Commentaar

Zelfreinigend vermogen in wetenschap

Na een paar heikele jaren lijkt de wetenschap opeens weer in staat tot gezonde vormen van zelfreflectie.

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer. Beeld anp

Als er één partij afgelopen november tevreden kon zijn met de zogeheten Wetenschapsvisie 2025 van minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker, dan was het wel de academische rebellenclub Science In Transition. Ruim een jaar eerder opgericht stelden deze critici van het wetenschapsbedrijf dat het daar vaak meer draait om het verwerven van geld en aanzien dan om kwaliteit. Er wordt veel gepubliceerd en gepromoveerd, terwijl kwaliteit toch het leidende beginsel zou moeten zijn. De kwantiteit heerste, en deels was dat te wijten aan perverse prikkels in de financiering van universiteiten en onderzoek.

Haast in dezelfde bewoordingen bond minister Bussemaker in haar plannen de kat de bel aan. Zo moeten niet alleen publicatiecijfers maatgevend zijn in academische carrières, maar ook onderwijs en maatschappelijke contacten. En de promotiefabrieken die de universiteiten geworden zijn, kunnen niet langer rekenen op ongelimiteerd stukloon per klaargestoomde promovendus.

In de wetenschapswereld was sindsdien de kritiek niet van de lucht over de nadruk van de plannen op nut en aansluiting bij de grote vragen in de samenleving, van milieu tot gezondheid en vergrijzing. Maar op de maatregelen om de lichtelijk dolgedraaide wetenschap weer tot kalmering te brengen, leek opmerkelijk weinig aan te merken. De wetenschap had er wel oren naar: minder maar beter publiceren, minder maar beter promoveren.

Hoe de voorstellen uiteindelijk in de praktijk zullen uitpakken, valt nog te bezien. Maar de zachte landing van de ideeën van Science in Transition in het wetenschapsbeleid mag toch opmerkelijk heten. Nog maar enkele jaren geleden leek de wetenschap weg te glijden in een kluwen van fraudekwesties en publiek wantrouwen over de betrouwbaarheid van wetenschap en wetenschappers.

Nu blijkt dat het een catharsis was, een periode van malaise die in een aantal opzichten ook het begin van iets nieuws lijkt te worden. De academische wereld heeft geleerd opener om te gaan met zijn eigen tekortkomingen. Met het idee dat ook wetenschap maar mensenwerk is. Er worden fantastische dingen gedaan, maar ook fouten gemaakt. Zaken worden opgeklopt. Er zijn vreemde verleidingen. IJdelheid. Geldingsdrang, mediageilheid. Mensen gebruiken de gestelde regels en mogelijkheden voor eigen voordeel. Er is ruzie over geld en beoordelingen.

Zie bijvoorbeeld het rumoer dat ontstond over de manier waarop wetenschapsorganisatie NWO aanvragen voor onderzoeksgeld beoordeelt. Nog geen kwart van de indieners van onderzoeksvoorstellen krijgt groen licht. Dat is niet alleen weinig, maar volgens critici ook tamelijk willekeurig omdat veel van de ingediende voorstellen uitstekend zijn. Toch valt het merendeel daarvan buiten de boot, en niemand kan bevredigend uitleggen waarom het ene voorstel het haalt en het andere niet. Wie kwaad wil, beweert dat de commissies hun eigen spelletjes spelen. Wie milder is, beseft dat het een loterij is.

Het mooie aan wetenschap is dat het in principe zelfreinigend is: onzin is geen lang leven beschoren. Dat geldt ook voor de minder ideale kantjes van het wetenschapsbedrijf, mits de wetenschappers bereid zijn die onder ogen te zien. Het is daarom toe te juichen dat de wetenschap de weg naar gezonde zelfreflectie gevonden lijkt te hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.