Zelfs Boom kan zichzelf niet meer verklaren

De wielervolgers hadden de moed al eerder opgegeven. Zondag bekende ook Lars Boom (22) zelf dat hij niet meer in staat is zijn stormachtige ontwikkeling als renner te verklaren....

‘Het is niet normaal, denk ik’, sprak hij, met weer een nieuwe kampioenstrui om zijn schouders. Deze keer had hij het NK aangegrepen om er te spotten met de aloude wet dat je alleen een rood-wit-blauwe trui kunt bemachtigen als je al jaren deel uitmaakt van het peloton. De winnaars van de laatste jaren, zoals Moerenhout, Boogerd, Van Bon en Dekker, waren veel ouder dan hij nu.

De nieuwe Nederlandse kampioen kon ook niet ontkennen dat het zonderling was wat hij had bereikt in en rond Ootmarsum. Zijn eerste NK bij de profs bleek direct succesvol, zoals dat dit jaar ook al was gelukt bij het WK veldrijden.

Koos Moerenhout kon er wel om lachen. Vorig jaar pas zag hij zijn jarenlange inspanningen als knecht eindelijk beloond met de nationale titel. In Dinkelland leek hij in de nadagen van zijn carrière opnieuw boven zichzelf uit te stijgen. Totdat hij in de finale aan kop gezelschap kreeg van Boom.

‘Dan heb je een probleem’, wist de 34-jarige routinier meteen. Hij had nog niet opgemerkt dat Boom, die met de onvermoeibare Niki Terpstra (Milram) uit het peloton was weggesprongen, naast hem was komen rijden of de twaalf jaar jongere debutant had zijn hielen al gelicht.

De afgetreden kampioen kon zich nog vaag voor de geest halen dat hij in de Pijl van Namen, ‘in de vorige eeuw’, voor het laatst door een ploeggenoot was verslagen in de slotfase. Nu kon hij leven met de tweede plaats, in de wetenschap dat hij in goede vorm naar de Tour de France zal vertrekken. Vanaf zaterdag zal hij in zijn rol van luitenant kopman Mentsjov aan de gele trui moeten helpen.

Gekscherend merkte Rabobank-ploegleider Erik Dekker op dat de samenstelling van de Tourploeg nog maar eens opnieuw moet worden bezien. De progressie die Boom sinds zijn entree in het peloton maakt, in alle doorlopen leeftijdsklassen, verleidde de bondscoach alvast tot een belofte.

Egon van Kessel zei de renner zeker in zijn selectie op te nemen voor het WK op de weg, eind september in het Italiaanse Varese. ‘Wat de ploeg met hem doet, moet zij weten’, zei hij over Boom. ‘Die jongen is een fenomeen’.

Bij Rabobank is de ontwikkeling van het multitalent, dat alleen nog zijn klimcapaciteiten ernstig dient te verbeteren om een klassementsrenner te worden, allang herkend. Hij werd als een van de vijf kopmannen aangemerkt voor zondag, hoewel hij nog deel uit maakt van de opleidingsploeg. Daardoor mocht hij de vergadering bijwonen waarin de belangrijkste renners en de ploegleiding de koerstactiek uitstippelden.

Boom had niet met zijn vuist op tafel geslagen. Met een rood-wit-blauwe trui had hij geen rekening gehouden, zei hij. Maar hij had het NK wel als een van de doelen aangemerkt waarin hij dit seizoen wilde excelleren, samen met het WK veldrijden en Olympia’s Tour. Alle keren kwam de voorspelling uit zoals hij had gewild.

Gisteren hoefde hij slechts zijn beurt af te wachten in de schaakwedstrijd die het NK volgens Rabo-ploegleider Dekker was geworden. De een na de andere troefkaart werd door de bankformatie uitgespeeld. De zeventien profrenners en vijf uit de opleidingsploeg boden eindeloos veel mogelijkheden om te variëren en de concurrentie in haar reserves te laten tasten.

Leezer, De Maar, Weening, Tankink, Gesink en Moerenhout raakten al dan niet in hun eentje los van het peloton, waarin ook nog eens een afmattend tempo door Rabobank werd gevoerd. ‘Ze hebben het slim gespeeld’, moest de verliezer vaststellen, ploegleider Rudi Kemna van Skil-Shimano.

Zelfs in de laatste kilometers bleek het onmogelijk de winnaar te voorspellen. ‘Ik wist in elk geval zeker dat Weening niet ging winnen’, zei Dekker.

Het had de ploegleider ook weinig uitgemaakt wie er won, zolang de bank maar met een eigen renner kon pronken. ‘Pas als Lars met Niki Terpstra was gaan samenwerken, hadden we gezegd: dat doen we niet.’

Uit commercieel oogpunt was het niet handig dat Boom de meest begeerde trofee had weggekaapt bij zijn collega-profs. Hij zal, tot zijn overstap naar de eliteploeg, de kampioenstrui nauwelijks kunnen tonen. Alleen een Spaanse rittenkoers en het NK tijdrijden maken prominent deel uit van zijn kalender, zei de renner.

Thomas Dekker en Robert Gesink waren in dat opzicht beter zichtbare en handiger te ‘vermarkten’ winnaars geweest, zei Dekker. Maar ook hij gaf toe dat de nieuwe kampioen zijn overval op het juiste moment had uitgevoerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden