Zelfs de president kan nu alleen afwachten

De coalitiebesprekingen kunnen nog lang duren. Een verbond van CDU en SPD kan werkzaam zijn, maar juist ook weer niet....

Sinds de onbesliste Bondsdagverkiezingen is de vraag al geregeld door verontruste burgers gesteld: kan de president niets doen? Het ontnuchterende antwoord is dat er voorlopig geen rol voor hem is weggelegd. Hij heeft de Bondsdag ontbonden, en hij heeft de Duitsers zaterdag opgeroepen hun democratische plicht te doen. Maar Horst Köhler komt pas weer in beeld als hij het parlement om een oordeel vraagt over een kandidaat-bondskanselier.

Voor het zover is, moet de Bondsdag in zijn nieuwe samenstelling bijeenkomen. Dat moet binnen dertig dagen na de verkiezingen gebeuren. De Duitse grondwet noemt echter geen termijn waarbinnen de verkiezing van de bondskanselier (door de volksvertegenwoordiging) moet zijn afgerond. In 1961 waren hiermee 58 dagen gemoeid.

Als een kandidaat-kanselier in eerste instantie geen absolute meerderheid van de stemmen verzamelt, is (binnen 14 dagen) een tweede stemronde nodig. Als de Bondsdag er dan nog niet uit is, kan tijdens een derde stemronde een ‘minderheidskanselier’ met een relatieve meerderheid van stemmen worden gekozen. Deze oplossing werd door de auteurs van de grondwet echter zo ondeugdelijk geacht, dat binnen zeven dagen nieuwe Bondsdagverkiezingen moeten worden uitgeschreven.

Om geen gebruik te hoeven maken van deze ‘constitutionele schietstoel’, zullen de Duitse partijleiders in goed overleg een levensvatbare coalitie moeten vormen. Voorlopig staan hun twee serieuze opties ter beschikking: een grote coalitie van CDU/CSU en SPD, en een zwart-geel-groene ‘Jamaica-coalitie’ van CDU/CSU, FDP en Groenen.

De eerste variant geniet relatief veel vertrouwen bij de kiezers. Zij worden er zelfs van verdacht de politiek voor dit voldongen feit te hebben willen plaatsen. De voorkeur van het electoraat wordt echter niet door de politiek gedeeld. Een grote coalitie zou de deelnemende partijen verhinderen zich van elkaar te onderscheiden, en zou ter linker en rechter zijde speelruimte scheppen voor radicale tendensen.

In dat verband wordt het vroegere gidsland Nederland geregeld aangehaald: volgens de gangbare opvatting schiepen de middenpartijen de voorwaarde voor de opkomst van Pim Fortuyn. Onder de huidige omstandigheden zou deelname aan een grote coalitie vooral binnen de SPD middelpuntvliedende krachten ontketenen. De linker partijvleugel, die door bondskanselier Schröder al niet betrouwbaar werd geacht, zou weleens in opstand kunnen komen tegen onvermijdelijke concessies.

Maar er blijken ook principiële voorstanders van een grote coalitie te zijn, zelfs binnen de SPD. Zij wijzen erop dat alleen de twee grote volkspartijen samen de hervormingen kunnen doorvoeren waarvoor een tweederde meerderheid in de volksvertegenwoordiging vereist is. De ervaring van de Bondsrepubliek leert dat coalities op een smallere parlementaire basis door de blokkadepolitiek van de oppositie in hun mogelijkheden worden beperkt.

Zij kunnen zich beroepen op een groot aantal historische precedenten: op deelstaatniveau functioneert tot op de dag van heden een aantal grote coalities naar behoren. En op federaal niveau maakte de CDU-SPD-regering van Kurt-Georg Kiesinger (1966-’69) een voortvarend einde aan de eerste naoorlogse recessie.

Enkele SPD-prominenten hebben de afgelopen verkiezingscampagne de mogelijkheid van een grote coalitie aan de orde gesteld, maar werden door Gerhard Schröder gesommeerd deze gedachtenexperimenten te staken. De bondskanselier heeft de relatie met de CDU zwaar belast met aanvallen op Angela Merkel en Paul Kirchhof, haar schaduwminister van Financiën.

Rest de avontuurlijke Jamaica-coalitie. Merkel en haar FDP-collega Guido Westerwelle lijken hun hoop op deze optie te hebben gevestigd. Joschka Fischer heeft deze mogelijkheid niet meteen uitgesloten. Misschien hoopt hij hiermee zijn politieke attentiewaarde te vergroten. Maar het is ook niet uitgesloten dat hij serieus zaken wil doen. Op sociaal-economisch terrein worden de verschillen in elk geval overbrugbaar geacht.

Maar Fischer heeft misschien ook wel een negatieve reden om bij zwart-geel aan te schuiven: als minister van Buitenlandse Zaken is hij stelselmatig door Schröder gemarginaliseerd. Als Fischer zich hiervoor zou willen wreken, doet de gelegenheid zich nu voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden