Zen voor het hele gezin

DEENS EILAND MØN

Wie met het gezin naar het Deense eiland Møn trekt, ontdekt dat avontuur ook zonder spektakel kan.

Beeld Theo Tienhooven

Op het eiland Møn gaat de tijd traag. Heel veel is er niet te doen. Er zijn geen disco's en bioscopen, je kunt er niet raften, bungeejumpen of skiën. Er zijn geen eeuwig besneeuwde bergen, geen donderende watervallen, geen spectaculaire waterpretparken. Spectaculair op Møn zijn de witte krijtrotsen die steil oprijzen boven de azuurblauwe zee. Verder is het landschap groen, graangeel en glooiend, niet bijzonder woest of dramatisch. Er zijn wel stranden, maar er is geen strandleven; geen stampvolle horeca, nergens ligbedjes te huur, nauwelijks parasols. Het is Denemarken, geen Torremolinos; hier schijnt de zon meestal niet wekenlang uitbundig, juist daardoor is het eiland zo ongerept.

Je kunt er fietsen. Je kunt er wandelen. Je kunt er voor je huisje zitten of voor je tent, en een beetje om je heen turen. Naar de golvende graanvelden die langzaam aflopen naar zee. Naar de hoge populieren die langs landweg-getjes staan te ruisen. Naar boven, als het donker is: Møn heeft een van de mooiste sterrenhemels van Europa omdat er zo weinig lichtvervuiling is. Naar je nagels - goh, die mogen best een nieuw lakje. Daar heb je nu dus alle tijd voor.

Maar als de nagels gelakt zijn en de vergezichten bewonderd, wil je toch iets ondernemen. Ik wel tenminste, en zeker de pubers die we bij ons hebben. We gaan naar het bezoekerscentrum Geocenter Møns Klint, vlakbij ons vakantiehuis, een natuurmuseum en een centrum voor outdooractiviteiten ineen. En daar blijkt waar ze op Møn goed in zijn: van iets op het oog alledaags iets bijzonders maken.

Klimmen staat er bijvoorbeeld op het programma. Nou, dat willen de pubers best. Het klimbos dat daartoe is uitgerust is niet groot, sterker, de klimbossen in Nederland en Frankrijk die ze kennen, lijken wel pretparken hierbij vergeleken. Vijf hoge bomen met touwen ertussen, dat is het wel zo'n beetje hier. Maar de klimervaring is net zo spannend. Veiligheidsgordels om, helm op, instructie - omhoog maar, en dan over een kabel van de ene boom naar de andere wiebelen. Vader wil het ook wel eens proberen. Dat-ie teenslippers draagt? Ach, dat moet geen probleem zijn, zegt de stoere blonde Viking die de boel begeleidt. Dus daar gaat vader, op dunne, zweterige plastic zooltjes over de kabels die al na een paar meter gemeen in zijn voeten snijden. Maar dan is het al te laat: omdraaien is geen optie op zeven meter hoogte. Hij moet dóór. Dat hij daarboven doodsangsten uitstaat, zien wij op afstand aan het verkrampte geschuifel en zijn samengeknepen billen - we sterven beneden een beetje mee. Jezus, die slippers, dit was geen goed idee. Des te groter de opluchting als hij weer op de grond staat. Vijf bomen en slecht schoeisel, meer heb je op Møn niet nodig voor een adrenalinekick.

Beeld Anders Brinckmeyer, andersbrinck

Møn is een van de 72 bewoonde eilanden die Denemarken telt. Het ligt in het zuidoosten van het land en het is ruim 200 vierkante kilometer, de helft kleiner dan Texel. Je vaart erheen vanuit Puttgarden of Rostock in het noorden van Duitsland, een aangenaam tochtje op een veerboot met een restaurant en een wonderlijk goed gesorteerde cosmeticawinkel aan boord. Aan de Duitse kant van de Oostzee ligt Rügen, vergelijkbaar mooi met net zulke karakteristieke krijtrotsen, maar dat is de afgelopen jaren behoorlijk ontdekt door toeristen die in grote drommen naar het eiland komen. Møn is dat nog nauwelijks. Er wonen nog geen 10 duizend mensen op het hele eiland, minder dan in een middelgroot dorp in Nederland, en in het hoogseizoen komen daar hooguit nog eens twee keer zoveel bij.

Het is er dus rustig, zeg maar gerust: stil. Het enige stadje van betekenis is Stege, waar de meeste winkels zitten en een paar restaurants. Een ander leuk, piepklein plaatsje is Klintholm Havn, van waaruit je een tochtje kunt maken met een toeristenboot. Je kunt er ook eten, in een buffetrestaurant. Het heeft een terras, uitzicht op zee en binnen een lange tafel met schalen vol zalm en gehaktballetjes waar je onbeperkt je bord mee mag volladen - gelukkiger kun je pubers met chronische schreeuwhonger niet maken. Een glas koud bier en een sensationele zonsondergang maken dat het er ook voor ouders prima uit te houden is.

We verblijven in een vakantiehuis van het Møns Klint Resort, een landgoed aan de oostkant van het eiland. Mocht 'resort' klinken naar slagbomen en animatie: niets van dat alles. Het is een uitgestrekt gebied waar een aantal vakantiehuizen verspreid ligt tussen de landerijen, nooit ver weg van zee. Op het landgoed ligt ook een camping, waar een 'sterrenlounge' is ingericht. Dit gebied heeft het predicaat Dark Sky Area, dus het is hier goed sterren kijken. Voor liefhebbers zijn vier vakantiehuizen speciaal voorzien van ligstoelen om naar de hemel te kijken en er liggen sterrenkijkers en -kaarten klaar. Niet in ons huis overigens, maar vanavond missen we ze niet. Het is bewolkt. We gaan een potje toepen.

De dagen die volgen, toeren we wat over het eiland. We wandelen, we fietsen, we bekijken de plafondschilderingen in een paar bijzondere kerkjes, we zwemmen in zee en we stoken een fikkie 's avonds op het strand. We rijden naar het vijf vierkante kilometer kleine eiland Nyord, dat met een brug te bereiken is. Het is een soort openluchtmuseum met klinkerstraatjes, oude boerderijen en bloementuinen; hier is in tweehonderd jaar tijd weinig veranderd. We kuieren door het haventje, kopen een doosje bramen langs de weg (het geld kan in een jampot) en maken foto's van de honderden zwaluwen die hier in lange rijen op elektriciteitskabels zitten - het dorp heeft er enige bekendheid om bij vogelaars.

Daarna zijn de attracties op het eiland wel zo'n beetje op. Wat ons betreft, in elk geval; we zouden nog grafheuvels kunnen gaan bekijken, maar daar voelen we geen drang toe. We kunnen nog naar slot Liselund, maar het hóeft niet: we raken zo langzamerhand behoorlijk zen. Door de volslagen kalmte op het eiland komen we in de stemming om nog minder te doen dan voorgaande dagen, in de zin van: helemaal niets.

In de ochtendzon zitten met een boek op schoot, kop koffie erbij plus het gefluit van de vogels in het grote, groene park dat ons vakantiehuis omringt, meer wil ik even niet. Het boek lézen is al te veel werk. Het is nog wel De 100 jarige man die uit het raam klom en verdween - geheel in stijl, want Scandinavisch - maar ik kom niet verder dan de titel en het voornemen precies dat te doen zodra ik terug ben op kantoor: uit het raam klimmen en verdwijnen, terug naar deze tuin bijvoorbeeld, naar deze ligstoel op het terras voor ons witte huis, naar de roze hortensia's, de dikke, oude bomen in het park, de stilte, op het gekwetter van de vogels na (de pubers slapen tot in de middag).

Beeld Foto Thomas Ix

Maar als ze eenmaal uit hun slaapkamer komen, kunnen we het niet laten toch weer iets te willen. Dat bezoekerscentrum waar we hebben geklommen, stond daar ook niet aangekondigd dat je er kunt mountainbiken, kayakken, vissen en snorkelen en dat je er op fossielenexpeditie kunt?

Op de laatste dag werken we het halve rijtje af. 's Ochtends hijsen we ons in rubberen duikpakken samen met een handvol andere toeristen. Langs de krijtrotsen dalen we de langste trap van Denemarken af naar een kiezelstrand - zwemvliezen in de hand om een doodsmak te voorkomen. Op het strand krijgen we uitgebreide instructies: ademhalingstechnieken, duiksignalen, het komt allemaal voorbij. Dan volgt een bevlogen verhaal over wat we zullen aantreffen op de zeebodem: flora en fauna en fossielen van 70 miljoen jaar oud. Na deze lange aanloop is het daadwerkelijke snorkelen verrassend onspectaculair. Onder het groenblauwe zeeoppervlak gaat een moddergrijze, vlakke bodem schuil waar ik niet veel meer dan algen zie, en stenen (maar dat blijken die fossielen). Een half uurtje krabbel ik over de zeebodem rond, dan besluit ik dat de onderwaterwereld rond Møn weinig bloedstollend is en waad ik terug naar het stenige strandje. Toch was het leuk. Wij hebben onze snorkelervaring, die duikpakken doen het goed op de foto's en bovendien is het vanzelf etenstijd geworden. Het smørrebrød in het restaurant van het bezoekerscentrum zag er heel goed uit.

Beeld Foto Thomas Ix

Praktisch

Voor informatie over veerdiensten, zie scandlines.nl

Voor informatie over Denemarken en Møn, zie visitdenmark.nl; Voor informatie over Møns Klint Resort, zie moensklint-resort.dk

Fossielenjacht

Na het smørrebrød gaan de mannen mountainbiken, mijn dochter en ik gaan mee op fossielenjacht. Het blijkt een groot woord voor alweer zo'n gemoedelijke activiteit: we gaan stenen rapen op het kiezelstrand. Eerst krijgen we wederom een goed verhaal te horen, over zee-egels, koralen en sponzen, over bivalven en belemnieten, en de stukjes crinoïdenstengels waar we vooral op moeten letten. Dan gaan we speuren, in een uiterst kalm tempo, met gebogen hoofd en toegeknepen ogen. Ha: een steen met een ribbel. Zou dat een versteende zee-egel zijn? En daar, een roze-met-witte kei. Een zeldzame belemniet, toevallig? Mijn dochter brengt elke kiezel die ze kiest hoopvol naar de geoloog die de excursie begeleidt en komt telkens enthousiast terug met de boodschap dat-ie 'héél oud' is.

Zo kalmpjes scharrelend met mijn kind op een strand vol hele ouwe stenen schieten me de eerste regels uit Vasalis' gedicht Tijd te binnen: Ik droomde dat ik langzaam leefde/Langzamer dan de oudste steen. Het vervolg, Het was verschrikkelijk, gaat niet op: het is juist fijn, dat langzame leven hier op Møn, waar godzijdank niet te veel te doen is en de tijd traag gaat, zo traag dat de vakantie eindeloos lijkt.

Morgen gaan we weer naar huis.

Beeld Evelien van Veen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.