Zelfs handel met Cuba kan lucratief zijn

Wie zakendoet met Cuba, stuit op het embargo van de Verenigde Staten. Maar is dat wel altijd zo erg?

Elk jaar in oktober strijkt een tiental Cubanen neer in Emmeloord. Ze nemen hun intrek in een huis dat de gezamenlijke Nederlandse aardappelexporteurs voor hen huren, en zes weken lang keuren ze dag in dag uit pootaardappelen. Al die tijd koken ze hun eigen potje.

Aan vertier wordt niet veel tijd besteed. 'We nemen ze weleens mee naar Amsterdam', zegt Wieger van der Werff van Agrico, de grootste aardappelhandel van Nederland. 'Of naar de Zwarte Markt in Beverwijk, dat vinden ze nog leuker.'

Ziedaar een van de belangrijkste vaste economische relaties tussen Cuba en Nederland: elk jaar gaat een aantal duizenden tonnen pootaardappelen naar het eiland. Maar het worden er steeds minder. Enkele jaren geleden kon het eiland zich nog 17 duizend ton dure pootaardappelen permitteren, dit jaar waarschijnlijk maar 6.000 ton. Het is een teken aan de wand: het eiland is in hoog tempo aan het verarmen.

Misschien was dat de reden dat de handelsmissie die vorige week in Cuba was, zo klein was: elf bedrijven. In de meeste van dertig handelsmissies die sinds 1980 naar Cuba gingen, waren dat er meer, soms meer dan dertig zelfs. En dit keer was het nog wel een bijzondere missie. Niet alleen zakenlieden waren er op het eiland, maar ook een echte bewindsman: minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken. Dat was al sinds 1999, toen staatssecretaris Gerrit Ybema van Economische Zaken er een handelsmissie leidde, niet meer vertoond.

Zoals elke handelsmissie was ook deze georganiseerd door het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering. Het NCH wil niet zeggen welke bedrijven er meegingen. Want ja: het gaat hier wel om Cuba, en tegen Cuba loopt al sinds 1962 een Amerikaans handelsembargo. Een bedrijf dat zakendoet met Cuba, kan geen zaken meer doen met enig Amerikaans bedrijf. Kan niet meer in dollars betalen omdat de Amerikaanse toezichthouder op de banken zulke transacties blokkeert. Kan geen Amerikaanse beleggers aantrekken.

De Verenigde Naties nemen elk jaar een resolutie aan om Amerika te vragen zijn embargo te staken, maar vergeefs. Bij de begrafenis van Nelson Mandela was er even hoop omdat de Amerikaanse president Obama zijn ambtgenoot Raúl Castro per ongeluk tegen het lijf liep en wel de hand moest schudden. De twee landen zijn sindsdien met elkaar in gesprek. Afgelopen weekend nog lieten de Amerikanen doorschemeren dat de sfeer verbetert. Cuba liberaliseert zijn economie heel voorzichtig, maar het embargo is geenszins versoepeld.

Amerika's arm reikt heel ver en is zwaar. ING moest in 2007 zijn kantoor in Havana sluiten, en kreeg vorig jaar nog eens een boete van 678 miljoen dollar (496 miljoen euro) voor zijn kiezen, deels vanwege transacties met Cubanen.

Door het embargo is Cuba aangewezen op merkwaardige inkomstenbronnen. Een groot deel van zijn deviezen (harde valuta's) krijgt Cuba van zijn ex-bewoners die naar Amerika zijn gevlucht. Die maken jaarlijks naar schatting 2 tot 2,5 miljard dollar over aan hun familieleden op het eiland. Een ander deel komt van de duizenden Cubaanse artsen die aan andere landen worden verhuurd. Toerisme, voor een belangrijk deel van Amerikaanse Cubanen die familie bezoeken, is de grootste bron van inkomsten: naar schatting 2,6 miljard. De uitvoer van nikkel levert 1,4 miljard op.

Dat aardappelhandelaren toch zonder schroom spreken over hun handel met Cuba, komt doordat voedsel grotendeels buiten het embargo valt. Een andere onderneming die vrijuit durft te spreken, is de Rotterdamse rederij Nirint. Nirint, met twaalf schepen een middelgrote rederij, vaart vooral op Cuba en Venezuela. Vanuit Rotterdam 28 keer per jaar. Zonder enige geheimzinnigheid.

Maar Nirint is dan ook een bijzonder geval, zegt commercieel directeur Marco den Breejen: 'Nirint werd juist opgericht om op Cuba te varen.' Oprichter Willem van 't Wout is een van de weinige vrienden die Fidel Castro in Nederland heeft. Het was niet louter Cuba-liefde die Van 't Wout dreef, want hij verwierf mede dankzij zijn rederij ook een plaatsje in de rijkenlijst Quote 500.

Het Amerikaanse embargo schiep een prachtige niche voor Nirint. Den Breejen: 'Een schip dat op Cuba vaart, mag een half jaar lang niet in Amerika komen. De meeste reders zien dat niet zitten, maar wij doen het wel.' En onder de rederijen die Cuba wel aandoen, heeft Nirint een enorm voordeel: 'Wij hebben altijd retourlading, want wij transporteren als enige het nikkelerts van Cuba. Andere schepen hebben zelden retourlading.'

Slechts één bedrijf is nog inniger verbonden met Cuba. Damen Shipyards, onder meer eigenaar van marinewerf De Schelde, heeft al sinds 1995 een belang van 50 procent in een werf in Santiago de Cuba, Damex, waar 140 mensen werken. Ze bouwen er ettelijke schepen per jaar, enkele maanden geleden nog een voor de Venezolaanse marine. Damen wil om 'enkele commerciële redenen' niets zeggen over zijn positie op het eiland. Op de website van Damex staat een beknopte toelichting: Damex staat niet op genationaliseerde grond en gebruikt geen andere genationaliseerde eigendommen. Kennelijk voldoet Damex daarmee aan Amerikaanse eisen.

Kleine handelsstroom

Nederland exporteerde in 2012 voor 92 miljoen euro naar Cuba. Uitsplitsing naar producten is bij zo'n kleine handelsstroom niet goed mogelijk, zegt het CBS. De invoer is volgens het CBS 212 miljoen euro. Maar volgens het CIA Factbook zou het gaan om omgerekend 395 miljoen euro. Waar de verschillen vandaan komen, is niet te achterhalen. De invoer bestaat waarschijnlijk vooral uit nikkelerts.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden