Zelfs van een kilometer afstand lijk ik niet op Tommy Wieringa

Kip

Being Tommy Wieringa.

'Jawel', zegt de vrouw tegenover me, 'wacht maar even, ik ken u, u bent die schrijver. Niks zeggen.' Ware roem openbaart zich in de trein, tijdens de Boekenweek, op weg van Gat naar Hol.

'U bent die man van vorig jaar, van het Boekenweekgeschenk', vervolgt ze knikkend, 'en van Wie zijn de namen. Ja hè?'

'Dít zijn de namen', corrigeer ik, en voordat ik kan melden dat ze me voor de verkeerde houdt, steekt ze haar hand uit. 'Even voorstellen, ik ben Mirjam.'

'Tommy', zeg ik tot mijn verbazing.

'Tommy Wieringa!', brult Mirjam. 'Die bedoel ik!' Gelukkig is het treinstel redelijk leeg, anders zat ik meteen al in de problemen. Zelfs van een kilometer afstand lijk ik niet op Tommy Wieringa. 'Zie je wel dat ik gelijk had. Wat toevallig zeg, wat ontzéttend toevallig. Vorig jaar nog hebben wij u gedaan met de leesclub.'

Moet ik een grapje maken over mijn haar? Dat ik voorheen kaal was? En vanochtend ineens: dit. Dan kan Mirjam uit zichzelf inzien dat ik Wieringa niet ben.

Ook wel weer zonde. Nu ik Tommy toch ben, kan ik hem net zo goed even blijven. 'Was de leesclub een beetje tevreden?', informeer ik.

'De meesten vonden het heel mooi', zegt Mirjam. Ze is een kruidentheetype dat op leesclubavonden zomaar geen bier in huis kan hebben. 'We deden het Boekenweekgeschenk, hoe heet het ook alweer... O, wat stom van me.'

'Een mooie nieuwe speedboot', zeg ik. Om Tommy een beetje gevat op de kaart te zetten, dat ten eerste, maar ook om het gesprek te dirigeren naar Joe Speedboot. Daar weet ik veel van af, namelijk.

Helaas moet Mirjam niet lachen, misschien omdat haar harde schijfje het te druk heeft. 'Nee...', zegt ze, 'zo heette het niet... Wel zoiets... Kom. Een mooie jonge vrouw! Dat vond ik dus een prachtig boekje, zo mooi geschreven, alleen snapte ik niet wat u precies bedoelde met die kip op het einde.'

Toch nog problemen. Ik ken Een mooie jonge vrouw dus niet, ligt op de stapel, dus ik weet ook niet wat ik precies bedoelde met die kip op het einde.

'Of was het misschien eigenlijk een ei?', zeg ik met een stem als een Tommy-klok. (Het raadsel vergroten. Harry Mulisch. Pikken we gewoon even mee.)

Omdat Mirjam me teleurgesteld aankijkt, bozig bijna, op het wantrouwige af, zeg ik: 'Nee hoor, grapje. Die kip op het einde, dat is natuurlijk een metafoor. En metaforen moet je nooit uitleggen. Daar moet je van genieten.'

Pratend met Mirjam moet ik denken aan een heel ouwe Bananasplit, waarin een zogenaamd Chileense cameraploeg Leo Beenhakker vragen stelt waaruit langzaam maar zeker duidelijk wordt dat ze hem voor iemand anders aanzien. 'Zelf was u een wereldberoemde voetballer...'

'Nou, dat viel eigenlijk wel mee.'

'...maar waarom speelde u altijd met nummer 14?'

Beenhakker vond het maar niks, versleten worden voor Cruijff. Die keek helemaal niet blij.

Ik wel. 'Laten we een selfie maken', stel ik voor. 'Voor de leesclub. Dat vinden ze vast leuk, jij en Tommy in de trein.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.