Zelden heeft een jazzmusicus zoveel venijn over zich uitgespuwd gekregen als Miles Davis, toen hij in de jaren zestig en zeventig elementen uit de rock of funk en elektrische instrumenten ging gebruiken. Critici en collega's spraken van verraad en uitverkoop, omdat de nieuwe richting van de trompettist op sommige gebieden simpeler was en directer aansprak, terwijl de jazzgemeente zich nu juist liet voorstaan op de esoterische complexiteit van de kunstvorm. Tien jaar na Davis' dood krijgt deze muziek eindelijk wat meer serieuze aandacht, dankzij recent verschenen of heruitgebrachte boeken en cd's.

De van oorsprong Nederlandse maar in de VS en Schotland wonende gitarist/publicist Paul Tingen vindt dat de elektrische periode van Miles Davis nooit op de juiste manier is bestudeerd, omdat de besprekers de 'taal' niet verstonden: ze beheersten alleen het idioom van de jazz, en niet dat van de rock. Daarom behandelt hij in Miles Beyond het oeuvre vanuit de optiek van iemand die met popmuziek is opgegroeid, en zaken als circulaire grooves, creatieve geluidsvervorming en sfeerverhogende effecten niet op voorhand afwijst.

Tingen beschrijft alle sessies en tournees tussen 1967 en 1991, van de eerste voorzichtige mengvormen via de furieus en collectief improviserende funkband van midden jaren zeventig tot en met de wat strakker geproduceerde succesalbums uit de jaren tachtig. Hij benadrukt daarbij telkens Miles' talent om nieuwe muzikale 'paradigma's' te herkennen waar anderen slechts chaos zien, en zijn gave om, als een Zen-meester, veel meer uit zijn medewerkers te halen dan ze zelf voor mogelijk hielden. Tingen is lid van een Zenboeddhistische orde, maar gebruikt die interesse gelukkig alleen voor verhelderende beeldspraak, zonder zijn onderwerp in een religieus keurslijf te dwingen.

Het voor de liefhebbers onmisbare boek getuigt van gedegen research en een afgewogen kritisch beoordelingsvermogen. Hoewel hij terecht betoogt dat Davis al vroeg en invloedrijk experimenteerde met wat nu ambient heet, stelt hij ook ronduit dat veel stukken in dat genre gewoonweg te lang en te saai zijn. Ook is hij niet blind voor de onaangename kanten van Davis' persoonlijkheid.

Wat dat betreft steekt hij gunstig af tegen Ian Carr, van wiens biografie uit 1982 nu een gereviseerde en bijna dubbel zo lange editie verkrijgbaar is. Ondanks de vele hout snijdende muzikale analyses (Carr is zelf jazztrompettist) laat hij zich te vaak meeslepen door de adoratie van de fan: bijna alles is 'awesome' en 'magnificent'. Bovendien heeft hij de neiging ongefundeerde beweringen te laten vallen - zo zou Miles volgens hem biseksueel zijn geweest.

Een van de vernieuwingen die Miles Davis en zijn producer Teo Macero in de jazzrockjaren doorvoerden, was het gebruik van de studio als instrument, om de opnamen te manipuleren.

Het eerste, beroemde resultaat is In A Silent Way uit 1969, waarvoor dezelfde stukken tape meermalen gebruikt werden. Op de drie cd's van The Complete In A Silent Way Sessions is het wordingsproces van de montages precies te volgen: behalve de lp-versies, in sterk verbeterde geluidskwaliteit, zijn ook voor het eerst de oorspronkelijke uitvoeringen van de composities te horen. Naast dit fascinerende materiaal bevat de box nog veel meer muziek uit dezelfde sessies, in chronologische volgorde en vaak niet eerder uitgebracht. Daar zijn inderdaad wat oeverloze jams bij, maar ook juweeltjes als Early Minor.

Zoals Tingen in zijn boek aangeeft, verliep de overgang van jazz naar fusion heel geleidelijk. Stap voor stap werden stilistische kenmerken uit de rock overgenomen, zoals ritmes met even achtste noten, en toonsoorten waarin gitaristen als Jimi Hendrix werkten. De frasering en manier van improviseren bleven nog geruime tijd in de jazz verankerd. Op de dubbelcd It's About That Time - Live at the Fillmore East, de registratie van een fel en opwindend concert op 7 maart 1970, is te horen dat de band nog op een kruispunt stond: Jack DeJohnette slaat een strakke beat, maar toetsenspeler Chick Corea en bassist Dave Holland improviseren vrij, in de geest van de toenmalige avant-garde.

De geluidskwaliteit laat helaas te wensen over, maar desondanks komt de bijna beangstigende intensiteit van het optreden goed over. Het hippie-publiek begreep niets van wat het over zich heen kreeg, en in plaats van compromissen te sluiten ging Miles zijn abstracte kreten steeds harder uitstoten, met als gevolg dat na de laatste set zijn lip gespleten bleek te zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden