REPORTAGEBOEKVERKOPERS HOUDEN HOOFD BOVEN WATER

Zelfs de coronacrisis krijgt de bouquinistes niet klein: ‘Dit blijft de mooiste baan ter wereld’

Het is vaak een journée zero, een dag zonder inkomsten voor de Parijse boekverkopers aan de Seine. Corona is een van de vele plagen die de 'bouquinistes’ de laatste jaren treffen. Opgeven doen ze niet. ‘Een mooi boek wil je toch aanraken en ruiken voor je het koopt?’

Bouquiniste Michelle controleert haar boeken. De intellectuele toerist laat het afweten, waardoor de boekverkopers het zwaar hebben. Beeld Aurélie Geurts

Hoofdschuddend staart Jérôme Callais in het luchtledige. Zojuist hield een potentiële klant halt bij zijn boekenstal, om te informeren naar de prijs van een pocketdetective. Maar nadat ze die prijs heeft gehoord – ‘die kosten allemaal 5 euro mevrouw’ – en het boekje kort heeft bestudeerd, mompelt ze ‘merci’ en loopt ze verder. ‘Zo gaat het de hele tijd’, verzucht Callais. ‘Gister heb ik de hele dag maar één boek verkocht. C’est misérable.’

Dertig jaar geleden hing toenmalig musicus Jérôme Callais (56) – warrige Einsteincoupe, rossig baardje, sokkenvoeten in sandalen – zijn contrabas aan de wilgen om zijn ‘tweede droom’ na te jagen. Hij werd bouquiniste, een van de 240 tweedehandsboekenverkopers die met hun groengeverfde houten stalletjes al meer dan vier eeuwen langs de kades van de Seine staan. Zijn familie verklaarde hem voor gek. ‘Waarom begin je geen echte winkel?, zeiden ze. Dit vinden ze geen respectabel bestaan.’

De bouquinistes zijn even karakteristiek voor Parijs als de Notre-Dame of het Louvre. In de 17de eeuw vestigden ze zich op de Pont Neuf over de Seine, tot dat werd verboden door de autoriteiten, die niet stonden te springen om een parallelle boekenmarkt die zich aan de staatscensuur kon onttrekken. Ondanks meerdere pogingen de ambulante boekverkoop definitief aan banden te leggen bleven de bouquinistes bestaan. In 1859 besloot de gemeente Parijs dat de boekverkopers zich op vaste punten langs de Seine mochten vestigen.

Tot op de dag van vandaag staan de bouquinistes daar. (Het woord bouquin is spreektaal voor livre, boek, en stamt af van het Middelnederlandse woord boeckijn, dat klein boekje betekent.) ‘Wij zijn het laatste echte petit métier’, zegt Callais. ‘Vroeger had je nog de voddenman, de scharensliep en nog tientallen kleine straatberoepen.’

Iedere boekventer mag vier houten kisten met boeken tentoonspreiden. Verspreid over meer dan 3 kilometer kade bieden ze volgens schattingen in totaal zo’n 300 duizend boeken aan. Kunsthistorische naslagwerken, bijzondere edities van stripalbums, Amerikaanse thrillers, verzameld werk van grote Franse romanciers: op de Seinekades ligt voor elke bibliofiel wat wils.

Maar dan moeten de boekenliefhebbers natuurlijk wel langskomen. In deze door corona getekende zomer laat de clientèle waar de bouquinistes het normaliter van moeten hebben – de intellectueel angehauchte toerist, op zoek naar een cultureel verantwoord aandenken uit Parijs – het massaal afweten. Het mag dan een zaterdagmiddag in het midden van de zomervakantie zijn, qua bezoekersaantallen voelt het, in de woorden van Callais, ‘als een maandagochtend in januari, met heel slecht weer’.

De coronacrisis is de zoveelste van een reeks zware klappen die de bouquinistes de voorbije jaren kregen te verduren. Beeld Aurélie Geurts

Een paar honderd meter verder, tussen de Pont Neuf en de Pont Saint Michel, zit Marie-Christine Thieblemont (78) bij gebrek aan klandizie op een klapstoeltje haar eigen koopwaar te herlezen. ‘Als het zo doorgaat wordt het weer een journée zéro’, zegt ze luid, haar handen ten hemel heffend. ‘Het is een catastrofe.’

De coronacrisis is de zoveelste van een reeks zware klappen die de bouquinistes de voorbije jaren kregen te verduren. Vanaf het najaar van 2018 zorgden de gele hesjes er maandenlang voor dat toeristen en winkelpubliek de Parijse binnenstad op zaterdagen meden als de pest. Eind 2019 gebeurde dat wederom, dit keer door toedoen van de langste Franse ov-staking ooit, tegen de pensioenhervorming.

‘De meeste collega’s uit de voorsteden komen al niet meer’, zegt Callais. ‘Dit werk was nooit een vetpot – vroeger verdiende ik in een topmaand misschien 1.000 euro. Maar met de inkomsten van de laatste tijd haal je je brandstofkosten er niet eens uit.’ Gelukkig helpt de Franse overheid de door corona getroffen ondernemers.

Toen Thieblemont begon als bouquiniste, in het begin van de jaren negentig, speelde het boek nog ‘een echte rol van betekenis’. ‘Het internet bood nog geen serieuze concurrentie, smartphones bestonden nog niet.’ De markt voor bijzondere tweedehandsboeken heeft zich grotendeels naar het internet verplaatst. Onbegrijpelijk, vindt Thieblemont. ‘Een mooi boek wil je toch aanraken en ruiken voor je het koopt?’

Callais en Thieblemont zijn puristen, ze handelen uitsluitend in boeken. Andere boekventers zijn minder streng in de leer en verkopen, om het hoofd boven water te kunnen houden, ook souvenirs en prullaria. Iconische covers van oude modebladen. Reclameaffiches van Orangina of Ricard. Posters van de Mona Lisa, met het gezicht van Mister Bean. Koelkastmagneetjes in de vorm van een croissant.

Die ‘verkopers van Eiffeltorensleutelhangers’ verpesten het metier, vindt Callais. ‘Ik noem dat geen souvenirs, ik noem dat rotzooi’, zegt hij onomwonden. ‘De. La. Merde.’ Als een windvlaag een stapeltje posters van de stal van zijn buurman wegblaast, weigert hij demonstratief ‘die Chinese troep’ op te rapen.

Nee, van dat soort branchevervaging moet hij niets hebben. Callais, die tevens voorzitter is van de vakvereniging voor bouquinistes, ziet meer in een remedie die je typisch Frans kunt noemen: zijn métier moet erkend en beschermd worden. Sinds 2019 staan de bouquinistes ingeschreven als immaterieel erfgoed bij het Franse ministerie van Cultuur. ‘Veel mensen zagen ons een beetje als clochards. Doordat we die status bezitten, hebben we nu een respectabeler imago.’

Als het aan de voorzitter ligt staan de boekventers over een paar jaar ook bij Unesco als immaterieel erfgoed geregistreerd. De campagne die daartoe moet leiden staat in de startblokken. Callais ontving al handgeschreven steunbetuiging van niemand minder dan president Macron.

‘Dit is, ondanks alles, de mooiste baan ter wereld’, zegt Thieblemont. ‘Het contact met de mensen, de toevallige ontmoetingen, de spontane uitwisseling van gedachtes en ideeën. Het is geen gemakkelijk bestaan, maar het biedt een enorme vrijheid.’ Als haar gezondheid het toelaat hoopt de 78-jarige hier tot haar dood te staan. Daarna zal haar plek op de Seinekade zonder twijfel worden opgevuld: ieder jaar ontvangt de gemeente tientallen aanmeldingen van aspirant-bouquinistes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden