Zelfs het museum ruikt naar jenever

Het cultuurtoerisme moet bevorderd worden. Daarom gaan zes historische steden Hollandse geheimen onthullen. Pijpenmaken in Gouda, schildertrucjes in Haarlem, jeneverstoken in Schiedam....

door Jacques de Jong

HET GEHEIM van de moutwijn uit De Gekroonde Brandersketel in Schiedam bestaat uit rogge- of gerstemoutmeel met warm water en gist. Het klinkt eenvoudig en dat is het ook. Meesterknecht Jacco van de Leun, afgestudeerd aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen, is heel openhartig: het is zijn taak het geheim van de smid te onthullen. Zo luidt de afspraak met de organisaties, die het cultuurtoerisme in de Randstad willen bevorderen.

De motor achter dit initiatief is Het Geheim van Holland, een bureau dat is opgezet met steun van het ministerie van Economische Zaken, de provincies Noord- en Zuid-Holland en zes historische steden in deze provincies: Delft, Dordrecht, Gouda, Haarlem, Leiden en Schiedam. Wat deze gemeenschappelijk hebben is een kleurrijke historie en een bezienswaardige, oude binnenstad.

Zo staat De Gekroonde Brandersketel aan de schilderachtige Lange Haven in Schiedam. Pal voor de deur ligt een verzameling historische schepen, waaronder een goed onderhouden klipper-

aak. Achter de monumentale gevel huist het Nederlands Gedistilleerd Museum, een logisch overblijfsel uit Schiedams geschiedenis die zonder jenever niet geschreven zou zijn.

Vroeger was Schiedam, vertelt Van de Leun, een grote alcoholstad. In 1883 telde de stad, met twintigduizend inwoners, 393 branderijen, 62 mouterijen en 44 distilleerderijen. Tijdens dit hoogtepunt in de jeneverfabricage moet heel Schiedam gehuld zijn geweest in de zoete dampen, waarvan in het museum nog iets te bespeuren valt. Dat komt doordat het museum ook een alcoholstokerij bevat, met volwassen ketels waarvan Van de Leun alle geheimen kent.

Alles in het museum is nieuw, niet alleen de ketels ook de eiken balken en vloeren ogen nieuw, terwijl de bezoeker toch het gevoel blijft houden in een oud pand te zijn. Dat klopt, want het museum bestaat pas sinds 1 juni 1996 en het pand is een achttiende-eeuwse branderij.

Het is een van de verrassingen die Yvonne Nieuwenhuijs van 'Het Geheim van Holland' bedoelt, als zij uitlegt waarom zes historische steden hun geheimen van de smid gaan onthullen. 'We willen het verleden koesteren en tegelijk iets laten zien van hetgeen er gebeurde in die tijd.'

Zo worden (zondag 29 november) in Teylersmuseum in Haarlem de fijne kneepjes van het kunstschildersvak uit de doeken gedaan met een demonstratie in het Frans Hals Museum. Een maand later is Leiden aan de beurt met geneeskunstige trucs. Dordrecht volgt met een kijkje in het zeventiende-eeuwse culturele leven, in Gouda is het pijpenmaken te zien en in Delft uiteraard het Blauw.

HET IS OOK mogelijk met een schip langs de zes steden te varen. Alle musea in deze oud-Hollandse steden hebben zich daartoe onder de paraplu geschaard van 'Het Geheim van Holland', dat steeds nieuwe activiteiten zal ontwikkelen om het culturele toerisme te bevorderen.

Eerder al is het boekje Parels belicht verschenen, waarin de musea aan de hand van anekdotes vertellen wat er zoal bij hen te zien is.

Schiedam wordt uiteraard genoemd als de stad van het gedistilleerd. In de zeventiende eeuw leefde de stad nog van de haringvisserij, maar toen de Nieuwe Maas verzandde, bleven de vissers weg en kwamen de pakhuizen leeg te staan. De Schiedammers begonnen alcohol te stoken en dat bleek een gouden greep. De omstandigheden waren ideaal: er was voldoende water, het afval konden de stokers als veevoer kwijt aan de veehouders in de omgeving. Het nabijgelegen Rotterdam wilde de stinkende branderijen niet hebben, dus niets weerhield de Schiedammers zich geheel aan de alcohol te wijden.

In de bovenzaal van het museum vertelt Van de Leun er met smaak over. Tachtig bezoekers - de meesten boven de middelbare leeftijd, enkele kinderen - luisteren welwillend. Van de Leun pakt zijn verhaal grondig aan. Hij begint bij het begin, met een tekening uit de tweede eeuw na Christus, waarop een Griek een distilleerketel heeft afgebeeld. De Arabieren brachten de kunst van het jeneverstoken naar Europa. En natuurlijk zagen de alchemisten hier een kans een levenswater voor de onsterfelijkheid te ontwikkelen, zoals ze ook eeuwigdurende rijkdom zochten in hun speurtocht naar goud.

DE WETENSCHAPPER Jacob van Maerlant gaf in de dertiende eeuw voor het eerst het alcoholisch recept voor een geneeskrachtige drank, het stoken van wijn met jeneverbes. Alcohol werd ook als medicijn toegepast tijdens de pestepidemie van 1348. 'Sommigen genazen, anderen niet', tekent Van de Leur droogjes aan.

Honderd jaar later was Nederland zodanig aan de drank dat de overheid het wel voordelig vond er accijns op te heffen. Het zou niet meer worden afgeschaft.

Alcohol werd niet alleen gestookt uit wijn, maar ook uit een mengsel van water, honing en gist - in de wetenschap dat suiker omgezet wordt in alcohol, mits het goede procédé wordt toegepast. De bierbrouwerijen ontdekten tegen 1600 dat ze 'onklaar', verzuurd bier in de distilleerketel konden gieten; na bewerking kwam er een 'klare' drank uit, tegenwoordig nog bekend als oude en jonge klare, waarbij het kleurverschil is te verklaren uit de toevoeging van caramel, en niet uit de ouderdom.

Het waren harde tijden in de jeneverindustrie. Een sprekend detail is het glaasje zonder voet dat de stokers van hun baas kregen als ze moe werden. Ze kregen hun drankje, voor de broodnodige calorieën, maar ze mochten het vooral niet neerzetten en een praatje beginnen met een collega. Vandaar het glaasje zonder voet, dat in één teug moest worden geledigd.

Illustratief is ook de zwengel waarmee grondwater in de stookketel werd gebracht. De zwengelaar moest steeds drie stappen vooruit doen en drie achteruit, tien uur per dag. Sommigen kregen daar het 'heen en weer' van, vertelt meesterknecht Van de Leun.

De jeneverstokerij beleefde een hausse in de jaren dertig. De werkloosheid was hoog, de accijns op jenever ook. Reden voor allerlei liefhebbers om thuis een distilleerketeltje neer te zetten en zelf te gaan stoken, illegaal dus. In zijn archief heeft Van der Leun talrijke verslagen van rechtszaken bewaard. Zes weken gevangenisstraf was geen uitzondering.

Nog steeds wordt eenderde van alle gedistilleerde dranken in Nederland in Schiedam geproduceerd, waarmee de stad haar naam van jeneverstad handhaaft. Achter de gevel van De Gekroonde Brandersketel produceert Van de Leun achtduizend liter moutwijn per jaar, een deel ervan wordt verwerkt tot jenever.

HIJ ONTHULT tenslotte nog een geheim van de smid. De laatste tijd is jenever van dertig procent (die in Nederland geen jenever mag heten) nogal populair. Een lap gedrenkt in dertig procent alcohol brandt niet, demonstreert Van de Leun, wel met veertig procent. En jawel, de vlammen slaan omhoog. Het gezelschap applaudisseert, alsof het een goocheltruc is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden