Zelfverklaard zondagskind met gevoel voor VVD-stemmer

De Amsterdamse VVD haalde Laetitia Griffith met trompetgeschal binnen als wethouder financiën. Maar die benoeming is bijzaak. Griffith is gehaald als lijst- en stemmentrekker....

Tweede-Kamervoorzitter Frans Weisglas heeft haar hoog zitten, maar was ditmaal not amused. Een week geleden, hij was net op vakantie geweest, noteerde de VVD’er in zijn weblog: ‘Meteen na mijn terugkomst hoor ik ook dat het VVD-Kamerlid Laetitia Griffith na ruim twee jaar de Kamer alweer gaat verlaten om wethouder in Amsterdam te worden. Ik vind het zeer slecht dat een Kamerlid na zo korte tijd alweer weggaat, naar welke andere functie dan ook. Dat is niet goed voor het functioneren en voor het aanzien van de Kamer.’ Tegenover een journalist noemde de voorzichtige Kamervoorzitter het voortijdige vertrek zelfs ‘ronduit schandelijk’.

Griffith zelf, maar dat was in december 2002, houdt evenmin van tussentijdse transfers van politici. Uit Vrije Amsterdammer, blad van de Amsterdamse VVD: ‘Vol vuur bepleit Laetitia een maximale zittingsduur van twee termijnen voor volksvertegenwoordigers. Dit had volgens haar uit de partijvernieuwingsprocedure overgenomen moeten worden.’

De nood in Amsterdam was begin deze maand echter hoog. Uitgerekend Frits Huffnagel, die veertien maanden eerder de naar Leeuwarden overgestapte Geert Dales was opgevolgd als wethouder van financiën en economische zaken, bleek niet langer te handhaven. Reden was een exorbitante onkostenvergoeding die ook niet bij de Belastingdienst was gemeld.

Verdiende het vertrek van Dales, halverwege de zittingsperiode, al niet de schoonheidsprijs, de affaire-Huffnagel dreigde voor de hoofdstedelijke VVD electoraal slecht uit te pakken. In maart volgend jaar zijn de gemeenteraadsverkiezingen. De partij van eerlijkheid, duidelijkheid en transparantie –de eigen slogans– moest dus snel met iets bijzonders voor de dag komen.

Binnen acht dagen, op tweede pinksterdag, presenteerden de nieuwe afdelingsvoorzitter, Frank de Grave, en fractiechef Van der Burg de 39-jarige Laetitia Griffith, ‘een topkandidaat, van wie je alleen maar kunt dromen en over wie de politieke concurrentie wel eens onrustig kan worden’.

Die kwalificatie kan nauwelijks op haar kennis van financiële zaken slaan. Griffith heeft totaal geen ervaring op dit terrein. De Surinaamse kwam als 20-jarige naar Nederland –het ticket had zij met een baantje bijeen gespaard– om in Amsterdam rechten te studeren. Na haar doctoraal werkte zij vijf jaar als juridisch medewerker bij het ministerie van Justitie en drie jaar bij het Openbaar Ministerie als secretaris van ‘super-pg’ Arthur Docters van Leeuwen. Van hem heeft zij geleerd dat doorzettingsvermogen belangrijk is, zei ze in een interview, ‘en hoe macht, gezag en invloed in de praktijk werken’.

De toenmalige minister van Justitie, Benk Korthals, was zo onder de indruk van haar capaciteiten dat hij haar voor het Kamerlidmaatschap polste. Bij de verkiezingen in 2002 miste zij met haar 38ste plek op de lijst, de boot. Maar een jaar later was zij nummer12, de hoogstgenoteerde nieuweling (Ayaan Hirsi Ali stond vier plaatsen lager).

Tijdens haar relatief korte Kamerlidmaatschap heeft Griffith bewezen toekomst als politicus te hebben. Als woordvoerder justitie stond zij na elk debat met bondig geformuleerde standpunten klaar, die het gecombineerd met haar aantrekkelijke uiterlijk goed deden op televisie. Soms schuwde zij populisme niet, zoals die keer toen zij minister Donner van Justitie verweet dat hij zijn hoofd in de schoot van de georganiseerde misdaad legt.

‘Zij schrijft geen aanvalsplannen zoals Joost Eerdmans (LPF), maar weet toch op te vallen’, oordeelde de jury van het Radio 1 Journaal, die jaarlijks de parlementaire pers de beste politicus laat kiezen. Griffith kwam vorig jaar als het grootste talent uit de bus. ‘Ze is vrouw, allochtoon en slim – wat wil je nog meer’, stelde een journalist.

‘Als zwarte vrouw heb je een dubbele handicap’, weet cabaretier Jörgen Raymann, die in Paramaribo op dezelfde school als Griffith zat en zich haar herinnert als een rustig meisje. ‘Nederland is zogenaamd zo tolerant en progressief, maar we weten allemaal dat je het hier als vrouw voor een maatschappelijke carrière nog steeds heel moeilijk hebt. Ik ben als Surinamer enorm trots op haar.’

Een van haar tegenstrevers in de Kamer, de oud-rechter Aleid Wolfsen (PvdA), noemt Griffith ‘integer, plezierig in de omgang en onafhankelijk’. De twee dienden samen veel plannen in. ‘Een goed idee is voor haar een goed idee, los van partij-ideologie’, zegt de PvdA’er. ‘Zij trekt niet alles in de sfeer van coalitie versus oppositie’.

De VVD-politica, die tijdens haar werk voor Justitie drie jaar ‘duo-voorzitter’ was van een ondernemingsraad, betoonde zich niet zelden een sociaal-liberaal. Zo kon dankzij de steun van Griffith worden voorkomen dat Donner armlastigen meer liet betalen voor juridische bijstand.

Als key issues van de VVD in het geding kwamen, was het evenwel snel afgelopen met die coöperatieve houding. Toen Donner eind 2003 in een overleg met de Kamer plotseling het beleid voor drugssmokkelaars op Schiphol omgooide (als zij minder dan drie kilo bij zich hebben, komen zij alleen op een zwarte lijst voor vluchten uit de Antillen en Suriname te staan) stond Griffith na afloop op de gang te koken van woede. Dankzij de steun van de PvdA, die de aanzet tot het plan had gegeven, kon Donner zijn gang gaan. Ondanks haar kwaadheid – zij leek het niet te kunnen verkroppen dat haar tegenstand vergeefs was geweest– had zij meteen een oneliner klaar.

Dat Donner gehoor gaf aan de noodkreet van mensen uit de praktijk (door de grote hoeveelheid bolletjesslikkers stond het Openbaar Ministerie en de rechtbank in Haarlem het water aan de lippen) deed voor haar niet ter zake. ‘Ik was oprecht verbaasd over die koers’, zegt Wolfsen. ‘Door de oude aanpak konden bijvoorbeeld nauwelijks straatrovers worden aangepakt. Maar zij wilde niet riskeren dat de VVD ervan wordt beschuldigd bolletjesslikkers te laten lopen. Dat is opportunistisch.’

Dit optreden verklaart wel waarom zij in de partij zo goed ligt. Behalve haar loyaliteit (zij zat in het fractiebestuur maar klapte nooit uit de school over interne strubbelingen), heeft zij een goed gevoel voor wat de doorsnee VVD-stemmer wel en niet wil horen. Haar benoeming als wethouder van financiën is dan ook bijzaak. Op grond van haar presentatie is Griffith gehaald voor het lijsttrekkerschap van haar partij in Amsterdam. De liberalen doen het slecht in de landelijke peilingen, waar zij inmiddels tot 21 zetels zijn gezakt; zeven minder dan het aantal dat de VVD nu in de Tweede Kamer heeft. De gemeenteraadsverkiezingen zijn een test voor de landelijke verkiezingen het jaar daarna. Als de VVD in de hoofdstad goed scoort, straalt dat af op de landelijke partij.

In de Amsterdamse coalitie van PvdA, VVD en CDA hebben de socialisten sterke troeven in handen met de Marokkaan Ahmed Aboutaleb en Hannah Belliot, wethouder van cultuur en net als Griffith afkomstig uit Suriname. Griffith zou vooral voor jongere allochtonen een alternatief kunnen zijn.

‘Amsterdam is een bijzondere stad, waar je als VVD het niet alleen van het vertoon van spieren moet hebben’, zegt Frank de Grave, oud-wethouder van financiën in Amsterdam en Griffiths mentor in de Tweede Kamer. ‘Ook als we in maart veel stemmen zouden winnen, staat wel vast dat er een linkse meerderheid zal blijven. Je moet op een intelligente manier campagne voeren, met het accent op het liberale geluid van de Amsterdamse VVD. Griffith kan dat.’

De Grave, die de komst van Griffith naar Amsterdam bij de VVD-top bepleitte, ontkent dat haar herkomst en sekse de doorslag hebben gegeven: ‘Daar zullen zeker stemmen op binnenkomen, maar wij hebben er niet naar gekeken.’

Puur electoraal gewin was voor VVD-fractieleider Jozias van Aartsen in ieder geval wel de reden haar af te staan. ‘Als we een bres willen slaan in dat virtuele electoraat van mensen als Geert Wilders, Peter R. de Vries en Wouter Bos, dan zullen we ook in de steden in het westen winst moeten boeken’, verklaarde hij in NRC Handelsblad.

Griffith zal haar strategische kwaliteiten hard nodig hebben, nu zij in negen maanden tijd de Amsterdamse VVD, na de PvdA de grootste partij in de gemeenteraad, voor neergang moet behoeden. Als dat lukt, lijkt na het wethouderschap een rentree in de landelijke politiek voor de hand te liggen. Ambitie is haar niet vreemd, blijkens haar uitspraak begin 2004 dat zij na vier jaar in de Kamer ‘helemaal rijp’ zou zijn voor de post van minister van Justitie.

Zij is een zondagskind, bekende zij ooit zelf, ondanks het feit dat haar persoonlijke geluk niet compleet is: zij kreeg een miskraam en zag ivf-behandelingen mislukken. Voor een portret in HP/De Tijd werd Griffith gevraagd wat haar definitie van geluk is. Zij noemde niet haar (tweede) huwelijk met de 20jaar oudere hoogleraar strafrecht Jan Naeyé, noch haar grote hobby tuinieren. Haar antwoord was de titel van een liedje van Nina Simone: To be young, gifted and black.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.