Zelfportret, inclusief aardbeving op Sicilië

Dagboek Het zevende deel van Frida Vogels dagboekcyclus, die uiteindelijk zestien banden zal beslaan...

‘Als ik nu van E. wegga, dan stel ik de rest van mijn leven ongeveer voor als het beschrijven ervan. En als dat gedaan is, kan ik dood. Dat heeft iets esthetisch, litterair, bevredigends. Maar om zo in koelen bloede een ‘kunstwerk’ van je leven te willen maken, is infaam’, noteert Frida Vogels op 18 juni 1968 in haar dagboek. Ze is dan achtendertig en haar huwelijk met haar Italiaanse man Enzo, met wie ze in Bologna woont, vertoont barsten. Ze heeft hem nog niet zolang geleden haar roman Kanker laten lezen, dat ze speciaal voor hem geschreven heeft uit de behoefte om in haar diepste wezen door hem gekend te worden.

Dat ze met dit boek, dat deel één vormt van De harde kern I, in 1994 de Libris Literatuurprijs zou winnen, kon ze toen niet bevroeden. Publicatie van haar geschriften is nooit het eigenlijke doel geweest, en toch verschijnt nu bijna elk woord dat ze aan het papier toevertrouwde in druk. Dagboek 1968-1969 is al het zevende deel van een cyclus die uit zestien vuistdikke boeken zal bestaan.

Als je de romans van Vogels niet kent, zijn haar dagboeken moeilijker te duiden, maar ze maken tegelijk nieuwsgierig naar haar literaire werk. In de zomer van 1968 wordt ze aan een gezwel in haar knie geopereerd en haar man belandt in dezelfde tijd in het ziekenhuis met een darmaandoening. Ze raken in een crisis die Vogels niet lang daarna verwerkt heeft tot de roman De naakte waarheid. Haar dagboek lijkt een schaduwboekhouding van haar leven én van haar literatuur, soms citeert ze zelfs bijna letterlijk uit haar notities.

‘Ik zie nu dat hele stukken van DNW waardeloos geknoei zijn’, schrijft ze op 29 april 1968, waarna ze haarfijn analyseert wat de oorzaak is. ‘Het is een andere wereld dan kanker was. In Kanker reageerde ik op gebeurtenissen die zich buiten me om voltrokken. In DNW voltrekt alles zich in me.’

De schrijfster, die zich verder nooit met publicitaire activiteiten inlaat, zei in het enige interview dat ze ooit heeft gegeven (in de Volkskrant, 30 mei 2008): ‘Achteraf gezien is mijn hele dagboek één spontaan geschreven zelfportret. Al doende was het een instrument om de wereld beheersbaar te houden.’

Wat Vogels dreef is evident, maar wat maakt dat haar dagboeken ook interessant zijn voor anderen? Wie bereid is de noodzaak van haar schrijven te aanvaarden en door haar loep mee te kijken, treft treffende, genadeloze bespiegelingen en beschrijvingen aan. Tot in detail geeft ze gesprekken weer. Hoewel ze soms zegt geïrriteerd, boos of gekweld te zijn, is haar toon vooral registrerend, bijna afstandelijk. Alsof ze geen oordeel wil vellen, maar de dingen voor zichzelf wil laten spreken.

Haar leven speelt zich voornamelijk af in de beslotenheid van haar huis, maar de buitenwereld sijpelt wel binnen, want ze leest veel. Het studentenoproer, de arbeidersonrust, de aardbeving op Sicilië, de anti-Vietnamdemonstraties en de bomaanslag op een bank in Milaan ontgaan haar niet. Ook observeert en portretteert ze haar schoonfamilie, en niet altijd positief.

Haar relatie met E. vormt de kern van de dagboeknotities uit deze jaren, want al begrijpt haar man haar beter nadat hij Kanker in het Italiaans heeft vertaald, een zekere vervreemding blijft. Soms is er ‘een gelukkig evenwicht’ en ze schrijft: ‘Bij elkaar blijven lijkt me nu zoiets als een eenmaal ondernomen werk niet opgeven. Je zou het een lofzang op de schepping kunnen noemen.’

Infaam of niet, ook met haar dagboeken heeft ze ‘in koelen bloede’ een kunstwerk van haar leven weten te maken. Edith Koenders

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden