Zelfs SARS helpt Chinese persvrijheid niet verder

De Chinese pers zingt opnieuw de lof van het regime, nu vanwege zijn strijd tegen SARS. De nieuwe leiders willen de crisis gebruiken om het systeem te moderniseren, maar meer persvrijheid hoort daar voorlopig niet bij....

Ruim tweehonderd miljoen Chinezen hebben een mobieltje. Ze sturen elkaar jaarlijks miljarden sms'jes zonder dat eerst aan de regering te vragen. Met nieuwe technieken is de censuur erin geslaagd uit deze oceaan van boodschappen de gezagsondermijnende teksten te vissen. Vorige week zijn 107 mensen gearresteerd omdat ze sms'jes met geruchten over SARS hadden verstuurd.

Dit bericht is slecht nieuws voor wie dacht dat het Chinese bewind op het gebied van de vrijheid van meningsuiting zijn lesje had geleerd. Vijf maanden lang moesten de media zwijgen over de tot staatsgeheim uitgeroepen SARS-epidemie. Als er persvrijheid was geweest, zou de ziekte zich niet ongehinderd hebben kunnen verbreiden.

Tegenmaatregelen zouden China en de wereld honderden doden hebben bespaard. En dan zou niet precies datgene zijn gebeurd wat de communistische partij met haar geheimhouding had willen vermijden: onrust en paniek, instorting van het toerisme, economische terugval, kritiek van het buitenland, immens internationaal gezichtsverlies.

Persvrijheid verdraagt zich niet met een totalitair systeem. In China sluit die waarheid aan bij de confucianistische gedachte dat een zorgzame vader uitmaakt wat goed is voor zijn kinderen en wat niet, wat ze mogen weten en wat niet. De communistische partij heeft uitgemaakt dat het voor de gewone man beter is niet te veel te weten, en zeker geen dingen die de partij in een slecht daglicht kunnen plaatsen of onrust kunnen wekken. SARS bijvoorbeeld.

Geschreven pers, radio en tv zijn gemakkelijk te controleren. Lastiger wordt de controle van berichten die buiten de officiële media om worden geproduceerd. Maar telefoongesprekken zijn af te luisteren en te traceren, en zelfs internet is aan te pakken. Er is software ontwikkeld die onwelkome sites blokkeert, wat er bij elkaar rond de vijftigduizend zijn.

Een speciale internetpolitie, die alleen al in Peking bestaat uit veertigduizend man, moet erop toezien dat de ruim zestig miljoen Chinese internetgebruikers geen toegang hebben tot materiaal dat de partij onwelkom is. Wie op internet over verboden thema's publiceert, bijvoorbeeld over het gebrek aan democratie, riskeert zijn vrijheid. Er zitten minstens 36 internetdissidenten in de gevangenis.

Internetproviders moeten zelf zorgen dat hun sites politiek correct blijven. In rustige discussiefora is dat doenlijk, maar niet in chatboxen. Daardoor is over de SARS-crisis virtueel veel gezegd dat niet gezegd had mogen worden. Voor het regime is de schade echter beperkt, want chatten beperkt zich tot kleine groepjes.

Sms'jes zijn veel gevaarlijker als ze wilde geruchten bevatten en door de ontvanger worden doorgestuurd naar vrienden en bekenden. Daardoor hebben miljoenen mensen baarlijke nonsens op hun displaytje gelezen: SARS had al tienduizend slachtoffers gemaakt; de ziekte was een biologisch wapen van Amerika en Taiwan; de staat van beleg zou worden uitgeroepen; Peking zou vanuit de lucht worden besproeid met desinfecteringsmiddelen.

Die geruchten konden ontstaan in het vacuüm van het officiële zwijgen en de officiële leugens. Na het uitbreken van de epidemie in november kregen de media de instructie de officiële lijn te volgen. Pas op 20 april kwam de grote ommezwaai. Voortaan zou de waarheid en alleen maar de waarheid worden gemeld.

Voor de nieuwe leiders, president-partijleider Hu Jintao en premier Wen Jiabao, was de vuurproef gekomen. Om het geschokte vertrouwen van het volk te herwinnen moesten ze de leiding nemen in de SARS-bestrijding, de tot dan toe gehanteerde wegstoppraktijken scherp veroordelen en voorkomen dat die ooit zouden terugkeren.

Inderdaad zijn al ruim honderd hoog- en laaggeplaatste zondebokken geofferd en is het alle autoriteiten verboden, op straffe van ontslag of opsluiting, gegevens over SARS of andere volksgezondheidsrampen achter te houden. Met ongekende openheid is zelfs een ramp met een onderzeeër (zeventig doden) onthuld. Woensdag meldde het staatspersbureau de zoveelste mijnramp (waarschijnlijk negentig doden) direct nadat die zich had voorgedaan.

Maar die nieuwe openheid moest haar grenzen hebben. De media mochten haar niet gebruiken om uit het SARS-debacle te vergaande conclusies te trekken. Chinese Economische Tijden schreef: 'We moeten erkenen dat we nu in een gemondialiseerde wereld leven. De economie is gemondialiseerd, de ziekte is gemondialiseerd en de informatie eveneens. Informatie achterhouden over belangrijke gebeurtenissen is een achterhaald idee. Zulke praktijken werken vandaag de dag niet meer.'

De Chinese Jeugdkrant, het grootste dagblad van Peking, ging nog verder. Het blad vergeleek het wegstoppen van crisisnieuws met het verhogen van de spanning in een hogedrukketel. 'Het eindresultaat is óf dat het deksel openbarst en talloze mensen letsel oplopen, óf dat het deksel op zijn plaats blijft, met daaronder talloze slachtoffers en verder alles even vreedzaam als tevoren.'

Dat was misschien de scherpste kritiek die in China is gepubliceerd. Bladen die dachten dat het moment van de vrijheid was gekomen, kregen echter het lid op de neus.

Een artikel in het blad Zuidelijk Weekeinde in de provincie Guangdong werd verboden. Het zou onthuld hebben dat in Shanghai 38 mogelijke SARS-patiënten verborgen zijn gehouden voor een inspectieteam van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Op dat moment had Shanghai slechts twee officiële SARS-patiënten.

Zuidelijk Weekeinde was met zijn onderzoeksjournalistiek de autoriteiten allang een doorn in het oog. Om het blad tot de orde te roepen, is een nieuwe hoofdredacteur benoemd, afkomstig van de afdeling propaganda van het provinciale partijbestuur. Het is dezelfde man die de media en de WHO onwetend had gehouden van het ontstaan en de uitbreiding van SARS in Guangdong.

Aangevoerd door het Volksdagblad zingt de pers opnieuw de lof van het regime, nu vanwege zijn gedecideerde strijd tegen de gisteren nog verzwegen ziekte, die vandaag is gebombardeerd tot volksvijand nummer één. In een oogwenk is de propagandamachine op een andere toer gegaan.

De tv toont beelden van artsen en verpleegsters die hun familie vaarwel zeggen en naar het front vertrekken. In een spotje kan een verpleegster haar tranen niet bedwingen als ze haar dochtertje over de telefoon moet zeggen dat ze niet thuiskomt. Op een krantenfoto steekt een gemaskerde arts, die zó uit Mao's Rode Leger lijkt te zijn weggelopen, tegen een rode achtergrond zijn vuist omhoog.

De nieuwe leiders willen waarschijnlijk van de SARS-crisis gebruikmaken om het systeem te moderniseren. Meer persvrijheid hoort daar voorlopig niet bij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden