Zelfs gehuwden deden mee

Morgen wordt de marathon van Rotterdam gelopen, tevens het Nederlands kampioenschap. De winnaar zal zeker drie kwartier sneller lopen dan de tijd waarmee Evert Jan Wijburg precies 65 jaar geleden Nederlands kampioen werd op de klassieke afstand....

DE TIJD waarmee Evert Jan Wijburg in 1931 Nederlands kampioen op de marathon werd, zal anno 1996 geen wenkbrauwen doen fronsen. Hij legde de klassieke afstand, die was uitgezet over het parkoers van de Amsterdamse Olympische Spelen van 1928, af in 3 uur, 2 minuten en 38 seconden. Morgen, tijdens de marathon van Rotterdam, zal de winnaar van het 42.195 meter lange parkoers zeker drie kwartier eerder onder de douche staan.

Maar, zegt de inmiddels 88-jarige Wijburg, elke vergelijking is onzinnig. 'Wij trainden nauwelijks. Als je twee keer per week langs de Amstel kon draven was het veel, dan kon je toentertijd al van topsport spreken. Als je drie keer per week met sport bezig was, werd je al nagewezen, werd je voor gek versleten. Je had er trouwens geen tijd voor. De strijd om het bestaan was veel harder, een 55-urige werkweek was normaal.'

Wijburg liep het Nederlands kampioenschap 65 jaar geleden op 'Jezus-sandalen', want speciale loopschoenen kwamen pas halverwege de jaren dertig op de markt. 'En die gewone gympen zaten me niet lekker.' Het was een bar slechte dag, die 19de april 1931, winderig, koud, veel regen, maar 'daar kon ik goed tegen'.

Elke loper - er startten er negenentwintig - had een persoonlijke begeleider, een wielrijder die lid was van De Germaan. Die had soms moeite het tempo te volgen. De fietser stak de lange-afstandsloper onderweg water, suikerklontjes en stukjes sinaasappel toe. Vooraf was er geen speciaal dieet gevolgd: 'Gewoon eten wat de pot schaftte, bruine bonen met aardappelen. Van koolhydraten stapelen hadden we nooit gehoord.'

In Ouderkerk aan de Amstel stond een tafel met Hag en Ranja, lezen we in het verslag uit Het Leven. Het geïllustreerde tijdschrift was een van de initiatiefnemers van de wedstrijd en deed er vervolgens uitgebreid verslag van: 'Overal langs den weg trokken de loopers grote belangstelling. Vol bewondering slaan de belangstellenden de verrichtingen der loopers gaande. In Ouderkerk is 't heele dorp uitgeloopen. Plotseling bereikt ons dan de tijding dat Wijburg den kop heeft genomen.'

Het Leven vervolgt: 'Bij de Sintelbaan heerscht weder een groote drukte. Politieruiters hebben moeite den weg vrij te houden. De eerste auto's komen binnen met uitvallers. Met iedere minuut stijgt de spanning, want zeker is men tenslotte nooit bij een Marathon. Om halfvijf komt de eerste looper via den Stadionweg naar het Olympiaplein.

'Daverende toejuichingen weerklinken als ten slotte blijkt dat Wijburg winnaar is. Hij heeft het parcours afgelegd in 3 uur, 2 minuten en 30.6 seconden, een prestatie die zeer hoog aangeslagen wordt. Bij betere weersgesteldheden komt hij zeker onder de drie uur. Alle loopers kwamen in goede conditie binnen; ze werden onmiddellijk onder medisch toezicht gesteld.'

Het blad drukte een foto af van de 'Winnaar van den Marathon', compleet met 'een zeer kostbare zilveren cup'. Dezelfde beker staat 65 jaar na dato nog steeds te glimmen in de huiskamer van de toenmalige winnaar. Inscriptie: 19-4-1931 AAC, 1e prijs Nationale Marathon-Loop.

Overigens, wat betreft die winnende tijd van toen, daar wil Wijburg nog wel iets over kwijt: 'We liepen het Olympische parkoers, maar we startten niet in het Stadion, maar op het Olympiaplein. Ik denk dat we ruim twee kilometer meer hebben gelopen.' Hij heeft later - tot aan zijn 65ste - nog veel meer marathons gelopen, en ook wel betere tijden neergezet. Zijn persoonlijk record staat op 2.44.

Sport was in de jaren twintig, dertig eigenlijk iets voor ongehuwden, vertelt Wijburg. 'Ik had vier kinderen, moest hard werken om brood op de plank te krijgen, sport kon dus alleen maar bijzaak zijn. Kijk, hier heb ik nog een oud verslag van een andere wedstrijd: drie en veertig deelnemers waagden hun leven, zelfs gehuwde mensen deden mee.'

Wijburg is inmiddels meer dan zestig jaar getrouwd, maar hij draait nog steeds zijn rondjes. Géén hele marathons meer, maar rustige 'drafjes' in het bos. Enkele malen per week gaat hij met een groep recreanten, die hij 'zijn Boslopers' noemt, sporten. 'Niet alleen maar lopen, maar vooral bewegen. Goed strekken, beetje lopen, een tak oppakken. Het hele lichaam wordt geactiveerd.' Als ademhalingsoefening laat Wijburg de deelnemers zingen. 'Wij zijn een hele vrolijke groep.'

Hij is, zegt hij, eigenlijk helemaal geen gespecialiseerde hardloper geweest. Hij turnde, bokste ('op amateur-niveau'), deed aan gymnastiek, rugby, was snel-wandelkampioen. Bij dat laatste onderdeel lag de basis van zijn marathonsucces. 'Ik zag als jochie van twaalf plaatjes hangen van wandelaars van AVAC, de Amsterdamse Veld Atletiek Club. Daarop stonden mensen die 48 kilometer achter elkaar wandelden, met een uur verplicht pauzeren. Vond ik machtig mooi.'

De jonge Wijburg meldde zich aan en ging ook lange-afstandswandelen. Dertig, veertig, vijftig, soms wel honderd kilometer per etmaal; van Amsterdam naar Utrecht, langs het Gein, in een tempo van zeven kilometer per uur, niet prestatiegericht, maar wèl met een zakdoek op het hoofd geknoopt.

Bij atletiekvereniging Pro Patria ging hij later echt rennen. De wandel-achtergrond kwam hem nog goed van pas, want marathonlopers trainden in die dagen door stevig te wandelen. 'Indertijd waren die vele uren wandelen als training verplicht.' En ook tijdens de wedstrijd zelf werd het rennen vaak afgewisseld met af en toe een stukje marcheren, het zogenoemde please-as-please-go-systeem. Wie het eerst ging wandelen, verloor. Wijburg: 'Maar dat was eigenlijk al van voor mijn tijd, ik bleef in 1931 tijdens de wedstrijd gewoon hardlopen. Maar het wandelen vormde wel de basis.'

Drie jaar eerder, tijdens de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam, was Wijburg eerste reserve bij de Nederlandse marathon-ploeg, die uit liefst zes man bestond. Bij selectie-wedstrijden in Haarlem viel hij net buiten de boot. Hij werd zevende. 'Ik wist trouwens helemaal niet dat het selectie-wedstrijden voor de Spelen waren.'

De Algerijnse Fransman El Quafi won 'Amsterdam', Henri Landheer, de eerste Nederlander die de 42.195 meter binnen de drie uur aflegde, was op de 30ste plaats de beste Nederlander. Pleun van Leenen, in de jaren direct na Wijburg Nederlands kampioen, werd 55ste.

Wijburg, die ooit als scheepsmid door het leven ging, later sportmasseur werd, maar ook ('als er even geen werk was') brood rondbracht, ging zich in de jaren dertig ook op bestuurlijk niveau bewegen bij de sportverenigingen waar hij lid van was. 'Het gezelligheidsaspect was voor mij heel belangrijk. Sport heeft mij ontzettend veel vreugde in het leven gebracht.'

Hij bleef ook anderszins in de sport actief. Hij werd masseur van vele topsporters, en maakte de Spelen van Tokyo ('Ik werkte met Anton Geesink, krijg nog steeds verjaarskaarten van hem') en München mee. Hij is erelid van de KNAU en mag nog regelmatig het startschot lossen van een of andere marathon in het land. Het brood werd in die jaren verdiend in een grote praktijk annex sportschool in Rotterdam.

Hij werkt nog steeds enige dagen per week als fysiotherapeut. Hij ontvangt patiënten in zijn praktijk in Maarn, waar een onderdompeling in het speciale warm water-bassin tot het vaste ritueel behoort. Urenlang kan hij praten over het belang van het 'bewegen', dat zijns inziens in de moderne maatschappij steeds meer verwordt tot een stiefkindje.

'En àls mensen dan bewegen, dan doen ze het verkeerd. Gaan ze anderhalf uur tennissen, zonder enige warming-up. Of ze gaan lekker gezond wandelen met de hond, die vervolgens met zijn riem aan een arm trekt. Kijk als fysiotherapeut kun je aan de blessures die daar het gevolg van zijn een leuke boterham verdienen, maar verkéérd is het natuurlijk wel.'

Zelfs bij zijn eigen Boslopers moet hij het belang van de goede warming up en cooling down er af en toe nog flink inhameren. 'Het is hier een redelijk welwarend dorp, dus dan vraag ik altijd: Wie heeft er een paard? Steken er altijd een paar de hand op. Vinden ze het heel normaal dat ze met hun paard wèl gaan in- en uitlopen, dat er een dekentje over heen gaat, dat het beest over de benen gewreven wordt. Weet je hoe dat komt? Zo'n paard kost geld. Met het eigen lijf gaan ze slordiger om.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden