reportage

Zelfs in quarantaine achter prikkeldraad is het leven beter dan in Afghanistan

Sayed Thib Shah schudt handen en brengt platte broden en kippenpoten, want spaghetti lusten Afghanen niet. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Sayed Thib Shah schudt handen en brengt platte broden en kippenpoten, want spaghetti lusten Afghanen niet.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

De Afghaanse evacués die in de militaire kazerne in Zoutkamp in quarantaine zitten, krijgen van alle kanten hulp. Ze zijn vooral blij dat ze veilig zijn, in het kille maar groene Nederland. ‘Noemen jullie dit zomer? Bij ons was het zaterdag nog 37 graden.’

Jurre van den Berg

‘Ik zag op de kaart dat hier vlakbij de oceaan begint? De velden zijn hier veel groener dan bij ons in Afghanistan.’ Zaterdag vertrok Mosawer (20) met zijn ouders en vier broertjes met een evacuatievlucht vanuit Kabul, waar zijn vader werkte bij de technische dienst van de Nederlandse ambassade. Zondag zat hij plots in een noodopvang in Zoutkamp.

Althans: dat is de adresaanduiding van de Willem Lodewijk van Nassaukazerne. In werkelijkheid ligt het vissersdorp met die naam ruim 5 kilometer verderop. ‘Restricted area. No trespassing. Use of deadly force authorized’, staat er op het hekwerk rond het militaire terrein in de weidsheid van ooit op de zee gewonnen polders. Mosawer en honderden anderen vluchtten na de machtsgreep van de Taliban uit Afghanistan, nu leven ze in Noord-Groningen achter prikkeldraad. Tijdelijk en noodgedwongen: vanwege corona moeten ze ten minste vijf dagen in quarantaine blijven. ‘Maar hier zijn we tenminste veilig.’

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Vol

Met de komst van nog eens 178 Afghaanse evacués zondagavond heeft de kazerne zo’n vijfhonderd mensen opgenomen en daarmee zit Zoutkamp vol, meldt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Daarom stelde defensie maandag op verzoek twee extra locaties voor noodopvang beschikbaar: het Wallardt Sacré Kamp in Zeist en Legerplaats Harskamp in Ede.

Het COA kampt al geruime tijd met gebrek aan capaciteit, zegt een woordvoerder. Zo’n 40 procent van de huidige bewoners in de azc’s zijn statushouders die naar een huurwoning zouden moeten doorstromen. Maar woningen voor hen zijn er amper, dus is er in de azc's geen plaats.

‘We zijn nu druk bezig met het opzetten van noodlocaties. De noodzaak is wel duidelijk, we hopen dat meer gemeenten opstaan. Want je kunt er vergif op innemen dat de volgende stap gaat zijn dat we noodlocaties in de vorm van tentenkampen moeten neerzetten. Niemand weet hoeveel Afghanen er nog zullen komen. Het is voor ons ook improviseren.’

Dat blijkt bij de hoofdingang van de kazerne in Zoutkamp. Het is er een komen en gaan van verhuiswagens en bezorgdiensten, het groenonderhoud en een apotheker. De 27-jarige Esmeralda komt met haar dochter van 1,5 jaar uit Ezinge twee vuilniszakken vol babykleren en kinderspeelgoed afgeven. ‘Ik had het ook op Marktplaats kunnen zetten, maar deze mensen hebben het harder nodig.’

Ook burgemeester Henk-Jan Bolding van gemeente Het Hogeland komt poolshoogte nemen. ‘De betrokkenheid is ontroerend’, vindt hij. Er worden zoveel spullen langsgebracht dat het COA inmiddels vriendelijk doch dringend verzoekt ermee op te houden. Laat dat de jongetjes die voortdurend in de tijdelijke portiersloge de nieuwe oogst scannen niet horen.

Achter een hek in Groningen, maar wel veilig. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Achter een hek in Groningen, maar wel veilig.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

De noodopvang is naar verwachting enkele weken nodig, zegt de burgemeester. Al is die termijn onzeker. ‘Ondertussen proberen we gegeven de omstandigheden deze mensen zo goed als mogelijk op te vangen.’ Het is volgens hem geen bewust beleid geweest de evacués in the middle of nowhere te huisvesten.

Geen winkel te bekennen

‘Niet dat ze erheen zouden mogen, maar er is hier in een straal van 15 kilometer geen winkel te bekennen’, zegt Sayed Thib Shah (54). Hij schudt handen door spijlen heen. Maar de quarantaineregels zijn onverbiddelijk: naar binnen mag hij niet.

Shah heeft ruim twee uur vanuit Veenendaal naar Zoutkamp gereden. Met een eveneens Afghaanse vriend heeft hij pannen en schalen met rijst, kippenpoten en platte broden meegenomen voor vrienden van familie. ‘Hier krijgen ze spaghetti. Met name de kinderen zijn dat niet gewend. Sommige kinderen hebben al dagen niet gegeten.’

Zelf kwam Shah in 1997 als politiek vluchteling vanuit Afghanistan naar Nederland. ‘Ook toen waren de Taliban aan de macht’, zegt hij. Net als veel andere evacués in de Zoutkampse kazerne hebben zijn bekenden overigens niks met Nederland van doen. Ze hebben voor de Amerikanen gewerkt. De ambassadeur van de VS heeft op Schiphol beloofd dat ze na hun quarantaine mogen doorreizen. Maar voor de zekerheid hebben ze toch ook in Nederland asiel aangevraagd.

In de kazerne maken ze het over het algemeen best goed, afgaande op de hekgesprekken. Ook de 13-jarige jongen die op een fiets voor een meisje van zes rondcrosst. Dat hippe shirt? ‘Meegenomen uit Afghanistan.’ Maar gevraagd naar zijn voornaam, scheurt hij weg.

Heimwee

‘Afghanen zijn argwanend’, zegt Shah. En dan, verwijzend naar de ontwikkelingen in zijn geboorteland. ‘Ze houden niet van buitenlanders. Nu is iedereen blij hier veilig te zijn. Maar over drie maanden hebben ze allemaal heimwee.’

Meer Afghanen in de diaspora bieden hun landgenoten de helpende hand. Een jongeman die vier jaar geleden vanuit Afghanistan naar Nederland kwam, is zelfs vanuit Brussel komen rijden voor een familiereünie aan het hek. De telefoonopladers en chocola die hij uit een plastic tas haalt, verhogen de vreugde van het weerzien.

Mosawers jongste broertje Aarsh (4 jaar) blijft maar vragen om een fietsje. Voorlopig moet hij genoegen nemen met een pak gloednieuwe stiften en een bellenblaas – net langs gebracht door weer een behulpzaam gezin. ‘Het is hartverwarmend’, zegt een beveiliger. En dan, tegen Mosawer: ‘Ik zal zo even in het depot kijken of er nog een fiets voor je broertje is.’

Mosawer, die voor tandarts studeerde, zal de dagen aftellen. ‘We hebben alles achtergelaten’, zegt hij, terwijl de zon een uitroepteken zet achter een mooie dag. ‘Ik heb geen warme kleren. Noemen jullie dit zomer? Bij ons was het zaterdag nog 37 graden.’

Is hun coronatest morgen negatief, dan mogen ze de noodopvang na vijf dagen verlaten. Is er wel sprake van besmetting, dan komen er nog ten minste vijf dagen bij. De zeepbellen van Mosawers kleine broertje spatten op het hekwerk uit elkaar. ‘Het is natuurlijk niet fijn opgesloten te zitten. Maar alles beter dan Afghanistan.’

Met medewerking van Irene de Zwaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden