'Zelfs voor ongeschoold werk missen de jongens elementaire vaardigheden' Alleen je buurtgenoten besteel je niet

Iedereen wil werken. Menigeen die niet kan delen in de Nederlandse droom van welvaart en zelfontplooiing, verkiest de vrijheid van een leven zonder baan....

Van onze verslaggever

Peter Giesen

NIJMEGEN

Nederland bestaat eigenlijk uit twee naties, zegt socioloog J. Terpstra. De ene natie draait om diploma's en carrière, de andere om spijbelen en beunen. In de middenklasse-natie stijgt men door subtiele contactuele eigenschappen, in de onderklasse-natie door stoer doen en geweld.

Sinds het brood van bisschop Muskens wordt er volop gedebatteerd over de financiële tweedeling van de samenleving. Maar minstens zo belangrijk is de culturele kloof waardoor veel mensen uit 'de onderklasse' ongeschikt zijn voor zelfs de simpelste Melkertbaan.

Twee jaar draaide Terpstra mee als jongerenwerker in een achterstandswijk in 'Kanaalstad', een geanonimiseerde plaats die als twee druppels water lijkt op Helmond. De buurt werd in de jaren zestig gebouwd als arbeiderswijk, maar is nu een bastion van voornamelijk autochtone werklozen.

Het verdwijnen van de textielindustrie heeft de wijk zwaar getroffen. 'Maar zelfs als je morgen alle fabrieken zou heropenen, heb je die mensen niet zomaar aan het werk', zegt Terpstra, verbonden aan het Instituut voor Toegepaste Sociologie in Nijmegen.

'Er heeft een ontwikkeling plaatsgevonden die je heel moeilijk kunt terugdraaien. Het is nu volkomen geaccepteerd om van een uitkering te leven. Daarnaast is er een bloeiende informele economie ontstaan met een crimineel randje.'

Het arbeidsethos in deze buurt is nooit bijzonder bloeiend geweest, hoorde Terpstra van oudere bewoners. Maar de massale werkloosheid heeft een alternatieve levensstijl mogelijk gemaakt. Met een beetje beunen en een uitkering kom je aan een redelijk inkomen. En je houdt je vrijheid.

Waar de middenklasse is geïndividualiseerd, kent deze wijk nog een jaren-vijftigachtige saamhorigheid. Getrouwde dochters wonen bij hun moeder in de straat. In het gezin staat altijd een ketel koffie op tafel, waaruit iedereen mag tanken. Dat de kopjes vies zijn en de koffie soms drie dagen oud, deert niemand.

Buitenstaanders worden met wantrouwen bekeken. Terpstra: 'Ik wilde de ouders van een paar jongens leren kennen. Bij het eerste huis werd niet opengedaan, bij het tweede en het derde was de bel kapot, bij het vierde zag ik iemand schichtig wegschieten.

Wat bleek? Die mensen doen nooit de voordeur open. Bekenden komen achterom. Wie aanbelt, is altijd brenger van slecht nieuws. Iemand van de sociale dienst of de controleur van het kijkgeld.'

Al op jonge leeftijd merken de jongens uit de buurt dat zij tot 'de falers' behoren, gedoemd tot een bestaan aan de onderkant van de samenleving. Op de middelbare school komen ze erachter dat succes via schoolprestaties niet voor hen is weggelegd.

Als reactie trekken ze zich terug in het veilige bastion van de eigen kring. Daar levert stoer doen, jatten en (dreigen met) geweld wél prestige op. Daar kan een jongen zelfrespect herwinnen door te klimmen in de pikorde van de vriendenclub.

Terpstra: 'Het is heel moeilijk om uit die cultuur te breken. Ik leerde twee jongens kennen die naar de mts gingen, dat was voor die buurt heel hoog. De een heeft het gered, maar hij heeft alle banden met zijn vrienden verbroken.'

'De ander bleef met de jongens uit de buurt omgaan. Binnen een half jaar was hij van school af en zat hij weer op de hoek van de straat pils te drinken en naar een politiescanner te luisteren. Als je school serieus neemt, ben je een beetje een watje. Wie spijbelt, conflicten heeft met leraren, die kan stoere verhalen vertellen en zijn prestige verhogen.'

De meeste jongens kennen niemand die via onderwijs iets heeft bereikt. 'In de jaren zestig waren de meeste arbeiderswijken nog tamelijk heterogeen. Er woonden ook geschoolde arbeiders en mensen uit de lagere middenklasse. Door de toename van de welvaart zijn die allemaal weggetrokken. Daardoor zijn in steden als Helmond, Oss, Almelo of Enschede relatief homogene achterstandswijken ontstaan', zegt Terpstra.

In dergelijke wijken heeft kleine criminaliteit een belangrijke 'symboolwaarde', meent hij. 'Daardoor laat je zien dat je stoer en mannelijk bent. Dat begint al op jonge leeftijd. Als je snoep durft te jatten, bewijs je dat je autonoom bent, dat je je niks aantrekt van de regels.'

Het probleem is niet zozeer een gebrekkig moreel besef - zo is jatten van buurtgenoten not done, hoewel het soms toch gebeurt - als wel een totaal gebrek aan binding met buitenwereld. 'Leraren, buurtwerkers, politiemensen, winkeliers zijn allemaal vertegenwoordigers van die buitenwereld.

Met zulke mensen hebben zij geen enkel betrokkenheid Het is juist stoer om ze te slim af te zijn', zegt Terpstra. Tweederde van de 16- en 17-jarigen in de buurt is dan ook in aanraking geweest met de politie.

Hoe succesvoller de jongens in eigen kring zijn, hoe verder ze verwijderd raken van de rest van de maatschappij, waar plat praten en ruig doen niet op prijs wordt gesteld. Daardoor komen ze nauwelijks aan werk. Voor de nieuwe werkgelegenheid in de dienstverlening zijn de jongens uit de buurt niet geschikt.

Terpstra: 'Maar tot ongeschoold werk zijn ze nauwelijks in staat. Ze missen elementaire sociale vaardigheden, zoals op tijd komen, netjes werken, je gereedschap opruimen of orders aannemen van een chef.' Terwijl de rest van de maatschappij in het informatietijdperk verkeert, durven de meeste jongens niet een te bellen met een vreemde.

'Het probleem van deze groep is veel complexer dan ik tevoren dacht', zegt Terpstra. 'Het gaat niet alleen om het verlies van traditionele werkgelegenheid. Je ziet ook een proces van zelfuitsluiting als onbedoeld gevolg van de gedragspatronen die in zo'n milieu gebruikelijk zijn.'

Dit is het tweede deel van een tweeluik over sociale afscheiding. Het eerste deel stond 15 augustus in de krant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden